IN ÉÉN OOGOPSLAG:

Algemeen

Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.

Om te beginnen

Dit producthandboek gebruiken

De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:

  1. Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
  • Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
  • Dit is een opsomming.
Alleen bij...

Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”.

Richtlijnen bij het producthandboek

Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.

Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.

Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.

Bij verminderde uitrusting zonder loopwerkaandrijving of hoofdtraverseverbindingsplaat en bouten van ABUS gelden de desbetreffende hoofdstukken in het producthandboek niet.

Aanwijzing over de aanduiding „kraan”

In dit producthandboek wordt ervan uitgegaan dat de loopwerkdrager samen met een hoofdtraverse als kraan wordt gebruikt. Daarom worden voor kranen specifieke aanduidingen gebruikt. Andere toepassingen worden hierdoor niet uitgesloten; de desbetreffende gegevens blijven inhoudelijk gelden.

Gebruik overeenkomstig de bestemming

De loopwerkdrager rijdt met beide loopwielen op een kraanbaan. Hij is bestemd voor kranen binnen het maximale draagvermogen.

  • De loopwerkdrager rijdt in een werkruimte langs een kraanbaan.
  • De loopwerkdrager mag niet met hoge rijsnelheid tegen andere loopwerkdragers op dezelfde kraanbaan of tegen de eindaanslag van de kraanbaan botsen. Dit kan worden gewaarborgd door eindschakelaars van het loopwerk van de kraan en door botsbeveiliging.
  • In dit producthandboek wordt het gebruik, de montage, de demontage en het onderhoud van componenten als loopwielen en loopwerkaandrijving van de kraan beschreven. Het bevat geen richtlijnen voor de constructie of de uitvoering van de hiermee samengestelde machine. De loopwerkdragers zijn een onvolledige machine. De gebruiksgrenzen zijn op te maken uit de informatiebladen en/of andere bijgeleverde documenten.
  • Voor de risico's en gebruiksgeschiktheid zijn de productietoleranties bij het productie- en montageproces evenals de elektrische aansturing van doorslaggevend belang. Hiervoor moeten de productietoleranties van de kraan en de kraanbaantoleranties in acht worden genomen. De verantwoordelijkheid bij het gebruik ligt bij de gebruiker van deze componenten. De loopwerkdragers zijn niet onderworpen aan een testlast.
  • De kwalificatie voor het laswerk van de gebruiker moet ten minste overeenkomen met EXC 3 conform DIN EN 1090. Laswerkzaamheden aan de loopwerkdragers kunnen leiden tot kerven die invloed hebben op de te verwachten levensduur. Daarom moet de lasser over een kwalificatie voor het lassen van dynamisch belaste componenten beschikken.

Voorschriften

De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.

Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.

Garantie

  • ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
  • De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
  • De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.

De loopwerkdrager

Beschrijving loopwerkdrager

Beschrijving loopwerkdrager
  • 1: Loopwiel, aangedreven
  • 2: Loopwerkdrager
  • 3: Contactvlak
  • 4: Veiligheidsbuffer
  • 5: Loopwerkaandrijving kraan
  • 6: Loopwiel, niet aangedreven
  1. Specificaties

De loopwerkdragers:

  • De loopwerkdragers zijn volautomatisch gelaste U-profielen.
  • De loopwerkdragers worden door bouten van hoogvast staal met de hoofdtraverse verbonden, behalve bij de variante DLVM, waar de loopwerkdragers aan de hoofdtraverse zijn gelast.
  • De loopwerkdragers hebben veiligheidsbuffers om schade te voorkomen als de kraan tegen het einde van de kraanbaan of tegen een andere kraan botst.

De loopwerken:

  • De loopwerken hangen aan de onderflens van de kraanbaan.
  • De loopwerken bestaan uit twee zijplaten waaraan de loopwielen gemonteerd zijn.
  • Door middel van vulringen kan het loopwerk worden aangepast aan de breedte van de onderflens van de kraanbaan.

