IN ÉÉN OOGOPSLAG:
Algemeen
Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.
Om te beginnen
Dit producthandboek gebruiken
De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:
- Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
- Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
- Dit is een opsomming.
Alleen bij...
Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”.
Richtlijnen bij het producthandboek
Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.
Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.
Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.
Gebruik overeenkomstig de bestemming
De eindschakelaar aandrijving GGS dient als slagbegrenzer in ABUS-takels in de bovenste en onderste haakstand. Hij is hiervoor mechanisch direct aan de kabeltrommel gekoppeld en elektrisch met de besturing van de kraan verbonden.
- De eindschakelaar aandrijving heeft drie schakelpunten die standaard als backup-begrenzer, slagbegrenzer boven en slagbegrenzer onder worden gebruikt.
- De backup-begrenzer en de slagbegrenzer boven zijn in de fabriek ingesteld en verzegeld.
- Mocht de slagbegrenzer boven falen, zorgt de backup-begrenzer toch voor een veilige uitschakeling van het hijswerk. De backup-begrenzer zorgt ook voor een veilige uitschakeling bij een verkeerd gepoold draaiveld.
- De eindschakelaar aandrijving zonder absoluut encoder is bestemd voor gebruik aan een kraan met ABUS elektra 3 die met een veiligheidsschakelaar gestuurd is. De eindschakelaar aandrijving met absoluut encoder is bestemd voor gebruik aan een kraan met ABUControl.
- De eindschakelaar aandrijving is niet bestemd voor gebruik aan een kraan met ABUS elektra 3 met frequentieomvormer ABULiner.
Voorschriften
De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.
Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.
Garantie
- ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
- De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
- De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
Richtlijnen voor de veiligheid
Neem deze richtlijnen voor het veilig omgaan met de kraan in acht. Verwijzingen naar specifieke risico's staan vermeld in het betreffende gedeelte waarin het risico zich voordoet.
- Als de eindschakelaar aandrijving verkeerd wordt ingesteld, kan het gebeuren dat de takel niet in de bovenste haakstand blijft staan. Daardoor kan de last naar beneden vallen en personen doden of verwonden. De eindschakelaar aandrijving mag uitsluitend door bekwame en door ABUS opgeleide personen worden vervangen en ingesteld.
- De onderdelen in de eindschakelaar aandrijving zijn exact op elkaar afgestemd en nauwkeurig gemonteerd. Als de eindschakelaar aandrijving wordt gedemonteerd en gerepareerd, functioneert hij mogelijk niet meer correct. Daardoor kan de last naar beneden vallen en personen doden of verwonden. Eindschakelaar aandrijving niet demonteren en repareren. Defecte eindschakelaars aandrijving alleen in hun geheel vervangen.
- Alleen bij absoluut encoder: de platine van de absoluut encoder moet precies op de eindschakelaar aandrijving worden gemonteerd, zodat de sensoren op de platine de signalen van de draaibeweging nauwkeurig kunnen registreren. De platine van de absoluut encoder kan daarom niet ter plaatse achteraf worden aangebracht.
De eindschakelaar aandrijving
Beschrijving
eindschakelaar aandrijving

- 1: Behuizing eindschakelaar hijsen aan de kabeltrommel
- 2: Instelsleutel
- 3: Eindschakelaar aandrijving
- 4: Stelschroef
- 5: Microschakelaar
- 6: Aansluiting op de microschakelaarplatine
- 7: Nokkenring
Beschrijving
absoluut encoder

- 1: Relais en connector voor aanvullende schakeltaken (optie)
- 2: Instelwiel voor apparaatadres (optie)
- 3: Knop voor het resetten van het apparaatadres
- 4: Platine
- 5: Schakelaar voor afsluitweerstand
- 6: Aansluiting voor CAN-bus-netwerk en Modbus-netwerk
Specificaties
De eindschakelaar aandrijving:
- De eindschakelaar aandrijving zorgt voor de slagbegrenzing van ABUS-takels in de bovenste en onderste haakstand.
- Hij heeft standaard 3 schakelpunten die in het bereik van 92 omwentelingen van de kabeltrommel kunnen worden gebruikt. De eindschakelaar aandrijving kan ook met 137, 190 en 280 omwentelingen worden geleverd voor grotere haakverplaatsingen en voor het gebruik aan kettingtakels ABUCompact.
- De schakelpunten worden via mechanische microschakelaars als wisselcontacten uitgevoerd.
- De instelbare schakelpunten kunnen met een zegel worden afgedekt en beveiligd.
- De eindschakelaar aandrijving heeft een geïntegreerde gereedschapshouder met een instelsleutel met wijzer om de instelling eenvoudig af te lezen.
- Daarnaast heeft de eindschakelaar aandrijving montagemogelijkheden voor absoluut encoders met een overbrengingsverhouding 1:1 ten opzichte van het toerental van de kabeltrommel.
- De eindschakelaar aandrijving kan optioneel worden uitgerust met de ABUS absoluut encoder AWG die door de intelligente kraanelektra ABUControl kan worden gebruikt.
De eindschakelaar aandrijving:
Slagbegrenzer onder

- De takel heeft een eindschakelaar aandrijving die als mechanische eindschakelaar hijsen werkt. Deze is direct met de kabeltrommel gekoppeld. Hij zorgt ervoor dat de lasthaak niet boven de bovenste haakstand of de onderste haakstand uit gaat.
- Het bovenste schakelpunt heet „slagbegrenzer boven” (middelste stelschroef), het onderste schakelpunt heet „slagbegrenzer onder” (linker stelschroef).
- Als de lasthaak het schakelpunt van de slagbegrenzer boven of onder bereikt, blijft de hijsmotor staan.

