IN ÉÉN OOGOPSLAG:

Algemeen

Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.

Om te beginnen

Dit producthandboek gebruiken

De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:

  1. Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
  • Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
  • Dit is een opsomming.
Alleen bij...

Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”.

Richtlijnen bij het producthandboek

Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.

Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.

Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.

Gebruik overeenkomstig de bestemming

De eindschakelaar aandrijving GGS dient als slagbegrenzer in ABUS-takels in de bovenste en onderste haakstand. Hij is hiervoor mechanisch direct aan de kabeltrommel gekoppeld en elektrisch met de besturing van de kraan verbonden.

  • De eindschakelaar aandrijving heeft drie schakelpunten die standaard als backup-begrenzer, slagbegrenzer boven en slagbegrenzer onder worden gebruikt.
  • De backup-begrenzer en de slagbegrenzer boven zijn in de fabriek ingesteld en verzegeld.
  • Mocht de slagbegrenzer boven falen, zorgt de backup-begrenzer toch voor een veilige uitschakeling van het hijswerk. De backup-begrenzer zorgt ook voor een veilige uitschakeling bij een verkeerd gepoold draaiveld.
  • De eindschakelaar aandrijving zonder absoluut encoder is bestemd voor gebruik aan een kraan met ABUS elektra 3 die met een veiligheidsschakelaar gestuurd is. De eindschakelaar aandrijving met absoluut encoder is bestemd voor gebruik aan een kraan met ABUControl.
  • De eindschakelaar aandrijving is niet bestemd voor gebruik aan een kraan met ABUS elektra 3 met frequentieomvormer ABULiner.

Voorschriften

De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.

Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.

Garantie

  • ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
  • De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
  • De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.

Richtlijnen voor de veiligheid

Neem deze richtlijnen voor het veilig omgaan met de kraan in acht. Verwijzingen naar specifieke risico's staan vermeld in het betreffende gedeelte waarin het risico zich voordoet.

  • Als de eindschakelaar aandrijving verkeerd wordt ingesteld, kan het gebeuren dat de takel niet in de bovenste haakstand blijft staan. Daardoor kan de last naar beneden vallen en personen doden of verwonden. De eindschakelaar aandrijving mag uitsluitend door bekwame en door ABUS opgeleide personen worden vervangen en ingesteld.
  • De onderdelen in de eindschakelaar aandrijving zijn exact op elkaar afgestemd en nauwkeurig gemonteerd. Als de eindschakelaar aandrijving wordt gedemonteerd en gerepareerd, functioneert hij mogelijk niet meer correct. Daardoor kan de last naar beneden vallen en personen doden of verwonden. Eindschakelaar aandrijving niet demonteren en repareren. Defecte eindschakelaars aandrijving alleen in hun geheel vervangen.
  • Alleen bij absoluut encoder: de platine van de absoluut encoder moet precies op de eindschakelaar aandrijving worden gemonteerd, zodat de sensoren op de platine de signalen van de draaibeweging nauwkeurig kunnen registreren. De platine van de absoluut encoder kan daarom niet ter plaatse achteraf worden aangebracht.

De eindschakelaar aandrijving

Beschrijving
eindschakelaar aandrijving

Beschrijving eindschakelaar aandrijving
  • 1: Behuizing eindschakelaar hijsen aan de kabeltrommel
  • 2: Instelsleutel
  • 3: Eindschakelaar aandrijving
  • 4: Stelschroef
  • 5: Microschakelaar
  • 6: Aansluiting op de microschakelaarplatine
  • 7: Nokkenring

Beschrijving
absoluut encoder

Beschrijving absoluut encoder
  • 1: Relais en connector voor aanvullende schakeltaken (optie)
  • 2: Instelwiel voor apparaatadres (optie)
  • 3: Knop voor het resetten van het apparaatadres
  • 4: Platine
  • 5: Schakelaar voor afsluitweerstand
  • 6: Aansluiting voor CAN-bus-netwerk en Modbus-netwerk

Specificaties

De eindschakelaar aandrijving:

  • De eindschakelaar aandrijving zorgt voor de slagbegrenzing van ABUS-takels in de bovenste en onderste haakstand.
  • Hij heeft standaard 3 schakelpunten die in het bereik van 92 omwentelingen van de kabeltrommel kunnen worden gebruikt. De eindschakelaar aandrijving kan ook met 137, 190 en 280 omwentelingen worden geleverd voor grotere haakverplaatsingen en voor het gebruik aan kettingtakels ABUCompact.
  • De schakelpunten worden via mechanische microschakelaars als wisselcontacten uitgevoerd.
  • De instelbare schakelpunten kunnen met een zegel worden afgedekt en beveiligd.
  • De eindschakelaar aandrijving heeft een geïntegreerde gereedschapshouder met een instelsleutel met wijzer om de instelling eenvoudig af te lezen.
  • Daarnaast heeft de eindschakelaar aandrijving montagemogelijkheden voor absoluut encoders met een overbrengingsverhouding 1:1 ten opzichte van het toerental van de kabeltrommel.
  • De eindschakelaar aandrijving kan optioneel worden uitgerust met de ABUS absoluut encoder AWG die door de intelligente kraanelektra ABUControl kan worden gebruikt.

