IN ÉÉN OOGOPSLAG:

Algemeen

Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.

Om te beginnen

Dit producthandboek gebruiken

De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:

  1. Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
  • Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
  • Dit is een opsomming.
Alleen bij...

Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”.

Richtlijnen bij het producthandboek

Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.

Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.

Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.

Gebruik overeenkomstig de bestemming

De kettingtakel is geschikt voor het hijsen en neerlaten van correct bevestigde lasten.

De kettingtakel is ontworpen voor de volgende toepassingen:

  • Zelfstandig als enkele kettingtakel voor het stationair hijsen en neerlaten van lasten.
  • Aan een loopwerk aan een I-drager voor het lineair bewegen van lasten.
  • Aan een zwenkkraan (met loopwerk loopkat) voor het cirkelvormig bewegen van lasten.
  • Aan een HB-kraaninstallatie voor het integraal vrij bewegen van lichtere lasten.
  • Aan een enkelligger-loopkraan (met loopwerk loopkat) voor het integraal vrij bewegen van lasten.
  • Tijdens gebruik de FEM-classificatie, de inschakelduur en het aantal schakelingen in acht nemen.
  • De kettingtakel uitsluitend binnen de theoretische levensduur gebruiken.
  • Niet in agressieve omgevingen gebruiken.
  • Langdurig gebruik uitsluitend in omgevingen die beschermd zijn tegen weersinvloeden. Kortstondig gebruik in de openlucht bij regen of sneeuw is mogelijk, bij voorkeur met besturing elektronica.

Voorschriften

De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.

Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.

Garantie

  • ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
  • De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
  • De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.

Richtlijnen voor de veiligheid

Neem deze richtlijnen voor het veilig omgaan met de kraan in acht. Verwijzingen naar specifieke risico's staan vermeld in het betreffende gedeelte waarin het risico zich voordoet.

  • Vallen van lasten: een hangende last kan naar beneden vallen en personen doden of verwonden. Houd u niet op onder zwevende lasten!
  • Het maximale draagvermogen niet overschrijden!
  • Lasten niet schuin trekken, losscheuren of slepen!
  • Geen personen met de last transporteren!
  • Een hangende last nooit in de kraanhaak omdraaien of de last in de kraanhaak laten vallen. Door de kracht kan de last of de kettingtakel naar beneden vallen en personen doden of verwonden.
  • Gebruik de kettingtakel alleen als er geen zichtbare schade is.
  • Neem de meest recente bepalingen inzake veilig werken bij het werken met de kettingtakel in acht!
Kette nicht als Schlinge
Nicht unter schwebende Last
Nicht überlasten
Nicht auf Last steigen
Last nicht schrägziehen
Hakenmaulsicherung

De kettingtakel

Beschrijving

Beschrijving
  • 1: Motordeksel
  • 2: Ophangbeugel
  • 3: Huis met hijsmotor
  • 4: Overbrenging
  • 5: Ketting, eerste streng
  • 6: Ketting, tweede streng (variant)
  • 7: Onderblok
  • 8: Lasthaak
  • 9: Handafstandsbediening
  • 10: Besturingskabel
  • 11: Kettingmagazijn
  • 12: Aansluitkabel met bajonetkoppeling

Specificaties

De kettingtakel:

  • De kettingtakel heeft een lage hijssnelheid en een hoge hijssnelheid.
  • De kettingtakel wordt gestuurd met de handafstandsbediening „ABUCommander”. Afhankelijk van de uitvoering hangt de handafstandsbediening daarbij direct aan de kettingtakel of aan een verplaatsbare besturing (variant).

Alternatief kan de kettingtakel met een draadloze afstandsbediening „ABURemote AC” worden uitgerust. De ontvanger wordt daarbij direct op de kettingtakel gemonteerd.

  • Bij een enkelstrengs kettingtakel: de kettingtakel heeft een draaibaar takelblok met vaste lasthaak. Zo kan de lasthaak met het takelblok worden geleid.
  • De kettingtakel heeft een geprofileerde stalen ketting.
  • De kettingtakel wordt gemonteerd met een ophangbeugel die ten behoeve van een eenvoudige montage kan worden neergeklapt of worden verwijderd. Optioneel kan een inklapbare ophanghaak worden gebruikt.
  • De kettingtakel is uitgerust met een instelbare slipkoppeling. Deze is af fabriek ingesteld op het 1,3- tot 1,4-voudige van het maximale draagvermogen. De slipkoppeling dient als noodstopinrichting en ter bescherming tegen een incidenteel optredende mechanische overbelasting. Bij kettingtakels met een maximaal draagvermogen van meer dan 1000 kg vervult de slipkoppeling de functie van overbelastingsbeveiliging. De koppeling komt daarbij overeen met een direct werkende overbelastingsbeveiliging conform DIN EN 14492-2.
  • De kettingtakel is modulair opgebouwd. Overbrenging en huis kunnen zo eenvoudig worden gedemonteerd en vervangen.
  • De kettingtakel heeft een demontabele kettinggeleiding en nestenschijf. Zo kunnen de aan slijtage onderhevige onderdelen snel worden vervangen.
  • De kettingtakel kan voor het traploos regelen van de hijssnelheid worden uitgerust met een ABULiner frequentieomvormer (optie).
  • Alleen bij kettingtakel met besturing elektronica: de kettingtakel kan worden uitgerust met een bedrijfsurenteller (optie).

De kettingtakel GM2 en GM4:

  • De ophangbeugel is 90° draaibaar.

De kettingtakel GM2, GM4 en GM6:

  • De kettingtakel is standaard uitgerust met directe besturing 400 V / 50 Hz.
  • Uitsluitend bij direct besturing zonder verplaatsing loopkat en bij directe besturing met elektrische verplaatsing loopkat: de kettingtakel is met geïntegreerde zekeringen driepolig beveiligd.
  • De kettingtakel kan worden voorzien van een elektronische besturing met onderhoudsvrije halfgeleidertechnologie met 48 V stuurspanning (optie).

De kettingtakel GM8:

  • De kettingtakel is voorzien van een elektronische besturing met onderhoudsvrije halfgeleidertechnologie met 48 V stuurspanning.

De kettingtakel met elektronische besturing:

  • De kettingtakel kan worden uitgerust met de draadloze afstandsbediening ABURemote AC (optie).

De kettingtakel met mechanische grensschakelaar hijsbeweging:

  • De kettingtakel kan worden uitgerust met een mechanische grensschakelaar hijsbeweging (optie).
  • Met de mechanische grensschakelaar hijsbeweging kan er een bovenste en een onderste schakelpunt worden vastgelegd. Als de lasthaak een van de schakelpunten bereikt, remt de kettingtakel af en blijft stilstaan.
  • De schakelpunten van de mechanische grensschakelaar hijsbeweging kunnen samen met een contactorbesturing als slagbegrenzer worden gebruikt.
  • De schakelpunten mogen bedrijfsmatig worden ingenomen. Indien de microschakelaars van de grensschakelaar hijsbeweging door het regelmatige gebruik versleten raken, dient de slipkoppeling van de kettingtakel als noodeindpositie.

De kettingtakel met elektronische grensschakelaar hijsbeweging:

  • De kettingtakel kan worden uitgerust met een elektronische grensschakelaar hijsbeweging met programmeerfunctie (optie).
  • Met de elektronische grensschakelaar hijsbeweging kan er een bovenste en een onderste schakelpunt worden vastgelegd. Als de lasthaak een van de schakelpunten bereikt, remt de kettingtakel af en blijft stilstaan.
  • Optioneel kan er tussen de twee schakelpunten een extra schakelpunt als tussenschakelpunt liggen. Als dit extra schakelpunt is geprogrammeerd, remt de kettingtakel af zodra de lasthaak het tussenschakelpunt nadert en blijft daar stilstaan. Het schakelpunt kan dan worden gepasseerd door de knop voor hijsen/neerlaten los te laten en opnieuw in te drukken (stop and go).
  • De schakelpunten bij de elektronische grensschakelaar hijsbeweging worden geprogrammeerd met een bijgeleverde programmeermodule die in plaats van de handafstandsbediening wordt aangesloten.

Als alternatief is er ook een handafstandsbediening met aanvullende programmeertoets verkrijgbaar.

Bij ABURemote AC kan de Teach-In-functie draadloos worden bediend (optie).

Technische gegevens

Elektrische aansluiting:

GM2 (alle uitvoeringen)

Bedrijfsspanning

220 - 240 V

380 - 415 V

460 - 500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

60%

60%

60%

Schakelfrequentie

360 c/h

360 c/h

360 c/h

Nominaal vermogen

0,09 kW
0,35 kW

0,09 kW
0,35 kW

0,09 kW
0,35 kW

Aanloopstroom IA

1,77 A
5,70 A

1,02 A
3,30 A

0,85 A
2,75 A

cos phi A

0,85 
0,93

0,85 
0,93

0,85 
0,93

Nominale stroom IN

1,35 A
1,90 A

0,80 A
1,14 A

0,65 A
0,92 A

cos phi N

0,56 
0,71

0,56 
0,71

0,56 
0,71

GM 2 (alle uitvoeringen)

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

60%

60%

60%

Schakelfrequentie

360 c/h

360 c/h

360 c/h

Nominaal vermogen

0,11 kW
0,42 kW

0,11 kW
0,42 kW

0,11 kW
0,42 kW

Aanloopstroom IA

1,77 A
5,70 A

1,02 A
3,30 A

0,85 A
2,75 A

cos phi A

0,85 
0,93

0,85 
0,93

0,85 
0,93

Nominale stroom IN

1,35 A
1,90 A

0,80 A
1,14 A

0,65 A
0,92 A

cos phi N

0,56 
0,71

0,56 
0,71

0,56 
0,71

GM4 (alle uitvoeringen)

Bedrijfsspanning

220 – 240 V

380 – 415 V

460 – 500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

60%

60%

60%

Schakelfrequentie

360 c/h

360 c/h

360 c/h

Nominaal vermogen

0,22 kW
0,90 kW

0,22 kW
0,90 kW

0,22 kW
0,90 kW

Aanloopstroom IA

4,80 A
20,0 A

2,80 A
11,5 A

2,30 A
9,60 A

cos phi A

0,85 
0,90

0,85 
0,90

0,85 
0,90

Nominale stroom IN

2,60 A
3,60 A

1,50 A
2,10 A

1,30 A
1,80 A

cos phi N

0,70 
0,80

0,70 
0,80

0,70 
0,80

GM 4 (alle uitvoeringen)

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

60%

60%

60%

Schakelfrequentie

360 c/h

360 c/h

360 c/h

Nominaal vermogen

0,26 kW
1,10 kW

0,26 kW
1,10 kW

0,26 kW
1,10 kW

Aanloopstroom IA

4,80 A
20,0 A

2,80 A
11,5 A

2,30 A
9,60 A

cos phi A

0,85 
0,90

0,85 
0,90

0,85 
0,90

Nominale stroom IN

2,60 A
3,60 A

1,50 A
2,10 A

1,30 A
1,80 A

cos phi N

0,70 
0,80

0,70 
0,80

0,70 
0,80

GM6 (alle uitvoeringen)

Bedrijfsspanning

220-240 V

380-415 V

460-500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,40 kW
1,70 kW

0,40 kW
1,70 kW

0,40 kW
1,70 kW

Aanloopstroom IA

7,80 A
29,8 A

4,50 A
17,2 A

3,75 A
14,3 A

cos phi A

0,70 
0,90

0,70 
0,90

0,70 
0,90

Nominale stroom IN

3,80 A
8,30 A

2,20 A
4,80 A

1,80 A
4,00 A

cos phi N

0,84 
0,93

0,84 
0,93

0,84 
0,93

GM 6 (alle uitvoeringen)

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,50 kW
2,00 kW

0,50 kW
2,00 kW

0,50 kW
2,00 kW

Aanloopstroom IA

7,80 A
29,8 A

4,50 A
17,2 A

3,75 A
14,3 A

cos phi A

0,70 
0,90

0,70 
0,90

0,70 
0,90

Nominale stroom IN

3,80 A
8,30 A

2,20 A
4,80 A

1,80 A
4,00 A

cos phi N

0,84 
0,93

0,84 
0,93

0,84 
0,93

GM8 800.8-1 en 1600.4-2

Bedrijfsspanning

220-240 V

380-415 V

460-500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

50 %

50 %

50 %

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,2 kW
1,30 kW

0,2 kW
1,30 kW

0,2 kW
1,30 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

1,40 A
4,30 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,56 
0,70

0,56 
0,70

0,56 
0,70

GM 8 800.8-1, 1600.4-2

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,24 kW
1,60 kW

0,24 kW
1,60 kW

0,24 kW
1,60 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

1,40 A
4,30 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,56 
0,70

0,56 
0,70

0,56 
0,70

GM8 800.10-1, 1000.8-1, 1600.5-2 en 2000.4-2

Bedrijfsspanning

220 – 240 V

380 – 415 V

460 – 500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,3 kW
1,60 kW

0,3 kW
1,60 kW

0,3 kW
1,60 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

1,60 A
4,50 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,56 
0,72

0,56 
0,72

0,56 
0,72

GM 8 800.10-1, 1000.8-1, 1600.5-2, 2000.4-2

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,36 kW
1,90 kW

0,36 kW
1,90 kW

0,36 kW
1,90 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

1,60 A
4,50 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,56 
0,72

0,56 
0,72

0,56 
0,72

GM8 800.12-1, 1000.10-1, 1250.8-1, 1600.6-2, 2000.5-2 en 2500.4-2

Bedrijfsspanning

220 – 240 V

380 – 415 V

460 – 500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,33 kW
2,00 kW

0,33 kW
2,00 kW

0,33 kW
2,00 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

1,90 A
4,80 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,57 
0,75

0,57 
0,75

0,57 
0,75

GM 8 800.12-1, 1000.10-1, 1250.8-1, 1600.6-2, 2000.5-2, 2500.4-2

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

50%

50%

50%

Schakelfrequentie

300 c/h

300 c/h

300 c/h

Nominaal vermogen

0,4 kW
2,40 kW

0,4 kW
2,40 kW

0,4 kW
2,40 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

1,90 A
4,80 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,57 
0,75

0,57 
0,75

0,57 
0,75

GM8 800.16-1, 1000.12-1, 1250.10-1, 1600.8-1,
1600.8-2, 2000.6-2, 2500.5-2 en 3200.4-2

Bedrijfsspanning

220 – 240 V

380 – 415 V

460 – 500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

40%

40%

40%

Schakelfrequentie

240 c/h

240 c/h

240 c/h

Nominaal vermogen

0,4 
2,50

0,4 
2,50

0,4 
2,50

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

2,20 A
5,30 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,59 
0,79

0,59 
0,79

0,59 
0,79

GM 8 800.16-1, 1000.12-1, 1250.10-1, 1600.8-1,
1600.8-2, 2000.6-2, 2500.5-2 en 3200.4-2

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

40%

40%

40%

Schakelfrequentie

240 c/h

240 c/h

240 c/h

Nominaal vermogen

0,48 kW
3,00 kW

0,48 kW
3,00 kW

0,48 kW
3,00 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

2,20 A
5,30 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,59 
0,79

0,59 
0,79

0,59 
0,79

GM8 800.20-1, 1000.16-1, 1250.12-1, 1600.10-1,
2000.8-1 1600.10-2, 2000.8-2, 2500.6-2, 3200.5-2 en
4000.4-2

Bedrijfsspanning

220 – 240 V

380 – 415 V

460 – 500 V

Netfrequentie

50 Hz

50 Hz

50 Hz

Inschakelduur

40%

40%

40%

Schakelfrequentie

240 c/h

240 c/h

240 c/h

Nominaal vermogen

0,5 
3,00

0,5 
3,00

0,5 
3,00

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

2,50 A
6,00 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,65 
0,85

0,65 
0,85

0,65 
0,85

GM 8 800.20-1, 1000.16-1, 1250.12-1, 1600.10-1,
2000.8-1 1600.10-2, 2000.8-2, 2500.6-2, 3200.5-2, 4000.4-2

Bedrijfsspanning

208 – 230 V

360 – 400 V

440 – 480 V

Netfrequentie

60 Hz

60 Hz

60 Hz

Inschakelduur

40%

40%

40%

Schakelfrequentie

240 c/h

240 c/h

240 c/h

Nominaal vermogen

0,6 kW
3,60 kW

0,6 kW
3,60 kW

0,6 kW
3,60 kW

Aanloopstroom IA

6,00 A
43,30 A

3,50 A
25,00 A

2,90 A
20,80 A

cos phi A

0,75 
0,90

0,75 
0,90

0,75 
0,90

Nominale stroom IN

4,30 A
10,4 A

2,50 A
6,00 A

2,10 A
5,00 A

cos phi N

0,65 
0,85

0,65 
0,85

0,65 
0,85

Omgevingscondities tijdens bedrijf:

Omgevingstemperatuur (voor normaal bedrijf)

-10 °C tot +40 °C

Omgevingstemperatuur (bij verkorte inschakelduur)

+40 °C tot +80 °C

Huis

IP 55

Isolatieklasse

F

Zekeringen:

  • 3x keramische buiszekering 32x6,3
    10 A, vertraagd

Geluidsemissie:

Tabel: Geluidsemissies conform DIN 45635, deel 61 vlg. de substitutiemethode met een geluidsvermogensbron.