Loopwerkdrager vervoeren op een vrachtauto

Let onder andere op de volgende punten:

  • Borg de lading overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
  • Zet alle losse onderdelen vast.
  • Beveilig de zijplaten tegen verdraaien.
  • Zet de loopwerkdrager met geschikte bevestigingsmiddelen vast op het laadvlak.
  • Dek niet gelakte oppervlakken en openingen af met folie en plak ze af met tape.

Loopwerkdrager afvoeren

Wanneer de loopwerkdrager moet worden afgevoerd:

  1. Neem de loopwerkdrager zo veel mogelijk uit elkaar.
  2. Neem de plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht.
  3. Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen milieuvriendelijk af:
  • Laat kunststof onderdelen recyclen als kunststofafval.
  • Demonteer remvoeringen en slipkoppelingsvoeringen en voer ze als samengestelde componenten af als gevaarlijk afval.
  • Verwijder olie of vet uit de loopwerkaandrijvingen van de kraan en voer het af als smeermiddel.
  • Scheid leidingen en stekkerverbindingen naar de verschillende materialen en laat deze recyclen.
  • Laat de staalconstructie recyclen als oud metaal.
  • Elektronische onderdelen afvoeren als elektronisch afval.
elektrogesetz_muelleimer_ohne_balken_002
Dit product of elektrisch apparaat mag aan het einde van zijn levensduur niet met het huisvuil worden meegegeven.

Monteren en aansluiten

Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in gebruik wordt genomen.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.

ABUS adviseert de ingebruikname door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.

Kraanbaan monteren

Om ervoor te zorgen dat de loopkraan rustig, gelijkmatig en zonder sterke slijtage loopt, moet de kraanbaan op de juiste wijze zijn gemonteerd. Anders loopt de loopkraan onrustig en slijten de loopwielen sneller.

Bij de constructie van het gebouw moet rekening worden gehouden met het ontwerp en de montage van de kraanbaan. De constructie van het gebouw moet samen met de architect en de constructeur worden gepland.

Let onder andere op de volgende punten:

  1. Halstijlen en liggers van het framewerk van de halconstructie of betonnen stijlen en betonnen spanten alsook de consoles moeten zo geconstrueerd zijn dat de kraanbaan er probleemloos aan kan worden vastgelast.
  2. Laat het laswerk alleen uitvoeren door bedrijven die zijn gecertificeerd conform EN 1090 EXC-3.
  3. Controleer de lasnaden overeenkomstig deze norm.
  4. Lasnaden dienen ten minste te voldoen aan EN ISO 5817 groep B.
  5. Reinig de ankerplaten (in de betonnen consoles) of de stalen consoles (aan de halstijlen) alvorens laswerkzaamheden uit te voeren. Deze moeten vrij zijn van vuil, roest, hamerslag, verf, vet en olie.
  6. Snijd lasnaden van de kraanbaan onder een hoek van 45 graden. De snijranden afbramen en schoonmaken. De openingen tussen de kraanbanen dienen zo klein mogelijk te zijn. De tegen elkaar liggende kraanbaandelen mogen niet naar de zijkant of naar boven of naar onder versprongen zijn.
  7. Bij geschroefde kraanbanen: schroef alle bouten met het juiste aanhaalkoppel vast.
  8. Reinig de kraanrails. Deze moeten vrij zijn van vet, olie, verf en vuil.
  9. Borg de kraanbaan met geschikte eindaanslagen.
  10. Voorzie de volledige kraanbaan van een geschikt anticorrosiemiddel (bijv. schilderen).

Montageoverzicht

In de volgende paragrafen staat de montage van de loopwerkdrager beschreven.

Loopwerkdragers vastschroeven

Bij de bovenloopkranen EDL en EDK worden de loopwerkdragers met bouten van hoogvast staal aan de hoofdtraverse geschroefd.

Loopwerkdragers toewijzen

Lettercode

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Fahrwerkträger zuordnen 3.JPG
Contactvlakken
  1. Zoek de lettercodes A en B (voor de montagevolgorde) op de hoofdtraverse en op de loopwerkdragers.
  2. Leg beide loopwerkdragers zo tegen de contactvlakken van de hoofdtraverse dat de lettercodes overeenkomen.

