IN ÉÉN OOGOPSLAG:
Algemeen
Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.
Om te beginnen
Dit producthandboek gebruiken
De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:
- Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
- Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
- Dit is een opsomming.
Alleen bij...
Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”
Richtlijnen bij het producthandboek
Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.
Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.
Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Alleen bij enkelligger-loopkraan:
De takel is bestemd voor het integraal verplaatsen van lasten aan een daarvoor ontworpen enkelligger-loopkraan of wandloopkraan met enkele ligger. De takel rijdt daarvoor horizontaal aan een I-drager of aan een gelaste kokerbalk.
- De takel kan aan I-dragers of gelaste kokerbalken worden verplaatst.
- De takel is bestemd voor een loopkat met stroomtoevoer via de kabelrups ABUPowerline of een ABUS-sleepleiding.
Alleen bij monorail-loopkatbaan:
De takel is bestemd voor het lineair verplaatsen van lasten aan een daarvoor ontworpen monorail-loopkatbaan. De takel rijdt daarvoor horizontaal aan een I-drager of aan een gelaste kokerbalk.
- De takel kan aan I-dragers of gelaste kokerbalken worden verplaatst.
- De takel is bestemd voor een loopkat met stroomtoevoer via een ABUS-sleepleiding of een contactleiding.
Alleen bij kolom- of wandzwenkkraan:
De takel is bestemd voor het verplaatsen van lasten aan een daarvoor ontworpen kolom- of wandzwenkkraan in een bepaald gebied. De takel rijdt daarvoor horizontaal aan een I-drager of aan een gelaste kokerbalk.
- De takel kan aan I-dragers of gelaste kokerbalken worden verplaatst.
- De takel is bestemd voor een loopkat met stroomtoevoer via de kabelrups ABUPowerline of een ABUS-sleepleiding.
Voorschriften
De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.
Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.
Garantie
- ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
- De aanspraak op garantie vervalt indien onderdelen eigenmachtig worden veranderd, de kraan of componenten van de kraan anders worden gemonteerd, onderhouden of gebruikt dan in dit producthandboek is beschreven en indien er geen originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
- De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
De takel
Beschrijving monorailloopkat (E)

- 1: trommelzijde
- 2: Hijswerkoverbrenging
- 3: Loopkatframe
- 4: Loopwerk loopkat
- 5: Loopwerkaandrijving loopkat
- 6: Spanbout met afstandbus
- 7: contragewichtzijde met relaiskast
- 8: Haakblok en lasthaak
- 9: Hijsmotor
Specificaties
De monorailloopkat (E):
- Het loopwerk van de loopkat verrijdt langs de onderflens van de hoofdtraverse of langs de monorail-loopkatbaan en is vooraf ingesteld op verschillende flensbreedten. De flensbreedte kan slechts in geringe mate (enkele mm) worden aangepast.
- De takel heeft twee direct aangedreven loopwielen en twee niet-aangedreven loopwielen.
- De relaiskast is aan de tegenoverliggende zijde van de hijswerkaandrijving aangebracht en dient als contragewicht.
- De takel dekt draagvermogen in een bereik van 1 t tot 16 t.
De loopwerkaandrijving van de loopkat:
- De loopwerkaandrijvingen zijn uitgerust met een draaistroommotor met poolomschakeling met elektromagnetische schijfrem en overbrenging.
- De loopwerkaandrijvingen hebben een lage en een hoge rijsnelheid. De verhouding van de twee snelheden bedraagt 1/4.
- De overbrenging van de loopwerkaandrijving is een onderhoudsvrije tweetraps of drietraps planetaire tandwieloverbrenging.
De hijswerkaandrijving met poolomschakelbare hijsmotor:
- De hijswerkaandrijving wordt aangedreven door een poolomschakelbare 2/12-polige hijsmotor met overbrenging.
- De hijsmotor heeft een elektromagnetisch bediende veerdrukrem.
- De hijswerkaandrijving heeft een lage en een hoge hijssnelheid. De verhouding tussen beide hijssnelheden bedraagt 1/6.
- De hijswerkaandrijving kan door stekkerverbindingen in het stekkerhuis, dat zich direct op de hijswerkaandrijving bevindt, snel van de rest van het elektrische systeem van de kraan worden losgekoppeld.
- De hijswerkoverbrenging heeft een meertraps schroefwieloverbrenging in een lichtmetalen behuizing. Deze tandwielen draaien in een gesloten oliebad en worden daardoor gedurende de volledige levensduur gesmeerd.
- Voor meer informatie over de poolomschakelbare hijswerkaandrijving, zie producthandboek „Poolomschakelbare modulaire ABUS-hijswerkaandrijving voor takels”.
Het hijswerk:
- De kabel van het hijswerk is een speciale kabel met een zeer hoge breuksterkte. Hij bereikt een duidelijk langere levensduur dan een normale staalkabel.
- De kabelgeleiding garandeert een perfect op- en afwikkelen van de kabel op de kabeltrommel. De kabeltrommel is van slijtvaste, gladde kunststof.
Technische gegevens
Omgevingscondities tijdens bedrijf:
Omgevingstemperatuur |
-10 °C tot +40 °C |
Omgevingstemperatuur |
+40 °C tot +65 °C |
Behuizing |
IP 55 |
Isolatieklasse |
F |
Geluidsemissie:
Maat |
Geluidsdrukniveau LP, m dB(A) op 4 m afstand |
Geluids-vermogensniveau LW, m dB(A) |
|---|---|---|
GM 800 |
62 |
82 |
GM 1000 |
64 |
84 |
GM 2000 |
66 |
86 |
GM 3000 |
67 |
87 |
GM 5000 |
68 |
88 |
GM 6000 |
68 |
88 |
In de tabel is het geluidsdrukniveau LP op een afstand van 4 m van de takel aangegeven. Met het geluidsvermogensniveau LW kan het geluidsdrukniveau voor willekeurige afstanden worden berekend.
Takel vervoeren op een vrachtauto
Alleen bij niet-gemonteerde takel
Let onder andere op de volgende punten:

- Zet alle losse onderdelen en leidingen vast.
- Borg de lading overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
- Zet de takel met geschikte bevestigingsmiddelen vast op het laadvlak.
- Borg de lasthaak, zodat deze tijdens het transport niet heen en weer kan schuiven.
- De kabel wordt door de kabelgeleiding op de kabeltrommel vastgehouden. Daardoor kan de kabel geen lussen vormen op de kabeltrommel en knikken in de kabel zijn uitgesloten.
Takel laden en lossen
Alleen bij niet-gemonteerde takel
Let onder andere op de volgende punten:
Takel met een kraan optillen

- Gebruik een geschikt bevestigingsmiddel met lasthaken.
- Haak de lasthaken in de ophangogen van de takel.
- Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht en til de takel op.
Takel neerzetten
- Leg houten balken op de vloer ter bescherming.
- Plaats de takel met het loopkatframe op de houten balken.
- Beschadig het haakblok niet bij het neerzetten.
Takel afvoeren
Wanneer de takel moet worden afgevoerd:
- Neem de takel zo veel mogelijk uit elkaar.
- Neem de plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht.
- Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen op milieuvriendelijke wijze af:
- Voer olie en vet uit de aandrijvingen af als smeermiddel.
- Voer remvoeringen af als samengestelde componenten (gevaarlijk afval).
- Voer elektronische onderdelen af als elektronisch afval.
- Voer kabels, stekkers en de handafstandsbediening af als elektronisch afval.
- Voer loopkatframe, kabeltrommel, keerrollen, kabel en andere metalen onderdelen af als oud ijzer.
- Voer behuizingsdeksel en onderzijde van de behuizing van de besturing af als kunststofafval.
- Verwijder achteraf gespoten onderdelen van de takel overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant van de lak.