Maat

Geluidsdrukniveau LP, m dB(A) op 3 m afstand

Geluidsvermogensniveau LW, m dB(A)

GM2

55

72

GM4

55

72

GM6

61

78

GM8

62

79

In de tabel is het geluidsdrukniveau LP op een afstand van 3 m van de kettingtakel aangegeven. Met het geluidsvermogensniveau LW kan het geluidsdrukniveau voor willekeurige afstanden worden berekend.

Kettingtakel vervoeren

Kettingmagazijn verwijderen

Pen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher abnehmen 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Maak de borgveren (1x of 2x) van de pen los.
  2. Houd het kettingmagazijn tegen en trek de pen(nen) (1x of 2x) eruit.
  3. Verwijder het kettingmagazijn.
  1. Zet het kettingmagazijn los naast de kettingtakel.

Stekkerverbindingen beschermen

Contactdoos

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Transportieren 3.jpg
Transportbescherming
  1. Steek een transportbescherming (van de originele verpakking of bijv. stevig karton) op de contactdoos.
  2. Let er daarbij op dat de contactdoos niet beschadigd raakt en zet de kettingtakel neer.

Kettingtakel in- en uitladen

Kettingtakel in originele verpakking verladen:

De kettingtakel ligt niet altijd in het midden van de originele doos.

Zwaartepuntteken

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenzug laden 3.jpg
  1. Neem bij het in- en uitladen het zwaartepuntteken op de doos in acht.

Kettingtakel verwijderen

Wanneer de kettingtakel moet worden afgevoerd:

  1. Demonteer de kettingtakel zo veel mogelijk.
  2. Neem de plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht.
  3. Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen milieuvriendelijk af:
  • Voer de olie uit de overbrenging als smeermiddel af.
  • Voer de remvoeringen en slipkoppelingsvoeringen af als samengestelde componenten (gevaarlijk afval).
  • Voer elektronische onderdelen af als elektronisch afval.
  • Voer het huis, de nestenschijf, de kettinggeleiding, de ketting, de ophangbeugel, de overbrenging en de lasthaak als schroot af.
  • Voer achteraf gespoten onderdelen van de kettingtakel af overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant van de lak.
  • Voer kabels, stekkers en de handafstandsbediening af als elektronisch afval.
elektrogesetz_muelleimer_ohne_balken_002
Dit product of elektrisch apparaat mag aan het einde van zijn levensduur niet met het huisvuil worden meegegeven.

Monteren en aansluiten

Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in bedrijf wordt gesteld.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.

ABUS adviseert de inbedrijfstelling door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.

Voorwaarden controleren

Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om de kettingtakel te kunnen monteren:

Draagvermogen controleren

  • De dragende constructie (staalconstructie, gebouw, kraaninstallatie) waaraan de kettingtakel moet worden opgehangen, moet over een voldoende draagvermogen beschikken.

Het draagvermogen van de dragende constructie is een optelsom van het gewicht van de kettingtakel, het maximale draagvermogen van de kettingtakel en eventueel het gewicht van het loopwerk alsmede eventueel het extra gewicht van de ketting.

  1. Zoek het gewicht van de kettingtakel op in de tabel.
  2. Als de haakverplaatsing van de kettingtakel groter is dan 3 m: tel het extra gewicht van de ketting erbij op.

Tabel: gewicht van de kettingtakels. De gegevens hebben betrekking op een haakverplaatsing van 3 m.

Maat

Aantal strengen

Gewicht zonder loopwerk

Extra gewicht per meter haakverplaatsing bij een haakverplaatsing > 3 m

GM2

Enkelstrengs

22 kg

0,34 kg

GM2

Dubbelstrengs

25 kg

0,68 kg

GM4

Enkelstrengs

30 kg

0,65 kg

GM4

Dubbelstrengs

34 kg

1,30 kg

GM6

Enkelstrengs

57 kg

1,24 kg

GM6

Dubbelstrengs

63 kg

2,48 kg

GM8

Enkelstrengs

94 kg

2,27 kg

GM8

Dubbelstrengs

108 kg

4,54 kg

  1. Tel op tot het maximale draagvermogen
  2. Alleen bij een loopwerk: tel het gewicht van het loopwerk erbij op.
  3. Controleer de totale dragende constructie of deze bestand is tegen de te verwachten belasting.

Montage-overzicht

In de volgende paragrafen staat de montage van de kettingtakel beschreven.

Kettingtakel monteren

Alleen bij GM2 en GM4

Ophangbeugel 90° draaien of verwijderen

Al naargelang de plaats van de montage kan de ophangbeugel desgewenst 90° worden gedraaid.

Ophangbeugel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aufhängebügel drehen, abnehmen 3.jpg
Pen
  1. Maak aan de pennen (2x) elk een borgveer los.
  2. Trek de pen eruit.
  3. Verwijder de ophangbeugel en plaats deze 90° gedraaid weer terug.
  4. Schuif de pen erin.
  5. Borg de pennen met borgveren (elk 1x).

Ophangbeugel openklappen en kettingtakel aanbrengen

PenOphangbeugel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aufhängebügel aufklappen 3.jpg
  1. Maak de borgveer van één pen los.
  2. Trek de pen eruit.
  3. Klap de ophangbeugel open.
  4. Til de kettingtakel op en houd deze onder de dragende constructie, onder het loopwerk of onder de kraan.
  5. Klap de ophangbeugel over een geschikte bevestiging of over de loopwerkpen van het loopwerk.
  6. Schuif de pen erin.
  7. Borg de pen met de borgveer.
Alleen bij ophanghaak

De kettingtakel kan desgewenst met een optionele ophanghaak worden gemonteerd.

Ophanghaak

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aufhängehaken Bolzen rein 3.jpg
Pen
  1. Plaats de ophanghaak.
  2. Schuif de pennen (2x) erin.
  3. Borg de pennen met borgveren (2x).

Dragende constructie

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aufhängehaken Haken auf 3.jpg
ZekeringOphanghaak
  1. Verwijder de zekering en klap de ophanghaak open.
  2. Til de kettingtakel op en houd deze onder de dragende constructie, onder het loopwerk of onder de kraan.
  3. Klap de ophanghaak over een geschikte bevestiging of over de loopwerkpen van het loopwerk.
Alleen bij GM8

De tweede streng recht draaien

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenfestpunkt GM8 drehen 3.jpg
Vast kettingpuntTweede streng
  1. Controleer het vaste kettingpunt: de tweede streng dient recht tot aan het onderblok te lopen en mag niet verdraaid zijn.

Indien nodig:

  1. Verdraai het vaste kettingpunt.

Kettingtakel aansluiten

Alleen bij elektronische besturing of ABULiner frequentieomvormer

Aardlekschakelaar kiezen

  1. Als de aardlekschakelaar voor het beschermen van personeel wordt gebruikt, moet altijd een aardlekschakelaar worden gebruikt die gevoelig is voor alle stroomsoorten.

De kettingtakel kan tijdens bedrijf lekstroom veroorzaken, waardoor een aardlekschakelaar kan worden geactiveerd.

Als de aardlekschakelaar door lekstroom tijdens bedrijf wordt geactiveerd:

  1. Vervang de aardlekschakelaar indien mogelijk door een aardlekschakelaar met 0,3 A. Daardoor is bescherming van personeel niet meer gegarandeerd.
  2. Als alternatief kan lekstroomcompensatiefilter worden gebruikt.

Bajonetkoppeling aan de aansluitkabel aansluiten

StekkerhuisBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Netzstecker vorbereiten 3.jpg
  1. Schuif de bajonetmoer op de aansluitkabel.
  2. Schuif het stekkerhuis op de aansluitkabel.

KabelvoetjeAarddraad

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aderendhülsen aufpressen 3.jpg
  1. Laat de aarddraad iets langer dan de andere aders en sluit deze voorgeschakeld aan.
  2. Pers de kabelvoetjes op de draden.

O-ring dik

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Netzstecker O-Ringe aufstecken 3.jpg
StekkerelementO-ring dun
  1. Schuif de O-ring op het stekkerelement.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Ersatzteildoku Fotos\Schlauchsteuerleitung\Ansicht Buchse BJ8 3.jpg
  1. Let op de juiste penbezetting (aanzicht in de tekening vanaf de voorzijde) en sluit de aders aan op het stekkerelement.

Stekkerelement

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kabelbinder an Steckerteil anbringen 3.jpg
KabelbinderTrekontlasting
  1. Schuif de trekontlasting op de aansluitkabel zodat er een afstand van 26 mm tussen de trekontlasting en het stekkerelement blijft.
  2. Maak de trekontlasting met de kabelbinders (2x) vast.

StekkerelementBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Netzstecker zusammenbauen 3.jpg
Stekkerhuis
  1. Klik het stekkerhuis op het stekkerelement.
  2. Schuif de bajonetmoer er overheen.

Kettingtakel aansluiten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Stecker anschließen 3.jpg
Bajonetkoppeling van de aansluitkabelBajonetstekker van de besturingskabel
  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.

Kettingmagazijn monteren

Alleen bij GM2, GM4 en GM6 (GM6 met kettingmagazijn van kunststof)

De afbeeldingen geven de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM6 weer. De montage aan een kettingtakel GM2 of GM4 onderscheid zich in principe niet.

Kettingmagazijn monteren

PenBorgveer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM6 montieren 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (schuine zijde naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM2: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met een gat: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met twee gaten: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van het kettingmagazijn. De buitenste gaten blijven vrij.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn van kunststof: bevestig het kettingmagazijn met twee pennen aan de kettingtakel.
  1. Borg de pen(nen) met borgveren (1x of 2x).
Alleen bij GM8

Buffer bevestigen

Ophangogen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Puffer GM8 einschieben 3.jpg
BufferPen
  1. Draai de buffer zo als op de foto te zien is (afgeronde zijde naar buiten).
  2. Schuif de buffer tussen de ophangogen van de kettingtakel.
  3. Schuif de korte pen door de buitenste gaten van de ophangogen en de buffer.
Alleen bij GM6 (GM6 met kettingmagazijn met metaalframe) en GM8

De afbeeldingen tonen de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM8. De montage aan een kettingtakel GM6 wijkt hiervan in principe niet af.

Kettingmagazijn monteren

Binnenste gatPen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM8 montieren 3.jpg
KettingmagazijnBorgveer
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (dam naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn met metaalframe: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. De buitenste gaten van de ophangogen blijven vrij.
  • Bij GM8: kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel bevestigen. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. Aan de buitenste gaten van de ophangogen is de buffer bevestigd.
  1. Borg de pennen met borgveren (2x).

Ketting smeren

Een goed gesmeerde ketting slijt aanzienlijk langzamer en kan zodoende duidelijk langer worden gebruikt. De ketting moet vóór de eerste inbedrijfstelling gesmeerd worden.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette schmieren 3.jpg
  1. Druk de knop HIJSEN in en laat het kettingmagazijn lopen. Breng tijdens het lopen smeermiddel op de ketting aan.

Smeermiddel: „Chainlife S”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

  1. Doe daarnaast smeermiddel op de onbelaste ketting in het kettingmagazijn, zodat deze tussen de schalmen van de kettingschakels kan lopen.

Schakelpunten instellen bij mechanische grensschakelaar hijsbeweging

Alleen bij mechanische grensschakelaar hijsbeweging

Deze paragraaf geldt alleen bij kettingtakels met mechanische grensschakelaar hijsbeweging van de maten GM4, GM6 en GM8.

Overzicht:

Maat

Aantal strengen

Haakverplaatsing

Mechanische grensschakelaar hijsbeweging

Schakelhysterese B [mm]

Haakverplaatsing per
omwenteling [mm]

Haakverplaatsing per omwenteling blokverstelling [mm]

GM4

1

≤8 m

≥9 m

GPK 48.2

GPK 205.2

28

118

58

251

14

58

GM4

2

≤4 m

≥5 m

GPK 48.2

GPK 205.2

14

59

29

126

7

29

GM6

1

≤10 m

≥11 m

GPK 48.2

GPK 205.2

34

145

72

310

17

72

GM6

2

≤5 m

≥6 m

GPK 48.2

GPK 205.2

17

73

36

155

8

36

GM8

1

≤14 m

≥15 m

GPK 48.2

GPK 205.2

49

207

103

440

24

103

GM8

2

≤7 m

≥8 m

GPK 48.2

GPK 205.2

25

104

52

220

12

51

Buitenste witte stelschroef
(onderste schakelpunt)
Middelste witte stelschroef
(bovenste schakelpunt)

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGm Schrauben Übersicht 3.jpg
Zwarte stelschroef (blokverstelling)

Motordeksel eraf schroeven

Cilinderkopbouten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abschrauben 3.jpg
Motordeksel
  1. Schroef het motordeksel van het huis.

De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.

  1. Borg het motordeksel.

De stroomvoorziening moet tijdens het instellen van de schakelpunten ingeschakeld blijven.

Bovenste schakelpunt instellen

  1. Verplaats de lasthaak tot het gewenste schakelpunt naar boven.
  • Onderblok of takelblok mogen het huis niet raken.
  • De slipkoppeling mag niet worden geactiveerd.

SchakelnokMiddelste
stelschroef

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGm oben einstellen 3.jpg
Microschakelaar
  • Het bovenste schakelpunt wordt ingesteld met behulp van de middelste stelschroef.
  1. Indien nodig: draai de stelschroef zo lang tot de schakelnok links van de microschakelaar staat. Deze mag niet rechts van de microschakelaar of exact op de microschakelaar staan.
  2. Draai de stelschroef zo lang naar links tot de schakelnok linksom tegen de microschakelaar drukt en er een klik te horen is.
  • Als de stelschroef naar rechts wordt gedraaid (schakelnok draait rechtsom), verschuift het schakelpunt naar boven.
  • Als de stelschroef naar links wordt gedraaid (schakelnok draait linksom), verschuift het schakelpunt naar beneden.

Instelling controleren

  1. Verplaats de lasthaak naar beneden.
  2. Hijs de lasthaak op lage en hoge snelheid en controleer of de lasthaak op de juiste haakstand blijft staan.
  1. Het bovenste schakelpunt is ingesteld.

