IN ÉÉN OOGOPSLAG:
Algemeen
Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.
Om te beginnen
Dit producthandboek gebruiken
De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:
- Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
- Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
- Dit is een opsomming.
Alleen bij...
Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”.
Richtlijnen bij het producthandboek
Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.
Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.
Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.
Bij verminderde uitrusting zonder loopwerkaandrijving of hoofdtraverseverbindingsplaat en bouten van ABUS gelden de desbetreffende hoofdstukken in het producthandboek niet.
Aanwijzing over de aanduiding „kraan”
In dit producthandboek wordt ervan uitgegaan dat de loopwerkdrager samen met een hoofdtraverse als kraan wordt gebruikt. Daarom worden voor kranen specifieke aanduidingen gebruikt. Andere toepassingen worden hierdoor niet uitgesloten; de desbetreffende gegevens blijven inhoudelijk gelden.
Gebruik overeenkomstig de bestemming
De loopwerkdrager rijdt met beide loopwielen op een kraanbaan of loopkatbaan. Hij is bestemd voor kranen en loopkatten binnen het maximale draagvermogen.
- De loopwerkdrager rijdt in een werkruimte langs een kraanbaan of loopkatbaan.
- De loopwerkdrager mag niet met hoge rijsnelheid tegen andere loopwerkdragers op dezelfde kraanbaan of tegen de eindaanslag van de kraanbaan botsen. Dit wordt gegarandeerd door redundant geschakelde eindschakelaars van het loopwerk van de kraan en redundant geschakelde botsbeveiligingen.
- De loopwerkdrager mag buiten worden gebruikt, mits deze dienovereenkomstig is uitgerust. Hiervoor moeten onder andere openingen zijn afgedicht, moet de loopwerkdrager overeenkomstig gelakt zijn en over regenkappen beschikken, moet de hoofddrageraansluiting zijn beschermd tegen binnendringend water en moet de exploitant rekening hebben gehouden met risico's door ijs, wind, regen, stof en andere omgevingsinvloeden.
Zie „Algemeen producthandboek voor ABUS-kranen”, hoofdstuk „Kraan uitrusten voor gebruik in omgevingen die niet beschermd zijn tegen weersinvloeden”.
- In dit producthandboek wordt het gebruik, de montage, de demontage en het onderhoud van componenten als loopwielen, loopwerkaandrijving van de kraan, geleidingswielen, klemstuk en beveiliging tegen ontsporen beschreven. Het bevat geen richtlijnen voor de constructie of de uitvoering van de hiermee samengestelde machine. De loopwerkdragers en/of voorzetstukken zijn een onvolledige machine. De gebruiksgrenzen zijn op te maken uit de informatiebladen en/of andere bijgeleverde documenten.
- Voor de risico's en gebruiksgeschiktheid zijn de productietoleranties bij het productie- en montageproces evenals de elektrische aansturing van doorslaggevend belang. Hiervoor moeten de productietoleranties van de kraan en de kraanbaantoleranties in acht worden genomen. De verantwoordelijkheid bij het gebruik ligt bij de gebruiker van deze componenten. De loopwerkdrager en de voorzetstukken zijn niet onderworpen aan een testlast.
- De kwalificatie voor het laswerk van de gebruiker moet ten minste overeenkomen met EXC 3 conform DIN EN 1090. Laswerkzaamheden aan de loopwerkdragers kunnen leiden tot kerven die invloed hebben op de te verwachten levensduur. Daarom moet de lasser over een kwalificatie voor het lassen van dynamisch belaste componenten beschikken.
Voorschriften
De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.
Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.
Garantie
- ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
- De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
- De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
De loopwerkdrager
Beschrijving loopwerkdrager
Detailweergave loopwerkdrager

Detailweergave loopwerkdrager V500

- 1: Loopwerkdrager
- 2: Contactvlak
- 3: Loopwerkaandrijving kraan
- 4: Loopwiel, aangedreven
- 5: Loopwiel, niet aangedreven
- 6: Veiligheidsbuffer
Beschrijving voorzetstuk