De eindschakelaar aandrijving:

Slagbegrenzer onder

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Leist BewBegr.png
Slagbegrenzer boven
  • De takel heeft een eindschakelaar aandrijving die als mechanische eindschakelaar hijsen werkt. Deze is direct met de kabeltrommel gekoppeld. Hij zorgt ervoor dat de lasthaak niet boven de bovenste haakstand of de onderste haakstand uit gaat.
  • Het bovenste schakelpunt heet „slagbegrenzer boven” (middelste stelschroef), het onderste schakelpunt heet „slagbegrenzer onder” (linker stelschroef).
  • Als de lasthaak het schakelpunt van de slagbegrenzer boven of onder bereikt, blijft de hijsmotor staan.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Leist Backup.png
Backup-begrenzer
  • Om de veiligheid extra te verhogen heeft de eindschakelaar aandrijving een extra schakelpunt. Dit heet „backup-begrenzer” (rechter stelschroef). Het ligt boven de slagbegrenzer boven en dient als extra schakelpunt bij het hijsen.
  • Wanneer de slagbegrenzer boven niet meer functioneert (bijv. door defecte relaiscontacten, verkeerd gepoold draaiveld enz.) en de lasthaak daarom het schakelpunt van de slagbegrenzer boven passeert, schakelt de backup-begrenzer het hoofdrelais en daarmee de gehele kraan uit. De backup-begrenzer is standaard ingesteld en verzegeld.

De eindschakelaar aandrijving zonder bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven:

  • De slagbegrenzer boven mag niet bedrijfsmatig worden geactiveerd. Als hij wordt geactiveerd, blijft de lasthaak op het schakelpunt van de slagbegrenzer boven staan. Het schakelpunt van de backup-begrenzer ligt boven het schakelpunt van de slagbegrenzer boven en kan daarom normaal gesproken niet worden geactiveerd.
  • Als de eindschakelaar hijsen verkeerd is ingesteld of als hij een technisch defect heeft, kan het gebeuren dat de backup-begrenzer toch geactiveerd wordt. Dan moet de backup-begrenzer worden overbrugd om de kraan weer in te schakelen. Neem in dit geval contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.

De eindschakelaar aandrijving met bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven:

  • Als de bovenste haakstand bedrijfsmatig moet worden bereikt, dan wordt de slagbegrenzer boven vaker geactiveerd en kan daardoor falen. In dit geval zorgt de backup-begrenzer ervoor dat de kraan veilig tot stilstand komt. Opdat de backup-begrenzer regelmatig gecontroleerd kan worden, heeft de takel een knevelschakelaar waarmee de slagbegrenzer boven handmatig kan worden overbrugd en de kraan na het controleren van de backup-begrenzer handmatig weer kan worden ingeschakeld.

De absoluut encoder (optie):

  • De absoluut encoder dient naast de functies van de eindschakelaar aandrijving voor het registreren van de absolute positie van de kabeltrommel.
  • Uit deze meetwaarde kan de PLC van de intelligente kraanbesturing ABUControl de exacte positie van de lasthaak bepalen.
  • De absoluut encoder registreert de draaibeweging via drie Hall-sensoren die de drie mechanisch aangedreven assen van de eindschakelaar aandrijving met verschillende overbrengingen meten. De absoluut encoder vergelijkt de meetwaarden van de drie assen met elkaar voor een goede evaluatie en berekening van de positie.
  • De absoluut encoder communiceert door middel van CAN-bus of Modbus met de kraanbesturing ABUControl Basic of ABUControl Comfort.
  • Op de absoluut encoder kunnen via de tweede aansluiting nog meer CAN-bus- of Modbus-apparaten worden aangesloten (doorgelust).
Specificaties
  • 1: Schakelpunt van de backup-begrenzer. Als dit wordt geactiveerd, schakelt de eindschakelaar aandrijving het hoofdrelais en daarmee de gehele kraan uit.
  • 2: Schakelpunt van de slagbegrenzer boven. Als dit wordt geactiveerd, blijft de hijsmotor staan.
  • 3: Schakelpunt van de slagbegrenzer onder. Als dit wordt geactiveerd, blijft de hijsmotor staan.

Technische gegevens

Eindschakelaar aandrijving:

Elektrische aansluiting:

Bedrijfsspanning

250 V

I the (thermische stroom)

5 A

Omgevingscondities tijdens bedrijf:

Temperatuur bij continubedrijf

-40 °C tot +80 °C

Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving

IP 10

Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving (in behuizing eindschakelaar hijsen met gesloten behuizingsdeksel)

IP 54

Tijdens het bedrijf moet de behuizing eindschakelaar hijsen aan de kabeltrommel gesloten zijn.

Absoluut encoder:

Elektrische aansluiting:

Bedrijfsspanning

24 V DC

Nominaal vermogen

0,84 W

Omgevingscondities tijdens bedrijf:

Omgevingstemperatuur:

-20 °C tot +80 °C

Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving

IP 10

Beschermingsklasse eindschakelaar aandrijving (in behuizing eindschakelaar hijsen met gesloten behuizingsdeksel)

IP 54

Contactbezetting van de microschakelaars

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\Schaltkontakte 3.png
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Platinenbelegung 3.png

Voorziene levensduur

Aan het einde van de levensduur van de kraan (bij een algehele revisie) moet de eindschakelaar aandrijving worden vervangen.