Schroefverbinding voorbereiden

Verfresten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Stoßflächen reinigen 3.JPG
Contactvlak
  1. Maak de contactvlakken over het gehele oppervlak grondig schoon. Er mag geen roest, vuil, verf of iets dergelijks op zitten.
  2. Til de loopwerkdrager voor de hoofdtraverse. De gatenpatronen moeten over elkaar staan.

Bouten van hoogvast staal controleren

  1. Controleer de bouten van hoogvast staal: de bouten van hoogvast staal moeten aan de volgende eisen voldoen:

Materiaal

Maat

Smering

Bout van hoogvast staal (zeskant)

10.9
HV
tZn

M20

Sluitring

C 45
HV
tZn

HV 21

MoS2

Moer van hoogvast staal (zeskant)

10
HV
tZn

M20

MoS2

  • De bouten van hoogvast staal en de bevestigingsplaat met de moeren van hoogvast staal mogen maximaal 2 keer met het aanhaalkoppel worden aangedraaid. Als ze vaker dan 2 keer met het aanhaalkoppel zijn aangedraaid, moeten de bouten van hoogvast staal en de bevestigingsplaten met de moeren van hoogvast staal tot schroot worden verwerkt.

Mocht het gedurende de montage nodig zijn de bouten van hoogvast staal los te draaien kunnen dezelfde bouten van hoogvast staal maximaal 1 keer opnieuw worden gebruikt, omdat de smering anders niet meer voldoende is!

  • De moeren van hoogvast staal en sluitringen moeten verzinkt zijn en gesmeerd met MoS2.
  • Bouten van hoogvast staal die gedurende langere tijd aan een kraan gemonteerd waren, mogen niet opnieuw worden gebruikt.

De loopwerkdragers worden om te beginnen slechts handvast gemonteerd. Definitief vastgeschroefd (met het juiste aanhaalkoppel) worden ze pas nadat de kraan onder de kraanbaan hangt en de loopkat en alle andere componenten zijn gemonteerd. Daardoor kan de hoofdtraverse zich zetten en hangt de kraan niet onder spanning onder de kraanbaan. Zie „Loopwerkdragers vastschroeven”.

Bout van hoogvast
staal met sluitring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Schrauben einstecken 3.JPG
  1. Plaats de sluitringen op de bouten van hoogvast staal met de schuine kant naar de kop van de bout.
  2. Steek de bouten van hoogvast staal en de sluitringen vanaf buiten in de schroefgaten en draai ze handvast aan.

Handgat afsluiten

Handgat

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Handloch verschließen 3.JPG
Deksel
  1. Sluit het handgat af met het deksel.

Veiligheidsbuffers monteren

Indien er geen veiligheidsbuffers zijn gemonteerd:

Stootbufferplaat

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Kranpuffer einschrauben 3.JPG
Veiligheidsbuffer
  1. Schroef de veiligheidsbuffers (4x) in de stootbufferplaten. Ca. 30 Nm.

De veiligheidsbuffer moet contact hebben met de stootbufferplaat en er mag geen spleet tussen beide bestaan, omdat de stoot anders wordt opgevangen door de bout en niet door de stootbufferplaat zelf.

Zelfborgende moeren vervangen

Aangezien zelfborgende moeren met binnenliggende kunststof ring slechts één keer mogen worden gebruikt, omdat bij de demontage de binnenliggende kunststof ring in de zelfborgende moeren beschadigd raakt, moeten deze voor de montage van de bovenloopkraan worden vervangen.

Zelfborgende moeren eraf schroeven

Aan alle zijplaten:

LoopwerkdragerZelfborgende moer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Muttern an Seitenschild lösen 3.jpg
Zijplaat
  1. Schroef de zelfborgende moeren van de loopwerken af.