- 1: Voorzetstuk
- 2: Loopwerkaandrijving kraan
(hier variant AZP) - 3: Loopwiel, aangedreven
- 4: Veiligheidsbuffer
Specificaties
De loopwerkdragers:
- De loopwerkdragers zijn volautomatisch gelaste kokerbalken.
- De loopwerkdragers worden via bouten van hoogvast staal (HV) met de hoofdtraverse verbonden.
- De loopwerkdragers hebben (afhankelijk van de breedte van de kraanbaan) loopwielen met wielflenzen die een gelijkmatige loop op de kraanbaan mogelijk maken en ervoor zorgen dat de loopkraan niet kan ontsporen.
- De loopwerkdragers hebben veiligheidsbuffers om schade te voorkomen als de kraan tegen het einde van de kraanbaan of tegen een andere kraan botst.
- De loopwerkdragers kunnen worden uitgerust met een extra beveiliging tegen ontsporen op alle vier loopwielen (optie).
- De loopwerkdragers kunnen worden uitgevoerd met geleidingswielen (optie), om toleranties van de kraanbaan te compenseren. Daarvoor krijgt een van de twee loopwerkdragers bij beide loopwielen steeds twee horizontale geleidingswielen. Deze lopen links en rechts strak tegen de kraanbaan. De kraan wordt op die manier aan één zijde strak geleid. De andere kant heeft zeer brede loopwielen om de tolerantie te compenseren.
De andere loopwerkdrager (zonder geleidingswielen) kan daarnaast bij beide loopwielen worden uitgevoerd met een beveiliging tegen ontsporen (optie).
De loopwerkdragers van de maten 280, 350 en 420:
- De loopwerkdragers van de maten 280, 350 en 420 hebben op het aangedreven loopwiel een klemstuk.
- De loopwerkdragers van de maten 280, 350 en 420 hebben binnenin een extra steun - klemversteviging genoemd - die de belasting van de hoofdtraverse overbrengt op de loopwerkdragers.
De loopwerkdragers van de maat 500:
- De loopwerkdragers van de maat 500 zijn gelaste kokerbalken met geoptimaliseerde vorm voor hoge wiellasten.
- De loopwerkdragers van de maat 500 blinken uit door robuustheid en stijfheid.
De voorzetstukken van de maat 130-420:
- De voorzetstukken zijn volautomatisch gelaste U-profielen met ingebouwd loopwerk.
- De voorzetstukken worden door middel van een lasverbinding met de hoofdtraverse verbonden.
- De voorzetstukken hebben (afhankelijk van de breedte van de kraanbaan) loopwielen met wielflenzen die een gelijkmatige loop op de kraanbaan mogelijk maken en ervoor zorgen dat de loopkraan niet kan ontsporen.
- De voorzetstukken hebben veiligheidsbuffers om schade te voorkomen als de kraan tegen het einde van de kraanbaan of tegen een andere kraan botst.
- De voorzetstukken kunnen worden uitgerust met een extra beveiliging tegen ontsporen op alle vier loopwielen (optie).
- De voorzetstukken kunnen worden uitgevoerd met geleidingswielen (optie).
Loopwerkdrager afvoeren
Wanneer de loopwerkdrager moet worden afgevoerd:
- Neem de loopwerkdrager zo veel mogelijk uit elkaar.
- Neem de plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht.
- Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen milieuvriendelijk af:
- Laat kunststof onderdelen recyclen als kunststofafval.
- Demonteer remvoeringen en slipkoppelingsvoeringen en voer ze als samengestelde componenten af als gevaarlijk afval.
- Verwijder olie of vet uit de loopwerkaandrijvingen van de kraan en voer het af als smeermiddel.
- Scheid leidingen en stekkerverbindingen naar de verschillende materialen en laat deze recyclen.
- Laat de staalconstructie recyclen als oud metaal.
- Elektronische onderdelen afvoeren als elektronisch afval.

Monteren en aansluiten
Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in gebruik wordt genomen.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.
ABUS adviseert de ingebruikname door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.
Kraanbaan monteren
Om ervoor te zorgen dat de loopkraan rustig, gelijkmatig en zonder sterke slijtage loopt, moet de kraanbaan op de juiste wijze zijn gemonteerd. Anders loopt de loopkraan onrustig en slijten de loopwielen sneller.
Bij de constructie van het gebouw moet rekening worden gehouden met het ontwerp en de montage van de kraanbaan. De constructie van het gebouw moet samen met de architect en de constructeur worden gepland.
Let onder andere op de volgende punten:
- Halstijlen en liggers van het framewerk van de halconstructie of betonnen stijlen en betonnen spanten alsook de consoles moeten zo geconstrueerd zijn dat de kraanbaan er probleemloos aan kan worden vastgelast.
- Laat het laswerk alleen uitvoeren door bedrijven die zijn gecertificeerd conform EN 1090 EXC-3.
- Controleer de lasnaden overeenkomstig deze norm.
- Lasnaden dienen ten minste te voldoen aan EN ISO 5817 groep B.
- Reinig de ankerplaten (in de betonnen consoles) of de stalen consoles (aan de halstijlen) alvorens laswerkzaamheden uit te voeren. Deze moeten vrij zijn van vuil, roest, hamerslag, verf, vet en olie.
- Snijd lasnaden van de kraanbaan onder een hoek van 45 graden. De snijranden afbramen en schoonmaken. De openingen tussen de kraanbanen dienen zo klein mogelijk te zijn. De tegen elkaar liggende kraanbaandelen mogen niet naar de zijkant of naar boven of naar onder versprongen zijn.
- Bij geschroefde kraanbanen: schroef alle bouten met het juiste aanhaalkoppel vast.
- Reinig de kraanrails. Deze moeten vrij zijn van vet, olie, verf en vuil.
- Borg de kraanbaan met geschikte eindaanslagen.
- Voorzie de volledige kraanbaan van een geschikt anticorrosiemiddel (bijv. schilderen).
Montageoverzicht
In de volgende paragrafen staat de montage van de loopwerkdrager beschreven.
- Eerst worden op de grond de veiligheidsbuffers gemonteerd. Zie „Veiligheidsbuffers monteren”.
- Daarna worden de loopwerkdragers aan de hoofdtraverse van de kraan geschroefd. Zie „Voorzetstuk vastlassen”.
- Verder wordt lakschade gerepareerd (zie „Lakschade repareren”).
- Als laatste worden de bouten van de loopwerkdragers met het juiste aanhaalkoppel vastgeschroefd. Zie „Loopwerkdragers vastschroeven”.
Voorzetstuk vastlassen
De afgeschuinde randen van het voorzetstuk kunnen door middel van een lasnaad met de overige constructie van de kraan worden verbonden.
Bij het vastlassen van de voorzetstukken moet er onder ander rekening worden gehouden met de volgende punten:
- Laat het laswerk alleen uitvoeren door bedrijven die zijn gecertificeerd conform EN 1090 EXC-3.
- Controleer de lasnaden overeenkomstig deze norm.
- Lasnaden dienen ten minste te voldoen aan EN ISO 5817 groep B.
- Kies vulmetaal, in overeenstemming met de contactvlakken, voor bouwstaal S355.
- Reinig de contactvlakken voorafgaand aan de laswerkzaamheden.
Deze moeten de zuiverheidsgraad SA 2 ½ conform DIN EN ISO 12944 hebben en vrij zijn van vuil, roest, hamerslag, verf, vet en olie.
Veiligheidsbuffers monteren
Indien er geen veiligheidsbuffers zijn gemonteerd:
Stootbufferplaat

