IN ÉÉN OOGOPSLAG:
Algemeen
Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.
Om te beginnen
Dit producthandboek gebruiken
De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:
- Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
- Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
- Dit is een opsomming.
Alleen bij...
Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”
Richtlijnen bij het producthandboek
Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.
Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.
Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.
Gebruik overeenkomstig de bestemming
De hijswerkaandrijving is bedoeld als aandrijfeenheid aan een monorailloopkat (typen E, S en U) of aan een dubbelrailloopkat (typen D, DA, DQA, Z en ZA).
De uitgaande as van de hijswerkaandrijving wordt direct met de kabeltrommel verbonden.
- De hijswerkaandrijving kan poolomschakelbaar met twee verschillende hijssnelheden worden bestuurd via ABUS elektra 3 of ABUControl alsook traploos met een frequentieomvormer ABULiner of ABUControl.
- De hijswerkaandrijving kan binnen haar elektrische en mechanische prestatiegrenzen als aandrijving in andere machines worden gebruikt.
- De hijswerkaandrijving kan niet met driehoekschakeling worden bedreven.
Voorschriften
De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.
Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.
Garantie
- ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
- De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
- De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
Richtlijnen voor de veiligheid
Neem deze richtlijnen voor het veilig omgaan met de kraan in acht. Verwijzingen naar specifieke risico's staan vermeld in het betreffende gedeelte waarin het risico zich voordoet.
- Gevaar door draaiende delen! Bij een niet-gemonteerde hijswerkaandrijving is de uitgaande as niet beveiligd. Als de niet-gemonteerde hijswerkaandrijving wordt gebruikt, is de uitgaande as een gevarenbron (bijv. kan deze aan losse onderdelen blijven hangen). De hijswerkaandrijving niet gebruiken als deze niet gemonteerd is of de veiligheid door geschikte maatregelen waarborgen.
- Verwijder de ventilatorkap niet langdurig! Als de ventilatorkap wordt verwijderd, worden gevaarlijke delen niet meer beschermd. Daardoor kunnen personen letsel oplopen! Monteer de ventilatorkap na werkzaamheden aan de hijswerkaandrijving weer. De ventilatorkap mag niet permanent worden verwijderd voor een betere koeling.
De hijswerkaandrijving
Beschrijving

- 1: Uitgaande as met vertanding
- 2: Overbrenging
- 3: Hijsmotor
- 4: Stekkerhuis
- 5: Ventilatorkap
Specificaties
De poolomschakelbare hijswerkaandrijving GM 800 tot 7000:
- De hijswerkaandrijving wordt aangedreven door een poolomschakelbare 2/12-polige hijsmotor met overbrenging.
- De hijsmotor heeft een elektromagnetisch bediende veerdrukrem.
- De hijswerkaandrijving heeft een lage en een hoge hijssnelheid. De verhouding tussen beide hijssnelheden bedraagt 1/6.
- De hijswerkaandrijving kan door stekkerverbindingen in het stekkerhuis, dat zich direct op de hijswerkaandrijving bevindt, snel van de rest van het elektrische systeem van de kraan worden losgekoppeld.
- De hijswerkoverbrenging heeft een meertraps schroefwieloverbrenging in een lichtmetalen behuizing. Deze tandwielen draaien in een gesloten oliebad en worden daardoor gedurende de volledige levensduur gesmeerd.
Technische gegevens
Zie het onderhoudsboek van de kraan.
Hijswerkaandrijving laden en lossen
Let onder andere op de volgende punten:
Alleen bij direct aanslaan
Bij het direct aanslaan hangt de hijswerkaandrijving niet horizontaal. Voor de montage aan de takel moet de ABUS-montagehulp AN103574 worden gebruikt.
Oogbout

- Geschikte oogbout in de hijswerkaandrijving schroeven.
- Geschikt bevestigingsmiddel in de oogbout haken en hijswerkaandrijving optillen.
- De hijswerkaandrijving hangt niet horizontaal.
Alleen bij aanslaan met montagehulp
Voor de montage aan de takel moet de ABUS-montagehulp AN103574 worden gebruikt.
MontagehulpVerdraaibeveiliging

- Schroef de montagehulp in de hijswerkaandrijving.
- Maak de verdraaibeveiliging los, schuif deze tegen de hijswerkoverbrenging en schroef hem vast.
- Bevestig een geschikt bevestigingsmiddel aan de montagehulp en til de hijswerkaandrijving op.
- De hijswerkaandrijving hangt horizontaal.
Hijswerkaandrijving afvoeren
Als de hijswerkaandrijving moet worden afgevoerd:
- De hijswerkaandrijving zo veel mogelijk demonteren.
- Plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht nemen.
- Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen milieuvriendelijk af:
- Metalen onderdelen afvoeren als oud ijzer.
De stator van de hijsmotor is vast in de behuizing gekrompen. Voor het scheiden van de stator en de behuizing de behuizing openen.
- Laat kunststof onderdelen recyclen als kunststofafval.
- Voer remvoeringen af als samengestelde componenten (gevaarlijk afval).
- Verwijder olie of vet uit de hijswerkaandrijving en voer dit af als smeermiddel.
- Voer kabels en stekkers af als elektronisch afval.