Nieuwe zelfborgende moeren erop schroeven

Aan alle zijplaten:

VulringenNieuwe
zelfborgende moer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Neue Mutter 3.jpg
LoopwerkdragerZijplaat
  1. Maak de vulringen los.

De vulringen mogen niet aan elkaar kleven.

  1. Schroef de nieuwe zelfborgende moeren erop.

De moeren mogen niet te strak worden aangedraaid, omdat de zijplaten voor de montage aan de kraanbaan moeten kunnen worden verschoven.

Nieuwe zelfborgende moeren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Muttern tauschen 3.jpg
ZijplaatLoopwerkdrager
  1. De zelfborgende moeren zijn aan alle loopwerken vervangen door nieuwe zelfborgende moeren.

Loopwerkaandrijving demonteren

Om de montage gemakkelijker te maken, worden beide loopwerkaandrijvingen gedemonteerd.

Aangedreven zijplaat

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrantrieb demontieren 3.jpg
LoopwerkdragerLoopwerkaandrijving
  • Draai de zelfborgende bouten met karteling M6x20 (4x) los.
  • Trek de loopwerkaandrijving uit de aangedreven zijplaat.

Lakschade repareren

  1. Door transport en montage ontstane lakschade repareren.

Bovenloopkraan onder de kraanbaan monteren

Zijplaat omhoog klappen

Aan alle zijplaten:

Kraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Seitenschild hochklappen 3.jpg
ZijplaatLoopwerkdrager
  1. Klap de zijplaten (2x) aan beide zijden van de kraanbaan omhoog.
  2. Schuif de zijplaten met de loopwielen op de onderflens van de kraanbaan.

Zijplaten vastschroeven

Aan alle zijplaten:

ZijplaatKraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrwerksträger an Kranbahn 3.jpg
Zelfborgende moerLoopwerkdrager
  1. Schroef de zijplaten vanaf beide zijden vast.

Let daarbij op dat de vulringen er vlak tegenaan liggen!

Flensbreedte aanpassen

Om het loopwerk aan te passen aan andere flensbreedtes:

Nieuwe zelfborgende moeren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Muttern tauschen 3.jpg
ZijplaatLoopwerkdrager
  1. Verwissel de ringen van de binnen- en buitenzijde van de zijplaten.

Let op: het aantal ringen aan beide zijden van de loopwerkdrager mag niet worden gewijzigd. Onder de moer moet altijd een 5 mm dikke ring worden geplaatst.

Loop-
werk

Flens-
breedte

Ring positie 3
2,5 mm

Ring positie 2
5 mm

Ring positie 6
8 mm

DL 80

64-125

4

16

126-200

6

18

201-300

4

24

DL 112

82-150

4

18

151-200

4

14

201-300

4

24

DL 140

98-190

4

18

2

200-300

4

20

2

Loopwerkaandrijving monteren

De voor de montage gedemonteerde loopwerkaandrijvingen kunnen nu worden gemonteerd en aangesloten.

Kraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Motor dran 3.jpg
LoopwerkaandrijvingAangedreven zijplaat
  1. Schuif de loopwerkaandrijving in de aangedreven zijplaat.
  2. Schroef de loopwerkaandrijving vast met zelfborgende bouten met karteling M6x20 (4x). 10 Nm.

Loopwerkdragers vastschroeven

Nadat alle componenten zijn gemonteerd, is de volledige kraan door het gewicht gezet en ontspannen. Daarom mogen de loopwerkdragers nu pas met het juiste aanhaalkoppel worden vastgedraaid.

Middelste bout van hoogvast staal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Schrauben festschrauben 3.JPG
Overige bouten van hoogvast staal
  • Draai de bouten van hoogvast staal uitsluitend met een geschikte momentsleutel vast.
  • Gebruik geen slagmoersleutel.
  • Schroef bouten van hoogvast staal niet vast met de draaiingshoekmethode.
  1. Schroef de middelste bouten van hoogvast staal aan weerszijden (links en rechts van de loopwerkdrager) vast. 300 Nm met momentsleutel.
  2. Schroef vervolgens de overige bouten van hoogvast staal afwisselend links en rechts vast. 300 Nm met momentsleutel.
  3. Schroef daarna alle bouten van hoogvast staal in dezelfde volgorde definitief vast. 450 Nm met momentsleutel.