Monteren en aansluiten

Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in bedrijf wordt gesteld.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.

ABUS adviseert de inbedrijfstelling door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.

Voorwaarden controleren

Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om de eindschakelaar aandrijving te kunnen monteren:

  • Bij eindschakelaar aandrijving zonder absoluut encoder: de takel moet door een ABUS elektra 3 worden bestuurd.

Bij eindschakelaar aandrijving met absoluut encoder: de takel moet door een besturing met ABUControl worden bestuurd.

  • De takel moet elektrisch compleet zijn bedraad en aangesloten. De aansluitkabel van de eindschakelaar aandrijving (en bij een absoluut encoder ook de aansluitkabel van het CAN-bus-netwerk of het Modbus-netwerk) moet aangesloten zijn en naar de behuizing eindschakelaar hijsen aan de kabeltrommel zijn gelegd.

Eindschakelaar aandrijving monteren en aansluiten

Eindschakelaar aandrijving monteren

AsLagerflens

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Seilzug E\Seilzug modular neu\Zapfen am GGS verstellen.png
  1. Open het behuizingsdeksel van de behuizing van de eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
  2. Draai de as van de eindschakelaar aandrijving zodanig dat deze overeenkomt met het slobgat in de lagerflens van de kabeltrommel.

Kunststof schroeven B6,3x25

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Seilzug E\Seilzug modular neu\GGS montieren.png
Microschakelaarplatine
  1. Steek de eindschakelaar aandrijving met de as in het slobgat van de lagerflens en steek deze op beide stiften.
  2. Schroef de eindschakelaar aandrijving vast met kunststof schroeven B6,3x25. 3 Nm.

Eindschakelaar aandrijving aansluiten

  1. Sluit de stekker van de aansluitkabel aan op de microschakelaarplatine.
Alleen bij absoluut encoder

Absoluut encoder aansluiten

Stekker van de aansluitkabel van de microschakelaarplatineAansluitingen voor CAN-bus-netwerk en Modbus-netwerk

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\AWG anschließen 3.jpg
AansluitkabelStekker van de aansluitkabel van de microschakelaarplatine
  1. Sluit de aansluitkabel RJ45 voor CAN-bus-netwerk of Modbus-netwerk aan.

Beide aansluitingen op de platine van de absoluut encoder zijn zowel geschikt voor een CAN-bus-netwerk (ABUControl Comfort) als voor een Modbus-netwerk (ABUControl Basic). Het gebruikte bussysteem wordt automatisch herkend.

De tweede aansluiting kan worden gebruikt om een tweede CAN-bus-apparaat of Modbus-apparaat aan te sluiten.

  1. In de witte connector boven de aansluitingen voor CAN-bus-netwerk of Modbus-netwerk wordt de tweede stekker van de aansluitkabel van de microschakelaarplatine aangesloten.
  1. Sluit het behuizingsdeksel.
  2. Stel alle schakelpunten in. Zie „ABUS elektra 3: schakelpunt voor slagbegrenzer onder instellen” en „ABUS elektra 3: schakelpunten voor backup-begrenzer en slagbegrenzer boven instellen”.

ABUS elektra 3: schakelpunt voor slagbegrenzer onder instellen

Deze paragraaf geldt alleen bij kranen met ABUS elektra 3. Bij kranen met ABUControl: zie producthandboek ABUControl.

De takel heeft een eindschakelaar aandrijving met drie schakelpunten. De backup-begrenzer en de slagbegrenzer boven zijn in de fabriek ingesteld. De slagbegrenzer onder moet ter plaatse worden ingesteld.

Onderste haakstand van de lasthaak innemen

  1. Laat de lasthaak neer tot de gewenste onderste haakstand.
  • De lasthaak mag de vloer van de hal niet raken.
  • De kabel mag niet losjes hangen.
  • Tussen de kabelgeleiding en het trommelhuis moet een bepaalde minimale afstand worden aangehouden. Deze wordt in de volgende stap bepaald.
  • De haakverplaatsing (afstand tussen de bovenste haakstand (= haakmaat, C-maat) en de onderste haakstand) mag niet groter zijn dan op het typeplaatje aangegeven.
Alleen bij takel met een kabelgeleiding

Kabelgeleiding

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Danfoss Frequenzumrichter Heben\abstand F Festlagerseite messen 3.jpg
KabeltrommelTrommelhuis
  1. De afstand „F” tussen de kabelgeleiding en het trommelhuis meten en vergelijken met de tabel.