Monteren en aansluiten
Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in gebruik wordt genomen.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.
ABUS adviseert de inbedrijfstelling door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.
Hijswerkaandrijving monteren
De afbeeldingen tonen de montage van een hijswerkaandrijving GM 5000 aan een dubbelrailloopkat (type D). De montage van een hijswerkaandrijving aan een monorailloopkat of in een andere maat wijkt hiervan in principe niet af.
Hijswerkaandrijving optillen
- Gewicht van de hijswerkaandrijving bepalen. Zie apart document „Technische gegevens” van de desbetreffende hijswerkaandrijving.
MontagehulpVerdraaibeveiliging

- Schroef de montagehulp in de hijswerkaandrijving.
- Maak de verdraaibeveiliging los, schuif deze tegen de hijswerkoverbrenging en schroef hem vast.
- Bevestig een geschikt bevestigingsmiddel aan de montagehulp en til de hijswerkaandrijving op.
De hijswerkaandrijving kan ook aan een geschikte oogbout worden opgetild. Daardoor hangt de hijswerkaandrijving echter niet horizontaal, wat de montage aanzienlijk kan bemoeilijken.
Zie ook „Hijswerkaandrijving laden en lossen”.
Uitgaande as afdichten en smeren
Indien nodig kan de uitgaande as met nieuwe componenten worden afgedicht en opnieuw worden gesmeerd.
AfdichtringUitgaande as

Pasring (bij GM1000 tot GM7000)
- Nilosring (bij GM800) of pasring (bij GM1000 tot GM7000) op de uitgaande as schuiven.
- Afdichtring op de uitgaande as schuiven.
- Alleen bij GM6000: indien er voorheen een aanvullende tweede afdichtring was gemonteerd, nu ook een tweede afdichtring gebruiken.

- Smeer de vertanding op de uitgaande as.
Smeermiddel Fuchs Lubritech hogetemperatuurpasta PBC 1574.
Deksel in de lagerflens van de kabeltrommel

- Smeer het deksel achter de lagerflens van de kabeltrommel.
Smeermiddel hogetemperatuurpasta PBC 1574 SF artikelnummer 303678.
Hoeveelheid GM 800: 25 g
Hoeveelheid GM 1000: 25 g
Hoeveelheid GM 2000: 50 g
Hoeveelheid GM 3000: 50 g
Hoeveelheid GM 5000: 70 - 75 g
Hoeveelheid GM 6000: 70 - 75 g
Hoeveelheid GM 7000: 70 - 75 g

- Schuif de uitgaande as van de hijswerkaandrijving in de lagerflens van de kabeltrommel.
Cilinderkopbouten

- Hijswerkaandrijving vastschroeven met cilinderkopbouten (4x) en sluitringen (4x).
Maat |
Maat en lengte |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
GM800.4 |
M10x110 |
40 Nm |
GM1000.6 |
M12x120 |
85 Nm |
GM2000.3 |
M12x120 |
85 Nm |
GM3000.4 |
M12x160 |
85 Nm |
GM5000.3 |
M16x210 |
210 Nm |
GM6000.4 |
M16x220 |
210 Nm |
GM7000.1 |
M20x270 |
425 Nm |
Hijswerkaandrijving aansluiten
Stroomnet controleren
- Bedrijfsspanning en frequentiebereik op het typeplaatje vergelijken met de netspanning en de netfrequentie van het lokale stroomnet.
Hijswerkaandrijving aansluiten
Alleen bij relaisbesturing
Aansluitkabels hijswerkaandrijving

- Behuizingsdeksel openen.
- Aansluitkabels voor de hijswerkaandrijving in de connectors van de hijswerkaandrijving steken.
Afhankelijk van de maat en opties van de hijswerkaandrijving hebben de stekkerverbindingen verschillende afmetingen en worden deze verschillend aangesloten.
- Stekkerverbindingen en aansluitkabel in het stekkerhuis leggen.
- Behuizingsdeksel sluiten.
Alleen bij frequentieomvormer
AansluitkabelsStekkerverbindingen

- Behuizingsdeksel openen.
- Aansluitkabels voor de hijswerkaandrijving in de connectors van de hijswerkaandrijving steken.
Afhankelijk van de maat en opties van de hijswerkaandrijving hebben de stekkerverbindingen verschillende afmetingen en worden deze verschillend aangesloten.
- Leg de stekkerverbindingen en de aansluitkabel in het stekkerhuis.
- Druk het voorste uiteinde van de aansluitkabel (mantel om de kabelafscherming is daar verwijderd) van de hijswerkaandrijving in de schermklem.
- Bevestig de aansluitkabel met een kabelbinder aan de schermklem.
- Stekkerverbindingen en aansluitkabel in het stekkerhuis leggen.
- Behuizingsdeksel sluiten.
Controleren
Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.
De hijswerkaandrijving moet regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.
Om te beginnen
Testintervallen
De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.
Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:
- veelvuldig werken met het draagvermogen,
- werken in meerploegendiensten,
- veelvuldig gebruik,
- stoffige of agressieve omgeving.
De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.
Eisen aan de keurmeester
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
Omvang van de keuring
De bevoegde persoon die de hijswerkaandrijving keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.
Overzicht: hijswerkaandrijving controleren
Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.
De beslissing of de hijswerkaandrijving in een onberispelijke toestand is, ligt bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de hijswerkaandrijving daarna opnieuw moet worden gekeurd.
Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.
Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:
- Rem van hijswerkaandrijving controleren. Zie „Rem van hijswerkaandrijving controleren”.
Rem van hijswerkaandrijving controleren
Om de rem te testen wordt enerzijds de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat en anderzijds de remvoeringdikte gemeten.
Overzicht:
Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