Onderste schakelpunt instellen

  1. Verplaats de lasthaak tot het gewenste onderste schakelpunt.
  • De lasthaak mag de vloer van de hal niet raken.
  • De ketting mag niet losjes hangen.
  • De kettingaanslag in het kettingmagazijn mag het huis niet raken.

Daardoor zou de slipkoppeling worden geactiveerd en dan door regelmatig botsen beschadigd raken.

  • De haakverplaatsing (afstand tussen de bovenste haakstand en de onderste haakstand) mag niet groter zijn dan op het typeplaatje is aangegeven.

SchakelnokBuitenste
stelschroef

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGm unten einstellen 3.jpg
  • Het onderste schakelpunt wordt ingesteld met behulp van de buitenste witte stelschroef.
  1. Indien nodig: draai de stelschroef zo lang tot de schakelnok rechts van de microschakelaar staat. Hij mag niet links van de microschakelaar of exact op de microschakelaar staan.
  2. Draai de stelschroef zo lang naar rechts tot de schakelnok rechtsom tegen de microschakelaar drukt en er een klik te horen is.
  • Als de stelschroef naar rechts wordt gedraaid (schakelnok draait rechtsom), verschuift het schakelpunt naar boven.
  • Als de stelschroef naar links wordt gedraaid (schakelnok draait linksom), verschuift het schakelpunt naar beneden.

Instelling controleren

  1. Verplaats de lasthaak naar boven.
  2. Laat de lasthaak op lage en hoge snelheid neer en controleer of de lasthaak op de juiste haakstand blijft staan.
  1. Het onderste schakelpunt is ingesteld.
Alleen bij mechanische grensschakelaar hijsbeweging

Beide schakelpunten tegelijkertijd verschuiven (blokverstelling)

Als beide schakelpunten gelijkmatig zijn verschoven, kunnen beide schakelpunten tegelijkertijd worden versteld.

SchakelnokZwarte
stelschroef

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGm Block einstellen 3.jpg
  1. Draai de zwarte stelschroef naar links of rechts om beide schakelpunten tegelijkertijd in te stellen.
  • Als de stelschroef naar rechts wordt gedraaid (schakelnok draait rechtsom), verschuift het schakelpunt naar boven.
  • Als de stelschroef naar links wordt gedraaid (schakelnok draait linksom), verschuift het schakelpunt naar beneden.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

Schakelpunten instellen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

De schakelpunten van de elektronische grensschakelaar hijsbeweging kunnen worden ingesteld zonder de kettingtakel te openen. Hiervoor is de bijgeleverde programmeermodule vereist of een draadloze ontvanger ABURemote AC met teach-in.

De schakelpunten moeten niet opnieuw worden ingesteld als de ketting en de nestenschijf zijn vervangen. Als de ketting en de nestenschijf zijn vervangen, moet alleen het referentiepunt opnieuw worden ingesteld. Zie „Ketting en nestenschijf vervangen”.

Actueel schakelpunt passeren

Als het nieuwe bovenste schakelpunt in een zone ligt die door het actuele schakelpunt niet kan worden bereikt, moet het actuele schakelpunt eerst worden gepasseerd.

Om een schakelpunt te passeren:

  1. Ga naar het actuele schakelpunt tot de lasthaak blijft staan.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

  1. Verplaats de lasthaak over het actuele schakelpunt heen naar boven of beneden.
  1. Het actuele schakelpunt is gepasseerd.

Bovenste schakelpunt instellen

Overzicht bovenste schakelpunt instellen:

(Uitvoerige beschrijving volgt daarna)

  • Nieuwe schakelpunt innemen.
  • De laatste verplaatsingsopdracht voor het programmeren moet de knop „Hijsen” zijn.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Bovenste schakelpunt innemen:

  1. Verplaats de lasthaak tot het gewenste schakelpunt naar boven.
  • Onderblok of takelblok mogen het huis niet raken.
  • De slipkoppeling mag niet worden geactiveerd.
  • Het nieuwe schakelpunt mag niet te dicht (ca. 10 cm) bij een huidig schakelpunt liggen. Als het te dichtbij ligt, wordt de volgende procedure geïnterpreteerd als de functie „Actueel schakelpunt passeren”.

Als er een nieuw schakelpunt in deze zone moet worden ingesteld, moet er eerst tijdelijk een verder verwijderd schakelpunt worden ingesteld en kan pas daarna het schakelpunt op de gewenste haakstand worden ingesteld.

  • Het schakelpunt kan niet boven het referentiepunt liggen, omdat de lasthaak niet naar boven voorbij het referentiepunt kan worden verplaatst.

Normaliter zou deze situatie niet moeten optreden, omdat het referentiepunt normaal gesproken op de bovenste haakstand (onderblok of takelblok kort onder het huis) is geprogrammeerd en de lasthaak zodoende niet nog hoger kan worden bewogen.

  1. Druk de knop „Hijsen” eerst kort in.

Als het bovenste schakelpunt moet worden ingesteld, moet voor het programmeren als laatste de knop „Hijsen” worden ingedrukt.

Programmeermodule aansluiten

BesturingskabelBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Teach-In einstecken kurz 3.jpg
Programmeermodule
  1. Koppel de handafstandsbediening los.
  2. Sluit de programmeermodule aan.
  3. Wacht ten minste 5 s.
  4. Koppel de programmeermodule los.
  5. Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de programmeertoets 5 s ingedrukt.
  1. Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Handafstandsbediening aansluiten

BesturingskabelBajonetkoppeling

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hängetaster an Kabel 3.jpg
Noodstop-knopHandafstandsbediening
  1. Alleen bij programmeermodule: sluit de handafstandsbediening aan.
  2. Alleen bij programmeermodule: ontgrendel de noodstop-knop.
  1. Het bovenste schakelpunt is opgeslagen.

Onderste schakelpunt instellen

Overzicht onderste schakelpunt instellen:

(Uitvoerige beschrijving volgt daarna)

  • Nieuwe schakelpunt innemen.
  • De laatste verplaatsingsopdracht voor het programmeren moet de knop „Neerlaten” zijn.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Onderste schakelpunt innemen:

  1. Verplaats de lasthaak tot het gewenste schakelpunt naar beneden.
  • De lasthaak mag de vloer van de hal niet raken.
  • De ketting mag niet losjes hangen.
  • De kettingaanslag in het kettingmagazijn mag het huis niet raken.

Daardoor zou de slipkoppeling worden geactiveerd en dan door regelmatig botsen beschadigd raken.

  • De haakverplaatsing (afstand tussen de bovenste haakstand en de onderste haakstand) mag niet groter zijn dan op het typeplaatje is aangegeven.
  • Het nieuwe schakelpunt mag niet te dicht (ca. 10 cm) bij een huidig schakelpunt liggen. Als het te dichtbij ligt, wordt de volgende procedure geïnterpreteerd als de functie „Actueel schakelpunt passeren”.

Als er een nieuw schakelpunt in deze zone moet worden ingesteld, moet er eerst tijdelijk een verder verwijderd schakelpunt worden ingesteld en kan pas daarna het schakelpunt op de gewenste haakstand worden ingesteld.

  1. Druk de knop „Neerlaten” eerst kort in.
  2. Als het onderste schakelpunt moet worden ingesteld, moet voor het programmeren als laatste de knop „Neerlaten” worden ingedrukt.

Programmeermodule aansluiten

BesturingskabelBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Teach-In einstecken kurz 3.jpg
Programmeermodule
  1. Koppel de handafstandsbediening los.
  2. Sluit de programmeermodule aan.
  3. Wacht ten minste 5 s.
  4. Koppel de programmeermodule los.
  5. Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de programmeertoets 5 s ingedrukt.
  1. Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Handafstandsbediening aansluiten

BesturingskabelBajonetkoppeling

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hängetaster an Kabel 3.jpg
Noodstop-knopHandafstandsbediening
  1. Alleen bij programmeermodule: sluit de handafstandsbediening aan.
  2. Alleen bij programmeermodule: ontgrendel de noodstop-knop.
  1. Het onderste schakelpunt is opgeslagen.

Tussenschakelpunt instellen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging met tussenschakelpunt

Deze paragraaf geldt alleen bij een kettingtakel met elektronische grensschakelaar hijsbeweging samen met een handafstandsbediening met draaischakelaar „Tussenschakelpunt” of draadloze afstandsbediening samen met een draadloze afstandsbediening met de functie „Tussenschakelpunt”.

Met de functie tussenschakelpunt kan in normaal bedrijf een willekeurige haakstand tussen het bovenste en onderste schakelpunt worden ingenomen.

Het tussenschakelpunt van de elektronische grensschakelaar hijsbeweging kan worden ingesteld zonder de kettingtakel te openen. Hiervoor is de bijgeleverde programmeermodule vereist of een draadloze ontvanger ABURemote AC met teach-in.

Het tussenschakelpunt moet niet opnieuw worden ingesteld als de ketting en de nestenschijf zijn vervangen. Als de ketting en de nestenschijf zijn vervangen, moet alleen het referentiepunt opnieuw worden ingesteld. Zie „Ketting en nestenschijf vervangen”.

Tussenschakelpunt instellen:

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hängetaster Positionswahl 3.jpg
Draaischakelaar
  1. Zet de draaischakelaar op de handafstandsbediening op „1”.
  1. De functie „Tussenschakelpunt instellen” is geactiveerd.
  1. Stel het tussenschakelpunt op dezelfde manier in als het bovenste of onderste schakelpunt. Zie „Schakelpunten instellen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging”.
  • Neem het tussenschakelpunt in.
  • De laatste verplaatsingsopdracht voor het programmeren maakt niet uit.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Tussenschakelpunt wissen:

Opdat de lasthaak niet meer op het tussenschakelpunt stil blijft staan, zijn er twee mogelijkheden:

  1. Alle schakelpunten wissen. Zie „Alle schakelpunten van elektronische grensschakelaar hijsbeweging wissen”. Hierbij wordt ook het opgeslagen tussenschakelpunt gewist.
  2. Het tussenschakelpunt opnieuw programmeren en daarbij een haakstand programmeren die buiten de schakelpunten ligt, dus bijvoorbeeld onder het onderste schakelpunt. Hiervoor moet bij het instellen het opgeslagen bovenste of onderste schakelpunt worden gepasseerd. Zie „Schakelpunten instellen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging”.

Tussenschakelpunt innemen:

De draaischakelaar is alleen nodig voor het instellen van het tussenschakelpunt.

In normaal bedrijf remt de kettingtakel af zodra de lasthaak het tussenschakelpunt nadert en blijft daar stilstaan. Het tussenschakelpunt kan dan worden gepasseerd door de knop voor hijsen/neerlaten los te laten en opnieuw in te drukken (stop and go).

Controleren

Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.

De kettingtakel moet regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.

Om te beginnen

Testintervallen

De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.

Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:

  • veelvuldig werken met het draagvermogen,
  • werken in meerploegendiensten,
  • veelvuldig gebruik,
  • stoffige of agressieve omgeving.

De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.

Eisen aan de keurmeester

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

Omvang van de keuring

De bevoegde persoon die de kettingtakel keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.

Overzicht: kettingtakel controleren

Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.

De beslissing over het al dan niet in onberispelijke toestand verkeren van de kettingtakel ligt uitsluitend bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de kettingtakel daarna opnieuw moet worden gecontroleerd.

Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.

Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:

  1. Lasthaak controleren. Zie „Lasthaak controleren”.
  2. Ophangbeugel controleren. Zie „Ophangbeugel controleren”.
  3. Toestand en slijtage van de ketting controleren. Zie „Toestand van de ketting controleren” en „Slijtage van de ketting ”.
  4. Slipkoppeling controleren. Zie „Slipkoppeling controleren”.
  5. Luchtspleet en remvoeringdikte controleren. Zie „Rem van kettingtakel controleren”.
  6. Controleer de smering van de ketting. De ketting mag niet te droog zijn, er moet smeermiddel aan het oppervlak herkenbaar zijn. Anders de ketting smeren. Zie „Ketting smeren”.
  7. Controleer de montage van de ketting controleren. Deze mag niet verdraaid zijn gemonteerd. Verwijder anders de ketting en monteer deze zonder verdraaiing.
  8. Kettingaanslag controleren. Deze moet aanwezig zijn en moet zodanig op de voorlaatste of op twee na laatste kettingschakel zijn gemonteerd dat de opening in gemonteerde toestand richting de streng aan de binnenzijde (de met de last belaste streng) wijst. Anders de kettingaanslag opnieuw monteren.
  9. Vast kettingpunt controleren. De pen moet erin geschoven en geborgd zijn. Schuif anders de pennen erin en borg deze met borgveren.
  10. Axiaal kogellager van de lasthaak controleren. Deze moet soepel draaien en mag niet zijn beschadigd. Anders axiaal kogellager vervangen.

Keuring documenteren:

  1. Wanneer de kettingtakel deel uit maakt van een kraaninstallatie: noteer de resultaten van de keuring in het onderhoudsboek van de kraaninstallatie.
  2. Wanneer de kettingtakel afzonderlijk wordt gebruikt: noteer de resultaten van de keuring in het onderhoudsboek. Zie „Onderhoudsboek”.

Lasthaak controleren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Lasthaken prüfen 3.jpg
  1. Meet de bekopening „e” van de lasthaak.
  2. Meet voethoogte „f” van de lasthaak.
  3. De gemeten waarden mogen de waarden in de tabel niet onder- of overschrijden.

Grootte van de lasthaak

Type lasthaak

Max. bekopening „e” [mm]

Min. voethoogte „f” [mm]

Materiaal

012

Enkel

26,4

18,1

STE 355

025

Enkel

30,8

22,8

STE 355

05

Enkel

37,4

29,9

34 CrMo 4

1

Enkel

44,0

38,0

34 CrMo 4

1,6

Enkel

49,6

45,6

34 CrMo 4

  1. Als de lasthaak verder wordt geopend dan is toegestaan of als de voethoogte geringer is dan toegestaan, vervang dan de lasthaak.
  2. Als de lasthaak vervormd is (ook wanneer de hierboven aangegeven maten worden aangehouden): controleer het oppervlak op scheuren.

Ophangbeugel controleren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aufhängebügel prüfen 3.jpg
  1. Demonteer de ophangbeugel. Zie „Kettingtakel monteren”.
  2. Meet de beugelhoogte van de ophangbeugel „h”.
  3. Selecteer afhankelijk van beugelhoogte „h” de juiste regel in de tabel.
  4. Meet de beugeldikte van de ophangbeugel „g”.
  5. De gemeten waarde „g” mag de waarde „g” in de tabel niet overschrijden.

Beugelhoogte „h”

Min. beugeldikte „g”

Maat

87 mm

18 mm

GM2

97 mm

18 mm

GM4

90 mm

22,8 mm

GM6

132 mm

22,8 mm

GM6

138 mm

26,6 mm

GM8

173 mm

31,3 mm

GM8

  1. Als de beugeldikte minder is dan toegestaan, moet de ophangbeugel worden vervangen.

Ophanghaak of veiligheidslasthaak controleren

Alleen bij ophanghaak of veiligheidslasthaak

Deze stap geldt alleen als er in plaats van de ophangbeugel een ophanghaak wordt gebruikt of in plaats van de normale lasthaak een veiligheidslasthaak.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Aufhängehaken prüfen 3.jpg

Veiligheidslasthaak (links) en ophanghaak (rechts) worden op dezelfde manier gecontroleerd.

  1. Meet voethoogte „H” van de ophanghaak of veiligheidslasthaak.
  2. Meet spleet „A” tussen haakklep en haaklichaam.
  3. Meet zijdelingse verschuiving „B” tussen haakklep en haaklichaam.
  4. De gemeten waarden mogen de waarden in de tabel niet onder- of overschrijden.