Takel

Type

Inschering

Afstand „F”

GM 800

E, D, DA

4/1

42 ± 2

GM 1000

E, D,
DA

4/1

2/1

56 ± 2

GM 2000

E, D,
DA, DQA

4/1

2/1

59 ± 2,5

GM 3000

E, D,
DA, DQA

4/1

2/1

73 ± 2,5

GM 5000

E, D, DA, DQA

4/1

2/1

87,5 ± 3

GM 5000

D

4/2

73 ± 2,5

GM 5000

Z

4/2

8/2

87,5 ± 3

GM 6000

E, D, DA, DQA

4/1

2/1

102 ± 3

GM 6000

Z

4/2

8/2

102 ± 3

GM 7000

D, DA,
DQA

2/1

4/1

6/1

131 ± 4

GM 7000

D

4/2

8/2

87 ± 3

GM 7000

Z, ZA

4/2

6/2

8/2

10/2

131 ± 4

Alleen bij takel met twee kabelgeleidingen

Kabelgeleiding

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Danfoss Frequenzumrichter Heben\Abstand F Festlagerseite D4-2 messen 3.jpg
KabeltrommelTrommelhuis
  1. Meet de afstand „F1” en „F2” tussen de kabelgeleidingen en het trommelhuis en vergelijk deze met de tabel.

Takel

Afstand „F1”

Afstand „F2”

GM 5000 - D

80 ± 3

76 ± 3

GM 7000 - D

84 ± 3

87 ± 3

  1. Verplaats de lasthaak indien nodig zo ver omhoog dat de afstand „F” of „F1” en „F2” wordt aangehouden.
  • Nu is de onderste haakstand bepaald. Hier wordt nu de remweg van afgetrokken.

Remweg instellen

Onderste haakstand plus 500 mm

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Danfoss Frequenzumrichter Heben\Unterste Hakenposition ausmessen 3.jpg
VloerOnderste haakstand
  1. Verplaats de lasthaak zo ver naar boven dat hij 500 mm boven de onderste haakstand staat.

Zegel losmaken

Zegel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Plombe unten ab.png
  1. Verwijder het behuizingsdeksel van de behuizing eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
  2. Druk het zegel met een schroevendraaier in het midden uit elkaar en verwijder dit.

Slagbegrenzer onder instellen

De slagbegrenzer onder wordt met de linker stelschroef ingesteld.

Witte wijzer van de nokkenringOranje wijzer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Hubbegrenzer unten einstellen.png
Linker stelschroefInstelsleutel
  1. Pak de instelsleutel. Deze is in twee houders aan de eindschakelaar aandrijving bevestigd.

Er kan ook een zeskantschroevendraaier 3.0 (in het ideale geval een precisieschroevendraaier) worden gebruikt.

Een elektrische schroevendraaier mag NIET worden gebruikt.

  1. Druk de instelsleutel in de stelschroef. Hij moet met lichte druk in de stelschroef worden gedrukt.
  2. Indien nodig: draai zo lang tot de witte wijzer van de nokkenring rechts van de oranje wijzer staat. Hij mag niet links van de oranje wijzer of precies op de oranje wijzer staan.

De middelste witte pijl toont de exacte positie van het schakelpunt; de twee witte pijlen links en rechts daarvan tonen het begin en het einde van het schakelmoment (schakelhysterese).

  1. Draai de stelschroef zodanig dat de witte wijzer van de nokkenring tegen de klok in draait. Draai verder tot de witte wijzer precies op de oranje wijzer staat en er een klik te horen is.
  • Rechtsom draaien verschuift het schakelpunt naar beneden.
  • Linksom draaien verschuift het schakelpunt naar boven.

Instelling controleren

  1. Verplaats de lasthaak naar boven.
  2. Laat de lasthaak op langzame en op hoge snelheid naar beneden gaan en controleer of de lasthaak bij de onderste haakstand blijft staan.

Stelschroeven verzegelen

Zegel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Plombe unten drauf.png
  1. Plaats het zegel op de stelschroef en druk het erin.

Controleren

Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.

De kraan moet regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.

Om te beginnen

Testintervallen

De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.

Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:

  • veelvuldig werken met het draagvermogen,
  • werken in meerploegendiensten,
  • veelvuldig gebruik,
  • stoffige of agressieve omgeving.

De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.

Eisen aan de keurmeester

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

Omvang van de keuring

De bevoegde persoon die de kraan keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.

Overzicht: kraan controleren

Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.

De beslissing of de kraan in een onberispelijke toestand is, ligt bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de kraan daarna opnieuw moet worden gekeurd.

Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.

Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:

  1. Bij bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven: backup-begrenzer controleren. Zie „Backup-begrenzer controleren”.

Backup-begrenzer controleren

Alleen bij bedrijfsmatig activeren van de slagbegrenzer boven

Deze paragraaf geldt alleen als de slagbegrenzer boven bedrijfsmatig mag worden geactiveerd.

De slagbegrenzer boven mag in normaal bedrijf met opzet worden geactiveerd. De slagbegrenzer boven moet bij het inschakelen van de kraan worden gecontroleerd.

Als de slagbegrenzer boven door het regelmatige gebruik wordt beschadigd, zorgt een extra backup-begrenzer voor de uitschakeling. Deze backup-begrenzer moet in het kader van de regelmatige keuring worden gecontroleerd.

Lasthaak in de juiste positie zetten

  1. Verplaats de lasthaak buiten het eindschakelaarbereik (boven of onder).

De lasthaak mag voor de controle niet in het eindschakelaarbereik staan.