- Om de veiligheid extra te verhogen heeft de eindschakelaar aandrijving een extra schakelpunt. Dit heet „backup-begrenzer” (rechter stelschroef). Het ligt boven de slagbegrenzer boven en dient als extra schakelpunt bij het hijsen.
- Wanneer de slagbegrenzer boven niet meer functioneert (bijv. door defecte relaiscontacten, verkeerd gepoold draaiveld enz.) en de lasthaak daarom het schakelpunt van de slagbegrenzer boven passeert, schakelt de backup-begrenzer het hoofdrelais en daarmee de gehele kraan uit. De backup-begrenzer is standaard ingesteld en verzegeld.
De eindschakelaar aandrijving zonder bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven:
- De slagbegrenzer boven mag niet bedrijfsmatig worden geactiveerd. Als hij wordt geactiveerd, blijft de lasthaak op het schakelpunt van de slagbegrenzer boven staan. Het schakelpunt van de backup-begrenzer ligt boven het schakelpunt van de slagbegrenzer boven en kan daarom normaal gesproken niet worden geactiveerd.
- Als de eindschakelaar hijsen verkeerd is ingesteld of als hij een technisch defect heeft, kan het gebeuren dat de backup-begrenzer toch geactiveerd wordt. Dan moet de backup-begrenzer worden overbrugd om de kraan weer in te schakelen. Neem in dit geval contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.
De eindschakelaar aandrijving met bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven:
- Als de bovenste haakstand bedrijfsmatig moet worden bereikt, dan wordt de slagbegrenzer boven vaker geactiveerd en kan daardoor falen. In dit geval zorgt de backup-begrenzer ervoor dat de kraan veilig tot stilstand komt. Opdat de backup-begrenzer regelmatig gecontroleerd kan worden, heeft de takel een knevelschakelaar waarmee de slagbegrenzer boven handmatig kan worden overbrugd en de kraan na het controleren van de backup-begrenzer handmatig weer kan worden ingeschakeld.
De absoluut encoder (optie):
- De absoluut encoder dient naast de functies van de eindschakelaar aandrijving voor het registreren van de absolute positie van de kabeltrommel.
- Uit deze meetwaarde kan de PLC van de intelligente kraanbesturing ABUControl de exacte positie van de lasthaak bepalen.
- De absoluut encoder registreert de draaibeweging via drie Hall-sensoren die de drie mechanisch aangedreven assen van de eindschakelaar aandrijving met verschillende overbrengingen meten. De absoluut encoder vergelijkt de meetwaarden van de drie assen met elkaar voor een goede evaluatie en berekening van de positie.
- De absoluut encoder communiceert door middel van CAN-bus of Modbus met de kraanbesturing ABUControl Basic of ABUControl Comfort.
- Op de absoluut encoder kunnen via de tweede aansluiting nog meer CAN-bus- of Modbus-apparaten worden aangesloten (doorgelust).

- 1: Schakelpunt van de backup-begrenzer. Als dit wordt geactiveerd, schakelt de eindschakelaar aandrijving het hoofdrelais en daarmee de gehele kraan uit.
- 2: Schakelpunt van de slagbegrenzer boven. Als dit wordt geactiveerd, blijft de hijsmotor staan.
- 3: Schakelpunt van de slagbegrenzer onder. Als dit wordt geactiveerd, blijft de hijsmotor staan.
Technische gegevens
Eindschakelaar aandrijving:
Elektrische aansluiting: |
|
|---|---|
Bedrijfsspanning |
250 V |
I the (thermische stroom) |
5 A |
Omgevingscondities tijdens bedrijf: |
|
|---|---|
Temperatuur bij continubedrijf |
-40 °C tot +80 °C |
Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving |
IP 10 |
Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving (in behuizing eindschakelaar hijsen met gesloten behuizingsdeksel) |
IP 54 |
Tijdens het bedrijf moet de behuizing eindschakelaar hijsen aan de kabeltrommel gesloten zijn.
Absoluut encoder:
Elektrische aansluiting: |
|
|---|---|
Bedrijfsspanning |
24 V DC |
Nominaal vermogen |
0,84 W |
Omgevingscondities tijdens bedrijf: |
|
|---|---|
Omgevingstemperatuur: |
-20 °C tot +80 °C |
Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving |
IP 10 |
Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving (in behuizing eindschakelaar hijsen met gesloten behuizingsdeksel) |
IP 54 |
Contactbezetting van de microschakelaars


