IN ÉÉN OOGOPSLAG:

Algemeen

Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.

Om te beginnen

Dit producthandboek gebruiken

De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:

  1. Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
  • Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
  • Dit is een opsomming.
Alleen bij...

Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”

Richtlijnen bij het producthandboek

Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.

Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.

Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.

Gebruik overeenkomstig de bestemming

De draagarmconstructie is bedoeld als bovenconstructie voor een ABUS HB-systeem en draagt de lasten die resulteren uit het gebruik van de kraaninstallatie op veilige wijze over op het gebouw. De draagarmconstructie mag alleen met kraaninstallaties worden gebruikt waarvan de bovenconstructie de lasten kan dragen. Afwijkingen hiervan of wijzigingen in het gebruik moeten statisch worden gecontroleerd en vereisen afzonderlijke goedkeuring.

Voorschriften

De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.

Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.

Garantie

  • ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
  • De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
  • De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.

Draagarmconstructie op een vrachtauto transporteren

Let onder andere op de volgende punten:

  1. Borg de lading overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
  2. Dek niet gelakte oppervlakken en openingen af met folie en plak ze af met tape.

Draagarmconstructie afvoeren

Als de draagarmconstructie moet worden afgevoerd:

  1. De draagarmconstructie zo veel mogelijk uit elkaar nemen.
  2. Plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht nemen.
  3. Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen milieuvriendelijk af:
  • Verwijder achteraf gespoten onderdelen van de draagarmconstructie overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant van de lak.

De draagarmconstructie

Beschrijving

Totaalaanzicht draagarmconstructie

1

  • 1: draagarmconstructie

Detailaanzicht overhang draagarmconstructie:

Beschrijving
  • 1: overhang
  • 2: plafonddrager met flensklem
  • 3: staander

Detailaanzicht ankerplaat draagarmconstructie:

De ankerplaat heeft projectspecifiek acht of tien boringen en wordt met 4 of 6 pluggen verankerd.

Beschrijving
  • 1: staander
  • 2: stelschroef
  • 3: gat voor anker
  • 4: ankerplaat

Pluggen:

De ankers zijn per vier of zes verpakt.

Beschrijving
  • 1: ankerstang
  • 2: conische ring
  • 3: zeskantmoer
  • 4: borgmoer
  • 5: bolvormige ring
  • 6: spanbus

Specificaties

De draagarmconstructie:

  • De draagarmconstructie bestaat uit de ankerplaat en de stijl met de overhang.
  • De stijl is een I-profiel dat verticaal op de ankerplaat gelast is.
  • De ankerplaat wordt met pluggen in de vloer verankerd.

De draagarmconstructie met eenzijdige overhang (variant):

  • De draagarmconstructie heeft een eenzijdige overhang waaraan middels flenskklem een plafonddrager wordt gemonteerd om daaraan een HB-kraanbaan te bevestigen.

De draagarmconstructie met overhang aan beide zijden (T-steun) (variant):

  • De draagarmconstructie heeft een overhang aan beide zijden waar aan beide zijden een flenskklem wordt gemonteerd om daaraan een HB-kraanbaan te bevestigen.

Technische gegevens

De technische gegevens van de draagarmconstructie zijn projectspecifiek en staan in de bijbehorende planningsdocumenten. De draagarmconstructies worden met individuele bouwhoogtes geproduceerd.

Monteren en aansluiten

Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in gebruik wordt genomen.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.

ABUS adviseert de inbedrijfstelling door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.

  • Personen met basiskennis van de algemene techniek van het aanbrengen van ankers, de werkwijze en de toepassingsomstandigheden ervan.
  • Personen met ervaring in het aanbrengen van ankers en keuringsklaar monteren van dynamische belastingen.
  • Personen met een bewijs van opleiding door de fabrikant van de pluggen over de betreffende pluggen.

Voorwaarden controleren

Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om de draagarmconstructie te kunnen monteren:

  • De vloerplaat moet van normaal gewapend beton zijn. Kwaliteit minstens B25 (C20/25) en maximaal B55 (C50/60).
  • De vloerplaat moet bestand zijn tegen de te verwachte belastingen door de draagarmconstructie. Hiervoor moet een statisch bewijs beschikbaar zijn, dat bij de keuring voorafgaand aan de eerste inbedrijfstelling aan de deskundige moet worden overhandigd.
  • De vloerplaat moet minimaal zo dik zijn als in de tabel is aangegeven. De minimumafstand van de boorgaten tot voegen en randen moet worden nageleefd.