ankerplaatRemrotor met
remvoering
Maat |
Waarde |
|---|---|
Luchtspleet tussen ankerplaat en magneet |
Tussen 0,4 mm en 1,1 mm |
Streefwaarde voor luchtspleet |
0,4 mm |
Maat |
Remvoeringdikte (ten minste) [mm] |
||
|---|---|---|---|
Hijsmotor L6 |
Hijsmotor H6 |
Hijsmotor |
|
800.4 |
9,3 |
9,3 |
9,3 |
1000.7 |
9,3 |
9,3 |
11,3 |
2000.3 |
9,3 |
11,3 |
- |
3000.4 |
11,3 |
12,3 |
- |
5000.3 |
12,3 |
13,8 |
- |
6000.3 |
13,8 |
- |
- |
7000.1 |
- |
13,8 |
13,8 |
Door de slijtage van de remvoering bij het afremmen van de motor wordt de remrotor dunner. De ankerplaat wordt daardoor bij het remmen steeds verder richting remrotor gedrukt en de luchtspleet wordt breder. Als de luchtspleet zijn maximale breedte heeft bereikt, voorkomt een luchtspleetbegrenzing dat de ankerplaat nog verder kan worden gedrukt, zodat een goede ventilatie van de ankerplaat gewaarborgd is. Met het ingrijpen van de luchtspleetbegrenzing neemt de remwerking van de rem af.
Uiterlijk dan moet de luchtspleet opnieuw worden ingesteld. Als de minimale remvoeringdikte is bereikt, moet de remrotor worden vervangen.
Als de breedte van de luchtspleet nog binnen het toegestane bereik ligt, kan er echter van worden uitgegaan dat de luchtspleet op grond van het gebruiksgedrag ook voor de volgende regelmatige keuring breder is dan toegestaan: de luchtspleet nu al instellen.
Ventilatorkap verwijderen

bouten met karteling
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap losdraaien.
- Ventilatorkap verwijderen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad demonteren
Borgring

- Borgring verwijderen.
- Ventilatorblad demonteren.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Indien aanwezig: stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Zeskantbouten (3x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
- Als de externe ventilator geen stekkerverbinding heeft: externe ventilator aangesloten laten en aan de hijsmotor borgen, bijv. met een spanriem.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Cilinderkopbouten (2x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
Rem vrijleggen

- O-ring verwijderen.
- Volledige rem reinigen met perslucht.
Luchtspleet meten
MagneetAnkerplaat

- De voelermaat naast een van de zeskantbouten in de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat steken en meten.
- Als de luchtspleet de maximale breedte van de werkruimte (1,1 mm) heeft bereikt: rem instellen. Zie „Luchtspleet van de rem instellen”.
Als de breedte van de luchtspleet nog binnen het toegestane bereik ligt, kan er echter van worden uitgegaan dat de luchtspleet op grond van het gebruiksgedrag ook voor de volgende regelmatige keuring breder is dan toegestaan: de luchtspleet nu al instellen.
- Stappen voor alle zeskantbouten (3x) herhalen.
Magneet demonteren
VoedingMagneet

- Voeding van magneet verwijderen.
- Zeskantbouten (3x) losdraaien.
- Magneet van de motoras trekken.
Remvoeringdikte meten
Remrotor

- Remrotor van de naaf en van de motoras trekken.

- Remvoeringdikte controleren met een schuifmaat.
- Als de remrotor dunner is dan aangegeven in de tabel: remrotor vervangen. Zie „Remrotor van de hijswerkaandrijving vervangen“.
Maat |
Remvoeringdikte (ten minste) [mm] |
||
|---|---|---|---|
Hijsmotor L6 |
Hijsmotor H6 |
Hijsmotor U6 |
|
800.4 |
9,3 |
9,3 |
9,3 |
1000.7 |
9,3 |
9,3 |
11,3 |
2000.3 |
9,3 |
11,3 |
- |
3000.4 |
11,3 |
12,3 |
- |
5000.3 |
12,3 |
13,8 |
- |
6000.3 |
13,8 |
- |
- |
7000.1 |
- |
13,8 |
13,8 |
O-ring controleren
Het bereik tussen magneet en ankerplaat (luchtspleet) wordt tegen stof beschermd door een O-ring. De O-ring mag niet beschadigd zijn of ontbreken.
- O-ring controleren.
De O-ring mag geen scheuren hebben, platgedrukt of op een andere manier beschadigd zijn of compleet ontbreken.
- Wanneer de O-ring beschadigd is of ontbreekt, een nieuwe O-ring plaatsen.
Remrotor monteren
Naaf

- Indien aanwezig: controleren of de O-ring volledig in de groef van de naaf ligt.
- Remrotor over de motoras op de naaf schuiven.
Magneet monteren
Magneet

- Magneet op de motoras schuiven.
- Zeskantbouten (3x) vastschroeven.
Zeskantbout |
Aanhaalkoppel |
|---|---|
M6x70 |
10 Nm |
M8x80 |
25 Nm |
M8x90 |
25 Nm |
M8x100 |
25 Nm |
Indien nodig, zeskantbouten en holle bouten door nieuwe bouten vervangen.
- Daarna moet de luchtspleet opnieuw worden ingesteld. Zie „Luchtspleet van de rem instellen”.
- Voeding van de magneet aansluiten.
Rem afdekken

- O-ring aanbrengen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad monteren
Borgring

- Ventilatorblad op de motoras plaatsen.
- Borgring aanbrengen.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de magneet plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met zeskantbouten M5x10 (3x). 4,8 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Indien nodig: stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuist draaiveld draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de houder plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met cilinderkopbouten M4x16 (2x). 2,4 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuiste draairichting draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Ventilatorkap sluiten

- Ventilatorkap plaatsen.
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap vastschroeven.
Onderhoud
Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.
ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.
Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.
Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud
De volgende veiligheidsvoorschriften bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de hijswerkaandrijving in acht nemen:
- Schakel de netstroomschakelaar uit. Beveilig de schakelaar, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
- Netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast trekken. Contactdoos met een hangslot beveiligen, zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
- Geschikt werkplatform en een valbeveiliging gebruiken.
- Het werkgebied rondom het platform ruim afzetten.
- Andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uitschakelen. Schakelaars beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
- Personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud brengen.
- Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
- Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er op de relaiskasten hoge spanningen die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Deze veiligheidsaanwijzingen gelden speciaal voor de hijswerkaandrijving:
- Verwijder de ventilatorkap met externe ventilator niet langdurig! Als de ventilatorkap wordt verwijderd, worden gevaarlijke delen niet meer beschermd. Daardoor kunnen personen letsel oplopen en de hijsmotor kan te warm worden! Ventilatorkap na werkzaamheden aan de hijswerkaandrijving weer monteren. De ventilatorkap mag niet permanent worden verwijderd voor een betere koeling.
- Beknellings- en klemgevaar bij de montage! De hijswerkaandrijving is zeer zwaar. Bij de montage is deze daardoor niet eenvoudig te hanteren en ze kan klem komen te zitten of omkantelen. Gebruik voor de montage de ABUS-montagehulp AN103574 opdat de hijswerkaandrijving horizontaal hangt.
- Gevaar door elektrische schok! Ook na het uitschakelen van de kraan staan de frequentieomvormer en de hijsmotor onder hoge spanningen die de dood tot gevolg kunnen hebben. Voor werkzaamheden aan de hijswerkaandrijving de aansluitkabel van de hijsmotor eruit trekken.
Luchtspleet van de rem instellen
Als de luchtspleet breder is dan toegestaan, moet deze opnieuw worden ingesteld.
Overzicht:
Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