Voorziene levensduur
Aan het einde van de levensduur van de kraan (bij een algehele revisie) moet de eindschakelaar aandrijving worden vervangen.
Monteren en aansluiten
Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in bedrijf wordt gesteld.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.
ABUS adviseert de inbedrijfstelling door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.
Voorwaarden controleren
Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om de eindschakelaar aandrijving te kunnen monteren:
- Bij eindschakelaar aandrijving zonder absoluut encoder: de takel moet door een ABUS elektra 3 worden bestuurd.
Bij eindschakelaar aandrijving met absoluut encoder: de takel moet door een besturing met ABUControl worden bestuurd.
- De takel moet elektrisch compleet zijn bedraad en aangesloten. De aansluitkabel van de eindschakelaar aandrijving (en bij een absoluut encoder ook de aansluitkabel van het CAN-bus-netwerk of het Modbus-netwerk) moet aangesloten zijn en naar de behuizing eindschakelaar hijsen aan de kabeltrommel zijn gelegd.
Eindschakelaar aandrijving monteren en aansluiten
Eindschakelaar aandrijving monteren
AsLagerflens

- Open het behuizingsdeksel van de behuizing van de eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
- Draai de as van de eindschakelaar aandrijving zodanig dat deze overeenkomt met het slobgat in de lagerflens van de kabeltrommel.
Kunststof schroeven B6,3x25

- Steek de eindschakelaar aandrijving met de as in het slobgat van de lagerflens en steek deze op beide stiften.
- Schroef de eindschakelaar aandrijving vast met kunststof schroeven B6,3x25. 3 Nm.
Eindschakelaar aandrijving aansluiten
- Sluit de stekker van de aansluitkabel aan op de microschakelaarplatine.
Alleen bij absoluut encoder
Absoluut encoder aansluiten
Stekker van de aansluitkabel van de microschakelaarplatineAansluitingen voor CAN-bus-netwerk en Modbus-netwerk

- Sluit de aansluitkabel RJ45 voor CAN-bus-netwerk of Modbus-netwerk aan.
Beide aansluitingen op de platine van de absoluut encoder zijn zowel geschikt voor een CAN-bus-netwerk (ABUControl Comfort) als voor een Modbus-netwerk (ABUControl Basic). Het gebruikte bussysteem wordt automatisch herkend.
De tweede aansluiting kan worden gebruikt om een tweede CAN-bus-apparaat of Modbus-apparaat aan te sluiten.
- In de witte connector boven de aansluitingen voor CAN-bus-netwerk of Modbus-netwerk wordt de tweede stekker van de aansluitkabel van de microschakelaarplatine aangesloten.
- Sluit het behuizingsdeksel.
- Stel alle schakelpunten in. Zie „ABUS elektra 3: schakelpunt voor slagbegrenzer onder instellen” en „ABUS elektra 3: schakelpunten voor backup-begrenzer en slagbegrenzer boven instellen”.
ABUS elektra 3: schakelpunt voor slagbegrenzer onder instellen
Deze paragraaf geldt alleen bij kranen met ABUS elektra 3. Bij kranen met ABUControl: zie producthandboek ABUControl.
De takel heeft een eindschakelaar aandrijving met drie schakelpunten. De backup-begrenzer en de slagbegrenzer boven zijn in de fabriek ingesteld. De slagbegrenzer onder moet ter plaatse worden ingesteld.
Onderste haakstand van de lasthaak innemen
- Laat de lasthaak neer tot de gewenste onderste haakstand.
- De lasthaak mag de vloer van de hal niet raken.
- De kabel mag niet losjes hangen.
- Tussen de kabelgeleiding en het trommelhuis moet een bepaalde minimale afstand worden aangehouden. Deze wordt in de volgende stap bepaald.
- De haakverplaatsing (afstand tussen de bovenste haakstand (= haakmaat, C-maat) en de onderste haakstand) mag niet groter zijn dan op het typeplaatje aangegeven.
Alleen bij takel met een kabelgeleiding
Kabelgeleiding

- De afstand „F” tussen de kabelgeleiding en het trommelhuis meten en vergelijken met de tabel.
Takel |
Type |
Inschering |
Afstand „F” |
|---|---|---|---|
GM 800 |
E, D, DA |
4/1 |
42 ± 2 |
GM 1000 |
E, D, |
4/1 2/1 |
56 ± 2 |
GM 2000 |
E, D, |
4/1 2/1 |
59 ± 2,5 |
GM 3000 |
E, D, |
4/1 2/1 |
73 ± 2,5 |
GM 5000 |
E, D, DA, DQA |
4/1 2/1 |
87,5 ± 3 |
GM 5000 |
D |
4/2 |
73 ± 2,5 |
GM 5000 |
Z |
4/2 8/2 |
87,5 ± 3 |
GM 6000 |
E, D, DA, DQA |
4/1 2/1 |
102 ± 3 |
GM 6000 |
Z |
4/2 8/2 |
102 ± 3 |
GM 7000 |
D, DA, |
2/1 4/1 6/1 |
131 ± 4 |
GM 7000 |
D |
4/2 8/2 |
87 ± 3 |
GM 7000 |
Z, ZA |
4/2 6/2 8/2 10/2 |
131 ± 4 |
Alleen bij takel met twee kabelgeleidingen
Kabelgeleiding

- Meet de afstand „F1” en „F2” tussen de kabelgeleidingen en het trommelhuis en vergelijk deze met de tabel.
Takel |
Afstand „F1” |
Afstand „F2” |
|---|---|---|
GM 5000 - D |
80 ± 3 |
76 ± 3 |
GM 7000 - D |
84 ± 3 |
87 ± 3 |
- Verplaats de lasthaak indien nodig zo ver omhoog dat de afstand „F” of „F1” en „F2” wordt aangehouden.
- Nu is de onderste haakstand bepaald. Hier wordt nu de remweg van afgetrokken.
Remweg instellen
Onderste haakstand plus 500 mm