Opmerking

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Markierung HV-Schraube 3.jpg

Markeer de bouten van hoogvast staal met een markeerstift in een doorlopende lijn van de schroefkop via de sluitring tot op de verbindingsplaten. Hiermee wordt bewezen dat alle bouten van hoogvast staal met het aanhaalkoppel zijn aangedraaid.

Loopwerken vastschroeven

Nadat alle componenten zijn gemonteerd, is de volledige kraan door het gewicht gezet en ontspannen. Daarom mogen de loopwerken nu pas met het aanhaalkoppel worden vastgedraaid.

ZijplaatKraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrwerksträger an Kranbahn 3.jpg
Zelfborgende moerLoopwerkdrager
  • Draai de zelfborgende moeren uitsluitend met een geschikte momentsleutel vast.
  • Gebruik geen slagmoersleutel.
  1. Draai de zelfborgende moeren definitief vast volgens onderstaande tabel.

Loopwerk

Zelfborgende moer

Aanhaalkoppel

DL 80

M20

130 Nm

DL 112

M24

160 Nm

DL 140

M36

220 Nm

Overzicht aanhaalkoppels bouten

Loopwerkdrager

  1. Controleer de bouten van hoogvast staal: de bouten van hoogvast staal moeten aan de volgende eisen voldoen:

Materiaal

Maat

Smering

Bout van hoogvast staal (zeskant)

10.9
HV
tZn

M20

Sluitring

C 45
HV
tZn

HV 21

MoS2

Moer van hoogvast staal (zeskant)

10
HV
tZn

M20

MoS2

  • De bouten van hoogvast staal en de bevestigingsplaat met de moeren van hoogvast staal mogen maximaal 2 keer met het aanhaalkoppel worden aangedraaid. Als ze vaker dan 2 keer met het aanhaalkoppel zijn aangedraaid, moeten de bouten van hoogvast staal en de bevestigingsplaten met de moeren van hoogvast staal tot schroot worden verwerkt.

Mocht het gedurende de montage nodig zijn de bouten van hoogvast staal los te draaien kunnen dezelfde bouten van hoogvast staal maximaal 1 keer opnieuw worden gebruikt, omdat de smering anders niet meer voldoende is!

De moeren van hoogvast staal en sluitringen moeten verzinkt zijn en gesmeerd met MoS2.

  • Bouten van hoogvast staal die gedurende langere tijd aan een kraan gemonteerd waren, mogen niet opnieuw worden gebruikt.
  1. Monteer de loopwerkdragers eerst alleen handvast.
  2. Til daarna de hele kraan onder de kraanbaan en monteer deze volledig. Door het gewicht zet de kraan zich en ontspant zich.
  3. Schroef daarna alle bouten van hoogvast staal definitief vast (met aanhaalkoppel).

Middelste bout van hoogvast staal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Schrauben festschrauben 3.JPG
Overige bouten van hoogvast staal
  • Draai de bouten van hoogvast staal uitsluitend met een geschikte momentsleutel vast.
  • Gebruik geen slagmoersleutel.
  • Schroef bouten van hoogvast staal niet vast met de draaiingshoekmethode.
  1. Schroef de middelste bouten van hoogvast staal aan weerszijden (links en rechts van de loopwerkdrager) vast. 300 Nm met momentsleutel.
  2. Schroef vervolgens de overige bouten van hoogvast staal afwisselend links en rechts vast. 300 Nm met momentsleutel.
  3. Schroef daarna alle bouten van hoogvast staal in dezelfde volgorde definitief vast. 450 Nm met momentsleutel.

Loopwerk

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrwerk montiert 3.jpg

Loopwerk

Zelfborgende moeren

Aantal

Aanhaalkoppel

DL 80

M20

8x

130 Nm

DL 112

M24

8x

160 Nm

DL 140

M36

8x

220 Nm

Controleren

Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.