Highbond-Anker dynamic

Min. dikte van de vloerplaat

Min. afstand tot voegen en randen

M12

150 mm

150 mm

M16

180 mm

200 mm

  • De vloerplaat moet uit één geheel zijn en mag geen verdere lagen (dekvloer, tegels enz.) hebben.

Als er sprake is van een extra laag:

  1. Verwijder de coating in het gebied van de plugplaat en 100 mm rondom de plugplaat.

Technische vrijgave voor projectbewerking controleren

De technische vrijgave voor de projectbewerking moet ter plaatse worden uitgevoerd. Voor de vrijgave moet er onder ander rekening worden gehouden met de volgende punten:

  • Het moet gegarandeerd zijn dat de dragende constructie de krachten van het kraanbedrijf kan opnemen. Zie halstatica voor krachtoverdracht.De belastingen en relevante lastaandelen van de kraaninstallatie worden door ABUS ter beschikking gesteld.
  • De positie van de boorgaten moet ter plaatse worden gecontroleerd en vrijgegeven.
  • De ankerbevestiging moet ter plaatse worden gecontroleerd en vrijgegeven.

Montageoverzicht

In de volgende paragrafen staat de montage van de draagarmconstructie beschreven.

Montage voorbereiden

  1. De bevestigingsplaats van de draagarmconstructie bepalen en het betonnen oppervlak van de halvloer in dit gebied grondig reinigen en ontdoen van vuil, stof enz.

Draagarmconstructie opstellen

Staander

Ankerplaat
  1. Stel de draagarmconstructie op en beveilig deze tegen tegen omvallen.

Draagarmconstructie uitlijnen

Stelschroef

  1. Stelschroeven M12x70 (4x of 6x) met de hand in de ankerplaat schroeven.

StelschroefAnkerplaat

Vloerplaat
  1. Plaats een waterpas op de staander.
  1. Lijn de draagarmconstructie met de stelschroeven (4x of 6x) loodrecht uit.De spleet tussen ankerplaat en vloerplaat moet overeenkomen met de gegevens in de planningsdocumenten.

Boorgaten boren

Boorgaten in de vloerplaat boren

De uitgelijnde ankerplaat dient als sjabloon voor de boorgaten.

Boorhamer

Boorgat
  1. Span een hardmetalen muurboor met de juiste diameter in de boorhamer.

Plug

Diameter boorgat d

M12

14 mm

M16

18 mm

  1. Neem de diepte van het boorgat aan de hand van de planningsdoocumenten in acht en houd de boorhamer exact verticaal.

Boorgaten schoonmaken

Blaaspomp

Boorgat
  1. Alle boorgaten vanaf de boorgatbodem twee keer met een blaaspomp of olievrije perslucht schoonblazen en het boorstof opzuigen.

Elektrische schroevendraaier met bevestigde boorgatborstel

Boorgat
  1. Borstel alle boorgaten twee keer uit met een boorgatborstel.
  1. Nog twee keer de boorgaten schoonblazen en het boorstof opzuigen.
  2. De spleet tussen de ankerplaat en de vloerplaat uitzuigen. Er mag geen boorstof in de boorgaten glijden.

Boorgatdiepte controleren

  1. Steek de pluggen bij wijze van test volledig in de boorgaten. De onderkant van de conische ring moet vlak op de ankerplaat liggen.

Als één van de boorgaten niet diep genoeg is:

  1. Zoals hierboven beschreven opnieuw boren en reinigen.

Pluggen met injectiemortel monteren

Patroon voorbereiden

PatroonMenger

Mortelpistool
  1. Schroef de dop van de patroon.
  2. Schroef de menger erop.
  3. Plaats de patroon in het mortelpistool.

Punt mengerNiet gemengde injectiemortel

Gemengde injectiemortel, grijs
  1. Pers injectiemortel uit de patroon tot de naar buiten komende injectiemortel zich goed mengt en duidelijk grijs kleurt. Gebruik de niet grijs gekleurde injectiemortel niet.
  • Schroef de menger bij onderbrekingen (bijv. tussen de montage van twee ankers) niet van de patroon.
  • Pers na elke onderbreking een hoeveelheid van twee slagen van het mortelpistool injectiemortel eruit en gebruik dit niet.
  • Schroef na een langere onderbreking een nieuwe menger erop en pers weer zo lang injectiemortel naar buiten tot de naar buiten komende injectiemortel duidelijk grijs kleurt.
  • Niet grijs gekleurde injectiemortel is niet goed gemengd en hardt niet uit. Gebruik injectiemortel die niet grijs gekleurd is, niet!
  • Verwerkingstijd van de injectiemortel:

Temperatuur van de patroon

Verwerkingstijd [min]

+ 5°C

15 min

+ 20 C

6 min

+ 30 C

4 min

Boorgat vullen met injectiemortel vullen

Mortelpistool met injectiemortel

BoorgatSchaal
  1. De benodigde hoeveelheid injectiemortel uit de tabel aflezen. Vanaf de boorgatbodem (door de ankerplaat heen) het boorgat zonder luchtbellen met injectiemortel vullen. De gevulde hoeveelheid op de schaal van de patroon aflezen.