- Schroef de veiligheidsbuffers (4x) in de stootbufferplaten. Ca. 30 Nm.
De veiligheidsbuffer moet contact hebben met de stootbufferplaat en er mag geen spleet tussen beide bestaan, omdat de stoot anders wordt opgevangen door de bout en niet door de stootbufferplaat zelf.
Loopwerkdragers vastschroeven
Loopwerkdragers toewijzen
Lettercode

- Zoek de lettercodes A en B (voor de montagevolgorde) op de hoofdtraverse en op de loopwerkdragers.
- Leg beide loopwerkdragers zo tegen de contactvlakken van de hoofdtraverse dat de lettercodes overeenkomen.
Schroefverbinding voorbereiden
Verfresten

- Maak de contactvlakken over het gehele oppervlak grondig schoon.
Er mag geen roest, vuil, verf of iets dergelijks op zitten.
- Til de loopwerkdrager voor de hoofdtraverse. De gatenpatronen moeten over elkaar staan.
Bouten van hoogvast staal controleren
- Controleer de bouten van hoogvast staal: de bouten van hoogvast staal moeten aan de volgende eisen voldoen:
Materiaal |
Maat |
Smering |
|
|---|---|---|---|
Bout van hoogvast staal (zeskant) |
10.9 |
M20 |
|
Sluitring |
C 45 |
HV 21 |
MoS2 |
Moer van hoogvast staal (zeskant) |
10 |
M20 |
MoS2 |
- De bouten van hoogvast staal en de bevestigingsplaat met de moeren van hoogvast staal mogen maximaal 2 keer met het aanhaalkoppel worden aangedraaid. Als ze vaker dan 2 keer met het aanhaalkoppel zijn aangedraaid, moeten de bouten van hoogvast staal en de bevestigingsplaten met de moeren van hoogvast staal tot schroot worden verwerkt.
Mocht het gedurende de montage nodig zijn de bouten van hoogvast staal los te draaien kunnen dezelfde bouten van hoogvast staal maximaal 1 keer opnieuw worden gebruikt, omdat de smering anders niet meer voldoende is!
- De moeren van hoogvast staal en sluitringen moeten verzinkt zijn en gesmeerd met MoS2.
- Bouten van hoogvast staal die gedurende langere tijd aan een kraan gemonteerd waren, mogen niet opnieuw worden gebruikt.
De loopwerkdragers worden om te beginnen slechts handvast gemonteerd. Definitief vastgeschroefd (met het juiste aanhaalkoppel) worden ze pas nadat de kraan op de kraanbaan ligt en de loopkat en alle andere componenten zijn gemonteerd. Daardoor kunnen de hoofdtraversen zich zetten en ligt de kraan niet onder spanning op de kraanbaan. Zie „Loopwerkdragers vastschroeven”.
Loopwerkdragers vastschroeven
Klemversteviging

- Alleen bij loopwerkdragers van de maat 280, 350 en 420: de klemversteviging in de loopwerkdrager niet verschuiven, demonteren of beschadigen.
- Plaats de bevestigingsplaat in de loopwerkdrager en houd deze vast in overeenstemming met het gatenpatroon.
Bout van hoogvast
staal met sluitring

- Plaats de sluitringen op de bouten van hoogvast staal met de schuine kant naar de kop van de bout.
- Steek de bouten van hoogvast staal en sluitringen van buiten in de schroefgaten en draai ze handvast aan.
- De tweede loopwerkdrager volgens dezelfde procedure vastschroeven.
Handgat afsluiten
Handgat

- Sluit het handgat af met het deksel.
Alleen bij regen of bij dauw
Deze stap geldt alleen als de kraan in contact komt met regenwater of dauw (bijv. gebruik buiten, een half open hal enz.).
Contactvlakken afdichten
De spleet tussen de twee contactvlakken moet worden afgedicht zodat er geen water kan binnendringen en de metalen delen niet kunnen roesten.
Voeg

- Spuit kit (bijgeleverd) met het perspistool in de voeg tussen de hoofdtraverse en de loopwerkdrager. Kit alleen links, rechts en aan de bovenkant af.
De voeg aan de onderkant blijft vrij zodat binnengedrongen water kan weglopen.
- Strijk de kit in de voeg glad af.
- Veeg gemorste kit af.
- Schilder de kit desgewenst over. De kit kan nat in nat worden verwerkt, een droogtijd is dus niet nodig.
Lakschade repareren
- Door transport en montage ontstane lakschade repareren.
Loopwerkdragers vastschroeven
Nadat alle componenten zijn gemonteerd, is de volledige kraan door het gewicht gezet en ontspannen. Daarom mogen de loopwerkdragers nu pas met het juiste aanhaalkoppel worden vastgedraaid.
Middelste bout van
hoogvast staal

bouten van
hoogvast staal
- Draai de bouten van hoogvast staal uitsluitend met een geschikte momentsleutel vast.
- Gebruik geen schroefautomaat.
- Schroef bouten van hoogvast staal niet vast met de draaiingshoekmethode.
- Schroef de middelste bouten van hoogvast staal aan weerszijden (links en rechts van de loopwerkdrager) vast. 300 Nm met momentsleutel.
- Schroef vervolgens de overige bouten van hoogvast staal afwisselend links en rechts vast. 300 Nm met momentsleutel.
- Schroef daarna alle bouten van hoogvast staal in dezelfde volgorde definitief vast. 450 Nm met momentsleutel.
Opmerking