De loopwerkdragers moeten regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.

Om te beginnen

Testintervallen

De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.

Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:

  • veelvuldig werken met het draagvermogen,
  • werken in meerploegendiensten,
  • veelvuldig gebruik,
  • stoffige of agressieve omgeving.

De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.

Eisen aan de keurmeester

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

Omvang van de keuring

De bevoegde persoon die de kraan keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.

Overzicht: kraan controleren

Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.

De beslissing of de kraan in een onberispelijke toestand is, ligt bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de kraan daarna opnieuw moet worden gekeurd.

Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.

Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:

  1. Alleen bij voor-uitschakeling of eind-uitschakeling: controleer de remweg van de loopwerkdragers in het eindschakelaarbereik. Zie „Remweg controleren”.
  2. Controleer de diameter van de loopwielen. Zie „Diameter van de aangedreven loopwielen controleren”.
  3. Controleer de toestand van de veiligheidsbuffers. Zie „Toestand veiligheidsbuffer controleren”.

Remweg controleren

Alleen bij voor-uitschakeling of eind-uitschakeling

Tijdens het bedrijf slijt de rem van de loopwerkaandrijving van de kraan. Daardoor wordt de remweg van de kraan langer. Daardoor kan het voorkomen dat de kraan met een te hoge rijsnelheid tegen de eindaanslag van de kraanbaan stoot en de dragende constructie (bijv. het gebouw) te sterk belast.

  1. Hang een last aan de lasthaak die overeenkomt met het maximale draagvermogen van de kraan.
  2. Zet de kraan in het eindschakelaarbereik.
  3. Controleer de remweg:

Bij voor-uitschakeling: de kraan mag kort voor de eindaanslag alleen nog met langzame rijsnelheid bewegen.

Bij eind-uitschakeling: de kraan moet kort voor de eindaanslag tot stilstand komen.

  1. Als de remweg te lang is: stel de rem in op de loopwerkaandrijving van de kraan. Zie producthandboek van de loopwerkaandrijvingen kraan.

Diameter van de aangedreven loopwielen controleren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Durchmesser angetriebenes Laufrad 3.png
  1. Meet de diameter van het loopwiel op meerdere plaatsen over de breedte van het loopwiel.
  1. De diameter mag niet kleiner zijn dan aangegeven in de tabel.

Als de diameter kleiner is, moet het loopwiel worden vervangen.

Maat

Maximaal toegestane slijtage

Minimale diameter van het loopwiel

DL 80

-3 mm

77 mm

DL 112

-3 mm

109 mm

DL 140

-3 mm

137 mm

Diameterverschil meten

Daarnaast moeten de aangedreven loopwielen van de kraan waar mogelijk een even grote diameter hebben, opdat de kraan gelijkmatig op de kraanbaan rijdt.

Daarom is het diameterverschil van de (tegenover elkaar liggende) aangedreven loopwielen begrensd.

  1. Bepaal het diameterverschil van de (tegenover elkaar liggende) aangedreven loopwielen.

Het diameterverschil mag niet groter zijn dan aangegeven in de tabel.

Als het verschil in diameter meer van elkaar afwijkt, moeten de loopwielen worden vervangen.

Maximaal diameterverschil van beide aangedreven loopwielen.

Maat

Bij minder belaste kraan (vroeger kraanclassificatie B3)

Bij zwaar belaste kraan (vroeger kraanclassificatie B4)

DL 80

2 mm

1 mm

DL 112

2 mm

1 mm

DL 140

2 mm

1 mm

Diameter van de niet-aangedreven loopwielen controleren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Durchmesser nicht angetriebenes Laufrad 3.png
  1. Meet de diameter van het loopwiel op meerdere plaatsen over de breedte van het loopwiel.
  1. De diameter mag niet kleiner zijn dan aangegeven in de tabel.

Als de diameter kleiner is, moet het loopwiel worden vervangen.