- Verplaats de lasthaak zo ver naar boven dat hij 500 mm boven de onderste haakstand staat.
Zegel losmaken
Zegel

- Verwijder het behuizingsdeksel van de behuizing eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
- Druk het zegel met een schroevendraaier in het midden uit elkaar en verwijder dit.
Slagbegrenzer onder instellen
De slagbegrenzer onder wordt met de linker stelschroef ingesteld.
Witte wijzer van de nokkenringOranje wijzer

- Pak de instelsleutel. Deze is in twee houders aan de eindschakelaar aandrijving bevestigd.
Er kan ook een zeskantschroevendraaier 3.0 (in het ideale geval een precisieschroevendraaier) worden gebruikt.
Een elektrische schroevendraaier mag NIET worden gebruikt.
- Druk de instelsleutel in de stelschroef. Hij moet met lichte druk in de stelschroef worden gedrukt.
- Indien nodig: draai zo lang tot de witte wijzer van de nokkenring rechts van de oranje wijzer staat. Hij mag niet links van de oranje wijzer of precies op de oranje wijzer staan.
De middelste witte pijl toont de exacte positie van het schakelpunt; de twee witte pijlen links en rechts daarvan tonen het begin en het einde van het schakelmoment (schakelhysterese).
- Draai de stelschroef zodanig dat de witte wijzer van de nokkenring tegen de klok in draait. Draai verder tot de witte wijzer precies op de oranje wijzer staat en er een klik te horen is.
- Rechtsom draaien verschuift het schakelpunt naar beneden.
- Linksom draaien verschuift het schakelpunt naar boven.
Instelling controleren
- Verplaats de lasthaak naar boven.
- Laat de lasthaak op langzame en op hoge snelheid naar beneden gaan en controleer of de lasthaak bij de onderste haakstand blijft staan.
Stelschroeven verzegelen
Zegel

- Plaats het zegel op de stelschroef en druk het erin.
Controleren
Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.
De kraan moet regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.
Om te beginnen
Testintervallen
De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.
Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:
- veelvuldig werken met het draagvermogen,
- werken in meerploegendiensten,
- veelvuldig gebruik,
- stoffige of agressieve omgeving.
De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.
Eisen aan de keurmeester
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
Omvang van de keuring
De bevoegde persoon die de kraan keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.
Overzicht: kraan controleren
Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.
De beslissing of de kraan in een onberispelijke toestand is, ligt bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de kraan daarna opnieuw moet worden gekeurd.
Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.
Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:
- Bij bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven: backup-begrenzer controleren. Zie „Backup-begrenzer controleren”.
Backup-begrenzer controleren
Alleen bij bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven
Deze paragraaf geldt alleen als de slagbegrenzer boven bedrijfsmatig mag worden geactiveerd.
De slagbegrenzer boven mag in normaal bedrijf met opzet worden geactiveerd. De slagbegrenzer boven moet bij het inschakelen van de kraan worden gecontroleerd.
Als de slagbegrenzer boven door het regelmatige gebruik wordt beschadigd, zorgt een extra backup-begrenzer voor de uitschakeling. Deze backup-begrenzer moet in het kader van de regelmatige keuring worden gecontroleerd.
Lasthaak in de juiste positie zetten
- Verplaats de lasthaak buiten het eindschakelaarbereik (boven of onder).
De lasthaak mag voor de controle niet in het eindschakelaarbereik staan.
Backup-begrenzer controleren
Positie „boven”

- Draai de knevelschakelaar in de positie „boven” en houd deze hier vast.
- Verplaats de lasthaak langzaam naar boven.
- De lasthaak gaat omhoog.
- Door de geactiveerde knevelschakelaar stopt de lasthaak niet zoals anders op het schakelpunt van de slagbegrenzer boven, maar beweegt verder.
- De backup-begrenzer wordt geactiveerd.
- Het hoofdrelais schakelt uit.
- De backup-begrenzer is nu gecontroleerd.
Wanneer het hoofdrelais niet uitschakelt:
- Er is een probleem met de aansluiting van de kraan of met afzonderlijke onderdelen. Er mag niet verder worden gewerkt met de kraan.
- Stel de kraan buiten werking.
- Neem contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.
Kraan weer inschakelen
Positie „onder”