Markeer de bouten van hoogvast staal met een markeerstift in een doorlopende lijn van de schroefkop via de sluitring tot op de verbindingsplaten. Hiermee wordt bewezen dat alle bouten van hoogvast staal met het aanhaalkoppel zijn aangedraaid.
Controleren
Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.
De loopwerkdragers moeten regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.
Om te beginnen
Testintervallen
De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.
Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:
- veelvuldig werken met het draagvermogen,
- werken in meerploegendiensten,
- veelvuldig gebruik,
- stoffige of agressieve omgeving.
De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.
Eisen aan de keurmeester
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.
Voorbeelden van bevoegde personen:
Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
Omvang van de keuring
De bevoegde persoon die de kraan keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.
Overzicht: kraan controleren
Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.
De beslissing of de kraan in een onberispelijke toestand is, ligt bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de kraan daarna opnieuw moet worden gekeurd.
Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.
Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:
- Controleer de slijtage van de wielflens. Zie „Slijtage wielflens controleren”.
- Alleen bij voor-uitschakeling of eind-uitschakeling: controleer de remweg van de loopwerkdragers in het eindschakelaarbereik. Zie „Remweg controleren”.
- Controleer de geleidingswielen op slijtage. Zie „Slijtage van de geleidingswielen controleren”.
- Controleer de diameter van de loopwielen. Zie „Diameter van de loopwielen controleren”.
- Controleer de toestand van de veiligheidsbuffers. Zie „Toestand veiligheidsbuffer controleren”.
Slijtage wielflens controleren
Alleen bij loopwielen met wielflens
De kerven in de wielflenzen geven de slijtage van de wielflenzen aan.
Wielflenzen

- Controleer de wielflenzen van de loopwielen: de wielflenzen mogen niet zo ver zijn afgesleten dat in de wielflens (in plaats van de kerven) een doorlopende groef te zien is. Anders loopwielen vervangen.
Remweg controleren
Alleen bij voor-uitschakeling of eind-uitschakeling
Tijdens het bedrijf slijt de rem van de loopwerkaandrijving van de kraan. Daardoor wordt de remweg van de kraan langer. Daardoor kan het voorkomen dat de kraan met een te hoge rijsnelheid tegen de eindaanslag van de kraanbaan stoot en de dragende constructie (bijv. het gebouw) te sterk belast.
- Hang een last aan de lasthaak die overeenkomt met het maximale draagvermogen van de kraan.
- Zet de kraan in het eindschakelaarbereik.
- Controleer de remweg:
Bij voor-uitschakeling: de kraan mag kort voor de eindaanslag alleen nog met langzame rijsnelheid bewegen.
Bij eind-uitschakeling: de kraan moet kort voor de eindaanslag tot stilstand komen.
- Als de remweg te lang is: stel de rem in op de loopwerkaandrijving van de kraan. Zie producthandboek van de loopwerkaandrijvingen kraan.
Slijtage van de geleidingswielen controleren
Alleen bij vierwielige geleidingswielen
Deze stap geldt alleen, wanneer de geleidingswielen-unit uit vier geleidingswielen per loopwerkdragerkant bestaat.
De geleidingswielen moeten eerst vastgeklemd worden, om de slijtage te kunnen controleren.
Houder vastklemmen
Draaibare
houder voor geleidingswielenHouder aan de loopwerkdrager

en houder in de loopwerkdrager
- De draaibare houder zo draaien, dat hij precies parallel aan de kraanrail staat.
- In de spleet tussen houder aan de loopwerkdrager en draaibare houder een wig steken, om de geleidingswielen-unit vast te klemmen.
- De draaibare houder kan nu niet meer van positie veranderen.
- Nu de afstand tussen de voorste en achterste paren geleidingswielen en de kraanrail meten, zoals beschreven in de volgende paragraaf.
Alleen bij geleidingswielen
De slijtage van de geleidingswielen wordt gecontroleerd aan de hand van de afstand tussen de geleidingswielen en de kraanrail.
Slijtage controleren
Geleidingswiel

- Meet aan beide zijden de afstand tussen het geleidingswiel en de kraanrail.
- De afstand (tussen het geleidingswiel en de kraanrail) mag aan weerszijden niet groter zijn dan aangegeven in de tabel.
Als de afstand groter is, moeten de geleidingswielen worden vervangen.
Maat (diameter loopwiel) |
Max. afstand (opgeteld) aan beide zijden t.o.v. de kraanrail. |
Afstand (opgeteld) aan beide zijden bij nieuwe geleidingswielen |
|---|---|---|
130 |
11 mm |
5 mm |
160 |
11 mm |
5 mm |
200 |
11 mm |
5 mm |
280 |
11 mm |
5 mm |
350 |
14 mm |
5 mm |
420 |
14 mm |
5 mm |
500 |
14 mm |
5 mm |
Diameter voor nieuwe geleidingswielen bepalen
Als de afstand tussen het geleidingswiel en de kraanrail te groot is (zie vorige paragraaf), moeten de geleidingswielen worden vervangen.
Bij het bedrijf van de kraan slijten echter de geleidingswielen en de kraanrail. Omdat alleen de geleidingswielen kunnen worden vervangen, kan het nodig zijn grotere geleidingswielen te gebruiken dan voorheen om de slijtage van de kraanrail te compenseren.