Backup-begrenzer controleren

Positie „boven”

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Danfoss Frequenzumrichter Heben\Notgrenzschalter prüfen Heben 3.jpg
Knevelschakelaar
  1. Draai de knevelschakelaar in de positie „boven” en houd deze hier vast.
  2. Verplaats de lasthaak langzaam naar boven.
  1. De lasthaak gaat omhoog.
  2. Door de geactiveerde knevelschakelaar stopt de lasthaak niet zoals anders op het schakelpunt van de slagbegrenzer boven, maar beweegt verder.
  3. De backup-begrenzer wordt geactiveerd.
  4. Het hoofdrelais schakelt uit.
  5. De backup-begrenzer is nu gecontroleerd.

Wanneer het hoofdrelais niet uitschakelt:

  1. Er is een probleem met de aansluiting van de kraan of met afzonderlijke onderdelen. Er mag niet verder worden gewerkt met de kraan.
  1. Stel de kraan buiten werking.
  2. Neem contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.

Kraan weer inschakelen

Positie „onder”

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Danfoss Frequenzumrichter Heben\Notgrenzschalter prüfen Senken 3.jpg
Knevelschakelaar
  1. Draai de knevelschakelaar in de positie „onder” en houd deze hier vast.
  1. Het hoofdrelais wordt overbrugd.
  2. De kraan schakelt weer in.
  1. Verplaats de lasthaak buiten het eindschakelaarbereik.
Alleen bij tweeling-hijswerk

Het proces bij het tweeling-hijswerk wijkt hiervan in principe niet af.

  1. Controleer de backup-begrenzer van hijswerkaandrijving 1.
  2. Start de kraan met hijswerkaandrijving 1 opnieuw op.
  3. Controleer de backup-begrenzer van hijswerkaandrijving 2.
  4. Start de kraan met hijswerkaandrijving 2 opnieuw op.

Onderhoud

Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.

ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.

Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.

De eindschakelaar aandrijving is onderhoudsvrij!

In de eindschakelaar aandrijving bevinden zich geen componenten die moeten worden gecontroleerd of vervangen.

Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud

Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de kraan in acht:

  • Schakel de netstroomschakelaar uit. Schakelaar beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
  • Netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast trekken. Contactdoos met een hangslot beveiligen, zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
  • Geschikt werkplatform en een valbeveiliging gebruiken.
  • Het werkgebied rondom het platform ruim afzetten.
  • Andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uitschakelen. Schakelaars beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
  • Personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud brengen.
  • Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
  • Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er op de relaiskasten hoge spanningen die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.

ABUS elektra 3: schakelpunten voor backup-begrenzer en slagbegrenzer boven instellen

Deze paragraaf geldt alleen bij kranen met ABUS elektra 3. Bij kranen met ABUControl: zie producthandboek ABUControl.

De takel heeft een eindschakelaar aandrijving met drie schakelpunten.

De schakelpunten voor de slagbegrenzer boven en de daarboven liggende backup-begrenzer zijn in de fabriek ingesteld en verzegeld.

Indien nodig (bijv. als de lasthaak wegens een hijsjuk niet helemaal naar boven mag bewegen), na een wissel van de kabel of na reparaties moet het schakelpunt voor de slagbegrenzer boven eventueel opnieuw worden ingesteld.

Schakelpunten bepalen

Schakelpunt
backup-begrenzer C1

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\ABC123-Maße 3.png
Haakmaat (C-maat)Schakelpunt slagbegrenzer boven C2
  • De haakmaat (C-maat) is in principe de hoogste positie tot welke de lasthaak mag bewegen zonder de kabel te beschadigen. Hierbij is rekening gehouden met een bepaalde veiligheidsbuffer.
  • De haakmaat (C-maat) is in principe de afstand tussen de onderkant van het loopwiel aan de takel en de binnenkant van de lasthaak.
  • De haakmaat (C-maat) heeft daarbij altijd betrekking op een standaard lasthaak. Bij grotere of kleinere lasthaken de haakmaat d.m.v. het gegevensblad van de takel bepalen.
  • Het schakelpunt voor de backup-begrenzer heet C1 en ligt een stuk boven de haakmaat. Dit is de absoluut hoogste positie tot welke de lasthaak mag bewegen zonder de kabel te beschadigen
  • Het schakelpunt voor de slagbegrenzer boven heet C2 en ligt een stuk onder de haakmaat.
  • Beide schakelpunten (C1 en C2) hebben elk twee alternatieve referentiekanten: A1 en A2 (afstand tussen een vanaf onderen goed bereikbare kant van de takel en de as van de keerrol aan het haakblok) alsook B1 en B2 (afstand tussen een vanaf onderen goed bereikbare kant van de takel en de bovenkant van het haakblok). Deze extra maten kunnen in plaats van de haakmaat worden gebruikt en kunnen het afmeten vergemakkelijken. Bovendien zijn ze onafhankelijk van de grootte van de lasthaak en kunnen dus bij kleinere of grotere lasthaken worden gebruikt.
  1. Kies de juiste referentiekant aan de takel en aan het haakblok uit de volgende tekening.
  2. Lees de maten C1 en C2 of de maten A1 en A2 of B1 en B2 af uit de volgende tabel.