- Draai de knevelschakelaar in de positie „onder” en houd deze hier vast.
- Het hoofdrelais wordt overbrugd.
- De kraan schakelt weer in.
- Verplaats de lasthaak buiten het eindschakelaarbereik.
Alleen bij tweeling-hijswerk
Het proces bij het tweeling-hijswerk wijkt hiervan in principe niet af.
- Controleer de backup-begrenzer van hijswerkaandrijving 1.
- Start de kraan met hijswerkaandrijving 1 opnieuw op.
- Controleer de backup-begrenzer van hijswerkaandrijving 2.
- Start de kraan met hijswerkaandrijving 2 opnieuw op.
Onderhoud
Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.
ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.
Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.
De eindschakelaar aandrijving is onderhoudsvrij!
In de eindschakelaar aandrijving bevinden zich geen componenten die moeten worden gecontroleerd of vervangen.
Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud
Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de kraan in acht:
- Schakel de netstroomschakelaar uit. Schakelaar beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
- Netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast trekken. Contactdoos met een hangslot beveiligen, zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
- Geschikt werkplatform en een valbeveiliging gebruiken.
- Het werkgebied rondom het platform ruim afzetten.
- Andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uitschakelen. Schakelaars beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
- Personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud brengen.
- Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
- Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er op de relaiskasten hoge spanningen die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
ABUS elektra 3: schakelpunten voor backup-begrenzer en slagbegrenzer boven instellen
Deze paragraaf geldt alleen bij kranen met ABUS elektra 3. Bij kranen met ABUControl: zie producthandboek ABUControl.
De takel heeft een eindschakelaar aandrijving met drie schakelpunten.
De schakelpunten voor de slagbegrenzer boven en de daarboven liggende backup-begrenzer zijn in de fabriek ingesteld en verzegeld.
Indien nodig (bijv. als de lasthaak wegens een hijsjuk niet helemaal naar boven mag bewegen), na een wissel van de kabel of na reparaties moet het schakelpunt voor de slagbegrenzer boven eventueel opnieuw worden ingesteld.
Schakelpunten bepalen
Schakelpunt
backup-begrenzer C1

- De haakmaat (C-maat) is in principe de hoogste positie tot welke de lasthaak mag bewegen zonder de kabel te beschadigen. Hierbij is rekening gehouden met een bepaalde veiligheidsbuffer.
- De haakmaat (C-maat) is in principe de afstand tussen de onderkant van het loopwiel aan de takel en de binnenkant van de lasthaak.
- De haakmaat (C-maat) heeft daarbij altijd betrekking op een standaard lasthaak. Bij grotere of kleinere lasthaken de haakmaat d.m.v. het gegevensblad van de takel bepalen.
- Het schakelpunt voor de backup-begrenzer heet C1 en ligt een stuk boven de haakmaat. Dit is de absoluut hoogste positie tot welke de lasthaak mag bewegen zonder de kabel te beschadigen
- Het schakelpunt voor de slagbegrenzer boven heet C2 en ligt een stuk onder de haakmaat.
- Beide schakelpunten (C1 en C2) hebben elk twee alternatieve referentiekanten: A1 en A2 (afstand tussen een vanaf onderen goed bereikbare kant van de takel en de as van de keerrol aan het haakblok) alsook B1 en B2 (afstand tussen een vanaf onderen goed bereikbare kant van de takel en de bovenkant van het haakblok). Deze extra maten kunnen in plaats van de haakmaat worden gebruikt en kunnen het afmeten vergemakkelijken. Bovendien zijn ze onafhankelijk van de grootte van de lasthaak en kunnen dus bij kleinere of grotere lasthaken worden gebruikt.
- Kies de juiste referentiekant aan de takel en aan het haakblok uit de volgende tekening.
- Lees de maten C1 en C2 of de maten A1 en A2 of B1 en B2 af uit de volgende tabel.
Referentiekanten van de takel afhankelijk van type:







Referentiekanten van het haakblok:
HaakmaatSchakelpunt backup-begrenzer

Algemeen:
- 146 omwentelingen van de stelschroef draaien de schakelnok van de eindschakelaar aandrijving eenmaal volledig 360°.
- Hoeveel millimeter haakverplaatsing overeenkomt met een omwenteling van de stelschroef, is aangegeven in de volgende tabel.
- Stelschroef naar rechts draaien, verschuift het schakelpunt naar onder; stelschroef naar links draaien, verschuift het schakelpunt naar boven.
- Hoeveel millimeter haakverplaatsing de lasthaak aflegt in de dode zone van de microschakelaar (schakelhysterese), is aangegeven in de volgende tabel.
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Spoorbreedte [mm] |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
E |
800 |
4/1 |
Tot 300 |
400 |
165 |
70 |
380 |
215 |
120 |
430 |
55 |
71 |
E |
1000 * |
2/1 |
Tot 300 |
567 |
210 |
105 |
525 |
310 |
205 |
625 |
120 |
154 |
E |
1000 * |
4/1 |
Tot 300 |
500 |
230 |
125 |
480 |
279 |
175 |
530 |
60 |
77 |
E |
2000 |
2/1 |
Tot 300 |
580 |
180 |
70 |
540 |
280 |
170 |
640 |
130 |
172 |
E |
2000 |
4/1 |
Tot 300 |
500 |
195 |
80 |
480 |
245 |
130 |
530 |
65 |
86 |
E |
3000 |
2/1 |
Tot 300 |
664 |
215 |
70 |
625 |
315 |
170 |
734 |
160 |
214 |
E |
3000 |
4/1 |
Tot 300 |
580 |
235 |
90 |
560 |
285 |
140 |
610 |
80 |
107 |
E |
5000 |
2/1 |
Tot 350 |
830 |
295 |
110 |
790 |
395 |
210 |
890 |
178 |
238 |
E |
5000 |
4/1 |
Tot 350 |
825 |
375 |
190 |
805 |
425 |
240 |
855 |
89 |
119 |
E |
6000 |
2/1 |
Tot 350 |
830 |
295 |
110 |
790 |
395 |
210 |
890 |
194 |
260 |
* De aangegeven waarden gelden voor de GM 1000 kompakt en voor de GM 1000 modular. De waarden zijn voor beide typen identiek.
Alleen bij takel type E met grotere spoorbreedte
Deze paragraaf is alleen geldig bij takels type E met een grotere spoorbreedte dan aangegeven in bovenstaande tabel.
Grotere haakmaat berekenen
Vanaf een bepaalde spoorbreedte moet de haakmaat vergroot worden.
- Bij de haakmaat uit bovenstaande tabel de extra maat uit deze tabel optellen.
Spoorbreedte |
Maat 800 |
Maat 1000 |
Maat 1000 |
Maat 2000 |
Maat 2000 |
Maat 3000 |
Maat 3000 |
Maat 5000 |
Maat 5000 |
Maat 6000 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
300 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
- |
- |
- |
350 |
49 |
39 |
45 |
43 |
53 |
62 |
80 |
0 |
0 |
0 |
400 |
98 |
78 |
89 |
86 |
106 |
124 |
160 |
76 |
74 |
76 |
450 |
146 |
117 |
134 |
129 |
159 |
187 |
240 |
152 |
148 |
152 |
500 |
195 |
156 |
178 |
172 |
212 |
249 |
320 |
228 |
222 |
228 |
550 |
- |
- |
- |
- |
265 |
311 |
401 |
304 |
296 |
304 |
600 |
- |
- |
- |
- |
318 |
373 |
481 |
380 |
370 |
380 |
650 |
- |
- |
- |
- |
371 |
435 |
561 |
456 |
444 |
456 |
700 |
- |
- |
- |
- |
424 |
498 |
641 |
532 |
518 |
532 |
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
S |
800 |
4/1 |
343 |
335 |
245 |
323 |
385 |
295 |
377 |
55 |
71 |
S |
1000 |
4/1 |
420 |
420 |
315 |
400 |
470 |
365 |
450 |
60 |
77 |
S |
2000 |
4/1 |
440 |
405 |
290 |
420 |
455 |
340 |
470 |
65 |
86 |
S |
3000 |
2/1 |
699 |
520 |
370 |
659 |
620 |
470 |
760 |
160 |
214 |
S |
3000 |
4/1 |
550 |
540 |
395 |
530 |
590 |
445 |
580 |
80 |
107 |
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
U |
5000 |
4/1 |
1132 |
270 |
80 |
1110 |
320 |
130 |
1160 |
89 |
119 |
U |
6000 |
2/1 |
1256 |
235 |
50 |
1215 |
335 |
150 |
1315 |
194 |
260 |
U |
6000 |
4/1 |
1241 |
260 |
70 |
1220 |
310 |
120 |
1270 |
97 |
130 |
U |
7000 |
2/1 |
1615 |
330 |
90 |
1575 |
430 |
190 |
1675 |
254 |
342 |
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Spoorbreedte [mm] |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
D |
800 |
4/1 |
144 |
170 |
80 |
125 |
220 |
130 |
175 |
55 |
71 |
|
D |
1000 |
4/1 |
195 |
190 |
85 |
175 |
240 |
135 |
225 |
60 |
77 |
|
D |
2000 |
2/1 |
295 |
160 |
50 |
255 |
260 |
150 |
355 |
130 |
172 |
|
D |
2000 |
4/1 |
215 |
175 |
60 |
195 |
225 |
110 |
245 |
65 |
86 |
|
D |
3000 |
2/1 |
315 |
190 |
45 |
275 |
290 |
150 |
375 |
160 |
214 |
|
D130 |
3000 |
4/1 |
260 |
230 |
85 |
240 |
280 |
134 |
290 |
80 |
107 |
|
D160 |
3000 |
4/1 |
260 |
225 |
80 |
240 |
275 |
129 |
290 |
80 |
107 |
|
D |
5000 |
2/1 |
440 |
240 |
50 |
400 |
340 |
150 |
500 |
178 |
238 |
|
D |
5000 |
4/1 |
160 |
385 |
285 |
100 |
365 |
335 |
150 |
415 |
89 |
119 |
D |
5000 |
4/1 |
200 |
385 |
305 |
120 |
355 |
170 |
||||
D |
5000 |
4/2 |
320 |
330 |