- Indien mogelijk: meet de diameter van het geleidingswiel boven de kraanrail.
Dit gedeelte van het geleidingswiel heeft vaak geen contact met de kraanrail en kan daarom worden gebruikt om de oorspronkelijke diameter te bepalen.
- Bepaal de diameter van de nieuwe geleidingswielen:
- De afstand tussen de geleidingswielen en de kraanrail moet zo dicht mogelijk bij 5 mm liggen (zie de tabel hiervoor). Dit geldt voor de volledige lengte van de kraanbaan.
- De afstand tussen de geleidingswielen en de kraanrail mag niet kleiner zijn dan 5 mm. Dit geldt voor de volledige lengte van de kraanbaan.
Diameter van de loopwielen controleren
Tijdens het bedrijf slijten de loopvlakken van de loopwielen. Daardoor wordt de diameter van de loopwielen steeds kleiner.
Loopwiel blootleggen
Stootbufferplaat

- Schroef de zelfborgende moeren (4x) eraf.
- Vanaf maat 160: kunststof schijven (4x) verwijderen.
- Verwijder de stootbufferplaat.
Diameter meten

- Meet de diameter van het loopwiel op meerdere plaatsen over de breedte van het loopwiel.
- De diameter mag niet kleiner zijn dan aangegeven in de tabel.
Als de diameter kleiner is, moet het loopwiel worden vervangen.
Maat |
Maximaal toegestane slijtage |
Minimale diameter van het loopwiel |
|---|---|---|
130 |
-3 mm |
127 mm |
160 |
-3 mm |
157 mm |
200 |
-4 mm |
196 mm |
280 |
-5 mm |
275 mm |
350 |
-5 mm |
345 mm |
420 |
-5 mm |
415 mm |
500 |
-5 mm |
495 mm |
Diameterverschil meten
Daarnaast moeten de aangedreven loopwielen van de kraan waar mogelijk een even grote diameter hebben, opdat de kraan gelijkmatig op de kraanbaan rijdt.
Daarom is het diameterverschil van de (tegenover elkaar liggende) aangedreven loopwielen begrensd.
Alleen bij Quadro-loopwerkaandrijving van de kraan en bij 8-wiels loopkraan: de diameter hoeft niet bij alle aangedreven loopwielen gelijk te zijn, maar moet alleen bij de loopwielen van de kraan die tegenover elkaar liggen gelijk zijn.
- Bepaal het diameterverschil van de (tegenover elkaar liggende) aangedreven loopwielen.
Het diameterverschil mag niet groter zijn dan aangegeven in de tabel.
Als het verschil in diameter meer van elkaar afwijkt, moeten de loopwielen worden vervangen.
Maat |
Bij minder belaste kraan (gebruik in overeenstemming met S2 of B3) |
Bij sterk belaste kraan (gebruik in overeenstemming met S3 of B4) |
|---|---|---|
130 |
2 mm |
1 mm |
160 |
2 mm |
1 mm |
200 |
2 mm |
1 mm |
280 |
3 mm |
1,5 mm |
350 |
3 mm |
1,5 mm |
420 |
3 mm |
1,5 mm |
500 |
3 mm |
1,5 mm |
Toestand veiligheidsbuffer controleren

- Controleer alle veiligheidsbuffers. De veiligheidsbuffers mogen niet poreus, geplet, krom of anderszins beschadigd zijn.
- Controleer het materiaal van de veiligheidsbuffers over de gehele omvang. De kunststof mag op geen enkele plaats scheuren in het oppervlak hebben.
- Druk de veiligheidsbuffers met de vinger in. De veiligheidsbuffers moeten iets ingedrukt kunnen worden en vervormbaar zijn.
- Wanneer een van de veiligheidsbuffers ook maar enigszins beschadigd is, alle veiligheidsbuffers van de gehele kraan vervangen.
- Wanneer een van de veiligheidsbuffers niet ingedrukt kan worden, alle veiligheidsbuffers van de gehele kraan vervangen.
Onderhoud
Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.
ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.
Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.
Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud
Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de kraan in acht:
- Schakel de netstroomschakelaar uit. Beveilig de schakelaar, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
- Netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast trekken. Contactdoos met een hangslot beveiligen, zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
- Geschikt werkplatform en een valbeveiliging gebruiken.
- Het werkgebied rondom het platform ruim afzetten.
- Andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uitschakelen. Schakelaars beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
- Personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud brengen.
- Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
- Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er op de relaiskasten hoge spanningen die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Aangedreven loopwiel demonteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
De afbeeldingen tonen de demontage van een loopwiel van maat 130. De demontage van grotere loopwielen wijkt hiervan in principe niet af.
Kraan voorbereiden
- Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht.
- Bok de loopwerkdrager in de buurt van het loopwiel op.
Loopwerkaandrijving kraan demonteren
KoppelingStekkerhuis

- Open het stekkerhuis op de loopwerkaandrijving.
- Trek de aansluitkabel van de koppeling.
- Bepaal het gewicht van de loopwerkaandrijving. Zie producthandboek van de ABUS-loopwerkaandrijving.
- Borg de loopwerkaandrijving zodanig dat het gewicht zonder gevaar wordt gedragen en de uitgaande as niet wordt belast (bijv. in eindeloze hijsband hangen).
Zelfborgende bouten met karteling

bouten met
karteling
- Schroef de zelfborgende bouten met karteling (4x) los.
- Trek de loopwerkaandrijving eruit.
Loopwiel blootleggen
Alleen bij maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maten 130 tot 420.
Stootbufferplaat

moer
- Schroef de zelfborgende moeren (4x) eraf.
- Verwijder de kunststof ringen (4x).
- Verwijder de stootbufferplaat.
Alleen bij geleidingswielen of beveiliging tegen ontsporen of loopwerkdragers maat 280, 350 en 420
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager geleidingswielen of een beveiliging tegen ontsporen heeft. Deze stap geldt ook bij loopwerkdragers van maat 280, 350 en 420.
BoutenSpanelement

- Bouten (2x) losdraaien.
- Houder met geleidingswielen, beveiliging tegen ontsporen of klemstuk verwijderen.
Alleen bij geleidingswielen bij loopwerkdragers maat 500
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 500 geleidingswielen heeft.