Grootte van de lasthaak

Maximale spleet „A” [mm]

Maximale zijdelingse verschuiving „B” [mm]

Minimale voethoogte „H” [mm]

BKT 6-10

2,2

3,5

17,1

BKT 7-10/8

2,7

4,5

20,7

BKT 10-10

3

6

26,1

BKT 13-10

3,3

7

34,2

  1. Als de lasthaak verder wordt geopend dan is toegestaan of als de voethoogte geringer is dan toegestaan, vervang dan de lasthaak.

Toestand van de ketting controleren

  1. Controleer de smering van de ketting.
  • De ketting moet volledig gesmeerd zijn.
  • Let vooral op de gedeelten tussen de schalmen.
  1. Controleer de ketting op roestvorming.

Er mag geen zichtbare roestvorming te herkennen zijn.

  1. Controleer op oppervlakteschade op de kettingschakels en tussen de schalmen.

Er mag geen schade te zien zijn zoals kerven, vernauwingen of schuurplekken.

  1. Controleer de volledige ketting op schade. De hier afgebeelde schade of vergelijkbare schade mag niet op de ketting te zien zijn.

Voorbeelden van schade:

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaden abgenutzte Kettenglieder 3.jpg
De kettingschakel is sterk versleten.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaden mechanische Beschädigung 3.jpg
De kettingschakel is mechanisch beschadigd.
  1. Als er schade of roestvorming op de ketting te zien is, moeten ketting en de nestenschijf worden vervangen. Zie „Ketting en nestenschijf vervangen”.

Slijtage van de ketting controleren

Om de slijtage te controleren, wordt de lengte van elf kettingschakels gemeten. Afhankelijk van de beschikbare schuifmaat en de kettingtakel kan dit direct of in drie stappen worden gemeten.

  1. Til een lichte last iets op om de ketting enigszins te spannen.

Direct meten:

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette prüfen direkt 3.jpg
  1. Meet de lengte van de ketting „l” over 11 kettingschakels (van buitenkant tot buitenkant).
  2. Vergelijk de gemeten waarde met de tabel (zie „Slijtage van de ketting controleren”). De gemeten waarde mag „l” max. niet overschrijden.
  3. Meet op meerdere plaatsen opnieuw en vergelijk de waarden.
  4. Als de lengte de aangegeven waarde overschrijdt, dan is de ketting door het gebruik te sterk uitgerekt. Vervang ketting en nestenschijf. Zie „Ketting en nestenschijf vervangen”.

Stapsgewijs meten:

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette Ansicht 3.jpg

3 kettingschakels5 kettingschakels

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette prüfen stufenweise 3.jpg
3 kettingschakels
  1. Meet 3 kettingschakels van buiten „l1”.
  2. Meet 5 kettingschakels van binnen „I2”. Meet daarbij niet de vijf kettingschakels volledig van binnen, maar plaats de schuifmaat telkens slechts tegen de volgende kettingschakel.
  3. Meet 3 kettingschakels van buiten „l3”.
  4. Tel de gemeten waarden op.
  5. Vergelijk de gemeten waarde met de tabel. De gemeten waarde mag „l” max. niet overschrijden.
  6. Meet op meerdere plaatsen opnieuw en vergelijk de waarden.
  7. Als de lengte de aangegeven waarde overschrijdt, dan is de ketting door het gebruik te sterk uitgerekt. Vervang ketting en nestenschijf. Zie „Ketting en nestenschijf vervangen”.

Maat

GM2

GM4

GM6

GM8

Normaanduiding van de ketting

HEP – 3,7 x 12 DATC

HEP – 5 x 14,3 DATC

HEP – 7 x 21 DATC

HEP – 9,6 x 30 DATC

Streefwaarde dikte in de schalm „dm”

3,7 mm

5 mm

7 mm

9,6 mm

Dikte in de schalm „dm” min.

3,3 mm

4,5 mm

6,3 mm

8,6 mm

Streefwaarde steek binnen „t”

12
mm

14,3
mm

21
mm

30
mm

Steek binnen „t” max.

12,5
mm

14,9
mm

21,8
mm

31,2
mm

Lengte over 11 kettingschakels „l” max.

142,2
mm

170,7
mm

249,9
mm

356,2
mm

Oppervlak

Galvanisch verzinkt

Materiaal

Speciaal kettingstaal

Draagvermogen per streng max.

320 kg

630 kg

1250 kg

2000 kg

Testkracht productie min.

12,5 kN

22,3 kN

43,5 kN

82,5 kN

Breuksterkte min.

20 kN

35,7 kN

70 kN

132 kN

Breukrek min.

10 %

Gewicht per meter

0,34 kg/m

0,65 kg/m

1,24 kg/m

2,27 kg/m

Stempeling

H 16

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenglied Ansicht 3.jpg

Slipkoppeling controleren

Om de slipkoppeling te testen, moet u de beschikking hebben over een slipkrachttester. Neemt altijd het producthandboek van de slipkrachttester in acht.

  1. Haak de slipkrachttester ongeveer 20 cm onder de kettingtakel in de ketting.
  2. Met langzame hijssnelheid omhoog gaan tot de slipkrachttester onder de kettingtakel is gekomen en de slipkoppeling wordt geactiveerd.
  3. De gemeten waarde op de slipkrachttester aflezen.
  4. Wijkt de aangegeven waarde af van het 1,3 tot 1,4-voudige van het maximale draagvermogen: de slipkoppeling instellen, zie „Slipkoppeling afstellen”.
  5. Een testlast met het maximale draagvermogen van de kettingtakel inhaken en hijsen.

Rem van kettingtakel controleren

Om de rem te testen wordt enerzijds de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat en anderzijds de remvoeringdikte gemeten.

Overzicht:

Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\HF-EF\Bremse Übersicht 3.jpg
Magneet en ankerplaatRemrotor met remvoering

Maat

Luchtspleet streefwaarde

Luchtspleet maximaal

Luchtspleet minimaal

GM2

0,25 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM4

0,3 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM6

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

GM8

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

Door de slijtage van de remvoering bij het afremmen van de motor wordt de remrotor dunner. De ankerplaat wordt daardoor bij het remmen steeds verder richting remrotor gedrukt en de luchtspleet wordt breder. Als de luchtspleet zijn maximale breedte heeft bereikt, voorkomt een luchtspleetbegrenzing dat de ankerplaat nog verder kan worden gedrukt, zodat een goede ventilatie van de ankerplaat gewaarborgd is. Met het ingrijpen van de luchtspleetbegrenzing neemt de remwerking van de rem af.

Uiterlijk dan moet de luchtspleet opnieuw worden ingesteld. Als de minimale remvoeringdikte is bereikt, moet de remrotor worden vervangen.

Als de breedte van de luchtspleet nog binnen het toegestane bereik ligt, kan er echter van worden uitgegaan dat de luchtspleet op grond van het gebruiksgedrag ook voor de volgende regelmatige keuring breder is dan toegestaan: de luchtspleet nu al instellen.

Kettingtakel openen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abnehmen 3.jpg
BajonetmoerMotordeksel
  1. Bajonetmoeren losdraaien
  2. Ontkoppel de aansluitkabel en besturingskabel.
  3. Schroef het motordeksel van het huis.
  • De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.
  1. Ontkoppel de koppelingen van de hijsmotor en rem van de besturing in de motordeksel.

Rem vrijleggen

Stofring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Manschette abstreifen 3.jpg
  1. Stofring verwijderen

Luchtspleet meten

ZeskantboutMagneet

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Luftspalt ausmessen 3.jpg
VoelermaatAnkerplaat
  1. De voelermaat naast een van de zeskantbouten in de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat steken en meten.

Als de luchtspleet de maximale breedte van de werkruimte heeft bereikt: stel de rem in. Zie „Luchtspleet van de rem instellen”.

Maat

Luchtspleet streefwaarde

Luchtspleet maximaal

Luchtspleet minimaal

GM2

0,25 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM4

0,3 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM6

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

GM8

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

Als de breedte van de luchtspleet nog binnen het toegestane bereik ligt, kan er echter van worden uitgegaan dat de luchtspleet op grond van het gebruiksgedrag ook voor de volgende regelmatige keuring breder is dan toegestaan: de luchtspleet nu al instellen.

  1. Stappen voor alle zeskantbouten (3x) herhalen.
  2. Volledige rem reinigen met perslucht.

Remvoeringdikte meten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Bremsbelag ausmessen 3.jpg
Remrotor
  1. Remvoeringdikte controleren met een schuifmaat.

Maat

Dikte remvoering nieuw

Dikte remvoering minimaal

GM2

7,5 mm

4,5 mm

GM4

8,5 mm

5,5 mm

GM6

10,5 mm

7,5 mm

GM8

10,5 mm

7,5 mm

  1. Als de remrotor dunner is dan toegestaan: vervang de remrotor. Zie „Remrotor vervangen”.

Rem afdekken

Stofring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Manschette überstreifen 3.jpg
  1. Stofring over de rem schuiven.

Kettingtakel aansluiten

  1. Steek de koppelingen van de hijsmotor en de rem op de connectors van de besturing in de motordeksel.

Alleen koppelingen en connectors met dezelfde kleur (oranje en grijs) met elkaar verbinden.

Bezetting, zie „Schakelschema's”.

  1. Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging: stekker op de printplaat grensschakelaar hijsen plaatsen.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.

Onderhoud

Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.

De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.

Voorbeelden van bevoegde personen:

  • Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
  • Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
  • Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
  • Personen met regelmatige scholing door ABUS.

ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.

ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.

Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.

Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud

Neem de volgende veiligheidsrichtlijnen bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de kettingtakel in acht:

  • Schakel de netstroomschakelaar uit. Beveilig de schakelaar, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
  • Trek de netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast. Beveilig de contactdoos met een hangslot zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
  • Gebruik een geschikt werkplatform en een valbeveiliging.
  • Zet het werkgebied rondom het platform ruim af.
  • Schakel andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uit. Beveilig de schakelaars, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
  • Breng personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud.
  • Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
  • Ook na het indrukken van de noodstop-knop staan er op de relaiskasten hoge spanningen in de kettingtakel die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.

Zekeringen vervangen

Alleen bij GM2, GM4 en GM6 met directe besturing

Kettingtakel openen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abnehmen 3.jpg
BajonetmoerMotordeksel
  1. Bajonetmoeren losdraaien
  2. Ontkoppel de aansluitkabel en besturingskabel.
  3. Schroef het motordeksel van het huis.
  1. De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.
  1. Ontkoppel de koppelingen van de hijsmotor en rem van de besturing in de motordeksel.

Zekeringen vervangen

Afdekking

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Sicherungen auswechseln 3.jpg
ZekeringhouderZekering
  1. Trek de afdekking naar boven van de zekeringhouder af.
  2. Vervang de zekering

Gebruik 3x keramische buiszekering 32x6,3, 10 A, vertraagd

  1. Plaats de afdekking op de zekeringhouder en grendel deze vast.

Kettingtakel aansluiten

  1. Steek de koppelingen van de hijsmotor en de rem op de connectors van de besturing in de motordeksel.

Alleen koppelingen en connectors met dezelfde kleur (oranje en grijs) met elkaar verbinden.

Bezetting, zie „Schakelschema's”.

  1. Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging: stekker op de printplaat grensschakelaar hijsen plaatsen.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.

Ketting en nestenschijf vervangen

Als de ketting slijtagesporen heeft of door het gebruik te sterk is opgerekt (zie „Toestand van de ketting controleren”) moet deze worden vervangen.

Ketting, nestenschijf en kettinggeleiding zijn slijtende onderdelen die door de last zwaar worden belast. Tijdens het bedrijf slijten ze elkaar af. Daarom dienen ketting, nestenschijf en kettinggeleiding altijd samen te worden vervangen.

Dankzij de modulaire constructie van de kettingtakel hoeft de overbrenging niet te worden gedemonteerd om de kettinggeleiding en de nestenschijf te vervangen. In plaats daarvan wordt de overbrenging eraf getrokken en komt de nestenschijf daardoor vrij.

Kettingmagazijn verwijderen

Pen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher abnehmen 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Maak de borgveren (1x of 2x) van de pen los.
  2. Houd het kettingmagazijn tegen en trek de pen(nen) (1x of 2x) eruit.
  3. Verwijder het kettingmagazijn.
Alleen bij GM2, GM4 en GM8

Kettingaanslag

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenanschlag entfernen 3.jpg
Holle borgpen
  1. Tik de spanbus uit de kettingaanslag.
Alleen bij GM6

Cilinderkopbout M6x30Kettingaanslag

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenanschlagstück GM6\Anschlagstück ab.png
  1. Schroef de cilinderkopbouten M6x30 (2x) eruit.
  2. Neem de helften van de kettingaanslag van de ketting.

Kettingtakel openen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abnehmen 3.jpg
BajonetmoerMotordeksel
  1. Bajonetmoeren losdraaien
  2. Ontkoppel de aansluitkabel en besturingskabel.
  3. Schroef het motordeksel van het huis.
  • De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.
  1. Ontkoppel de koppelingen van de hijsmotor en rem van de besturing in de motordeksel.
Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Deze stap geldt alleen als de printplaat van de grensschakelaar in het huis te zien is.

Huis

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Platine Ansicht 3.jpg
Printplaat grensschakelaar hijsen

Grensschakelaar hijsbeweging verwijderen

Printplaat
grensschakelaar hijsen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Platine herausnehmen 3.jpg
Cilinderkopbouten met ribben M5x10
  1. Koppel de stekker van de printplaat grensschakelaar hijsen los.
  2. Schroef de cilinderkopbouten met ribben M5x10 (3x) eruit.
  3. Verwijder de printplaat grensschakelaar hijsen uit de kettingtakel.

De magneethouder van de grensschakelaar hijsbeweging is vastgeschroefd aan de uitgaande as van de overbrenging. Deze moet eruit worden geschroefd omdat hij anders bij het aftrekken van de overbrenging onderdelen zou beschadigen.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Magnetträger ausbauen 3.jpg
Magneethouder
  1. Schroef de magneethouder eruit.

Kettinggeleiding eruit trekken

Alleen bij GM2

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM2 ausschrauben 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.

Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.

Alleen bij GM4

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM4 ausschrauben 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.

Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.

Alleen bij GM6

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM6 ausschrauben 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.

Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.

Alleen bij GM8

Tip:

De kettinggeleiding, de ketting en de overbrenging van de kettingtakel zijn erg zwaar. Daarom de kettingtakel neerlaten en de kettinggeleiding liggend uitbouwen.

Cilinderkopbouten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM8 ausschrauben 3.jpg
Pal
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.

Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.

OverbrengingHuis

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung GM4 rausziehen 3.jpg
Kettinggeleiding
  1. De kettinggeleiding vasthouden.
  2. Trek de overbrenging van het huis.

Door de pal wordt de overbrenging geborgd en hoeft niet compleet te worden verwijderd.

  • De kettinggeleiding is nu losgemaakt.
  1. Trek de complete kettinggeleiding naar beneden uit het huis.
Alleen bij een enkelstrengs kettingtakel

Lasthaak demonteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hakengeschirr auseinanderschrauben 3.jpg
Takelblok
  1. Schroef het takelblok uit elkaar.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Axiallager auseinandernehmen 3.jpg
KettingslothelftAxiaal kogellager
  1. Schuif het driedelige axiale kogellager naar boven.
  2. Verwijder de beide kettingslothelften van de ketting.
  3. Onthoud de plaats van het axiale kogellager en verwijder het kogellager van de ketting.
Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel GM2 en GM4

Onderblok en vast kettingpunt demonteren

PenRemlagerschild

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM4 rausziehen 3.jpg
Tweede strengBorgplaat
  1. Borgplaat aan het remlagerschild afschroeven.
  2. Houd de tweede streng vast en trek de pen eruit.
  1. De ketting is nu losgemaakt.
  1. Trek de ketting uit het onderblok van de kraanhaak.
Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel GM6

Onderblok en vast kettingpunt demonteren

Borgplaat

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM6 rausziehen 3.jpg
Tweede strengPen
  1. Borgplaat afschroeven.
  2. Houd de tweede streng vast en trek de pen eruit.
  1. De ketting is nu losgemaakt.
  1. Trek de ketting uit het onderblok van de kraanhaak.
Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel GM8

Onderblok en vast kettingpunt demonteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM8 herausnehmen 3.jpg
Kraagbus
  1. Verwijder de kraagbus uit het huis.