en ankerplaatRemrotor
met remvoering
Maat |
Waarde |
|---|---|
Luchtspleet tussen ankerplaat en magneet |
Tussen 0,4 mm en 1,1 mm |
Streefwaarde voor luchtspleet |
0,4 mm |
Maat |
Remvoeringdikte (ten minste) [mm] |
||
|---|---|---|---|
Hijsmotor L6 |
Hijsmotor H6 |
Hijsmotor |
|
800.4 |
9,3 |
9,3 |
9,3 |
1000.7 |
9,3 |
9,3 |
11,3 |
2000.3 |
9,3 |
11,3 |
- |
3000.4 |
11,3 |
12,3 |
- |
5000.3 |
12,3 |
13,8 |
- |
6000.3 |
13,8 |
- |
- |
7000.1 |
- |
13,8 |
13,8 |
Zodra de hijsmotor niet meer draait, drukt de ankerplaat door veerkracht tegen de remrotor en remt zo de hijsmotor af. Tussen magneet en ankerplaat ontstaat een luchtspleet. Wanneer de hijsmotor begint te draaien, trekt de magneet de ankerplaat van de remrotor af; de hijsmotor kan weer vrij draaien.
Wanneer de remvoering slijt, wordt de luchtspleet groter. Zie „Rem van hijswerkaandrijving controleren”. Wanneer deze groter is dan maximaal toegestaan, moet de rem worden bijgesteld. Als de remvoering van de remrotor door slijtage te dun is geworden, moet deze worden vervangen. Zie „Remrotor van de hijswerkaandrijving vervangen”.
Ventilatorkap verwijderen

- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap losdraaien.
- Ventilatorkap verwijderen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad demonteren
Borgring

- Borgring verwijderen.
- Ventilatorblad demonteren.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Indien aanwezig: stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Zeskantbouten (3x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
- Als de externe ventilator geen stekkerverbinding heeft: externe ventilator aangesloten laten en aan de hijsmotor borgen, bijv. met een spanriem.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Cilinderkopbouten (2x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
Rem vrijleggen

- O-ring verwijderen.
- Volledige rem reinigen met perslucht.
Luchtspleet instellen
MagneetHolle bout

- Draai de zeskantbouten (3x) een halve slag los.
- Holle bouten (3x) een halve slag in de richting van de magneet draaien.
- Streefwaarde van de breedte van de luchtspleet aflezen uit de tabel.
Overzicht:
Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

en ankerplaatRemrotor met remvoering
Maat |
Waarde |
|---|---|
Luchtspleet tussen ankerplaat en magneet |
Tussen 0,4 mm en 1,1 mm |
Streefwaarde voor luchtspleet |
0,4 mm |
Maat |
Remvoeringdikte (ten minste) [mm] |
||
|---|---|---|---|
Hijsmotor L6 |
Hijsmotor H6 |
Hijsmotor |
|
800.4 |
9,3 |
9,3 |
9,3 |
1000.7 |
9,3 |
9,3 |
11,3 |
2000.3 |
9,3 |
11,3 |
- |
3000.4 |
11,3 |
12,3 |
- |
5000.3 |
12,3 |
13,8 |
- |
6000.3 |
13,8 |
- |
- |
7000.1 |
- |
13,8 |
13,8 |
- De juiste voelermaat direct naast een van de zeskantbouten in de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat steken.
- De zeskantbouten zo vast aandraaien dat de voeler nog uit de luchtspleet kan worden getrokken.
- De luchtspleet bij deze zeskantbout is nu ingesteld op de streefwaarde.
- Stappen voor alle zeskantbouten (3x) herhalen.
Luchtspleet instellen voltooien
Holle bout

- Holle bouten (3x) in de richting van de hijsmotor schroeven en stevig vastdraaien.
- Zeskantbouten (3x) vastschroeven.
Zeskantbout |
Aanhaalkoppel |
|---|---|
M6x70 |
10 Nm |
M8x80 |
25 Nm |
M8x90 |
25 Nm |
M8x100 |
25 Nm |
- De rem is vast aangedraaid.
- Luchtspleet direct naast alle drie zeskantbouten controleren. Wijkt deze af van de streefwaarde van de breedte, herhaal dan de instelling.
Rem afdekken

- O-ring aanbrengen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad monteren
Borgring

- Ventilatorblad op de motoras plaatsen.
- Borgring aanbrengen.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de magneet plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met zeskantbouten M5x10 (3x). 4,8 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Indien nodig: stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuist draaiveld draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de houder plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met cilinderkopbouten M4x16 (2x). 2,4 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuiste draairichting draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Ventilatorkap sluiten

- Ventilatorkap plaatsen.
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap vastschroeven.
Remrotor van de hijswerkaandrijving vervangen
Als de remrotor van de hijswerkaandrijving dunner is dan toegestaan, moet de remrotor worden vervangen.
Als de ankerplaat versleten is en moet worden vervangen, kan de ankerplaat eveneens worden vervangen.
Indien andere componenten moeten worden vervangen: zie „Volledige rem vervangen”.
Ventilatorkap verwijderen

- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap losdraaien.
- Ventilatorkap verwijderen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad demonteren
Borgring

- Borgring verwijderen.
- Ventilatorblad demonteren.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Indien aanwezig: stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Zeskantbouten (3x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
- Als de externe ventilator geen stekkerverbinding heeft: externe ventilator aangesloten laten en aan de hijsmotor borgen, bijv. met een spanriem.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Cilinderkopbouten (2x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
Rem vrijleggen

- O-ring verwijderen.
- Volledige rem reinigen met perslucht.
Magneet demonteren
VoedingMagneet

- Voeding van magneet verwijderen.
- Zeskantbouten (3x) losdraaien.
- Magneet van de motoras trekken.
Oude remrotor demonteren
Remrotor

- Remrotor van de naaf en van de motoras trekken.
Borgring en voorste spie verwijderen.
Als de ankerplaat moet worden vervangen:
Voorste spieBorgring

- Voorste vlakke spie verwijderen.
- Verwijder de borgring.
Naaf en achterste spie verwijderen
Als de ankerplaat moet worden vervangen:

- Naaf van de motoras trekken.
- De rem is volledig gedemonteerd.
- Achterste spie verwijderen.
Nieuwe achterste spie en naaf aanbrengen
Als de ankerplaat moet worden vervangen:
Naaf

- Nieuwe achterste spie aanbrengen.
- Nieuwe naaf op de motoras over de achterste vlakke spie heen schuiven.
Voorste spie en nieuwe borgring aanbrengen
Als de ankerplaat moet worden vervangen:
Voorste spieBorgring

- Nieuwe borgring aanbrengen.
- Voorste vlakke spie aanbrengen.
Nieuwe remrotor monteren
Naaf

- Indien aanwezig: controleren of de O-ring volledig in de groef van de naaf ligt.
- Remrotor over de motoras op de naaf schuiven.
Oude ankerplaat demonteren
Als de ankerplaat moet worden vervangen:

- Holle bouten (3x) er uitschroeven.

- Inbusbouten (2x) met sluitringen (2x) en drukveren (2x) er uitschroeven.
O-ring

- Ankerplaat verwijderen
- Vrijgemaakte O-ring uit de groef nemen.
Stelas voor rembeugel

- Stelas voor rembeugel (2x) uit de bedieningsbeugel nemen.
- Bedieningsbeugel van binnen reinigen.
Nieuwe ankerplaat monteren
Als de ankerplaat moet worden vervangen:
Stelas voor rembeugel

- Stelas voor rembeugel (2x) in de bedieningsbeugel plaatsen.
De stelas voor rembeugel zodanig draaien dat de inbusbout (2x) in de stelas voor rembeugel past.
O-ringAnkerplaat

- Nieuwe O-ring in de groef op de magneet plaatsen.
- Nieuwe ankerplaat op de magneet plaatsen.
BedieningsbeugelAnkerplaat

- Nieuwe inbusbouten (2x) met sluitringen (2x) en drukveren (2x) in de ankerplaat aanbrengen.
- Bedieningsbeugel handvast met inbusbout (2x) vastschroeven.

boutenMagneet
- Ankerplaat met nieuwe holle bout (3x) handvast op de magneet schroeven.
Luchtspleet

- Schuif de voelermaat naast de inbusbout in de luchtspleet tussen ankerplaat en magneet, en meet deze.
- Luchtspleet door inbusbout (2x) op 1,1 mm instellen.
Magneet monteren
Magneet

- Magneet op de motoras schuiven.
- Zeskantbouten (3x) stevig vastschroeven.
Indien in de reserveonderdelenset voorhanden, de zeskantbouten en holle bouten door nieuwe bouten vervangen.
- Voeding van de magneet aansluiten.
Luchtspleet instellen
MagneetHolle bout

- Draai de zeskantbouten (3x) een halve slag los.
- Holle bouten (3x) een halve slag in de richting van de magneet draaien.
- Streefwaarde van de breedte van de luchtspleet aflezen uit de tabel.
Overzicht:
Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

en ankerplaatRemrotor met remvoering
Maat |
Waarde |
|---|---|
Luchtspleet tussen ankerplaat en magneet |
Tussen 0,4 mm en 1,1 mm |
Streefwaarde voor luchtspleet |
0,4 mm |
Maat |
Remvoeringdikte (ten minste) [mm] |
||
|---|---|---|---|
Hijsmotor L6 |
Hijsmotor H6 |
Hijsmotor |
|
800.4 |
9,3 |
9,3 |
9,3 |
1000.7 |
9,3 |
9,3 |
11,3 |
2000.3 |
9,3 |
11,3 |
- |
3000.4 |
11,3 |
12,3 |
- |
5000.3 |
12,3 |
13,8 |
- |
6000.3 |
13,8 |
- |
- |
7000.1 |
- |
13,8 |
13,8 |
- De juiste voelermaat direct naast een van de zeskantbouten in de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat steken.
- De zeskantbouten zo vast aandraaien dat de voeler nog uit de luchtspleet kan worden getrokken.
- De luchtspleet bij deze zeskantbout is nu ingesteld op de streefwaarde.
- Stappen voor alle zeskantbouten (3x) herhalen.
Luchtspleet instellen voltooien
Holle bout

- Holle bouten (3x) in de richting van de hijsmotor schroeven en stevig vastdraaien.
- Zeskantbouten (3x) vastschroeven.
Zeskantbout |
Aanhaalkoppel |
|---|---|
M6x70 |
10 Nm |
M8x80 |
25 Nm |
M8x90 |
25 Nm |
M8x100 |
25 Nm |
- De rem is vast aangedraaid.
- Luchtspleet direct naast alle drie zeskantbouten controleren. Wijkt deze af van de streefwaarde van de breedte, herhaal dan de instelling.
Rem afdekken