- Draai aan beide zijden de bouten van hoogvast staal M20x70 (3x) los en verwijder de houder (1x).
Alleen bij maat 500
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maat 500.
SchroefplaatMoer van
hoogvast
staal M16

- Draai de bout van hoogvast staal M16x60 los en verwijder de bufferplaat van de schroefplaat.
Loopwiel demonteren
Borgschroef

bouten met
karteling
- Schroef alle zelfborgende bouten met karteling uit de lagerflens. Schroef de borgschroef (één of meerdere) er niet uit.
Borgschroef

bouten met
karteling
- Schroef alle zelfborgende bouten met karteling uit de lageras. Schroef de borgschroef (één of meerdere) er niet uit.
LagerasLagerflens

- Verwijder lageras, lagerflens en loopwiel.
Opmerking:
Alleen bij maat 420 met loopwerkaandrijving kraan 420V: op de lagerflens is een extra adapter aangebracht. Deze kan bij de demontage van het loopwiel op de lagerflens blijven als hij niet eenvoudig verwijderd kan worden.
Tip:
Draai, om de lagerflens gemakkelijk uit de loopwerkdrager te kunnen trekken, twee of vier bouten in de hoeken van de lagerflens, om de lagerflens daarmee van de loopwerkdrager af te drukken.
Alleen bij maat 500
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maat 500.
Tip:
Draadgaten

Schroef, om de lageras gemakkelijker te kunnen demonteren, twee bouten tegenover elkaar in de vrije draadgaten van de lageras. De lageras kan daarmee eenvoudig uit de loopwerkdrager worden gedrukt.
Aangedreven loopwiel monteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
De afbeeldingen tonen de montage van een loopwiel van maat 130. De montage van grotere loopwielen wijkt hiervan in principe niet af.
Loopwiel monteren
LagerasLagerflens

- Houd het loopwiel in de loopwerkdrager. Welke kant naar binnen en welke naar buiten wijst, is om het even.
- Schuif de lageras en de lagerflens erin. Tik, indien nodig, licht met een hamer tegen de lageras en de lagerflens.

bouten met
karteling
- Draai de zelfborgende bouten met karteling stapsgewijs vast.
Ø loopwiel |
Sterkteklasse |
Aantal |
Bout |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|---|
130 |
10.9 |
5x |
M8x25 |
42 Nm |
160 |
10.9 |
5x |
M8x25 |
42 Nm |
200 |
10.9 |
5x |
M10x30 |
85 Nm |
280 |
10.9 |
5x |
M12x40 |
130 Nm |
350 |
10.9 |
8x |
M12x40 |
130 Nm |
420 |
10.9 |
8x |
M16x40 |
330 Nm |
500 |
10.9 |
5x |
M16x60 |
330 Nm |
Alleen bij maat 420 met loopwerkaandrijving kraan 420V
Deze stap geldt alleen als er een loopwerkdrager maat 420 met een loopwerkaandrijving kraan maat 420V moet worden gemonteerd.
Adapter monteren
Lagerflens

- Indien nodig: steek stiften (4x) in de lagerflens.

- Draai de adapter zodanig dat het gatenpatroon overeenkomt.
- Schuif de adapter op de stiften van de lagerflens.
Zelfborgende
bouten met
karteling

- Steek zelfborgende bouten met karteling M16x70 (10x) door de adapter en de lagerflens.
Lagerflens vastschroeven

bouten met
karteling
- Draai de zelfborgende bouten met karteling stapsgewijs vast.
Ø loopwiel |
Sterkteklasse |
Aantal |
Type |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|---|
130 |
10.9 |
7x |
M8x25 |
42 Nm |
160 |
10.9 |
7x |
M8x25 |
42 Nm |
200 |
10.9 |
7x |
M10x30 |
85 Nm |
280 |
10.9 |
7x |
M12x40 |
130 |
350 |
10.9 |
10x |
M12x40 |
130 |
420 met loopwerkaandrijving kraan 420 |
10.9 |
10x |
M16x40 |
330 |
420 met loopwerkaandrijving kraan 420V |
10.9 |
10x |
M16x70 |
330 |
500 |
10.9 |
9x |
M16x60 |
300 |
Loopwerkdrager in elkaar zetten
Alleen bij loopwerkdrager maat 280, 350 en 420
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maten 280, 350 en 420.
BoutenSpanelement

- Klemstuk erin schuiven.
- Bouten (2x) vastdraaien.
Ø loopwiel |
Type |
Soort |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
M8x45 |
Zelfborgende bout met karteling |
42 Nm |
160 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
200 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
280 |
M12x60 |
Zeskantbout |
130 Nm |
350 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
420 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
Alleen bij geleidingswielen bij loopwerkdragers maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 130 tot 420 geleidingswielen heeft.
BoutenSpanelement

- Houder met geleidingswielen erin schuiven.
- Bouten (2x) vastdraaien.
Ø loopwiel |
Type |
Soort |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
M8x45 |
Zelfborgende bout met karteling |
42 Nm |
160 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
200 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
280 |
M12x60 |
Zeskantbout |
130 Nm |
350 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
420 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
Alleen bij beveiliging tegen ontsporen bij loopwerkdragers maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 130 tot 420 een beveiliging tegen ontsporen heeft.
Kleine kant

- Draai de beveiliging tegen ontsporen zo dat de grote kant naar de loopwerkaandrijving van de kraan wijst.
- Schuif de beveiliging tegen ontsporen erin.
- Bouten (2x) vastdraaien.
Ø loopwiel |
Type |
Soort |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
M8x45 |
Zelfborgende bout met karteling |
42 Nm |
160 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
200 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
280 |
M12x60 |
Zeskantbout |
130 Nm |
350 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
420 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
Alleen bij maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maten 130 tot 420.
Stootbufferplaat

moer
- Schuif de stootbufferplaat op de draadeinden.
- Maat 160 tot 420: breng kunststof ringen (4x) aan.
- Draai de zelfborgende moeren M10 (4x) vast. 6 Nm.
De zelfborgende moeren mogen maximaal 3x opnieuw worden gebruikt. Daarna moeten nieuwe zelfborgende moeren worden gebruikt.
Alleen bij maat 500
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maat 500.
SchroefplaatMoer van hoogvast staal M16