Monteren en aansluiten
Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat deze in gebruik wordt genomen.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.
ABUS adviseert de inbedrijfstelling door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.
Voorwaarden controleren
Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om de takel te kunnen monteren.
Daarbij moeten onder andere deze punten in het kader van de technische goedkeuringsprocedure zijn afgestemd:
- De gelaste kokerbalk of I-drager waarlangs de takel beweegt, moet overeenkomen met het maatblad en gegevensblad.
- De montage-afmetingen alsook de netspanning en bedrijfsspanning moeten aan de hand van het maatblad en het gegevensblad worden gecontroleerd.
- De gelaste kokerbalk of I-drager waarlangs de takel beweegt, moet een rechte onderflens of parallelle flens hebben.
- De afmeting tussen de flenzen van de loopwielen mag aan elke zijde maximaal 2 mm groter zijn dan de gemeten breedte van de onderflens.
- Het loopvlak waarlangs de loopwielen van de takel bewegen, moet vrij zijn van verf of andere deklagen.
- Alleen bij enkelligger-loopkraan, wandloopkraan met enkele ligger of zwenkkraan:
De stroomtoevoer van de loopkat moet zijn uitgevoerd als kabelrups ABUPowerline of ABUS-sleepleiding.
- Alleen bij monorail-loopkatbaan:
De stroomtoevoer van de loopkat moet zijn uitgevoerd als ABUS-sleepleiding of contactleiding.
Takel aan de hoofdtraverse of aan de monorail-loopkatbaan monteren
Wanneer de takel nog niet is gemonteerd, hier verder gaan. Anders deze paragraaf overslaan.
Alleen bij open hoofddrageraansluiting of open monorail-loopkatbaan
Wanneer de hoofddrageraansluiting of de monorail-loopkatbaan niet afgesloten is, kan de takel op de onderflens worden geschoven.
Hierna wordt de montage aan een hoofdtraverse als I-drager getoond. De montage aan een kokerbalk of monorail-loopkatbaan wijkt hiervan in principe niet af.
Zijde met stroomtoevoer

- Draai de takel zodanig dat de loopwerkaandrijvingen richting de stroomtoevoer wijzen.
- Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht en til de takel op.
- Schuif de takel vanaf de open zijde op de hoofddrageraansluiting en zet deze met de loopwielen erop.
Alleen bij gesloten hoofddrageraansluiting of gesloten monorail-loopkatbaan
Hierna wordt de montage aan een hoofdtraverse als kokerbalk getoond. De montage aan een I-drager of monorail-loopkatbaan wijkt hiervan in principe niet af.
ZeskantboutHoofdtraverse

- Draai de zelfborgende moeren (2x) los.
Draai de zelfborgende moeren slechts zo ver los dat deze nog op de schroefdraad van de bout zitten.
- Schuif de takel uit elkaar.
De takel moet zo ver uit elkaar worden geschoven dat de afstand tussen de loopwielen breder is dan de onderflens.
- Til de takel onder de hoofdtraverse, bijvoorbeeld met een vorkheftruck.
Aangedreven loopwielHoofdtraverse

- Draai de takel zodanig dat de loopwerkaandrijvingen richting de stroomtoevoer wijzen.
- Plaats de aangedreven loopwielen op de onderflens van de hoofdtraverse.
HoofdtraverseTrommelzijde

- Schuif de trommelzijde van de takel op de onderflens van de hoofdtraverse.
De loopwielen moeten met het loopvlak volledig op de onderflens liggen!
- Draai de zelfborgende moeren vast.
Maat |
Zelfborgende moer |
Aanhaal-koppel |
|---|---|---|
GM 800 |
M20 |
85 Nm |
GM 1000 |
M20 |
85 Nm |
GM 1000 |
M24 |
150 Nm |
GM 2000 |
M24 |
150 Nm |
GM 2000 |
M30 |
290 Nm |
GM 3000 |
M24 |
150 Nm |
GM 3000 |
M30 |
290 Nm |
GM 5000 |
M30 |
290 Nm |
GM 6000 |
M30 |
290 Nm |
Tolerantie van de spoorbreedte controleren
WielflensLoopkatframe

- Meet de speling van de wielflens SP (afstand tussen de flens en de wielflens van het loopwiel) aan weerszijden van het loopkatframe.
Alle loopwielen moeten op de flens liggen!
De gemeten waarde mag niet groter zijn dan 2 mm aan elke kant.
Stroommeenemer loopkat monteren
Wanneer de stroommeenemer van de loopkat nog niet is gemonteerd, hier verder gaan. Anders deze paragraaf overslaan.
De stroommeenemer van de loopkat wordt boven de loopkatrelaiskast gemonteerd. Hij trekt de kabels voor de stroomtoevoer van de loopkat (sleepleiding of kabelrups) en de kruisschakelaar parallel aan de loopkat heen en weer.
Afhankelijk van de hoofdtraverse (I-drager of kokerbalk) en de soort stroomtoevoer (sleepleiding of kabelrups) moet de stroommeenemer van de loopkat anders worden gemonteerd.
Alleen bij kabelrups
Kabelrups aan de meenemerbuis monteren
Aan de horizontale meenemerbuis wordt de kabelrups bevestigd.
Losse onderdelen van de kabelrups