- O-ring aanbrengen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad monteren
Borgring

- Ventilatorblad op de motoras plaatsen.
- Borgring aanbrengen.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de magneet plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met zeskantbouten M5x10 (3x). 4,8 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Indien nodig: stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuist draaiveld draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

M4x16Houder
- Externe ventilator op de houder plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met cilinderkopbouten M4x16 (2x). 2,4 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuiste draairichting draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Ventilatorkap sluiten

bouten met karteling
- Ventilatorkap plaatsen.
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap vastschroeven.
Volledige rem vervangen
Als de remrotor dunner is dan toegestaan, mag de rem niet opnieuw worden ingesteld. Dan moet de remrotor worden vervangen.
Afhankelijk van slijtage en noodzaak moeten eventueel nog andere componenten van de rem worden vervangen:
- Remplaat
- Naaf
- O-ring
- Holle bouten
- Vlakke spie
- Borgring
- Magneet
Ventilatorkap verwijderen

bouten met karteling
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap losdraaien.
- Ventilatorkap verwijderen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad demonteren
Borgring

- Borgring verwijderen.
- Ventilatorblad demonteren.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Indien aanwezig: stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Zeskantbouten (3x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
- Als de externe ventilator geen stekkerverbinding heeft: externe ventilator aangesloten laten en aan de hijsmotor borgen, bijv. met een spanriem.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Stekkerverbinding van de externe ventilator loskoppelen.
- Cilinderkopbouten (2x) van de externe ventilator losdraaien en externe ventilator verwijderen.
Rem vrijleggen

- O-ring verwijderen.
- Volledige rem reinigen met perslucht.
Magneet demonteren
VoedingMagneet

- Voeding van magneet verwijderen.
- Zeskantbouten (3x) losdraaien.
- Magneet van de motoras trekken.
Remrotor verwijderen
Remrotor

- Remrotor van de naaf en van de motoras trekken.
Borgring en spie verwijderen
Vlakke spieBorgring

- Vlakke spie verwijderen.
- Borgring verwijderen.
Naaf verwijderen
NaafAchterste vlakke spie

- Naaf van de motoras trekken.
- De rem is volledig gedemonteerd.
Nieuwe naaf aanbrengen
NaafAchterste
vlakke spie

- Nieuwe naaf op de motoras over de achterste vlakke spie heen schuiven.
Borgring aanbrengen
Vlakke spieBorgring

- Borgring aanbrengen.
- Voorste vlakke spie aanbrengen.
Remrotor monteren
Naaf

- Indien aanwezig: controleren of de O-ring volledig in de groef van de naaf ligt.
- Remrotor over de motoras op de naaf schuiven.
Magneet monteren
Magneet

- Magneet op de motoras schuiven.
- Zeskantbouten (3x) stevig vastschroeven.
Indien in de reserveonderdelenset voorhanden, de zeskantbouten en holle bouten door nieuwe bouten vervangen.
- Voeding van de magneet aansluiten.
Luchtspleet instellen
MagneetHolle bout

- Draai de zeskantbouten (3x) een halve slag los.
- Holle bouten (3x) een halve slag in de richting van de magneet draaien.
- Streefwaarde van de breedte van de luchtspleet aflezen uit de tabel.
Overzicht:
Luchtspleet (tussen magneet en ankerplaat)Remvoeringdikte

en ankerplaatRemrotor
met remvoering
Maat |
Waarde |
|---|---|
Luchtspleet tussen ankerplaat en magneet |
Tussen 0,4 mm en 1,1 mm |
Streefwaarde voor luchtspleet |
0,4 mm |
Maat |
Remvoeringdikte (ten minste) [mm] |
||
|---|---|---|---|
Hijsmotor L6 |
Hijsmotor H6 |
Hijsmotor |
|
800.4 |
9,3 |
9,3 |
9,3 |
1000.7 |
9,3 |
9,3 |
11,3 |
2000.3 |
9,3 |
11,3 |
- |
3000.4 |
11,3 |
12,3 |
- |
5000.3 |
12,3 |
13,8 |
- |
6000.3 |
13,8 |
- |
- |
7000.1 |
- |
13,8 |
13,8 |
- De juiste voelermaat direct naast een van de zeskantbouten in de luchtspleet tussen magneet en ankerplaat steken.
- De zeskantbouten zo vast aandraaien dat de voeler nog uit de luchtspleet kan worden getrokken.
- De luchtspleet bij deze zeskantbout is nu ingesteld op de streefwaarde.
- Stappen voor alle zeskantbouten (3x) herhalen.
Luchtspleet instellen voltooien
Holle bout

- Holle bouten (3x) in de richting van de hijsmotor schroeven en stevig vastdraaien.
- Zeskantbouten (3x) vastschroeven.
Zeskantbout |
Aanhaalkoppel |
|---|---|
M6x70 |
10 Nm |
M8x80 |
25 Nm |
M8x90 |
25 Nm |
M8x100 |
25 Nm |
- De rem is vast aangedraaid.
- Luchtspleet direct naast alle drie zeskantbouten controleren. Wijkt deze af van de streefwaarde van de breedte, herhaal dan de instelling.
Rem afdekken

- O-ring aanbrengen.
Alleen bij ventilatorblad op de motoras
Ventilatorblad monteren
Borgring

- Ventilatorblad op de motoras plaatsen.
- Borgring aanbrengen.
Alleen bij externe ventilator zonder frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de magneet plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met zeskantbouten M5x10 (3x). 4,8 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Indien nodig: stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuist draaiveld draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Alleen bij externe ventilator met frame
Stekkerverbinding