- Breng sluitringen 16 (6x) aan op de bouten van hoogvast staal M16x60 (6x) en schroef de bufferplaat aan de schroefplaat.
- Borg de bouten van hoogvast staal M16x60 (6x) met moeren van hoogvast staal M16 (6x). 250 Nm.
De moeren van hoogvast staal mogen maximaal 3x opnieuw worden gebruikt. Daarna moeten nieuwe moeren van hoogvast staal worden gebruikt.
Alleen bij geleidingswielen bij loopwerkdragers maat 500
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 500 geleidingswielen heeft.
Zeskant-
bout M20x70Bout van hoogvast staal M20x70 met sluitring 38/21x30

- Breng aan beide zijden sluitringen 38/21x30 (6x) aan op de bouten van hoogvast staal M20x70 (6x) en schroef de houder aan de loopwerkdrager. 450 Nm.
De fase moet daarbij naar de schroefkop zijn gericht.
Loopwerkaandrijving kraan monteren
- Bepaal het gewicht van de loopwerkaandrijving. Zie producthandboek van de ABUS-loopwerkaandrijving.
- Borg de loopwerkaandrijving zodanig dat het gewicht zonder gevaar wordt gedragen en de uitgaande as niet wordt belast (bijv. in eindeloze hijsband hangen).
Lagerflens

- Vertanding op de uitgaande as smeren. Smeermiddel dekkend aanbrengen met een penseel.
Smeermiddel: „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”. Voor details, zie producthandboek ABUS-loopwerkaandrijving.
- Schuif de loopwerkaandrijving in het loopwiel.
Alleen bij loopwerkaandrijving AZP
Deze stap geldt alleen als er een loopwerkaandrijving AZP op de loopwerkdrager moet worden gemonteerd.

- Schroef de loopwerkaandrijving vast met zelfborgende bouten met karteling (4x).
Maat |
Type |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
130 |
M8x25 |
35 Nm |
160 |
M10x30 |
75 Nm |
200 |
M12x30 |
115 Nm |
280 |
M16x40 |
300 Nm |
Alleen bij loopwerkaandrijving kraan AZF
Deze stap geldt alleen als er een loopwerkaandrijving kraan AZF op de loopwerkdrager moet worden gemonteerd.

kraan AZF
- Schuif de loopwerkaandrijving kraan in het loopwiel.
- Schroef de loopwerkaandrijving van de kraan met cilinderkopbouten en sluitringen (4x) vast.
Maat |
Type |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
350 |
M12x100 |
85 Nm |
420 |
M12x100 |
85 Nm |
V420 |
M16x140 |
210 Nm |
V500 |
M16x140 |
210 Nm |
Niet-aangedreven loopwiel demonteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
De afbeeldingen tonen de demontage van een loopwiel van maat 130. De demontage van grotere loopwielen wijkt hiervan in principe niet af.
Kraan voorbereiden
- Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht.
- Bok de loopwerkdrager in de buurt van het loopwiel op.
Loopwiel blootleggen
Alleen bij maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maten 130 tot 420.
Stootbufferplaat

moer
- Schroef de zelfborgende moeren (4x) eraf.
- Verwijder de kunststof ringen (4x).
- Verwijder de stootbufferplaat.
Alleen bij geleidingswielen bij loopwerkdragers maat 500
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 500 geleidingswielen heeft.
Bout van hoogvast staal M20x70 met sluitring 38/21x30

- Draai aan beide zijden de bouten van hoogvast staal M20x70 (3x) los en verwijder de houder (1x).
Alleen bij maat 500
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maat 500.
Moer van hoogvast staal M16Schroefplaat

- Draai de bout van hoogvast staal M16x60 los en verwijder de bufferplaat van de schroefplaat.

- Verwijder de borgring.
Alleen bij geleidingswielen of beveiliging tegen ontsporen bij loopwerkdragers maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van maat 130 tot 420 geleidingswielen of een beveiliging tegen ontsporen heeft.
Bouten

geleidingswielen of beveiliging
tegen ontsporen
- Bouten (2x) losdraaien.
- Houder met geleidingswielen of beveiliging tegen ontsporen verwijderen.
Loopwiel demonteren
AfstandsbusPen

- Verwijder de pen, de afstandsbus en het loopwiel.
Niet-aangedreven loopwiel monteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
De afbeeldingen tonen de montage van een loopwiel van maat 130. De montage van grotere loopwielen wijkt hiervan in principe niet af.
Loopwiel monteren
AfstandsbusPen

- Houd het loopwiel in de loopwerkdrager. Welke kant naar binnen en welke naar buiten wijst, is om het even.
- Schuif de pen en de afstandsbus erin. Tik, indien nodig, licht met een hamer tegen de pen en de afstandsbus.

- Breng de borgring aan en klik hem goed vast.
- Draai het loopwiel. Het moet licht lopen.
Alleen bij geleidingswielen bij loopwerkdragers maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 130 tot 420 geleidingswielen heeft.
Bouten

- Schuif de geleidingswielen erin.
- Bouten (2x) vastdraaien.
Ø loopwiel |
Type |
Soort |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
M8x45 |
Zelfborgende bout met karteling |
42 Nm |
160 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
200 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
280 |
M12x60 |
Zeskantbout |
130 Nm |
350 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
420 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
Alleen bij beveiliging tegen ontsporen bij loopwerkdragers maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 130 tot 420 een beveiliging tegen ontsporen heeft.
Kleine kant