220 |
280 |
430 |
320 |
380 |
178 |
238 |
|
D |
6000 |
2/1 |
520 |
235 |
50 |
480 |
335 |
150 |
580 |
194 |
260 |
|
D |
6000 |
4/1 |
267 |
260 |
73 |
247 |
310 |
123 |
297 |
97 |
130 |
|
D |
6000 |
6/1 |
606 |
355 |
168 |
586 |
405 |
218 |
636 |
65 |
87 |
|
D |
7000 |
2/1 |
572 |
344 |
103 |
532 |
444 |
203 |
632 |
254 |
342 |
|
D |
7000 |
4/1 |
501 |
380 |
139 |
481 |
430 |
189 |
531 |
127 |
171 |
|
D |
7000 |
6/1 |
Tot 2000 |
717 |
520 |
280 |
690 |
570 |
330 |
745 |
85 |
114 |
D |
7000 |
6/1 |
Vanaf 2000 |
897 |
520 |
280 |
875 |
570 |
330 |
925 |
85 |
114 |
D |
7000 |
4/2 |
236 |
240 |
50 |
195 |
340 |
150 |
295 |
254 |
342 |
|
D |
7000 |
8/2 |
516 |
260 |
70 |
495 |
310 |
120 |
545 |
127 |
171 |
|
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
DA |
800 |
4/1 |
429 |
170 |
80 |
410 |
220 |
130 |
460 |
55 |
71 |
DA |
1000 |
4/1 |
520 |
190 |
85 |
500 |
240 |
135 |
550 |
60 |
77 |
DA |
2000 |
2/1 |
621 |
160 |
50 |
580 |
260 |
150 |
681 |
130 |
172 |
DA |
2000 |
4/1 |
544 |
175 |
60 |
520 |
225 |
110 |
570 |
65 |
86 |
DA |
3000 |
2/1 |
700 |
193 |
45 |
660 |
290 |
145 |
760 |
160 |
214 |
DA |
3000 |
4/1 |
620 |
225 |
80 |
600 |
275 |
130 |
650 |
80 |
107 |
DA |
5000 |
2/1 |
825 |
240 |
50 |
785 |
340 |
150 |
885 |
178 |
238 |
DA |
5000 |
4/1 |
813 |
285 |
100 |
795 |
335 |
150 |
845 |
89 |
119 |
DA160 |
6000 |
2/1 |
949 |
235 |
50 |
910 |
335 |
150 |
1010 |
194 |
260 |
DA200 |
6000 |
4/1 |
470 |
260 |
70 |
450 |
310 |
120 |
500 |
97 |
130 |
DA280 |
6000 |
4/1 |
832 |
260 |
70 |
810 |
310 |
120 |
860 |
97 |
130 |
DA280 |
6000 |
6/1 |
1068 |
352 |
165 |
1050 |
400 |
215 |
1100 |
65 |
87 |
DA200 |
7000 |
2/1 |
1284 |
345 |
105 |
1245 |
445 |
205 |
1345 |
254 |
342 |
DA |
7000 |
4/1 |
913 |
375 |
135 |
895 |
425 |
185 |
943 |
127 |
171 |
DA |
7000 |
6/1 |
1370 |
515 |
275 |
1350 |
565 |
325 |
1400 |
85 |
114 |
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
DQA |
2000 |
2/1 |
525 |
125 |
10 |
485 |
225 |
110 |
585 |
130 |
172 |
DQA |
2000 |
4/1 |
445 |
140 |
30 |
425 |
190 |
80 |
475 |
65 |
86 |
DQA |
3000 |
2/1 |
639 |
190 |
40 |
600 |
290 |
140 |
700 |
160 |
214 |
DQA |
3000 |
4/1 |
555 |
210 |
65 |
535 |
260 |
115 |
585 |
80 |
107 |
DQA |
5000 |
2/1 |
810 |
275 |
90 |
770 |
375 |
190 |
870 |
178 |
238 |
DQA |
5000 |
4/1 |
712 |
265 |
75 |
690 |
315 |
125 |
740 |
89 |
119 |
DQA |
6000 |
2/1 |
870 |
335 |
150 |
830 |
435 |
250 |
930 |
194 |
260 |
DQA |
6000 |
4/1 |
745 |
250 |
60 |
725 |
300 |
110 |
775 |
97 |
130 |
DQA350 |
7000 |
4/1 |
970 |
375 |
135 |
950 |
425 |
185 |
1000 |
127 |
171 |
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Spoorbreedte [mm] |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
Z |
5000 |
4/2 |
413 |
490 |
300 |
375 |
590 |
400 |
475 |
178 |
238 |
|
Z |
5000 |
8/2 |
631 |
505 |
315 |
610 |
555 |
365 |
660 |
89 |
119 |
|
Z |
6000 |
4/2 |
414 |
485 |
300 |
375 |
585 |
400 |
475 |
194 |
260 |
|
Z280 |
6000 |
8/2 |
638 |
450 |
310 |
620 |
550 |
360 |
670 |
97 |
130 |
|
Z350 |
6000 |
8/2 |
643 |
450 |
260 |
625 |
500 |
310 |
675 |
97 |
130 |
|
Z |
7000 |
4/2 |
668 |
525 |
285 |
630 |
625 |
385 |
730 |
254 |
342 |
|
Z |
7000 |
6/2 |
Tot 2000 |
717 |
522 |
281 |
697 |
572 |
331 |
747 |
170 |
228 |
Z |
7000 |
6/2 |
Vanaf 2000 |
897 |
522 |
281 |
877 |
572 |
331 |
927 |
170 |
228 |
Z |
7000 |
8/2 |
915 |
525 |
284 |
895 |
575 |
334 |
945 |
127 |
171 |
|
Z |
7000 |
10/2 |
960 |
482 |
241 |
940 |
532 |
291 |
990 |
102 |
137 |
|
Z |
7000 |
12/2 |
1378 |
761 |
482 |
1358 |
811 |
532 |
1408 |
85 |
114 |
|
Schakelpunt |
Schakelpunt |
Dode zone (schakelhysterese) |
Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Type |
Maat |
Inschering |
Haakmaat |
A1 [mm] |
B1 [mm] |
C1 [mm] |
A2 [mm] |
B2 [mm] |
C2 [mm] |
||
ZA |
5000 |
8/2 |
1195 |
495 |
305 |
1175 |
545 |
355 |
1225 |
89 |
119 |
ZA280 |
6000 |
8/2 |
1253 |
495 |
305 |
1235 |
545 |
355 |
1285 |
97 |
130 |
ZA350 |
6000 |
8/2 |
1163 |
445 |
255 |
1145 |
495 |
305 |
1195 |
97 |
130 |
ZA |
7000 |
6/2 |
1370 |
515 |
275 |
1350 |
565 |
325 |
1400 |
170 |
228 |
ZA |
7000 |
8/2 |
1430 |
515 |
275 |
1410 |
565 |
325 |
1460 |
127 |
171 |
ZA |
7000 |
10/2 |
1312 |
480 |
240 |
1290 |
530 |
290 |
1340 |
102 |
137 |
Schakelpunt voor de backup-begrenzer innemen
Het schakelpunt van de backup-begrenzer mag uitsluitend in een servicegeval door een geschoolde kracht worden versteld.
Maat A1, B1, C1