- Externe ventilator op de houder plaatsen.
- Externe ventilator vastschroeven met cilinderkopbouten M4x16 (2x). 2,4 Nm. Borgen met schroefborgmiddel (middelsterk).
- Stekkerverbinding van de externe ventilator aansluiten.
- Draairichting van de externe ventilator controleren: De draairichting resulteert uit het draaiveld van de externe ventilator. De lucht moet uit de richting van de ventilatorkap worden aangezogen en langs de motor worden geblazen. Bij een onjuiste draairichting draait de externe ventilator in de verkeerde richting en wordt de hijsmotor onvoldoende gekoeld.
Ventilatorkap sluiten

bouten met karteling
- Ventilatorkap plaatsen.
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap vastschroeven.
Hijsmotor van de hijswerkaandrijving vervangen
Bij een defect kan de hijsmotor van de overbrenging worden gedemonteerd en apart worden vervangen. Dankzij de modulaire constructie hoeft de overbrenging niet te worden gedemonteerd.
De afbeeldingen tonen het vervangen van een hijswerkaandrijving GM 6000. Het vervangen van een hijsmotor in een andere maat wijkt hiervan in principe niet af.
Montagevariant kiezen
Aanbevolen variant: hijsmotor verticaal naar boven demonteren:
De veiligste variant is om de hijsmotor verticaal naar boven toe van de liggende hijswerkaandrijving te demonteren. Hiervoor moet de hijswerkaandrijving eerst van de takel worden gedemonteerd. Deze variant geniet de voorkeur.
- Hijswerkaandrijving demonteren. Zie „Hijswerkaandrijving monteren”, op pagina 8.
- Hijswerkaandrijving draaien en op de overbrenging leggen.
Alternatief: hijsmotor horizontaal vanaf de onderzijde ondersteunen:
De hijsmotor kan horizontaal worden vervangen, als de hijswerkaandrijving aan de takel is gemonteerd. Afhankelijk van de toegankelijkheid van de takel moet de hijsmotor hiervoor vanaf de onderzijde worden vastgehouden, bijv. met behulp van een geschikte vorkheftruck.
Bij het vervangen moet de hijsmotor zodanig worden geborgd, dat het gewicht zonder gevaar kan worden gedragen.
Alternatief: hijsmotor horizontaal vanaf de bovenzijde borgen:
Afhankelijk van de montagesituatie kan de hijsmotor ook horizontaal worden vervangen en daarbij vanaf de bovenzijde worden vastgehouden. In de behuizing van de hijsmotor is hiervoor een verschuifbaar bevestigingspunt aangebracht. Omdat de kabeltrommelbehuizing zich direct boven de hijsmotor bevindt, is het bevestigingspunt meestal niet goed toegankelijk.
Hijsmotor demonteren
De afbeeldingen tonen het vervangen op een verticaal staande hijswerkaandrijving.
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap losdraaien.
- Ventilatorkap verwijderen.
Oogbout met bevestigingsmiddelHijsmotor

bouten met karteling
- Alleen bij ventilatorblad op de motoras: geschikte oogbout in de motoras schroeven en geschikt bevestigingsmiddel in de oogbout haken.
- Alleen bij externe ventilator: externe ventilator demonteren en een oogbout in de motoras schroeven.
Indien er geen oogbout in de motoras kan worden geschroefd: een geschikt bevestigingsmiddel gebruiken waarmee de hijsmotor verticaal kan worden opgetild.
- Draai de zelfborgende bouten met karteling (4x) los.
- Hijsmotor optillen.
- De koppelingshelften tussen hijsmotor en hijswerkoverbrenging glijden uit elkaar.
- De hijsmotor is gedemonteerd.
Hijsmotor monteren
De afbeeldingen tonen het vervangen op een verticaal staande hijswerkaandrijving.
Koppelingshelften

- Hijsmotor boven de hijswerkoverbrenging tillen.
- Hijsmotor zodanig draaien dat het stekkerhuis naar de buitenkant van de later gemonteerde hijswerkaandrijving wijst.
- Tandkrans op de koppelingshelft van de hijswerkoverbrenging steken.
- De koppelingshelft van de hijswerkoverbrenging zodanig draaien dat de koppelingshelften van de hijsmotor en van de hijswerkoverbrenging precies tegenover elkaar staan en bij de montage in elkaar glijden.
Bij een gedemonteerde hijswerkaandrijving kan de koppelingshelft op de overbrenging worden gedraaid.
- Hijsmotor op de hijswerkoverbrenging steken.
- De koppelingshelften glijden in de tandkrans in elkaar.
- Zelfborgende bouten met karteling (4x) van de hijsmotor vastschroeven.
Maat |
Maat en lengte |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
GM800.4 |
M8x25 |
35 Nm |
GM1000.6 |
M8x25 |
35 Nm |
GM2000.3 |
M8x25 |
35 Nm |
GM3000.4 |
M10x30 |
50 Nm |
GM5000.3 |
M10x30 |
50 Nm |
GM6000.4 |
M10x30 |
50 Nm |
GM7000.1 |
M10x30 |
50 Nm |
Last in noodgeval handmatig neerlaten (nooddaling)
Bij een stroomuitval, een defecte hijsmotor of een defecte remspoel kan de last handmatig worden neergelaten. Daarvoor wordt de rem met de bedieningsbeugel handmatig losgemaakt.
Het handmatig neerlaten van een last is een maatregel voor noodgevallen.
Werkruimte beveiligen
- Zet de werkruimte rond de kraan ruim af.
- Personen rond de kraan op de hoogte brengen van de nooddaling.
Ventilatorkap verwijderen

bouten met karteling
- Zelfborgende bouten met karteling (3x) van de ventilatorkap losdraaien.
- Ventilatorkap verwijderen.
Last neerlaten
BedieningsbeugelDraadeind