- Draai de beveiliging tegen ontsporen zo dat de grote kant naar binnen (naar loopwerkaandrijving kraan) wijst.
- Schuif de beveiliging tegen ontsporen erin.
- Bouten (2x) vastdraaien.
Ø loopwiel |
Type |
Soort |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
M8x45 |
Zelfborgende bout met karteling |
42 Nm |
160 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
200 |
M10x50 |
Zelfborgende bout met karteling |
85 Nm |
280 |
M12x60 |
Zeskantbout |
130 Nm |
350 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
420 |
M20x75 |
Zeskantbout |
300 Nm |
Alleen bij maat 130 tot 420
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maten 130 tot 420.
Stootbufferplaat

- Schuif de stootbufferplaat op de draadeinden.
- Maat 160 tot 420: breng kunststof ringen (4x) aan.
- Draai de zelfborgende moeren M10 (4x) vast. 6 Nm.
De zelfborgende moeren mogen maximaal 3x opnieuw worden gebruikt. Daarna moeten nieuwe zelfborgende moeren worden gebruikt.
Alleen bij maat 500
Deze stap geldt alleen bij loopwerkdragers van de maat 500.
Moer van hoogvast staal M16Schroefplaat

sluitring 16Stootbufferplaat
- Breng sluitringen 16 (6x) aan op de bouten van hoogvast staal M16x60 (6x) en schroef de bufferplaat aan de schroefplaat.
- Borg de bouten van hoogvast staal M16x60 (6x) met moeren van hoogvast staal M16 (6x). 250 Nm.
De moeren van hoogvast staal mogen maximaal 3x opnieuw worden gebruikt. Daarna moeten nieuwe moeren van hoogvast staal worden gebruikt.
Alleen bij geleidingswielen bij loopwerkdragers maat 500
Deze stap geldt alleen als de loopwerkdrager van de maat 500 geleidingswielen heeft.
Bout van hoogvast staal M20x70
met sluitring 38/21x30Zeskant-
bout M20x70

- Breng aan beide zijden sluitringen 38/21x30 (6x) aan op de bouten van hoogvast staal M20x70 (6x) en schroef de houder aan de loopwerkdrager. 450 Nm.
De fase moet daarbij naar de schroefkop zijn gericht.
Aanhaalkoppels bouten
Lageras

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
5x |
42 Nm |
160 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
5x |
42 Nm |
200 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
5x |
85 Nm |
280 |
Zelfborgende bout met karteling M12x40 |
5x |
130 Nm |
350 |
Zelfborgende bout met karteling M12x40 |
8x |
130 Nm |
420 |
Zelfborgende bout met karteling M16x40 |
8x |
330 Nm |
500 |
Zelfborgende bout met karteling M16x60 |
5x |
330 Nm |
Lagerflens

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
7x |
42 Nm |
160 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
7x |
42 Nm |
200 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
7x |
85 Nm |
280 |
Zelfborgende bout met karteling M12x40 |
7x |
130 Nm |
350 |
Zelfborgende bout met karteling M12x40 |
10x |
130 Nm |
420 met loopwerkaandrijving kraan 420 |
Zelfborgende bout met karteling M16x40 |
10x |
330 Nm |
420 met loopwerkaandrijving kraan 420V |
Zelfborgende bout met karteling M16x70 |
10x |
330 Nm |
500 |
Zeskantbout M16x60 |
9x |
300 Nm |
Geleidingswielen, klemstuk, beveiliging tegen ontsporen maat 130 tot 420

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
Zelfborgende bout met karteling M8x45 |
2x |
42 Nm |
160 |
Zelfborgende bout met karteling M10x50 |
2x |
85 Nm |
200 |
Zelfborgende bout met karteling M10x50 |
2x |
85 Nm |
280 |
Zeskantbout M12x60 |
2x |
130 Nm |
350 |
Zeskantbout M20x75 of M20x70 |
2x |
300 Nm |
420 |
Zeskantbout M20x75 of M20x70 |
2x |
300 Nm |
Houder maat 500

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
500 |
Zeskantbout M20x70 met sluitring 38/21x30 |
3x |
450 Nm |
500 |
Zeskantbout M20x70 |
1x |
450 Nm |
Stootbufferplaat maat 130 tot 420

- Zelfborgende moer M10
- Vanaf maat 160: kunststof schijven
- 4x per stootbufferplaat
- 6 Nm
Stootbufferplaat maat 500

- Moer van hoogvast staal M16
- Sluitring 16
- 6x per stootbufferplaat
- 250 Nm.
Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
500 |
Zeskantbout M16x60 met sluitring 16 |
6x |
250 Nm |
Loopwerkaandrijving kraan AZP

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
130 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
4x |
35 Nm |
160 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
4x |
75 Nm |
200 |
Zelfborgende bout met karteling M12x30 |
4x |
115 Nm |
280 |
Zelfborgende bout met karteling M16x40 |
4x |
300 Nm |
Loopwerkaandrijving kraan AZF

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
350 |
Cilinderkopbout M12x100 |
4x |
85 Nm |
420 |
Cilinderkopbout M12x100 |
4x |
85 Nm |
V420 |
Cilinderkopbout M16x140 |
4x |
210 Nm |
V500 |
Cilinderkopbout M16x140 |
4x |
210 Nm |
Smeermiddelen
Alleen bij geleidingswielen
Cilinderlagers van de geleidingswielen

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS‑artikelnummer 318490.Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”,ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer de cilinderlagers bij:
- Montage of demontage van de geleidingswielen
Alleen bij loopwiel maat 350, 420, 500
Pendeltonlager in het loopwiel

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS‑artikelnummer 318490.Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”,ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer het pendeltonlager bij:
- Montage of demontage van het loopwiel
Voor details, zie „Aangedreven loopwiel demonteren”.
ABUS-service
Alleen in Duitsland
- Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
- Bel de ABUS-servicecentrale op:
- Telefoon: +49 2261 37 237
- Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
- De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
- Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
- Fax: +49 2261 37 265
- E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
- Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.
De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.