- Bevestig de onderdelen van de kabelrups (geleidingssteun en aansluitelement) met een pen en een borgveer aan de vierkante buis.
KabelbinderFlat cable

- Leid de flat cable uit de kabelrups en met een boog om de geleidingssteun.
- Bevestig de flat cable met een kabelbinder aan het bovenste gedeelte van de geleidingssteun.
- Schuif de kabelrups in het aansluitelement en klik deze vast.
Alleen bij sleepleiding
Stroommeenemer loopkat monteren
MeeneemwagenHorizontale vierkante buis

- Schroef de verticale vierkante buis met zelfborgende bouten met karteling M8 en plaat aan de takel. 15 Nm.
- Schuif de horizontale vierkante buis in de meeneemwagen.
- Schroef de horizontale vierkante buis met een buisklem aan de verticale vierkante buis. 15 Nm.
Alleen bij contactleiding
Meenemer hoofdstroom monteren
- Schroef de verticale vierkante buis met zelfborgende bouten met karteling M8 en plaat aan de takel. 15 Nm.
- Schroef de meenemer van de hoofdstroom met een buisklem aan de vierkante buis. 15 Nm.
Kruisschakelaar monteren
Alleen bij kruisschakelaar
Deze sectie is alleen van toepassing als de takel is voorzien van een kruisschakelaar in de looprichting van de loopkat.
Waar en voor welke bewegingsbegrenzing de kruisschakelaar is bestemd, is aangegeven in het schakelschema.
Kruisschakelaar monteren
BorgringZeskantmoer

- Monteer het bevestigingshoekstuk met cilinderkopbouten M5x50 (2x) aan de kruisschakelaar.
- Schroef het bevestigingshoekstuk vast met borgringen en zeskantmoeren M5 (2x). 3 Nm.
Kruisschakelaar monteren
De kruisschakelaar wordt ofwel aan de stroommeenemer van de loopkat of aan het loopkatframe gemonteerd. Hier wordt de montage aan de stroommeenemer van de loopkat getoond. De montage aan het loopkatframe wijkt hiervan in principe niet af.
Stroommeenemer loopkatKruisschakelaar

- Draai de kruisschakelaar in de positie 0.
- De positie van de kruisschakelaar is gemarkeerd met een pijl, die afhankelijk van de schakeltoestand verder gedraaid wordt.
- Monteer de kruisschakelaar zodanig dat de schakelnok de kruisschakelaar bedient.
De draairichting van de kruisschakelaar voor de desbetreffende verplaatsingsrichting moet overeenkomen met het schakelschema.
- Schroef de kruisschakelaar vast. 15 Nm.
Kruisschakelaar aansluiten
- Aansluitkabel (rondkabel of vlakkabel) van kruisschakelaar naar relaiskast leggen.
- Aansluitkabel met kabelschroefkoppeling in de relaiskast voeren.
- Indien nodig: klem de aansluitkabel aan koppeling of stekker.
- Bevestig de aansluitkabel met kabelbinders, kabelhouders en kleefklemmen.
Afstandsbuffers monteren
Als de afstandsbuffers nog niet zijn gemonteerd, hier verder gaan. Anders deze paragraaf overslaan.
Alleen bij takel met afstandsbuffers
Deze paragraaf geldt alleen als de takel over afstandsbuffers beschikt. Dit is het geval wanneer twee takels aan één kraan worden gemonteerd. De afstandsbuffers voorkomen schade aan de takel wanneer de takels tegen elkaar botsen.
Aan beide zijden van het loopkatframe:
BufferhouderLoopkatframe