- Draadeind M6 of M8 in de bedieningsbeugel schroeven.
- Bedieningsbeugel met het draadeind voorzichtig en langzaam naar achter kantelen.
- De rem wordt losgemaakt, de last zakt naar beneden.
Last weer afremmen:
- Bedieningsbeugel loslaten als de last te snel zakt.
- De bedieningsbeugel kantelt terug, de last wordt geremd.
Rem vervangen
De remvoering wordt bij een nooddaling sterk belast en kan snel oververhit raken. Daarom moet daarna de remvoering worden vervangen. Zie „Remrotor van de hijswerkaandrijving vervangen”.
Smeermiddelen
Opmerking:
Synthetische smeermiddelen mogen niet worden gemengd met minerale smeermiddelen!
Hijswerkoverbrenging GM 800

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding SAE POW-90 DIN 51502
Hoeveelheid: 1500 ml
Alternatief: smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Hijswerkoverbrenging GM 1000

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
Hoeveelheid: 1600 ml
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Hijswerkoverbrenging GM 2000

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 320 DIN 51502
Hoeveelheid: 500 ml
Alternatief: smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Hijswerkoverbrenging GM 3000

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 320 DIN 51502
Hoeveelheid: 800 ml
Alternatief: smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Hijswerkoverbrenging GM 5000

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding SAE 80W-90 DIN 51502
Hoeveelheid: 4000 ml
Alternatief: smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Hijswerkoverbrenging GM 6000

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 320 DIN 51502
Hoeveelheid: 11200 ml
Alternatief: smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Hijswerkoverbrenging GM 7000

Standaard smering met smeermiddel met de normaanduiding CLP ISO VG 680 DIN 51502
Hoeveelheid GM 7000: 27000 ml
- De hijswerkoverbrenging is voorzien van levensduursmering.
Dit geldt bij bedrijf in één gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief.
Aan het einde van de levensduur (bij een algehele revisie) beslissen of het smeermiddel moet worden vervangen.
Smeermiddelreservoir in de kabeltrommel

Smering af fabriek met hogetemperatuurpasta PBC 1574 artikelnummer 303678.
Hoeveelheid GM 800: 25 g
Hoeveelheid GM 1000: 25 g
Hoeveelheid GM 2000: 50 g
Hoeveelheid GM 3000: 50 g
Hoeveelheid GM 5000: 70 - 75 g
Hoeveelheid GM 6000: 70 - 75 g
Hoeveelheid GM 7000: 70 - 75 g
- Smeermiddelreservoir (achter de vertanding) opvullen:
- Als het hijswerkoverbrenging wordt gedemonteerd en gemonteerd.
- Bij een algehele revisie.
- Uiterlijk na 10 jaar.
De vermelding 10 jaar geldt bij bedrijf in één ploeg bij een gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief. Als het hijswerk intensiever gebruikt wordt of als de arbeidsomstandigheden verzwaard zijn (bijv. meerdere ploegen, hogere omgevingstemperatuur, agressieve omgevingscondities) zijn kortere intervallen vereist.
Vertanding in de kabeltrommel

Smering af fabriek met hogetemperatuurpasta PBC 1574 artikelnummer 6758.
Hoeveelheid: smeermiddel dekkend aanbrengen met een penseel.
- Vertanding in de kabeltrommel smeren:
- Als het hijswerkoverbrenging wordt gedemonteerd en gemonteerd.
- Bij een algehele revisie.
- Uiterlijk na 10 jaar.
De vermelding 10 jaar geldt bij bedrijf in één ploeg bij een gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief. Als het hijswerk intensiever gebruikt wordt of als de arbeidsomstandigheden verzwaard zijn (bijv. meerdere ploegen, hogere omgevingstemperatuur, agressieve omgevingscondities) zijn kortere intervallen vereist.
Vertanding op de uitgaande as van de hijswerkoverbrenging, stiften van de overbrenging

Smering af fabriek met hogetemperatuurpasta PBC 1574 artikelnummer 6758.
Hoeveelheid: smeermiddel dekkend aanbrengen met een penseel.
- Stiften smeren:
- Als het hijswerkoverbrenging wordt gedemonteerd en gemonteerd.
- Vertanding op de uitgaande as smeren:
- Als het hijswerkoverbrenging wordt gedemonteerd en gemonteerd.
- Bij een algehele revisie.
- Uiterlijk na 10 jaar.
De vermelding 10 jaar geldt bij bedrijf in één ploeg bij een gemiddeld dagelijks gebruik van het hijswerk van minder dan 1 uur en bij een gemiddeld of gering lastcollectief. Als het hijswerk intensiever gebruikt wordt of als de arbeidsomstandigheden verzwaard zijn (bijv. meerdere ploegen, hogere omgevingstemperatuur, agressieve omgevingscondities) zijn kortere intervallen vereist.
Overzicht aanhaalkoppels bouten
Hijswerkaandrijving GM 800 tot 7000

Maat |
Type, maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
GM800.4 |
Cilinderkopbout M10x110 |
4x |
40 Nm |
GM1000.6 |
Cilinderkopbout M12x120 |
4x |
85 Nm |
GM2000.3 |
Cilinderkopbout M12x120 |
4x |
85 Nm |
GM3000.4 |
Cilinderkopbout M12x160 |
4x |
85 Nm |
GM5000.3 |
Cilinderkopbout M16x210 |
4x |
210 Nm |
GM6000.4 |
Cilinderkopbout M16x220 |
4x |
210 Nm |
GM7000.1 |
Cilinderkopbout M20x270 |
4x |
425 Nm |
Hijsmotor

Maat |
Maat en lengte |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
GM800.4 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
4x |
35 Nm |
GM1000.6 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
4x |
35 Nm |
GM2000.3 |
Zelfborgende bout met karteling M8x25 |
4x |
35 Nm |
GM3000.4 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
4x |
50 Nm |
GM5000.3 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
4x |
50 Nm |
GM6000.4 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
4x |
50 Nm |
GM7000.1 |
Zelfborgende bout met karteling M10x30 |
4x |
50 Nm |