Kettingslothelften

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM8 auseinandernehmen 3.jpg
Kraagbus
  1. Schuif de kraagbus naar beneden.
  2. Verwijder de beide kettingslothelften van de ketting.
  3. Trek de ketting uit het onderblok van de kraanhaak.

Nieuwe kettinggeleiding monteren

NestenschijfCilindrische pennen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung GM4 zusammenbauen 3.jpg
KettinggeleidingAfstrijker
  1. Smeer de nieuwe nestenschijf zoals te zien is op de afbeelding.

Smeermiddel: „High-Lub LT1 EP”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

  1. Plaats de nestenschijf in de nieuwe kettinggeleiding.
  2. Schuif de afstrijker van onderen in de kettinggeleiding.
  3. Tik de cilindrische pen(nen) (1x of 2x) erin.

Nieuwe ketting intrekken

Gebruik uitsluitend een originele nieuwe ABUS-ketting. Technische gegevens van de ketting, zie „Slijtage van de ketting controleren”.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette in Kettenführung GM4 einziehen 3.jpg
Staande kettingschakel
  1. Draai de ketting zoals aangegeven in de afbeelding. De eerste kettingschakel moet staand (rechtop) in de kettinggeleiding worden getrokken.

De positie van de lasnaad van de kettingschakel (naar binnen of buiten) moet niet in acht worden genomen.

  1. De ketting in de kettinggeleiding trekken.

Tip:

Bevestig een kabelbinder of draad aan het einde van de ketting en trek de ketting daarmee door de kettinggeleiding.

Tip:

Afhankelijk van de grootte van de haakverplaatsing is de nieuwe ketting zeer zwaar.

Ten behoeve van een eenvoudiger montage:

Oude ketting

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette mit C-Glied GM4 einziehen 3.jpg
Nieuwe kettingC-vormige kettingschakel
  1. Van de oude ketting ongeveer een halve meter afknippen en dit korte stuk zoals hier beschreven door de kettinggeleiding halen en de kettinggeleiding monteren.
  2. Zodra de kettingtakel weer werkt, met een C-vormig opengesneden kettingtakel de nieuwe ketting in het oude reststuk haken en de nieuwe ketting langzaam in de kettinggeleiding laten lopen.
Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel

Onderblok monteren

Tweede streng

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette GM6 durch Unterflasche 3.jpg
KabelbinderOnderblok
  1. Bevestig een kabelbinder aan het einde van de tweede streng.
  2. Draai de tweede streng recht en trek met de kabelbinder de ketting door het onderblok.

De tweede streng mag niet verdraaid door het onderblok worden getrokken.

Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel GM2 en GM4

Vast kettingpunt monteren

Vast kettingpunt

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette in Festpunkt GM4 schieben 3.jpg
Tweede streng
  1. Draai de ketting recht en schuif de tweede streng van onderen in het vaste kettingpunt.

De ketting mag niet verdraaid in het vaste kettingpunt worden geschoven.

  1. Indien nodig: een enkele kettingschakel verwijderen zodat de tweede streng er recht ingeschoven kan worden.

PenRemlagerschild

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM4 einschieben 3.jpg
Borgplaat
  1. Schuif de pen erin.
  1. De tweede streng wordt nu door de pen vastgehouden.
  1. Borgplaat met cilinderkopbout aan het remlagerschild vastschroeven.

Maat

Type en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M5x20

4 Nm

GM4

M5x20

4 Nm

Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel GM6

Vast kettingpunt monteren

Vast kettingpunt

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette in Festpunkt GM4 schieben 3.jpg
Tweede streng
  1. Draai de ketting recht en schuif de tweede streng van onderen in het vaste kettingpunt.

De ketting mag niet verdraaid in het vaste kettingpunt worden geschoven.

  1. Indien nodig: een enkele kettingschakel verwijderen zodat de tweede streng er recht ingeschoven kan worden.

Borgplaat

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM6 einschieben 3.jpg
Pen
  1. Schuif de pen erin.
  1. De tweede streng wordt nu door de pen vastgehouden.
  1. Borgplaat met cilinderkopbout M5x10 vastschroeven. 3 Nm.
Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel GM8

Vast kettingpunt monteren

Kettingslothelften

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM8 zusammensetzen 3.jpg
Kraagbus
  1. Schuif de kraagbus op de tweede streng van de ketting.
  2. Leg de kettingslothelften van weerszijden over de laatste kettingschakel en schuif de kraagbus er overheen.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Festpunkt GM8 einsetzen 3.jpg
Kraagbus
  1. Schuif de kraagbus in het huis.

Kettinggeleiding monteren

Tandkrans

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kupplungshälften prüfen 3.jpg
Koppelingshelften
  1. Controleer de positie van de koppelingshelften. De klauwen moeten zo staan dat ze exact in de tandkrans grijpen.

Indien nodig:

  1. Draai de koppelingshelften aan de kant van de overbrenging tot de klauwen in de juiste positie staan.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung GM4 einschieben 3.jpg
  1. De kettinggeleiding van onderen in het huis schuiven en vasthouden.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung und Getriebe GM4 einschieben 3.jpg
  1. De overbrenging in het huis schuiven. Daarbij iets aan de ketting trekken tot de uitgaande as van de overbrenging in de nestenschijf valt.
  2. Schroef de cilinderkopbouten (3x) vast in het huis.

Maat

Maat en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M6x85

7 Nm

GM4

M6x105

7 Nm

GM6

M8x110

18 Nm

GM8

M10x140

25 Nm

Alleen bij een enkelstrengs kettingtakel

Takelblok monteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Innere Kette verwenden 3.jpg
Binnenste kettingeinde
  1. Gebruik het binnenste uiteinde van de ketting om de lasthaak te monteren.

Kogellagerring (grote binnendiameter)Kogellagerkooi

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Axiallager aufschieben 3.jpg
Kogellagerring (kleine binnendiameter)
  1. Schuif het axiale kogellager in de juiste volgorde op de ketting: schuif eerst de kogellagerring met de grotere binnendiameter (geslepen) erop, daarna de kogellagerkooi en dan de kogellagerring met de kleinere binnendiameter (niet geslepen).
  2. Plaats de kettingslothelften van weerszijden over de ketting.

Axiaal kogellager

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Axiallager zusammensetzen 3.jpg
Kettingslothelften
  1. Schuif het axiale kogellager over de kettingslothelften.
  2. Smeer het axiale kogellager.

Smeermiddel: „High-Lub LT1 EP”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

Axiaal kogellager met kettingslothelften

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hakengeschirr zusammenschrauben 3.jpg
Takelblok
  1. Steek het axiaal kogellager met kettingslothelften in een helft van het takelblok.
  2. Monteer het takelblok.
  3. Schroef het takelblok vast met cilinderkopbouten en zelfborgende moeren (2x).

Maat

Maat en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M6x25

10 Nm

GM4

M6x25

10 Nm

GM6

M6x45

12 Nm

GM8

M8x50

30 Nm

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Magneethouder monteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Magnetträger einbauen 3.jpg
Magneethouder
  1. Smeer de schroefdraad van de magneethouder in met schroefborgingslak (zwak).
  2. Magneethouder erin schroeven. 6 Nm.

Printplaat grensschakelaar hijsen monteren

Cilinderkopbouten met ribben M5x10Printplaat grensschakelaar hijsen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Platine einbauen 3.jpg
Aarddraad
  1. Steek de aarddraad op de cilinderkopbout rechtsonder.
  2. Breng de printplaat grensschakelaar hijsen boven de magneethouder aan.
  3. Schroef de printplaat grensschakelaar hijsen vast met cilinderkopbouten met ribben M5x10 (3x). 3 Nm.

Kettingtakel aansluiten

  1. Steek de koppelingen van de hijsmotor en de rem op de connectors van de besturing in de motordeksel.

Alleen koppelingen en connectors met dezelfde kleur (oranje en grijs) met elkaar verbinden.

Bezetting, zie „Schakelschema's”.

  1. Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging: stekker op de printplaat grensschakelaar hijsen plaatsen.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.

Kettingaanslag monteren

Alleen bij GM2, GM4 en GM8

Kettingaanslag

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenanschlag befestigen 3.jpg
Holle borgpen
  1. Gebruik het uiterste uiteinde van de ketting om de kettingaanslag te monteren.
  2. Draai de kettingaanslag zodanig dat de opening in gemonteerde toestand richting de streng aan de binnenzijde (de met de last belaste streng) wijst.
  3. Schuif de kettingaanslag op de voorlaatste of op twee na laatste kettingschakel (afhankelijk van de richting uit de stap hiervoor).
  4. Tik de spanbus in de kettingaanslag.
  5. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  6. Controleer of de ketting volledig in het kettingmagazijn past. Als het kettingmagazijn te klein is, neem dan contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.
Alleen bij GM6

Kettingaanslag

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenanschlagstück GM6\Anschlag montieren.png
Cilinderkopbout M6x30Zelfborgende moer
  1. Gebruik het uiterste uiteinde van de ketting om de kettingaanslag te monteren.
  2. Draai de kettingaanslag zodanig dat de koppen van de cilinderkopbouten in gemonteerde toestand richting de streng aan de binnenzijde (de met de last belaste streng) wijzen.
  3. Plaats de helften van de kettingaanslag op de voorlaatste of op twee na laatste kettingschakel (afhankelijk van de richting uit de stap hiervoor).
  4. Schroef de kettingaanslag vast met cilinderkopbouten M6x30 (2x) en zelfborgende moeren M6 (2x). 10 Nm.
  5. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  6. Controleer of de ketting volledig in het kettingmagazijn past. Als het kettingmagazijn te klein is, neem dan contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.

Ketting smeren

Een goed gesmeerde ketting slijt aanzienlijk langzamer en kan zodoende duidelijk langer worden gebruikt. De ketting moet vóór de eerste inbedrijfstelling gesmeerd worden.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette schmieren 3.jpg
  1. Druk de knop HIJSEN in en laat het kettingmagazijn lopen. Breng tijdens het lopen smeermiddel op de ketting aan.

Smeermiddel: „Chainlife S”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

  1. Doe daarnaast smeermiddel op de onbelaste ketting in het kettingmagazijn, zodat deze tussen de schalmen van de kettingschakels kan lopen.
Alleen bij GM2, GM4 en GM6 (GM6 met kettingmagazijn van kunststof)

De afbeeldingen geven de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM6 weer. De montage aan een kettingtakel GM2 of GM4 onderscheid zich in principe niet.

Kettingmagazijn monteren

PenBorgveer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM6 montieren 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (schuine zijde naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM2: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met een gat: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met twee gaten: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van het kettingmagazijn. De buitenste gaten blijven vrij.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn van kunststof: bevestig het kettingmagazijn met twee pennen aan de kettingtakel.
  1. Borg de pen(nen) met borgveren (1x of 2x).
Alleen bij GM8

Buffer bevestigen

Ophangogen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Puffer GM8 einschieben 3.jpg
BufferPen
  1. Draai de buffer zo als op de foto te zien is (afgeronde zijde naar buiten).
  2. Schuif de buffer tussen de ophangogen van de kettingtakel.
  3. Schuif de korte pen door de buitenste gaten van de ophangogen en de buffer.
Alleen bij GM6 (GM6 met kettingmagazijn met metaalframe) en GM8

De afbeeldingen tonen de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM8. De montage aan een kettingtakel GM6 wijkt hiervan in principe niet af.

Kettingmagazijn monteren

Binnenste gatPen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM8 montieren 3.jpg
KettingmagazijnBorgveer
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (dam naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn met metaalframe: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. De buitenste gaten van de ophangogen blijven vrij.
  • Bij GM8: kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel bevestigen. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. Aan de buitenste gaten van de ophangogen is de buffer bevestigd.
  1. Borg de pennen met borgveren (2x).
Alleen bij GM8

De tweede streng recht draaien

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenfestpunkt GM8 drehen 3.jpg
Vast kettingpuntTweede streng
  1. Controleer het vaste kettingpunt: de tweede streng dient recht tot aan het onderblok te lopen en mag niet verdraaid zijn.

Indien nodig:

  1. Verdraai het vaste kettingpunt.
Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Referentie elektronische grensschakelaar hijsbeweging instellen

  1. De referentie van de elektronische grensschakelaar hijsbeweging moet opnieuw worden ingesteld. Zie „Referentie elektronische grensschakelaar hijsbeweging instellen”.
  2. Controleer de schakelpunten (boven en onder) en corrigeer deze indien nodig.
  • De opgeslagen schakelpunten blijven na het instellen van de referentie behouden en moeten niet opnieuw worden ingesteld.
  • Als de schakelpunten gelijkmatig zijn verschoven, kunnen door een gewijzigd referentiepunt alle schakelpunten tegelijkertijd worden gecorrigeerd.

Referentie elektronische grensschakelaar hijsbeweging instellen

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Het instellen van de referentie van de grensschakelaar hijsbeweging is een fundamentele procedure en heeft niets met het instellen van het bovenste en onderste schakelpunt te doen, maar vormt het referentiepunt voor alle schakelpunten.

Het referentiepunt is af fabriek ingesteld. Het moet opnieuw worden ingesteld wanneer ketting en nestenschijf zijn vervangen.

De opgeslagen schakelpunten moeten na het instellen van de referentie niet opnieuw worden ingesteld.

De opgeslagen schakelpunten worden afgeleid van het referentiepunt dat in dit hoofdstuk wordt ingesteld. Daarom moet het referentiepunt altijd zoveel mogelijk op dezelfde plek (onderblok of takelblok kort onder het huis) worden opgeslagen.

Omdat alle schakelpunten van het referentiepunt worden afgeleid, kunnen door een gewijzigd referentiepunt alle schakelpunten tegelijkertijd worden gecorrigeerd.

Overzicht referentie grensschakelaar hijsbeweging instellen:

(Uitvoerige beschrijving volgt daarna)

  • Schakel de kettingtakel uit, wacht 30 s, schakel de kettingtakel weer in.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

  • Neem het referentiepunt in. Dit moet zo hoog mogelijk liggen, zonder dat de lasthaak het huis raakt.
  • De laatste verplaatsingsopdracht voor het programmeren moet de knop „Hijsen” zijn.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Kettingtakel uit- en inschakelen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anschlussleitung ab 3.jpg
Aansluitkabel
  1. Draai de bajonetmoer los en trek de aansluitkabel eraf.

Of:

Schakel de kettingtakel uit met de netstroomschakelaar.

  1. Wacht ten minste 30 s.
  2. Sluit de aansluitkabel aan.

Of

Schakel de kettingtakel in met de netstroomschakelaar.