- Slagbegrenzer boven handmatig overbruggen, zodat de backup-begrenzer kan worden geactiveerd.
- De lasthaak tot de maat A1, B1 of C1 omhoog verplaatsen.
Zegels losmaken
Zegels

- Open het behuizingsdeksel van de behuizing van de eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
- Zegels met een schroevendraaier in het midden uit elkaar drukken en verwijderen.
Backup-begrenzer instellen
De backup-begrenzer wordt met de rechter stelschroef ingesteld.
Witte wijzer van de nokkenringOranje wijzer

- Pak de instelsleutel. Deze is in twee houders aan de eindschakelaar aandrijving bevestigd.
Er kan ook een zeskantschroevendraaier 3.0 (in het ideale geval een precisieschroevendraaier) worden gebruikt.
Een elektrische schroevendraaier mag NIET worden gebruikt.
- Druk de instelsleutel in de stelschroef. Hij moet met lichte druk in de stelschroef worden gedrukt.
- Indien nodig: zo lang draaien tot de witte wijzer van de nokkenring links van de oranje wijzer staat. Hij mag niet rechts van de oranje wijzer of precies op de oranje wijzer staan.
De middelste witte pijl toont de exacte positie van het schakelpunt; de twee witte pijlen links en rechts daarvan tonen het begin en het einde van het schakelmoment (schakelhysterese).
- Draai de stelschroef zodanig dat de witte wijzer van de nokkenring met de klok mee draait. Draai verder tot de witte wijzer precies op de oranje wijzer staat en er een klik te horen is.
- Rechtsom draaien verschuift het schakelpunt naar beneden.
- Linksom draaien verschuift het schakelpunt naar boven.
- Het hoofdrelais schakelt uit.

- De stelschroef een driekwart slag naar links draaien.
- De microschakelaar schakelt weer, het hoofdrelais schakelt weer in.
- De lasthaak een stuk naar beneden verplaatsen.
- De stelschroef een driekwart slag terug naar rechts draaien.
Schakelpunt van de slagbegrenzer boven activeren

- De lasthaak tot de maat A2, B2 of C2 verplaatsen.
Slagbegrenzer boven instellen
De slagbegrenzer boven wordt met de middelste stelschroef ingesteld.
Witte wijzer van de nokkenringOranje wijzer

- Pak de instelsleutel. Deze is in twee houders aan de eindschakelaar aandrijving bevestigd.
Er kan ook een zeskantschroevendraaier 3.0 (in het ideale geval een precisieschroevendraaier) worden gebruikt.
Een elektrische schroevendraaier mag NIET worden gebruikt.
- Druk de instelsleutel in de stelschroef. Hij moet met lichte druk in de stelschroef worden gedrukt.
- Indien nodig: zo lang draaien tot de witte wijzer van de nokkenring links van de oranje wijzer staat. Hij mag niet rechts van de oranje wijzer of precies op de oranje wijzer staan.
De middelste witte pijl toont de exacte positie van het schakelpunt; de twee witte pijlen links en rechts daarvan tonen het begin en het einde van het schakelmoment (schakelhysterese).
- Draai de stelschroef zodanig dat de witte wijzer van de nokkenring met de klok mee draait. Draai verder tot de witte wijzer precies op de oranje wijzer staat en er een klik te horen is.
- Rechtsom draaien verschuift het schakelpunt naar beneden.
- Linksom draaien verschuift het schakelpunt naar boven.
Instelling controleren
- Lasthaak naar beneden verplaatsen.
- Verplaats de lasthaak op lage en hoge snelheid naar boven en controleer of de lasthaak op de juiste positie blijft staan.
Stelschroeven verzegelen
Zegels

- Plaats zegels (2x) op de stelschroeven en druk deze in.
Platine van de absoluut encoder vervangen
Alleen bij absoluut encoder
De absoluut encoder is als vaste eenheid met de eindschakelaar hijsen verbonden en moet altijd samen met de eindschakelaar hijsen worden vervangen.
De platine van de absoluut encoder mag niet van de eindschakelaar aandrijving worden gedemonteerd en apart worden vervangen.
Na het vervangen van de volledige eenheid moet de nieuwe absoluut encoder automatisch of handmatig worden geadresseerd en de referentiepunten opnieuw worden ingesteld. Zie producthandboek „ABUControl”.
ABUS-service
Alleen in Duitsland
- Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
- Bel de ABUS-servicecentrale op:
- Telefoon: +49 2261 37 237
- Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
- De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
- Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
- Fax: +49 2261 37 265
- E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
- Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.
De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.