Boorgat

Benodigde hoeveelheid injectiemortel

M12

Minstens 8 streepjes

M16

Minstens 10 streepjes

  1. Ga onmiddellijk verder met de volgende stap (zie „Plug er indrukken”). Anders hardt de injectiemortel uit en wordt onbruikbaar.

Plug er indrukken

PlugBoorgat met
Injectiemortel
  1. Plug iets draaien en hierbij door de ankerplaat in het boorgat drukken. Druk de ankerstang er zodanig in dat de onderkant van de conische ring de ankerplaat raakt.
  • Daarbij komt er wat injectiemortel uit het boorgat.

Als er geen injectiemortel uit het boorgat komt:

  1. De ankerstang onmiddellijk uit het boorgat trekken.
  2. Extra injectiemortel in het boorgat doen.
  3. De ankerstang opnieuw zoals beschreven erin draaien.

Alle overige ankers monteren

  1. Vul alle andere boorgaten en monteer alle pluggen volgens dezelfde procedure.
  2. Injectiemortel laten uitharden.

Tabel: uithardtijden bij droge vloerplaat. Bij vochtig of nat beton de tijden verdubbelen.

Temperatuur in de vloerplaat

Uithardingstijd [min]

- 5°C tot 0°C

360 min

0°C tot + 5 C

180 min

+ 5°C tot + 10°C

90 min

+ 10°C tot + 20°C

35 min

+ 20°C tot + 30°C

20 min

+ 30°C tot + 40°C

12 min

Ankerplaat aanstorten

  1. Bekisting voorbereiden

Tip:

Om de snelle gietmortel volledig onder de ankerplaat te kunnen verdelen, kan bijvoorbeeld een ketting over de volledige breedte onder de ankerplaat worden gelegd en daarmee de snelle gietmortel onder de ankerplaat worden gesmeerd. De ketting uit de snelle gietmortel trekken voordat deze hard begint te worden.

Ankerplaat

Bekisting
  1. Meegeleverde bekisting op een afstand van ca. 2 cm om de ankerplaat leggen en bekistingsdelen aan elkaar vastschroeven.
  2. Bekisting met ducttape zorgvuldig op de vloer vastzetten.

Snelle gietmortel aanroeren

  1. Uitsluitend Pagel snelle gietmortel V2/20 gebruiken.
  2. De hoeveelheid gietmortel aflezen uit de tabel en de snelle gietmortel aanroeren.

Zie gegevens op de verpakking van de snelle gietmortel.

Ø ankerplaat
[mm]

Spleet tussen ankerplaat en vloerplaat [mm]

Aanstortvolume [liter]

Droge mortelmassa [kg]

500x500

20

4,6

9,2

550x550

20

5,5

11

650x650

20

7,5

15

700x700

20

8,7

17,4

Snelle gietmortel uitgieten

Tip:

Om de snelle gietmortel zo precies mogelijk te kunnen uitgieten, kan bijv. een stuk karton als hulp worden gebruikt. Met plakband een zijde van het karton aan de rand van de vloerplaat en de andere zijde aan de staander bevestigen. De snelle gietmortel tegen het karton gieten zodat deze langs het schuine vlak omlaag loopt.

Container met snelle gietmortel

Uitgieten
  1. Snelle gietmortel rondom van alle kanten in de bekisting gieten. De snelle gietmortel moet overal onder de ankerplaat verdeeld zijn. Zoveel snelle gietmortel gebruiken dat de ankerplaat ca. 1 cm diep in de mortel staat.
  2. Resten van snelle gietmortel van de ankerplaat verwijderen en vlekken met water reinigen.

Bekisting en stelschroeven verwijderen

Wanneer de snelle gietmortel voldoende is uitgehard (ca. 2 uur):

Ankerplaat

Bekisting
  1. Bekisting en ducttape verwijderen.
  1. Alle vier of zes stelschroeven uit de ankerplaat schroeven.
  2. Schroefdraadbeschermingspluggen in de draadgaten van de stelschroeven (4x of 6x) drukken.