Referentiekanten van de takel afhankelijk van type:

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug E 3.png
Referentiekant voor A-, B- en C-maat van takel E.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug S 3.png
Referentiekant A-, B- en C-maat van takel S.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug U 3.png
Referentiekant A-, B- en C-maat van takel U.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug D 3.png
Referentiekant A-, B- en C-maat van takel D.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug DA 3.png
Referentiekant A-, B- en C-maat van takel DA.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug DQA 3.png
Referentiekant A-, B- en C-maat van takel DQA.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße Seilzug Z 3.png
Referentiekant A-, B- en C-maat van takel Z. (De referentiekant voor A-, B- en C-maat voor de takel ZA wijkt hiervan in principe niet af).

Referentiekanten van het haakblok:

HaakmaatSchakelpunt backup-begrenzer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\ABUControl\C-Maße am Haken 3.png
Schakelpunt slagbegrenzer onderSchakelpunt slagbegrenzer boven

Algemeen:

  • 146 omwentelingen van de stelschroef draaien de schakelnok van de eindschakelaar aandrijving eenmaal volledig 360°.
  • Hoeveel millimeter haakverplaatsing overeenkomt met een omwenteling van de stelschroef, is aangegeven in de volgende tabel.
  • Stelschroef naar rechts draaien, verschuift het schakelpunt naar onder; stelschroef naar links draaien, verschuift het schakelpunt naar boven.
  • Hoeveel millimeter haakverplaatsing de lasthaak aflegt in de dode zone van de microschakelaar (schakelhysterese), is aangegeven in de volgende tabel.

Tabel: Haakmaten voor takels van type E. Bij grotere spoorbreedtes de volgende aanwijzing in acht nemen!

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Spoorbreedte [mm]

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

E

800

4/1

Tot 300

400

165

70

380

215

120

430

55

71

E

1000 *

2/1

Tot 300

567

210

105

525

310

205

625

120

154

E

1000 *

4/1

Tot 300

500

230

125

480

279

175

530

60

77

E

2000

2/1

Tot 300

580

180

70

540

280

170

640

130

172

E

2000

4/1

Tot 300

500

195

80

480

245

130

530

65

86

E

3000

2/1

Tot 300

664

215

70

625

315

170

734

160

214

E

3000

4/1

Tot 300

580

235

90

560

285

140

610

80

107

E

5000

2/1

Tot 350

830

295

110

790

395

210

890

178

238

E

5000

4/1

Tot 350

825

375

190

805

425

240

855

89

119

E

6000

2/1

Tot 350

830

295

110

790

395

210

890

194

260

* De aangegeven waarden gelden voor de GM 1000 kompakt en voor de GM 1000 modular. De waarden zijn voor beide typen identiek.

Alleen bij takel type E met grotere spoorbreedte

Deze paragraaf is alleen geldig bij takels type E met een grotere spoorbreedte dan aangegeven in bovenstaande tabel.

Grotere haakmaat berekenen

Vanaf een bepaalde spoorbreedte moet de haakmaat vergroot worden.

  1. Bij de haakmaat uit bovenstaande tabel de extra maat uit deze tabel optellen.

Spoorbreedte

Maat 800
Inschering 4/1

Maat 1000
Inschering 2/1

Maat 1000
Inschering 4/1

Maat 2000
Inschering 2/1

Maat 2000
Inschering 4/1

Maat 3000
Inschering 2/1

Maat 3000
Inschering 4/1

Maat 5000
Inschering 2/1

Maat 5000
Inschering 4/1

Maat 6000
Inschering 2/1

300

0

0

0

0

0

0

0

-

-

-

350

49

39

45

43

53

62

80

0

0

0

400

98

78

89

86

106

124

160

76

74

76

450

146

117

134

129

159

187

240

152

148

152

500

195

156

178

172

212

249

320

228

222

228

550

-

-

-

-

265

311

401

304

296

304

600

-

-

-

-

318

373

481

380

370

380

650

-

-

-

-

371

435

561

456

444

456

700

-

-

-

-

424

498

641

532

518

532

Tabel: haakmaten voor takels van het type S

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

S

800

4/1

343

335

245

323

385

295

377

55

71

S

1000

4/1

420

420

315

400

470

365

450

60

77

S

2000

4/1

440

405

290

420

455

340

470

65

86

S

3000

2/1

699

520

370

659

620

470

760

160

214

S

3000

4/1

550

540

395

530

590

445

580

80

107

Tabel: haakmaten voor takels van het type U

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

U

5000

4/1

1132

270

80

1110

320

130

1160

89

119

U

6000

2/1

1256

235

50

1215

335

150

1315

194

260

U

6000

4/1

1241

260

70

1220

310

120

1270

97

130

U

7000

2/1

1615

330

90

1575

430

190

1675

254

342

Tabel: haakmaten voor takels van het type D

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Spoorbreedte [mm]