Maat

Maximaal toegestane slijtage

Minimale diameter van het loopwiel

DL 80

-3 mm

77 mm

DL 112

-3 mm

109 mm

DL 140

-3 mm

137 mm

Toestand veiligheidsbuffer controleren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Zustand Kranpuffer prüfen 3.JPG
Veiligheidsbuffer
  1. Controleer alle veiligheidsbuffers. De veiligheidsbuffers mogen niet poreus, geplet, krom of anderszins beschadigd zijn.
  2. Controleer het materiaal van de veiligheidsbuffers over de gehele omvang. De kunststof mag op geen enkele plaats scheuren in het oppervlak hebben.
  3. Druk de veiligheidsbuffers met de vinger in. De veiligheidsbuffers moeten iets ingedrukt kunnen worden en vervormbaar zijn.
  1. Wanneer een van de veiligheidsbuffers ook maar enigszins beschadigd is, alle veiligheidsbuffers van de gehele kraan vervangen.
  2. Wanneer een van de veiligheidsbuffers niet ingedrukt kan worden, alle veiligheidsbuffers van de gehele kraan vervangen.

Onderhoud

Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.

ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.

Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.

Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud

Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de kraan in acht:

  • Schakel de netstroomschakelaar uit. Beveilig de schakelaar, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
  • Netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast trekken. Contactdoos met een hangslot beveiligen, zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
  • Geschikt werkplatform en een valbeveiliging gebruiken.
  • Het werkgebied rondom het platform ruim afzetten.
  • Andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uitschakelen. Schakelaars beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
  • Personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud brengen.
  • Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
  • Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er op de relaiskasten hoge spanningen die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.

Loopwiel demonteren

Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.

In deze paragraaf wordt het vervangen van het niet-aangedreven loopwiel beschreven. Het vervangen van een aangedreven loopwiel wijkt hiervan in principe niet af. Aanvullende handelingen zijn gemarkeerd met een stippellijnkader.

Kraan voorbereiden

  1. Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht.
  2. Ontlast het loopwiel.
Alleen bij aangedreven loopwiel

Loopwerkaandrijving demonteren

KoppelingStekkerhuis

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Einträger-Laufkran\Stecker abziehen neue Box 3.jpg
Aansluitkabel
  1. Open het stekkerhuis op de loopwerkaandrijving.
  2. Trek de aansluitkabel van de koppeling.
  3. Bepaal het gewicht van de loopwerkaandrijving. Zie producthandboek van de ABUS-loopwerkaandrijving.
  4. Loopwerkaandrijving zodanig borgen, dat het gewicht zonder gevaar wordt gehouden en de uitgaande as niet wordt belast (bijv. in eindeloze hijsband hangen).

Kraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Motor demontieren 3.jpg
LoopwerkaandrijvingZijplaat
  • Draai de zelfborgende bouten met karteling M6x20 (4x) los.
  • Trek de loopwerkaandrijving uit de zijplaat.

Zijplaat demonteren

ZijplaatKraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrwerk demontieren 3.jpg
TapeindeZelfborgende moer
  1. Schroef de zelfborgende moer van het tapeinde op de zijplaat.

Vulringen

\\abus.intern\Daten\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Scheiben von Bolzen abnehmen 3.jpg
Tapeinde
  1. Verwijder de vulringen van het tapeinde.
\\abus.intern\Daten\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Nicht angetriebenes Laufrad von Bolzen 3.jpg
TapeindeZijplaat
  1. Trek de zijplaat van het tapeinde.

Loopwiel demonteren

Tang

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Sicherungsring raus 3.jpg
LoopwielBorgring
  1. Leg de zijplaat met de loopwielen naar boven op een vlakke ondergrond.
  2. Verwijder de borgring (2x) met een tang uit het binnenste van het loopwiel (2x).

Pen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Laufrad ab 3.jpg
Loopwiel
  1. Demonteer het loopwiel (2x) met een geschikt gereedschap van de pen.

Loopwiel monteren

Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.