Ankerplaat definitief vastschroeven

Momentsleutel

Plug
  1. Alle zeskantmoeren met het juiste aanhaalkoppel vastschroeven.

Type en maat

Aanhaalkoppel

Ankerstang M12

40 Nm

Ankerstang M16

60 Nm

Als de zeskantmoer niet met het juiste aanhaalkoppel kan worden vastgeschroefd (bijv. omdat de ankerstang meedraait), is de ankerstang niet correct gemonteerd.

In dat geval:

  • Draagarmconstructie niet verder monteren.
  • Contact opnemen met ABUS en verdere procedure bespreken.

Zeskantmoeren borgen en verzegelen

Zegellak

Borgmoer
  1. Borgmoeren op de ankerstangen schroeven. Stevig vastschroeven.
  2. Zeskantmoeren, borgmoeren en ankerstangen verzegelen met zegellak.

Montage documenteren

  1. De sticker met goedkeuringsnummer, keurmerk, batchnummer en EAN-code van de ankerstangen in het ankerprotocol (zie pagina 19) plakken of leggen.
  2. Het ankerprotocol invullen en dit producthandboek met ankerprotocol bij het onderhoudsboek van de kraan voegen.

Plafonddragers monteren

Alleen bij draagarmconstructie met eenzijdige overhang

Bij draagarmconstructie met eenzijdige overhang wordt steeds een plafonddrager met flensklemmen aan de onderste flens van de overhang geklemd. Aan de plafonddragers kan een HB-kraanbaan worden opgehangen.

Alleen bij draagarmconstructie met overhang aan beide zijden
(T-steun)

Bij draagarmconstructie met overhang aan beide zijden wordt steeds een plafonddrager met flensklemmen aan de onderste flens van de overhang geklemd. Aan de plafonddragers kunnen twee HB-kraanbanen worden opgehangen.

Overzicht aanhaalkoppels

Plug

Tabel: als de zeskantmoer niet met het vereiste aanhaalkoppel kan worden vastgeschroefd (bijv. omdat de ankerstang meedraait), is de ankerstang niet correct gemonteerd.

Zeskantmoer

Aanhaalkoppel

M12

40 Nm

M16

60 Nm

Ankerprotocol

Ordernummer

Bouwplan

Montagebedrijf

Specificaties
Fischer ankerstang M12

Specificaties
Fischer ankerstang M16

Gebruikte pluggen

FHB dyn
M12x100/50

FHB dyn
M16x125/50

❑ Aanduiding komt overeen

Gebruikte injectiemortel

FIS HB 150 C

FIS HB 150 C

❑ Aanduiding komt overeen

Aantal gemonteerde ankers

4 of 6

4 of 6

_____ stuks

Betonsterkte conform DIN 1045 /
DIN 1045-1 / EC2

≥ B25
≥ C20/25

≥ B25
≥ C20/25

Vlg. opgave klant

B _____

C _____

Solide dikte van de vloerplaat

150 mm

180 mm

Vlg. opgave klant

_____ mm

Diepte boorgat h

zie
Planningsdocumenten

zie
Planningsdocumenten

_____ mm

Nom. diameter boor d

14 mm

18 mm

_____ mm

Boordiameter

14 mm

18 mm

_____ mm

De gebruikte boorhamer heeft de keuringskenmerken van de
Prüfgemeinschaft Mauerbohrer e.V. Remscheid

❑ ja

Reiniging van de boorgaten

x schoonblazen

x uitborstelen

x schoonblazen

x schoonblazen

x uitborstelen

x schoonblazen

___ schoongeblazen

___ uitgeborsteld

___ schoongeblazen

Temperatuur in de verankeringsondergrond

-5 °C tot 40 °C

-5 °C tot 40 °C

_____°C

Randafstand boorgaten tot rand betononderdeel of voegen

150 mm

200 mm

_____ mm

Aanhaalkoppel

40 Nm

60 Nm

_____ mm

Zijn de zeskantmoeren vastgeschroefd met een gekeurde en gekalibreerde
momentsleutel?

❑ ja

Zijn alle zeskantmoeren met een borgmoeren geborgd?

❑ ja

Zijn alle pluggen met zegellak verzegeld?

❑ ja

Is de montage van de pluggen correct volgens dit producthandboek uitgevoerd en is dit protocol volledig ingevuld?

❑ ja

_____________ _____________ __________________________ __________________________
Plaats Datum Naam in blokletters Handtekening