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

D

800

4/1

144

170

80

125

220

130

175

55

71

D

1000

4/1

195

190

85

175

240

135

225

60

77

D

2000

2/1

295

160

50

255

260

150

355

130

172

D

2000

4/1

215

175

60

195

225

110

245

65

86

D

3000

2/1

315

190

45

275

290

150

375

160

214

D130

3000

4/1

260

230

85

240

280

134

290

80

107

D160

3000

4/1

260

225

80

240

275

129

290

80

107

D

5000

2/1

440

240

50

400

340

150

500

178

238

D

5000

4/1

160

385

285

100

365

335

150

415

89

119

D

5000

4/1

200

385

305

120

355

170

D

5000

4/2

320

330

220

280

430

320

380

178

238

D

6000

2/1

520

235

50

480

335

150

580

194

260

D

6000

4/1

267

260

73

247

310

123

297

97

130

D

6000

6/1

606

355

168

586

405

218

636

65

87

D

7000

2/1

572

344

103

532

444

203

632

254

342

D

7000

4/1

501

380

139

481

430

189

531

127

171

D

7000

6/1

Tot 2000

717

520

280

690

570

330

745

85

114

D

7000

6/1

Vanaf 2000

897

520

280

875

570

330

925

85

114

D

7000

4/2

236

240

50

195

340

150

295

254

342

D

7000

8/2

516

260

70

495

310

120

545

127

171

Tabel: haakmaten voor takels van het type DA

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

DA

800

4/1

429

170

80

410

220

130

460

55

71

DA

1000

4/1

520

190

85

500

240

135

550

60

77

DA

2000

2/1

621

160

50

580

260

150

681

130

172

DA

2000

4/1

544

175

60

520

225

110

570

65

86

DA

3000

2/1

700

193

45

660

290

145

760

160

214

DA

3000

4/1

620

225

80

600

275

130

650

80

107

DA

5000

2/1

825

240

50

785

340

150

885

178

238

DA

5000

4/1

813

285

100

795

335

150

845

89

119

DA160

6000

2/1

949

235

50

910

335

150

1010

194

260

DA200

6000

4/1

470

260

70

450

310

120

500

97

130

DA280

6000

4/1

832

260

70

810

310

120

860

97

130

DA280

6000

6/1

1068

352

165

1050

400

215

1100

65

87

DA200

7000

2/1

1284

345

105

1245

445

205

1345

254

342

DA

7000

4/1

913

375

135

895

425

185

943

127

171

DA

7000

6/1

1370

515

275

1350

565

325

1400

85

114

Tabel: haakmaten voor takels van het type DQA

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

DQA

2000

2/1

525

125

10

485

225

110

585

130

172

DQA

2000

4/1

445

140

30

425

190

80

475

65

86

DQA

3000

2/1

639

190

40

600

290

140

700

160

214

DQA

3000

4/1

555

210

65

535

260

115

585

80

107

DQA

5000

2/1

810

275

90

770

375

190

870

178

238

DQA

5000

4/1

712

265

75

690

315

125

740

89

119

DQA

6000

2/1

870

335

150

830

435

250

930

194

260

DQA

6000

4/1

745

250

60

725

300

110

775

97

130

DQA350

7000

4/1

970

375

135

950

425

185

1000

127

171

Tabel: haakmaten voor takels van het type Z

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Spoorbreedte [mm]

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

Z

5000

4/2

413

490

300

375

590

400

475

178

238

Z

5000

8/2

631

505

315

610

555

365

660

89

119

Z

6000

4/2

414

485

300

375

585

400

475

194

260

Z280

6000

8/2

638

450

310

620

550

360

670

97

130

Z350

6000

8/2

643

450

260

625

500

310

675

97

130

Z

7000

4/2

668

525

285

630

625

385

730

254

342

Z

7000

6/2

Tot 2000

717

522

281

697

572

331

747

170

228

Z

7000

6/2

Vanaf 2000

897

522

281

877

572

331

927

170

228

Z

7000

8/2

915

525

284

895

575

334

945

127

171

Z

7000

10/2

960

482

241

940

532

291

990

102

137

Z

7000

12/2

1378

761

482

1358

811

532

1408

85

114

Tabel: haakmaten voor takels van het type ZA

Schakelpunt
backup-begrenzer

Schakelpunt
slagbegrenzer boven

Dode zone (schakelhysterese)

Haakverplaatsing per omwenteling van de stelschroef

Type

Maat

Inschering

Haakmaat
(C-maat) [mm]

A1 [mm]

B1 [mm]

C1 [mm]

A2 [mm]

B2 [mm]

C2 [mm]

ZA

5000

8/2

1195

495

305

1175

545

355

1225

89

119

ZA280

6000

8/2

1253

495

305

1235

545

355

1285

97

130

ZA350

6000

8/2

1163

445

255

1145

495

305

1195

97

130

ZA

7000

6/2

1370

515

275

1350

565

325

1400

170

228

ZA

7000

8/2

1430

515

275

1410

565

325

1460

127

171

ZA

7000

10/2

1312

480

240

1290

530

290

1340

102

137

Schakelpunt voor de backup-begrenzer innemen

Het schakelpunt van de backup-begrenzer mag uitsluitend in een servicegeval door een geschoolde kracht worden versteld.