Programmeren uitvoeren

BesturingskabelBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Teach-in kurz oder lang 3.jpg
ProgrammeermoduleWachttijd afhankelijk van gewenste functie
  1. Alleen bij programmeermodule: draai de bajonetmoer los en koppel de handafstandsbediening los.
  2. Sluit de programmeermodule aan op de besturingskabel, druk de programmeertoets op de handafstandsbediening in en houd deze ingedrukt of houd de sneltoets „Teach-In” (T met pijl) op de ABURemote AC ingedrukt.
  3. Wacht ten minste 5 s of meer dan 30 s:
  • Bij een wachttijd van 5 s tot 29 s wordt het referentiepunt van de grensschakelaar hijsbeweging ingesteld en blijven de opgeslagen schakelpunten behouden.
  • Bij een wachttijd van meer dan 30 s wordt het referentiepunt van de grensschakelaar hijsbeweging ingesteld. Daarnaast worden alle opgeslagen schakelpunten gewist.
  1. Koppel de programmeermodule los, laat de programmeertoets of sneltoets „Teach-In” (T met pijl) los.
  1. Het instellen van het referentiepunt (met of zonder wissen van de schakelpunten) is begonnen. Ga verder met de volgende stappen.

Handafstandsbediening aansluiten

BesturingskabelBajonetkoppeling

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hängetaster an Kabel 3.jpg
Noodstop-knopHandafstandsbediening
  1. Alleen bij programmeermodule: sluit de handafstandsbediening aan.
  2. Alleen bij programmeermodule: ontgrendel de noodstop-knop.

Referentiepunt innemen

Takelblok of onderblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Referenzposition anfahren 3.jpg
  1. Ga voor het referentiepunt zo ver mogelijk naar boven, zonder dat het onderblok of het takelblok het huis raakt.
  2. Druk de knop „Hijsen” eerst kort in.

Als het referentiepunt moet worden ingesteld, moet voor het programmeren als laatste de knop „Hijsen” worden ingedrukt.

Programmeermodule aansluiten

BesturingskabelBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Teach-In einstecken kurz 3.jpg
Programmeermodule
  1. Koppel de handafstandsbediening los.
  2. Sluit de programmeermodule aan.
  3. Wacht ten minste 5 s.
  4. Koppel de programmeermodule los.
  5. Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de programmeertoets 5 s ingedrukt.
  1. Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Handafstandsbediening aansluiten

BesturingskabelBajonetkoppeling

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hängetaster an Kabel 3.jpg
Noodstop-knopHandafstandsbediening
  1. Alleen bij programmeermodule: sluit de handafstandsbediening aan.
  2. Alleen bij programmeermodule: ontgrendel de noodstop-knop.
  1. Het referentiepunt is opgeslagen.
  1. Controleer de schakelpunten (boven en onder) en corrigeer deze indien nodig.
  • De opgeslagen schakelpunten blijven na het instellen van de referentie behouden en moeten niet opnieuw worden ingesteld.
  • Als de schakelpunten gelijkmatig zijn verschoven, kunnen door een gewijzigd referentiepunt alle schakelpunten tegelijkertijd worden gecorrigeerd.

Alle schakelpunten van elektronische grensschakelaar hijsbeweging wissen

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Indien nodig kunnen alle ingestelde schakelpunten worden gewist.

Hiervoor moet het referentiepunt van de elektronische grensschakelaar hijsbeweging opnieuw worden ingesteld. Tijdens het instellen van het referentiepunt kunnen aanvullend de schakelpunten worden gewist.

Overzicht referentiepunt grensschakelaar hijsbeweging instellen en schakelpunten wissen:

  • Schakel de kettingtakel uit, wacht 30 s, schakel de kettingtakel weer in.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 30 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 30 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 30 s ingedrukt.

  • Neem het referentiepunt in. Dit moet zo hoog mogelijk liggen, zonder dat de lasthaak het huis raakt.
  • De laatste verplaatsingsopdracht voor het programmeren moet de knop „Hijsen” zijn.
  • Alleen bij programmeermodule: koppel de handafstandsbediening los, sluit de programmeermodule aan, wacht 5 s, koppel de programmeermodule weer los, sluit de handafstandsbediening weer aan.

Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd de programmeertoets 5 s ingedrukt.

Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

  • Het referentiepunt van de grensschakelaar hijsbeweging is opnieuw ingesteld en de schakelpunten zijn gewist.

Zie „Referentie elektronische grensschakelaar hijsbeweging instellen” voor een gedetailleerde beschrijving van de procedure.

Schakelpunten bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging passeren

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

In enkele situaties kan het nodig zijn een ingesteld schakelpunt (boven of onder) te passeren.

Schakelpunt innemen

  1. Ga naar het schakelpunt dat moet worden gepasseerd tot de lasthaak blijft staan.

Als de lasthaak binnen ongeveer 10 cm afstand van het schakelpunt staat, zal met de volgende procedure het ingestelde schakelpunt worden gepasseerd. Buiten deze afstand wordt met deze procedure een schakelpunt ingesteld.

Programmeermodule aansluiten

BesturingskabelBajonetmoer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Teach-In einstecken kurz 3.jpg
Programmeermodule
  1. Koppel de handafstandsbediening los.
  2. Sluit de programmeermodule aan.
  3. Wacht ten minste 5 s.
  4. Koppel de programmeermodule los.
  5. Alleen bij handafstandsbediening met programmeertoets: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de programmeertoets 5 s ingedrukt.
  1. Alleen bij ABURemote AC met teach-in: houd in plaats van de programmeermodule aan te sluiten de sneltoets „Teach-in” (T met pijl) 5 s ingedrukt.

Handafstandsbediening aansluiten

BesturingskabelBajonetkoppeling

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Hängetaster an Kabel 3.jpg
Noodstop-knopHandafstandsbediening
  1. Alleen bij programmeermodule: sluit de handafstandsbediening aan.
  2. Alleen bij programmeermodule: ontgrendel de noodstop-knop.

Schakelpunt passeren

  1. Verplaats de ketting over het ingestelde schakelpunt heen naar boven of beneden.
  1. Het ingestelde schakelpunt is gepasseerd.

Ketting smeren

Als de ketting droog is en er geen smeermiddel aan het oppervlak meer te zien is, moet deze worden gesmeerd.

Aanwijzing voor bedrijven in/met een erg stoffige of vuile omgeving:

Door het smeermiddel hecht het vuil aan de ketting en maakt deze stijf, wat leidt tot een sterkere slijtage in de kettingtakel. In een dergelijke omgeving de ketting daarom eventueel niet smeren en vaker vervangen. Verkort de testintervallen.

Ketting smeren

Een goed gesmeerde ketting slijt aanzienlijk langzamer en kan zodoende duidelijk langer worden gebruikt. De ketting moet vóór de eerste inbedrijfstelling gesmeerd worden.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette schmieren 3.jpg
  1. Druk de knop HIJSEN in en laat het kettingmagazijn lopen. Breng tijdens het lopen smeermiddel op de ketting aan.

Smeermiddel: „Chainlife S”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

  1. Doe daarnaast smeermiddel op de onbelaste ketting in het kettingmagazijn, zodat deze tussen de schalmen van de kettingschakels kan lopen.

Onderblok demonteren

Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel

Bij reparaties of om het te vervangen, kan het nodig zijn om het onderblok te demonteren.

Onderblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Unterflasche demontieren 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (2x) eruit.
  2. Demonteer het onderblok.

Onderblok monteren

Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel

Onderblok in elkaar zetten

PenBuffer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Unterflasche demontiert 3.jpg
Axiaal kogellagerKeerrol
  1. Plaats de lasthaak in het onderblok.
  2. Smeer het axiale kogellager van de lasthaak.

Smeermiddel: „High-Lub LT1 EP”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

  1. Schuif de buffer erop.
  2. Draai de ketting recht en leg deze om de keerrol. De ketting mag niet verdraaid op de keerrol worden gelegd.
  3. Plaats de keerrol en de pen in het onderblok.
  4. Smeer de naaldbus van de keerrol.

Smeermiddel: „Klüber Staburags NBU 12 Alltemp”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

Onderblok in elkaar zetten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Unterflasche montieren 3.jpg
  1. Plaats de onderblokhelften vlak tegen elkaar.
  2. Schroef de cilinderkopbouten (2x) vast met zelfborgende moeren.

Maat

Maat en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M6x30

10 Nm

GM4

M8x35

25 Nm

GM6

M10x45

36 Nm

GM8

M12x75

49 Nm

Luchtspleet van de rem instellen

Als de luchtspleet breder is dan toegestaan, moet deze opnieuw worden ingesteld.

Overzicht:

Maat

Luchtspleet streefwaarde

Luchtspleet maximaal

Luchtspleet minimaal

GM2

0,25 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM4

0,3 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM6

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

GM8

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\HF-EF\Bremse Übersicht 3.jpg
Magneet en ankerplaatRemrotor met remvoering

Zodra de kettingtakel niet meer loopt, drukt de ankerplaat door veerkracht tegen de remrotor en remt zo de motor af. Tussen magneet en ankerplaat ontstaat een luchtspleet. Wanneer de kettingtakel begint te lopen, trekt de magneet de ankerplaat van de remrotor af; de motor kan weer vrij draaien.

Wanneer de remvoering slijt, wordt de luchtspleet groter. Zie „Rem van kettingtakel controleren”. Wanneer deze groter is dan maximaal toegestaan, moet de rem opnieuw worden ingesteld. Als de remvoering van de remrotor door slijtage te dun is geworden, moet deze worden vervangen. Zie „Remrotor vervangen”.

Kettingmagazijn verwijderen

Pen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher abnehmen 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Maak de borgveren (1x of 2x) van de pen los.
  2. Houd het kettingmagazijn tegen en trek de pen(nen) (1x of 2x) eruit.
  3. Verwijder het kettingmagazijn.

Kettingtakel openen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abnehmen 3.jpg
BajonetmoerMotordeksel
Motordeksel
  1. Bajonetmoeren losdraaien
  2. Ontkoppel de aansluitkabel en besturingskabel.
  3. Schroef het motordeksel van het huis.
  • De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.
  1. Ontkoppel de koppelingen van de hijsmotor en rem van de besturing in de motordeksel.

Rem vrijleggen

Stofring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Manschette abstreifen 3.jpg
  1. Stofring verwijderen

Luchtspleet instellen

Zeskantbouten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Luftspalt einstellen 3.jpg
VoelermaatHolle bouten
  1. Zeskantbouten (3x) een halve slag losdraaien.
  2. Holle bouten (3x) een halve slag in de richting van de magneet draaien.
  3. Lees de streefwaarde van de breedte van de luchtspleet af uit de tabel.

Maat

Luchtspleet streefwaarde

Luchtspleet maximaal

Luchtspleet minimaal

GM2

0,25 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM4

0,3 mm

0,6 mm

0,2 mm

GM6

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

GM8

0,35 mm

0,6 mm

0,3 mm

  1. De juiste voelermaat direct naast een van de zeskantbouten in de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat steken.
  2. De zeskantbouten zo vast aandraaien dat de voeler nog uit de luchtspleet kan worden getrokken.
  • De luchtspleet bij deze zeskantbout is nu ingesteld op de streefwaarde.
  1. Stappen voor alle zeskantbouten (3x) herhalen.

Luchtspleet instellen voltooien

  1. Holle bouten (3x) in de richting van de tractiemotor draaien en stevig aandraaien.
  2. Zeskantbouten (3x) vastdraaien.

Maat

Maat en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M4x45

3 Nm

GM4

M5x55

6 Nm

GM6

M6x65

10 Nm

GM8

M6x65

10 Nm

  • De rem is vast aangedraaid.
  1. Luchtspleet direct naast alle drie zeskantbouten controleren. Wijkt deze af van de streefwaarde van de breedte, herhaal dan de instelling.

Rem afdekken

Stofring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Manschette überstreifen 3.jpg
  1. Stofring over de rem schuiven.

Kettingtakel aansluiten

  1. Steek de koppelingen van de hijsmotor en de rem op de connectors van de besturing in de motordeksel.

Alleen koppelingen en connectors met dezelfde kleur (oranje en grijs) met elkaar verbinden.

Bezetting, zie „Schakelschema's”.

  1. Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging: stekker op de printplaat grensschakelaar hijsen plaatsen.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.
Alleen bij GM2, GM4 en GM6 (GM6 met kettingmagazijn van kunststof)

De afbeeldingen geven de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM6 weer. De montage aan een kettingtakel GM2 of GM4 onderscheid zich in principe niet.

Kettingmagazijn monteren

PenBorgveer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM6 montieren 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (schuine zijde naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM2: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met een gat: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met twee gaten: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van het kettingmagazijn. De buitenste gaten blijven vrij.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn van kunststof: bevestig het kettingmagazijn met twee pennen aan de kettingtakel.
  1. Borg de pen(nen) met borgveren (1x of 2x).
Alleen bij GM8

Buffer bevestigen

Ophangogen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Puffer GM8 einschieben 3.jpg
BufferPen
  1. Draai de buffer zo als op de foto te zien is (afgeronde zijde naar buiten).
  2. Schuif de buffer tussen de ophangogen van de kettingtakel.
  3. Schuif de korte pen door de buitenste gaten van de ophangogen en de buffer.
Alleen bij GM6 (GM6 met kettingmagazijn met metaalframe) en GM8

De afbeeldingen tonen de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM8. De montage aan een kettingtakel GM6 wijkt hiervan in principe niet af.

Kettingmagazijn monteren

Binnenste gatPen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM8 montieren 3.jpg
KettingmagazijnBorgveer
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (dam naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn met metaalframe: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. De buitenste gaten van de ophangogen blijven vrij.
  • Bij GM8: kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel bevestigen. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. Aan de buitenste gaten van de ophangogen is de buffer bevestigd.
  1. Borg de pennen met borgveren (2x).

Remrotor vervangen

Als de remrotor van de kettingtakel dunner is dan toegestaan, moet de remrotor worden vervangen.

Kettingmagazijn verwijderen

Pen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher abnehmen 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Maak de borgveren (1x of 2x) van de pen los.
  2. Houd het kettingmagazijn tegen en trek de pen(nen) (1x of 2x) eruit.
  3. Verwijder het kettingmagazijn.

Kettingtakel openen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abnehmen 3.jpg
BajonetmoerMotordeksel
Motordeksel
  1. Bajonetmoeren losdraaien
  2. Ontkoppel de aansluitkabel en besturingskabel.
  3. Schroef het motordeksel van het huis.
  • De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.
  1. Ontkoppel de koppelingen van de hijsmotor en rem van de besturing in de motordeksel.

Rem vrijleggen

Stofring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Manschette abstreifen 3.jpg
  1. Stofring verwijderen

Magneet demonteren

Zeskantbouten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Bremse abschrauben 3.jpg
Magneet
  1. Voeding van magneet verwijderen.
  2. Zeskantbouten M6x70 (3x) losdraaien.
  3. Magneet van de motoras trekken.

Oude remrotor demonteren

RemrotorNaaf

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Bremsbelag abnehmen 3.jpg
Remplaat
  1. Remrotor van de naaf trekken.
  • De remplaat ligt los op het remlagerschild.
  1. Verwijder de remplaat niet.

Nieuwe remrotor monteren

NaafRemrotor

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Bremsbelag aufschieben 3.jpg
Remplaat
  1. Controleer of de remplaat nog op het remlagerschild ligt.
  2. Nieuwe remrotor op de naaf schuiven.

Magneet monteren

  1. Magneet op de motoras schuiven.
  2. Schroef de zeskantbouten (3x) vast. 7 Nm.
  1. Daarna moet de luchtspleet opnieuw worden ingesteld. Zie „Luchtspleet van de rem instellen”.
  1. Voeding van de magneet aansluiten.

Rem afdekken

Stofring

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Manschette überstreifen 3.jpg
  1. Stofring over de rem schuiven.

Kettingtakel aansluiten

  1. Steek de koppelingen van de hijsmotor en de rem op de connectors van de besturing in de motordeksel.

Alleen koppelingen en connectors met dezelfde kleur (oranje en grijs) met elkaar verbinden.

Bezetting, zie „Schakelschema's”.