In deze paragraaf wordt het vervangen van het niet-aangedreven loopwiel beschreven. Het vervangen van een aangedreven loopwiel wijkt hiervan in principe niet af. Aanvullende handelingen zijn gemarkeerd met een stippellijnkader.

Loopwiel monteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Laufrad drauf 3.jpg
PenLoopwiel
  1. Klop het loopwiel (2x) op de pen.

Tang

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Sicherungsring rein 3.jpg
LoopwielBorgring
  1. Plaats de borgring (2x) met een tang in het binnenste van het loopwiel.

Zijplaat monteren

\\abus.intern\Daten\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Nicht angetriebenes Laufrad auf Bolzen 3.jpg
TapeindeZijplaat
  1. Schuif de zijplaat op het tapeinde op de loopwerkdrager.

Vulringen

\\abus.intern\Daten\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Scheiben auf Bolzen 3.jpg
Tapeinde
  1. Schuif de vulringen op het tapeinde.

Opmerking

Het aantal vulringen bepaalt de flensbreedte van het loopwerk.
Op het tapeinde op de loopwerkdrager mag het verschil tussen de vulringen aan de linker- en rechterzijde van het tapeinde max. 2,5 mm bedragen. Dit komt overeen met 1 dunne vulring.

ZijplaatKraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrwerksträger an Kranbahn 3.jpg
Zelfborgende moerLoopwerkdrager
  1. Schroef de zelfborgende moer vast.

Let daarbij op dat de vulringen er vlak tegenaan liggen!

Loopwerk

Zelfborgende moer

Aanhaalkoppel

DL 80

M20

130 Nm

DL 112

M24

160 Nm

DL 140

M36

220 Nm

Alleen bij aangedreven loopwiel

Loopwerkaandrijving monteren

Kraanbaan

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Motor dran 3.jpg
LoopwerkaandrijvingZijplaat
  1. Schuif de loopwerkaandrijving in de aangedreven zijplaat.
  2. Schroef de loopwerkaandrijving vast met zelfborgende bouten met karteling M6x20 (4x). 10 Nm.

Tandkransen smeren

Loopwerkaandrijving

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Schmierung Fahrantrieb 3.jpg
  1. Smeer alle drie tandkransen. Breng smeermiddel aan met een penseel.

Advies: multifunctioneel vet „High-Lub LT1 EP”, artikelnummer 317880.

Alternatief: multifunctioneel vet „High-Lub”, artikelnummer 318490 (patroon met 400 g).

Aanhaalkoppels bouten

Loopwerk

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Fahrwerk montiert 3.jpg

Loopwerk

Zelfborgende moeren

Aantal

Aanhaalkoppel

DL 80

M20

8x

130 Nm

DL 112

M24

8x

160 Nm

DL 140

M36

8x

220 Nm

Loopwerkaandrijving

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Deckenlaufkran\Kranfahrantrieb 3.jpg

Maat

Type en maat

Aantal

Aanhaalkoppel

DL 80/112

Zelfborgende bout met karteling M6x20

4x

10 Nm

DL 140

Zelfborgende bout met karteling M6x20

4x

10 Nm

Smeermiddelen

Loopwieltandkrans loopwerkaandrijving

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\HF-EF\Schmieren Antriebsritzel Deckelblau 3.jpg

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 318490.

Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.

Hoeveelheid: voldoende smeermiddel aanbrengen met een penseel.

Alternatief:

  • „High-Lub°318490 (patroon mit 400 g)”

Tandkransen smeren bij:

  • Demonteren en monteren van de loopwerkaandrijving
  • Algehele revisie
  1. Regelmatig controleren of de tandkransen volledig gesmeerd zijn en of het smeermiddel niet vervuild is.
  2. Als het smeermiddel vervuild is: tandkransen reinigen en opnieuw smeren.

ABUS-service

Alleen in Duitsland
  1. Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
  2. Bel de ABUS-servicecentrale op:
  • Telefoon: +49 2261 37 237
  1. Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
  1. De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
  1. Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
  • Fax: +49 2261 37 265
  • E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
  1. Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.

De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.