Maat A1, B1, C1

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Danfoss Frequenzumrichter Heben\C-Maß anfahren 3.jpg
  1. Slagbegrenzer boven handmatig overbruggen, zodat de backup-begrenzer kan worden geactiveerd.
  2. De lasthaak tot de maat A1, B1 of C1 omhoog verplaatsen.

Zegels losmaken

Zegels

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Plombe oben ab.png
  1. Open het behuizingsdeksel van de behuizing van de eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
  2. Zegels met een schroevendraaier in het midden uit elkaar drukken en verwijderen.

Backup-begrenzer instellen

De backup-begrenzer wordt met de rechter stelschroef ingesteld.

Witte wijzer van de nokkenringOranje wijzer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Backup-Begrenzer einstellen.png
Rechter stelschroef
  1. Pak de instelsleutel. Deze is in twee houders aan de eindschakelaar aandrijving bevestigd.

Er kan ook een zeskantschroevendraaier 3.0 (in het ideale geval een precisieschroevendraaier) worden gebruikt.

Een elektrische schroevendraaier mag NIET worden gebruikt.

  1. Druk de instelsleutel in de stelschroef. Hij moet met lichte druk in de stelschroef worden gedrukt.
  2. Indien nodig: zo lang draaien tot de witte wijzer van de nokkenring links van de oranje wijzer staat. Hij mag niet rechts van de oranje wijzer of precies op de oranje wijzer staan.

De middelste witte pijl toont de exacte positie van het schakelpunt; de twee witte pijlen links en rechts daarvan tonen het begin en het einde van het schakelmoment (schakelhysterese).

  1. Draai de stelschroef zodanig dat de witte wijzer van de nokkenring met de klok mee draait. Draai verder tot de witte wijzer precies op de oranje wijzer staat en er een klik te horen is.
  • Rechtsom draaien verschuift het schakelpunt naar beneden.
  • Linksom draaien verschuift het schakelpunt naar boven.
  1. Het hoofdrelais schakelt uit.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Zurückdrehen.png
  1. De stelschroef een driekwart slag naar links draaien.
  • De microschakelaar schakelt weer, het hoofdrelais schakelt weer in.
  1. De lasthaak een stuk naar beneden verplaatsen.
  2. De stelschroef een driekwart slag terug naar rechts draaien.

Schakelpunt van de slagbegrenzer boven activeren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\Bremspunkt anfahren 3.jpg
Maat A2, B2, C2
  1. De lasthaak tot de maat A2, B2 of C2 verplaatsen.

Slagbegrenzer boven instellen

De slagbegrenzer boven wordt met de middelste stelschroef ingesteld.

Witte wijzer van de nokkenringOranje wijzer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Hubbegrenzer oben einstellen.png
Middelste stelschroef
  1. Pak de instelsleutel. Deze is in twee houders aan de eindschakelaar aandrijving bevestigd.

Er kan ook een zeskantschroevendraaier 3.0 (in het ideale geval een precisieschroevendraaier) worden gebruikt.

Een elektrische schroevendraaier mag NIET worden gebruikt.

  1. Druk de instelsleutel in de stelschroef. Hij moet met lichte druk in de stelschroef worden gedrukt.
  2. Indien nodig: zo lang draaien tot de witte wijzer van de nokkenring links van de oranje wijzer staat. Hij mag niet rechts van de oranje wijzer of precies op de oranje wijzer staan.

De middelste witte pijl toont de exacte positie van het schakelpunt; de twee witte pijlen links en rechts daarvan tonen het begin en het einde van het schakelmoment (schakelhysterese).

  1. Draai de stelschroef zodanig dat de witte wijzer van de nokkenring met de klok mee draait. Draai verder tot de witte wijzer precies op de oranje wijzer staat en er een klik te horen is.
  • Rechtsom draaien verschuift het schakelpunt naar beneden.
  • Linksom draaien verschuift het schakelpunt naar boven.

Instelling controleren

  1. Lasthaak naar beneden verplaatsen.
  • Verplaats de lasthaak op lage en hoge snelheid naar boven en controleer of de lasthaak op de juiste positie blijft staan.

Stelschroeven verzegelen

Zegels

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Getriebegrenzschalter\GGS\Plombe oben dran.png
  1. Plaats zegels (2x) op de stelschroeven en druk deze in.

Platine van de absoluut encoder vervangen

Alleen bij absoluut encoder

De absoluut encoder is als vaste eenheid met de eindschakelaar hijsen verbonden en moet altijd samen met de eindschakelaar hijsen worden vervangen.

De platine van de absoluut encoder mag niet van de eindschakelaar aandrijving worden gedemonteerd en apart worden vervangen.

Na het vervangen van de volledige eenheid moet de nieuwe absoluut encoder automatisch of handmatig worden geadresseerd en de referentiepunten opnieuw worden ingesteld. Zie producthandboek „ABUControl”.

ABUS-service

Alleen in Duitsland
  1. Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
  2. Bel de ABUS-servicecentrale op:
  • Telefoon: +49 2261 37 237
  1. Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
  1. De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
  1. Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
  • Fax: +49 2261 37 265
  • E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
  1. Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.

De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.