  1. Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging: stekker op de printplaat grensschakelaar hijsen plaatsen.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.
Alleen bij GM2, GM4 en GM6 (GM6 met kettingmagazijn van kunststof)

De afbeeldingen geven de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM6 weer. De montage aan een kettingtakel GM2 of GM4 onderscheid zich in principe niet.

Kettingmagazijn monteren

PenBorgveer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM6 montieren 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (schuine zijde naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM2: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met een gat: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met twee gaten: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van het kettingmagazijn. De buitenste gaten blijven vrij.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn van kunststof: bevestig het kettingmagazijn met twee pennen aan de kettingtakel.
  1. Borg de pen(nen) met borgveren (1x of 2x).
Alleen bij GM8

Buffer bevestigen

Ophangogen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Puffer GM8 einschieben 3.jpg
BufferPen
  1. Draai de buffer zo als op de foto te zien is (afgeronde zijde naar buiten).
  2. Schuif de buffer tussen de ophangogen van de kettingtakel.
  3. Schuif de korte pen door de buitenste gaten van de ophangogen en de buffer.
Alleen bij GM6 (GM6 met kettingmagazijn met metaalframe) en GM8

De afbeeldingen tonen de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM8. De montage aan een kettingtakel GM6 wijkt hiervan in principe niet af.

Kettingmagazijn monteren

Binnenste gatPen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM8 montieren 3.jpg
KettingmagazijnBorgveer
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (dam naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn met metaalframe: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. De buitenste gaten van de ophangogen blijven vrij.
  • Bij GM8: kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel bevestigen. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. Aan de buitenste gaten van de ophangogen is de buffer bevestigd.
  1. Borg de pennen met borgveren (2x).

Slipkoppeling afstellen

Tilt de kettingtakel de testlast niet of wijkt de gemeten waarde af van het maximale draagvermogen, dan moet de slipkoppeling opnieuw worden afgesteld.

Kettingtakel voorbereiden

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Verschlußkappe entfernen 3.jpg
Dop
  1. Verwijder de dop. Daarbij kan er iets olie uitlopen.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette blockieren 3.jpg
  1. De hijsmotor, de overbrenging en de ketting mogen zich bij het afstellen van de slipkoppeling niet bewegen. De ketting in de kettinggeleiding blokkeren of de ketting via de slipkrachttester blokkeren.

Slipkoppeling afstellen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Rutschkupplung einstellen 3.jpg
  1. Stel de slipkoppeling af op het 1,3- tot 1,4-voudige van het maximale draagvermogen. Door naar rechts te draaien spreekt de slipkoppeling aan bij een zwaardere last, door naar links te draaien bij een lichtere last.
  2. Controleer de slipkoppeling, zie „Slipkoppeling controleren”.

Als de slipkoppeling niet meer kan worden bijgesteld, moet deze worden vervangen. Neem daarvoor contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.

Overbrenging demonteren

Bij reparaties of om te vervangen, kan het nodig zijn om de overbrenging te demonteren.

Kettingmagazijn verwijderen

Pen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher abnehmen 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Maak de borgveren (1x of 2x) van de pen los.
  2. Houd het kettingmagazijn tegen en trek de pen(nen) (1x of 2x) eruit.
  3. Verwijder het kettingmagazijn.

Kettingtakel openen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel abnehmen 3.jpg
BajonetmoerMotordeksel
Motordeksel
  1. Bajonetmoeren losdraaien
  2. Ontkoppel de aansluitkabel en besturingskabel.
  3. Schroef het motordeksel van het huis.
  • De cilinderkopbouten zijn geborgd door O-ringen en vallen daarom niet uit het motordeksel.
  1. Ontkoppel de koppelingen van de hijsmotor en rem van de besturing in de motordeksel.
Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Deze stap geldt alleen als de printplaat van de grensschakelaar in het huis te zien is.

Huis

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Platine Ansicht 3.jpg
Printplaat grensschakelaar hijsen

Grensschakelaar hijsbeweging verwijderen

Printplaat grensschakelaar hijsen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Platine herausnehmen 3.jpg
Cilinderkopbouten met ribben M5x10
  1. Koppel de stekker van de printplaat grensschakelaar hijsen los.
  2. Schroef de cilinderkopbouten met ribben M5x10 (3x) eruit.
  3. Verwijder de printplaat grensschakelaar hijsen uit de kettingtakel.

De magneethouder van de grensschakelaar hijsbeweging is vastgeschroefd aan de uitgaande as van de overbrenging. Deze moet eruit worden geschroefd omdat hij anders bij het aftrekken van de overbrenging onderdelen zou beschadigen.

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Magnetträger ausbauen 3.jpg
Magneethouder
  1. Schroef de magneethouder eruit.

Kettinggeleiding eruit trekken

Alleen bij GM2

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM2 ausschrauben 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.
  3. Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.
Alleen bij GM4

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM4 ausschrauben 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.
  3. Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.
Alleen bij GM6

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM6 ausschrauben 3.jpg
Cilinderkopbouten
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.
  3. Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.
Alleen bij GM8

Tip:

De kettinggeleiding, de ketting en de overbrenging van de kettingtakel zijn erg zwaar. Daarom de kettingtakel neerlaten en de kettinggeleiding liggend uitbouwen.

Cilinderkopbouten

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebeschrauben GM8 ausschrauben 3.jpg
Pal
  1. Schroef de cilinderkopbouten (3x) eruit.
  2. Laat de pal vastzitten.
  3. Deze borgt later de overbrenging zodat deze niet naar beneden valt.

OverbrengingHuis

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung GM4 rausziehen 3.jpg
Kettinggeleiding
  1. De kettinggeleiding vasthouden.
  2. Trek de overbrenging van het huis.
  3. Door de pal wordt de overbrenging geborgd en hoeft niet compleet te worden verwijderd.
  4. De kettinggeleiding is nu losgemaakt.
  • Trek de complete kettinggeleiding naar beneden uit het huis.

Overbrenging verwijderen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Arretierschraube GM4 ausschrauben 3.jpg
Pal
  1. Schroef de pal eruit.
  • De overbrenging is nu losgemaakt.
  1. Verwijder de overbrenging.

Overbrenging monteren

Overbrenging voorbereiden

Uitgaande asPaspen overbrenging

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Dom und Ritzel schmieren 3.jpg
Pakking
  1. Smeer de paspen van de overbrenging en de uitgaande as.

Smeermiddel: „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

  1. Breng de pakking aan.

TandkransDrukveren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Federn, Kupplung, Stift einsetzen 3.jpg
Cilindrische pen
  1. Breng de drukveren (2x, 3x of 4x) aan. Zo nodig met een beetje vet vastzetten.
  2. Plaats de tandkrans op de koppelingshelft.
  3. Breng de cilindrische pen aan.

Overbrenging monteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Getriebe aufschieben 3.jpg
  1. Plaats de overbrenging tegen het huis aan en schuif het erin. De juiste positie van de overbrenging wordt bepaald door de paspen en de cilindrische pen.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Arretierschraube GM4 einschrauben 3.jpg
Pal
  1. Schroef de aanzetbout (cilinderkopbout) erin.

Maat

Maat en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M6x105

7 Nm

GM4

M6x105

7 Nm

GM6

M8x110

10 Nm

GM8

M10x110

10 Nm

Kettinggeleiding monteren

Tandkrans

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kupplungshälften prüfen 3.jpg
Koppelingshelften
  1. Controleer de positie van de koppelingshelften. De klauwen moeten zo staan dat ze exact in de tandkrans grijpen.

Indien nodig:

  1. Draai de koppelingshelften aan de kant van de overbrenging tot de klauwen in de juiste positie staan.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung GM4 einschieben 3.jpg
  1. De kettinggeleiding van onderen in het huis schuiven en vasthouden.
U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenführung und Getriebe GM4 einschieben 3.jpg
  1. De overbrenging in het huis schuiven. Daarbij iets aan de ketting trekken tot de uitgaande as van de overbrenging in de nestenschijf valt.
  2. Schroef de cilinderkopbouten (3x) vast in het huis.

Maat

Maat en lengte

Aanhaalkoppel

GM2

M6x85

7 Nm

GM4

M6x105

7 Nm

GM6

M8x110

18 Nm

GM8

M10x140

25 Nm

Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Magneethouder monteren

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Magnetträger einbauen 3.jpg
Magneethouder
  1. Smeer de schroefdraad van de magneethouder in met schroefborgingslak (zwak).
  2. Magneethouder erin schroeven. 6 Nm.

Printplaat grensschakelaar hijsen monteren

Cilinderkopbouten met ribben M5x10Printplaat grensschakelaar hijsen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\HUGe Platine einbauen 3.jpg
Aarddraad
  1. Steek de aarddraad op de cilinderkopbout rechtsonder.
  2. Breng de printplaat grensschakelaar hijsen boven de magneethouder aan.
  3. Schroef de printplaat grensschakelaar hijsen vast met cilinderkopbouten met ribben M5x10 (3x). 3 Nm.

Kettingtakel aansluiten

  1. Steek de koppelingen van de hijsmotor en de rem op de connectors van de besturing in de motordeksel.

Alleen koppelingen en connectors met dezelfde kleur (oranje en grijs) met elkaar verbinden.

Bezetting, zie „Schakelschema's”.

  1. Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging: stekker op de printplaat grensschakelaar hijsen plaatsen.

Kettingtakel sluiten

Lange cilinderkopboutenKorte cilinderkopbout

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Motordeckel anschrauben 3.jpg
BajonetkoppelingMotordeksel
  1. Houd het motordeksel tegen het huis.
  2. Let op de verschillende boutlengtes en cilinderkopbouten inschroeven.

Maat

Maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

M5x65

3x

4 Nm

GM2

M5x45

1x

4 Nm

GM4

M5x60

3x

4 Nm

GM4

M5x50

1x

4 Nm

GM6

M8x110

3x

15 Nm

GM6

M8x60

1x

15 Nm

GM8

M10x95

3x

20 Nm

GM8

M10x50

1x

20 Nm

  1. Steek de bajonetkoppeling op de aansluitkabel en de bajonetstekker op de besturingskabel. Door een inkerving passen de stekkerverbindingen maar op één manier in elkaar.
  2. Schuif de bajonetmoeren erop en draai ze vast.
Alleen bij GM2, GM4 en GM6 (GM6 met kettingmagazijn van kunststof)

De afbeeldingen geven de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM6 weer. De montage aan een kettingtakel GM2 of GM4 onderscheid zich in principe niet.

Kettingmagazijn monteren

PenBorgveer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM6 montieren 3.jpg
Kettingmagazijn
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (schuine zijde naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM2: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met een gat: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM4 en kettingmagazijn met twee gaten: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van het kettingmagazijn. De buitenste gaten blijven vrij.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn van kunststof: bevestig het kettingmagazijn met twee pennen aan de kettingtakel.
  1. Borg de pen(nen) met borgveren (1x of 2x).
Alleen bij GM8

Buffer bevestigen

Ophangogen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Puffer GM8 einschieben 3.jpg
BufferPen
  1. Draai de buffer zo als op de foto te zien is (afgeronde zijde naar buiten).
  2. Schuif de buffer tussen de ophangogen van de kettingtakel.
  3. Schuif de korte pen door de buitenste gaten van de ophangogen en de buffer.
Alleen bij GM6 (GM6 met kettingmagazijn met metaalframe) en GM8

De afbeeldingen tonen de montage van een kettingmagazijn aan kettingtakel GM8. De montage aan een kettingtakel GM6 wijkt hiervan in principe niet af.

Kettingmagazijn monteren

Binnenste gatPen

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kettenspeicher GM8 montieren 3.jpg
KettingmagazijnBorgveer
  1. Leg de ketting in het kettingmagazijn.
  2. Draai het kettingmagazijn zo als op de foto te zien is (dam naar buiten).
  3. Monteer het kettingmagazijn met pen aan de kettingtakel.
  • Bij GM6 en kettingmagazijn met metaalframe: bevestig het kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. De buitenste gaten van de ophangogen blijven vrij.
  • Bij GM8: kettingmagazijn met een pen aan de kettingtakel bevestigen. Gebruik de binnenste gaten van de ophangogen. Aan de buitenste gaten van de ophangogen is de buffer bevestigd.
  1. Borg de pennen met borgveren (2x).
Alleen bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging

Referentie elektronische grensschakelaar hijsbeweging instellen

  1. De referentie van de elektronische grensschakelaar hijsbeweging moet opnieuw worden ingesteld. Zie „Referentie elektronische grensschakelaar hijsbeweging instellen”.
  2. Controleer de schakelpunten (boven en onder) en corrigeer deze indien nodig.
  • De opgeslagen schakelpunten blijven na het instellen van de referentie behouden en moeten niet opnieuw worden ingesteld.
  • Als de schakelpunten gelijkmatig zijn verschoven, kunnen door een gewijzigd referentiepunt alle schakelpunten tegelijkertijd worden gecorrigeerd.

Leverbare accessoires

Besturingskabel inkorten

De slang van de besturingskabel dient ter bescherming van de kabel en tegelijkertijd als trekontlasting. Daarom de besturingskabel om deze in te korten niet simpelweg opwikkelen en aan elkaar plakken. Daardoor werkt de trekontlasting niet meer.

Set voor het inkorten van de besturingskabel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Steuerleitung kürzen 3.jpg
  1. Gebruik voor het inkorten van de besturingskabel de „Inkortset besturingskabel” AN 308859.

Besturingskabel verlengen

Voorhanden besturingskabel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Steuerleitung verlängern 3.jpg
Extra besturingskabel
  1. Gebruik voor het verlengen van de besturingskabel de „Verlengingsset besturingskabel” AN 102282.

Aanvullende trekontlasting monteren

De slang van de besturingskabel dient ter bescherming van de kabel en tegelijkertijd als trekontlasting. In enkele gevallen kan het nuttig zijn een aanvullende trekontlasting te monteren.

Aanvullende trekontlasting

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Steuerleitung Zugentlastung 3.jpg
  1. Gebruik voor een aanvullende trekontlasting de set „Trekontlasting” AN 109795.

Kettingtakel aansluiten

CEE-stekker met faseomvormer

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anschlussleitung Zubehör 3.jpg
Flexibele aansluitkabel, 10 mBajonetstekker
  1. Gebruik bijvoorbeeld de set „Aansluitkabel kettingtakel” AN 316482 om de kettingtakel aan te sluiten.
  2. Verwissel indien nodig met de faseomvormer in de CEE-stekker de fasen. Zie paragraaf „Draaiveld controleren” in het hoofdstuk „Kraan op het stroomnet aansluiten” in het producthandboek „Algemeen producthandboek voor ABUS-kranen”.

Smeermiddelen

Opmerking:

Synthetische smeermiddelen mogen niet worden gemengd met minerale smeermiddelen!

Ketting

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Kette schmieren 3.jpg

Smeer ter plaatse met „Chainlife S”, ABUS-artikelnummer 2717.

Smeer af fabriek met „Chainlife S”, ABUS-artikelnummer 2718.

Alternatieven:

  • Castrol „Viscogen KL 23”
  • Klüber „Grafloscon CA 901 Ultra Spray”
  • Optimol „KL 23”
  • Shell „Malleus GL 95”

Smeer de ketting bij:

  • montage
  • regelmatige keuring
  • vervangen van ketting en nestenschijf

Voor details, zie „Ketting smeren”.

Nestenschijf

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schmierstoffe Kettenrad 3.jpg

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 318490.

Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.

Smeer de nestenschijf bij:

  • vervangen van ketting en nestenschijf

Voor details, zie „Nieuwe kettinggeleiding monteren”.

Uitgaande as van de overbrenging

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schmierstoffe Dom und Ritzel 3.jpg

Smering ter plaatse met „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”, ABUS-artikelnummer 6758

Smering af fabriek met „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”, ABUS-artikelnummer 1571.

Smeer de uitgaande as bij:

  • monteren van de overbrenging

Voor details, zie „Overbrenging monteren”.

Overbrenging GM2 en GM4

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schmierstoffe GM4 Getriebe 3.jpg

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 460 DIN 51502.

Hoeveelheid GM2: 200 cm³
Hoeveelheid GM4: 350 cm³

De overbrenging is voorzien van levensduursmering.

Overbrenging GM6

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502.

Hoeveelheid: 700 cm³

De overbrenging is voorzien van levensduursmering.

Overbrenging GM8

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502.

Hoeveelheid: 1700 cm³

De overbrenging is voorzien van levensduursmering.

Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel

Keerrol aan het onderblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schmierstoffe Unterflasche 3.jpg

Smering ter plaatse/af fabriek met „Klüber Staburags NBU 12 Alltemp” ABUS-artikelnummer ´14980.

Smeer de keerrol bij:

  • monteren van het onderblok

Voor details, zie „Onderblok monteren”.

Lasthaak aan het onderblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schmierstoffe Lasthaken 3.jpg

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 318490.

Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.

Smeer de lasthaak bij:

  • monteren van het onderblok

Voor details, zie „Onderblok monteren”.

Alleen bij een enkelstrengs kettingtakel

Takelblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schmierstoffe Lager Hakengeschirr 3.jpg

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 318490.

Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.

Smeer het takelblok bij:

  • vervangen van ketting en nestenschijf

Voor details, zie „Takelblok monteren”.

Overzicht aanhaalkoppels bouten

Motordeksel

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Motordeckel 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Cilinderkopbout M5x65

3x

4 Nm

GM2

Cilinderkopbout M5x45

1x

4 Nm

GM4

Cilinderkopbout M5x60

3x

4 Nm

GM4

Cilinderkopbout M5x50

1x

4 Nm

GM6

Cilinderkopbout M8x110

3x

15 Nm

GM6

Cilinderkopbout M8x60

1x

15 Nm

GM8

Cilinderkopbout M10x95

3x

20 Nm

GM8

Cilinderkopbout M10x50

1x

20 Nm

Overbrenging

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Getriebe 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Cilinderkopbout M6x85

3x

7 Nm

GM4

Cilinderkopbout M6x105

3x

7 Nm

GM6

Cilinderkopbout M8x110

3x

18 Nm

GM8

Cilinderkopbout M10x140

3x

25 Nm

Pal

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Arretierschraube 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Cilinderkopbout M6x105

1x

7 Nm

GM4

Cilinderkopbout M6x105

1x

7 Nm

GM6

Cilinderkopbout M8x110

1x

10 Nm

GM8

Cilinderkopbout M10x110

1x

10 Nm

Magneet

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Bremsschild 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Zeskantbout M4x45

3x

3 Nm

GM4

Zeskantbout M5x55

3x

6 Nm

GM6

Zeskantbout M6x65

3x

10 Nm

GM8

Zeskantbout M6x65

3x

10 Nm

Remlagerschild

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Bremslagerschild 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Cilinderkopbout M5x20

3x

4 Nm

GM4

Cilinderkopbout M5x20

4x

4 Nm

GM6

Cilinderkopbout M8x25

4x

18 Nm

GM8

Cilinderkopbout M10x30

4x

25 Nm

  • Bij de kettingtakel GM2 en GM4 wordt met de cilinderkopbout onder links ook de borgplaat voor de pen aan het vaste kettingpunt vastgeschroefd.
Alleen bij dubbelstrengs kettingtakel

Onderblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Unterflasche 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M6x30

2x

10 Nm

GM4

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M8x35

2x

25 Nm

GM6

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M10x45

2x

36 Nm

GM8

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M12x75

2x

49 Nm

Alleen bij enkelstrengs kettingtakel

Takelblok

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben Hakengeschirr 3.jpg

Maat

Type, maat en lengte

Aantal

Aanhaalkoppel

GM2

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M6x25

2x

10 Nm

GM4

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M6x25

2x

10 Nm

GM6

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M6x45

2x

12 Nm

GM8

Cilinderkopbout met zelfborgende moer M8x50

2x

30 Nm

Alleen bij GM6

Borgplaat voor de pen aan het vaste kettingpunt

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Anziehmoment Schrauben GM6 Festpunktbolzen 3.jpg
  • Cilinderkopbout M5x10
  • 3 Nm
  • Een afzonderlijke cilinderkopbout voor de borgplaat is alleen voor kettingtakel GM6 beschikbaar.
  • Bij de kettingtakel GM2 en GM4 wordt de borgplaat met de cilinderkopbout onder links van het remlagerschild vastgeschroefd.
  • Bij de kettingtakel GM8 is het vaste kettingpunt anders geschakeld en heeft geen borgplaat nodig.

ABUS-service

Alleen in Duitsland
  1. Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
  2. Bel de ABUS-servicecentrale op:
  • Telefoon: +49 2261 37 237
  1. Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
  1. De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
  1. Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
  • Fax: +49 2261 37 265
  • E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
  1. Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.

De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.

Storingen van de kettingtakel verhelpen

Werkt de kettingtakel niet of niet zoals verwacht, dan kan een storing aan de kettingtakel daarvan de oorzaak zijn.

Fout

Mogelijke oorzaak

Fout verhelpen

De kettingtakel gaat niet omhoog en omlaag, de hijsmotor bromt niet bij het indrukken van een knop op de handafstandsbediening.

Geen netspanning.

Controleer de stroomvoorziening. Zie „Kettingtakel aansluiten”

Stroomvoorziening niet correct aangesloten.

Controleer het draaiveld en de fasen. Zie „Kettingtakel aansluiten”

Houd de noodstopknop ingedrukt.

Ontgrendel de noodstopknop.

Hoofdrelais defect.

Controleer het hoofdrelais.

Bij elektronische besturing: geen stuurspanning.

Controleer de zekering op de voedingsprintplaat.

Zekering defect.

Controleer de zekering.

Bajonetkoppelingen van de aansluitkabel of besturingskabel zijn er niet correct ingestoken.

Bevestig de bajonetkoppelingen. Zie „Kettingtakel aansluiten”

Ader in de besturingskabel gebroken.

Vervang de besturingskabel.

Handafstandsbediening defect.

Vervang de handafstandsbediening.

Bij grensschakelaar hijsbeweging: schakelpunt verkeerd ingesteld.

Stel het schakelpunt opnieuw in.

De kettingtakel gaat niet omhoog en omlaag, de hijsmotor bromt bij het indrukken van een knop op de handafstandsbediening.

Zekering defect.

Controleer de zekering.

Stroomvoorziening defect (2-faseloop).

Controleer de stroomvoorziening. Zie „Kettingtakel aansluiten”

De koppelingen van de hijsmotor en de rem van de besturing zijn verwisseld.

Sluit de hijsmotor en de rem correct aan. Zie „Schakelschema's”.

Bij elektronische besturing: besturing defect.

Vervang de besturing.

Bij directe besturing: handafstandsbediening defect.

Vervang de besturing.

Hijsmotor loopt moeizaam aan.

Rem opent niet.

Controleer de rem.

Rem opent niet.

Remelektronica defect.

Meet de spanning aan de rem. Deze moet op circa 90 V DC liggen. Zo niet, de remelektronica vervangen.

Remspoel in magneet defect.

Elektrische doorgang meten. Als de remspoel geen doorgang heeft, magneet vervangen.

Fout

Mogelijke oorzaak

Fout verhelpen

De last zakt bij stilstand weg.

Remvoering van remrotor versleten.

Zie „Remrotor vervangen”.

Last blijft bij stilstand niet onmiddellijk staan.

Luchtspleet te groot.

Rem bijstellen. Zie „Luchtspleet van de rem instellen”.

De last zakt bij het hijsen of neerlaten weg.

Slipkoppeling te zwak ingesteld.

Stel de slipkoppeling in. „Slipkoppeling afstellen”.

Ketting slijt zeer snel.

Ketting niet voldoende gesmeerd.

Smeer de ketting. Zie „Ketting smeren”.

Harde klikgeluiden.

Ketting en nestenschijf versleten.

Vervang de ketting en de nestenschijf. Zie „Ketting en nestenschijf vervangen”.

Ketting niet voldoende gesmeerd.

Smeer de ketting. Smeer de ketting. Zie „Ketting smeren”.

Schakelschema's

Speciale schakelschema's zijn verkrijgbaar bij de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.

Alleen bij GM2, GM4 en GM6 met directe besturing

Besturing in het motordeksel

Connector voor sterpuntenConnector voor rem

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Direktsteuerung ohne Katzfahren 3.jpg
Connector voor hijsmotor
  • De stroom voor de hijsmotor wordt direct via de knop van de handafstandsbediening geleid en daar geschakeld.
Alleen bij GM2, GM4 en GM6 met directe besturing en elektrisch loopwerk loopkat

Besturing in het motordeksel

Connector voor sterpuntenConnector voor rem

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Direktsteuerung mit Katzfahren 3.jpg
Connector voor hijsmotorConnector voor loopwerkmotor kat
  • De stroom voor de hijsmotor en de loopwerkmotor van de loopkat wordt direct via de knop van de handafstandsbediening geleid en daar geschakeld.
Alleen bij GM2 en GM4 met elektronische besturing

Besturing in het motordeksel

Connector voor sterpuntenConnector voor hijsmotorHalfgeleider-relais-printplaat

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Elektroniksteuerung klein ohne Katzfahren 3.jpg
VoedingsprintplaatConnector voor rem
  • De stroom voor de hijsmotor wordt gestuurd via halfgeleiderrelais die door een 48V-stuurspanning worden geschakeld.
  • De stuurspanning kan via een handafstandsbediening of een draadloze afstandsbediening worden geschakeld.
  • De besturing bestaat uit een voedingsprintplaat en een daarboven aangebrachte halfgeleider-relaisprintplaat.
Alleen bij GM2 en GM4 met elektronische besturing en elektrisch loopwerk loopkat

Besturing in het motordeksel

Connector voor loopwerk-motor katHalfgeleider-relais-printplaatConnector voor hijsmotor

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Elektroniksteuerung klein mit Katzfahren 3.jpg
Connector voor sterpuntenHalfgeleider-relaisprintplaatConnector voor rem
  • De stroom voor de hijsmotor wordt gestuurd via halfgeleiderrelais die door een 48V-stuurspanning worden geschakeld.
  • De stuurspanning kan via een handafstandsbediening of een draadloze afstandsbediening worden geschakeld.
  • De besturing bestaat uit een voedingsprintplaat en twee daarboven aangebrachte halfgeleider-relaisprintplaten. Een daarvan stuurt de hijsmotor, de andere de loopwerkmotor van de loopkat.
  • In de GM2 is de montage van een elektronische besturing alleen door een extra behuizing mogelijk.
Alleen bij GM6 en GM8 met elektronische besturing

Besturing in het motordeksel

Connector voor hijsmotor

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Elektroniksteuerung groß ohne Katzfahren 3.jpg
Connector voor sterpuntenConnector voor rem
  • De stroom voor de hijsmotor wordt gestuurd via halfgeleiderrelais die door een 48V-stuurspanning worden geschakeld.
  • De stuurspanning kan via een handafstandsbediening of een draadloze afstandsbediening worden geschakeld.
  • De besturing bestaat uit een voedingsprintplaat waarop zich ook de halfgeleiderrelais bevinden.
Alleen bij GM6 en GM8 met elektronische besturing en elektrisch loopwerk loopkat

Besturing in het motordeksel

Connector voor hijsmotorConnector voor sterpuntenConnector voor rem

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Elektroniksteuerung groß mit Katzfahren 3.jpg
Voedings-printplaatConnector voor loopwerk-motor katHalfgeleider-relais-printplaat
  • De stroom voor de hijsmotor wordt gestuurd via halfgeleiderrelais die door een 48V-stuurspanning worden geschakeld.
  • De stuurspanning kan via een handafstandsbediening of een draadloze afstandsbediening worden geschakeld.
  • De besturing bestaat uit een voedingsprintplaat waarop zich ook de halfgeleiderrelais voor de besturing van de hijsmotor bevinden en een daarboven aangebrachte halfgeleider-relaisprintplaat voor de besturing van de loopwerkmotor van de loopkat.
Alleen bij externe besturing

Besturing in het motordeksel

Connector voor sterpuntenConnector voor rem

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltpläne - Externe Steuerung 3.jpg
Connector voor hijsmotor
  • De stroom voor de hijsmotor wordt in een externe besturing (bijv. in een relaiskast) gestuurd.
  • De printplaat van de externe besturing leidt de stroom naar de hijsmotor verder en neemt de besturing van de rem voor haar rekening.
Alleen bij ABULiner

De stroom van de hijsmotor wordt met een variabele frequentie door een frequentieomvormer gestuurd. Daardoor is een traploze toerentalsturing van de kettingtakel mogelijk. De frequentieomvormer wordt met een extra huis aan de kettingtakel gemonteerd. Door verdere frequentieomvormers kunnen ook het lopen van de loopkat en de kraan traploos worden gestuurd. Schakelschema's hiervoor zijn verkrijgbaar bij de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.

Afkorting

Benaming

+HT

Handafstandsbediening

-S1

Noodstop-knop

-S21

Knop Hijsen

-S22

Knop Neerlaten

-S41

Knop verplaatsing loopkat Rechts

-S42

Knop verplaatsing loopkat Links

-S31

Programmeren grensschakelaar hijsbeweging

+VFS-X2

Verrijdbare besturing

+KA-M41

Loopwerkmotor loopkat

-M21

Hijsmotor

+HU

Kettingtakel

-V21

Remelektronica hijswerk

-V41

Remelektronica loopwerk loopkat

-A1

Voedingsprintplaat, printplaat van de directe besturing of printplaat van de externe besturing

+HW

Stroomvoorziening

+KA-S51

Eindschakelaar loopwerk loopkat

+KA-S51.1

Eindschakelaar rechts

+KA-S51.4

Eindschakelaar links

+KA-S51.2

Voor-uitschakeling rechts

+KA-S51.3

Voor-uitschakeling links

-A40

Halfgeleider-relaisprintplaat loopwerkmotor loopkat

HGS

Grensschakelaar Hijsen

-P21

Bedrijfsurenteller

-X0

Stekkerverbinding voor aansluitkabel

-X2

Stekkerverbinding voor handafstandsbediening

-X41

Stekkerverbinding voor loopwerkmotor loopkat

-X21

Stekkerverbinding voor hijsmotor

-X22

Stekkerverbinding voor sterpunten hijsmotor

-X23

Stekkerverbinding voor rem hijsmotor

-A31

Printplaat grensschakelaar hijsen

+SKR

Kraanrelaiskast

-A20

Halfgeleider-relaisprintplaat

-X31.1

Bij elektronische grensschakelaar hijsbeweging:
jumper eraf trekken

-K1

Hoofdrelais

-T1

Stuurtrafo

- F1-3

Zekeringen

Directe besturing - stroomschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Direkt Stromlaufplan 3.jpg


Directe besturing - bouwschakelschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Direkt Bauschaltplan 3.jpg


Elektronische besturing – stroomschema


Elektronische besturing - bouwschakelschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Halbleiter Erster Bauschaltplan 3.png


Elektronische besturing - bouwschakelschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Halbleiter Zweiter Bauschaltplan 3.tif


Externe besturing - stroomschema


Externe besturing - bouwschakelschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Extern Bauschaltplan 3.tif


Contactorbesturing - stroomschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Platinensteuerung Stromlaufplan 3.jpg

Contactorbesturing - bouwschakelschema

U:\Allgemein\Produkthandbücher\Produkthandbücher Fotos\Kettenzug\Schaltplan Platinensteuerung Bauschaltplan 3.jpg