- Schroef de afstandsbuffer op de bufferhouder. 3 Nm.
De afstandsbuffer moet contact hebben met de bufferhouder en er mag geen spleet tussen beide bestaan, omdat de stoot anders wordt opgevangen door de bout en niet door de afstandsbuffer zelf.
- Schroef de bufferhouder met afstandsbuffer met zelfborgende bouten met karteling M12x30 (3x) aan het loopkatframe. 100 Nm.
- Rijdt de monorailloopkatten tegen elkaar en controleer het contact tussen de buffers en/of de positie.
- Pas indien nodig de positie van de bufferhouders aan.
Overzicht aanhaalkoppels
Spanbout met afstandbus

Maat |
Zelfborgende moer |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
GM 800 |
M20 |
85 Nm |
GM 1000 |
M20 |
85 Nm |
GM 1000 |
M24 |
150 Nm |
GM 2000 |
M24 |
150 Nm |
GM 2000 |
M30 |
290 Nm |
GM 3000 |
M24 |
150 Nm |
GM 3000 |
M30 |
290 Nm |
GM 5000 |
M30 |
290 Nm |
GM 6000 |
M30 |
290 Nm |
Bufferhouder

- Zelfborgende bout met karteling M12x30 (3x)
- 100 Nm
Controleren
Dit geldt voor iedereen die de kraan overeenkomstig de bepalingen inzake veilig werken keurt en oplevert.
De takel moet regelmatig worden gekeurd om een veilige werking te waarborgen. De exploitant is verantwoordelijk voor deze regelmatige keuring.
Om te beginnen
Testintervallen
De regelmatige keuring vindt ten minste één keer per jaar plaats.
Onder bepaalde voorwaarden is een regelmatige keuring vaker nodig. Redenen zijn:
- veelvuldig werken met het draagvermogen,
- werken in meerploegendiensten,
- veelvuldig gebruik,
- stoffige of agressieve omgeving.
De exploitant is ervoor verantwoordelijk de voorwaarden te controleren en de testintervallen vast te leggen. ABUS staat in geval van vragen graag tot uw beschikking.
Eisen aan de keurmeester
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van de keurmeester.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
Omvang van de keuring
De bevoegde persoon die de takel keurt, is verantwoordelijk voor de omvang en de soort keuring.
Overzicht: takel controleren
Naast de hier beschreven punten moeten ook alle punten worden gecontroleerd die in andere meegeleverde producthandboeken zijn beschreven.
De beslissing of de takel in een onberispelijke toestand is, ligt bij de keurmeester. Wanneer er gebreken worden vastgesteld, moeten deze worden verholpen. De keurmeester beslist of de takel daarna opnieuw moet worden gekeurd.
Als er door de ter plaatse geldende voorschriften nog meer keuringen worden geëist, dienen deze eveneens te worden uitgevoerd.
Daarnaast in ieder geval deze punten controleren:
- Controleer de kabel. Zie „Kabel controleren”.
- Controleer lasthaak en haakblok. Zie „Lasthaak en haakblok controleren”.
- Controleer de randbescherming aan het haakblok (visuele controle).
- Controleer de ankerbloktraverse. Zie „Ankerbloktraverse controleren”.
- Controleer de traverse met keerrol. Zie „Ankerbloktraverse controleren”.
- Controleer de kabelgeleiding. Zie „Lasthaak en haakblok controleren”.
- Controleer het ankerblok. Zie „Kabelgeleiding controleren”.
- Controleer de eindklemmen van de kabeltrommel. De eindklemmen (2x) moeten aanwezig zijn en mogen niet sterk beschadigd zijn.
- Controleer de diameter van het loopwiel. Zie „Diameter van de loopwielen controleren”.
- Controleer de slijtage van de wielflens van de loopwielen van de takel. Zie „Slijtage wielflens controleren”.
- Controleer de toestand van de afstandsbuffers. Zie „Afstandsbuffers controleren”.
- Controleer de rem van de hijswerkaandrijving en/of loopwerkaandrijving.
Zie producthandboek „Poolomschakelbare modulaire ABUS-hijswerkaandrijving voor takels”.
- Controleer de remweg van de loopwerkaandrijvingen van de loopkat.
Kabel controleren
- Controleer de volledige kabel op schade. De hier afgebeelde schade of vergelijkbare schade mag niet op de kabel te zien zijn.
Voorbeelden van schade:






- Controleer de volledige kabel op draadbreuk. De kabel mag op een lengte van 6 x kabeldiameter of 30 x kabeldiameter niet meer draadbreuken hebben dan in het fabriekscertificaat voor kabels in het onderhoudsboek is aangegeven.
Voorbeelden van draadbreuken:


- Als de hier afgebeelde schade of vergelijkbare schade op de kabel te zien is, verwijder de kabel dan en breng een nieuwe kabel aan.
- Als de kabel draadbreuken heeft, maar nog niet zo veel als toegestaan, verkort dan het interval tot de volgende regelmatige keuring.
- Als de kabel meer draadbreuken heeft dan is toegestaan, verwijder de kabel dan en breng een nieuwe kabel aan.
Lasthaak en haakblok controleren
De soepele werking controleren
Lasthaak-traverse

- Draai de lasthaak linksom en rechtsom.
De lasthaak moet soepel lopen en vrij kunnen draaien.
- Zwenk de lasthaak aan de lasthaak-traverse heen en weer.
De lasthaak-traverse moet vrij kunnen zwenken.
- Als de lasthaak niet soepel loopt of vrij draaibaar of zwenkbaar is, moet deze worden gerepareerd.
Zijwang aan het haakblok controleren
Zijwang

- Controleer de zijwangen. Ze mogen geen scheuren hebben, vervormd zijn of anderszins beschadigd zijn.
- Als de zijwangen vervormd of anderszins beschadigd zijn, moeten deze worden vervangen.
Vervorming en slijtage van de lasthaak meten

- Meet afstand „y” tussen beide ingeslagen markeringen in de lasthaak.
- Lees de gewenste afstand voor „y” af in het onderhoudsboek of, indien nodig, van de lasthaak.
De gemeten afstand „y” mag niet groter zijn dan 1,1x de gewenste afstand „y”.
Bij ramshoornhaken worden de afstanden „y1” en „y2” telkens van de markering op de punt van de lasthaak tot de markering op de haakstift gemeten en apart vergeleken.
- Meet voethoogte „f” van de lasthaak.
- Vergelijk de gemeten waarde met de tabel.
De gemeten voethoogte „f” mag niet kleiner zijn dan de waarde aangegeven in de tabel. In de tabel is de minimale voethoogte aangegeven.
Grootte van de lasthaak |
Type lasthaak |
Minimale voethoogte „f” [mm] |
|---|---|---|
1 |
Enkele haak |
38 |
1,6 |
Enkele haak |
45,6 |
2,5 |
Ramshoornhaak |
47,5 |
2,5 |
Enkele haak |
55,1 |
4 |
Ramshoornhaak |
57 |
4 |
Enkele haak |
63,7 |
6 |
Ramshoornhaak |
71,3 |
6 |
Enkele haak |
80,8 |
Grootte van de lasthaak |
Type lasthaak |
Minimale voethoogte „f” [mm] |
|---|---|---|
8 |
Ramshoornhaak |
80,8 |
8 |
Enkele haak |
90,3 |
10 |
Ramshoornhaak |
90,3 |
10 |
Enkele haak |
100,7 |
12 |
Ramshoornhaak |
100,7 |
12 |
Enkele haak |
112,1 |
- Als de lasthaak verder wordt geopend dan is toegestaan of als de voethoogte geringer is dan toegestaan, moet de lasthaak worden vervangen.
Voer geen reparatielassen (bijv. opbouwlassen) uit aan de lasthaak of aan de lasthaakmoer.

- Controleer de slijtvlakken in de bek van de haak. Deze moeten vloeiend overgaan in de aangrenzende vlakken. Ze mogen geen scherpe groeven, randen of andere afwijkingen vertonen.
- Controleer de randen. De randen aan de zijkant van de lasthaak mogen geen naar buiten uitstekende bramen of andere oppervlaktefouten hebben.
- Als de aan slijtage onderhevige oppervlakken of randen aan de zijkant scherpe groeven of randen hebben, mogen deze glad worden gemaakt (bijv. gevijld). Ook na het gladmaken moeten de bovenstaande grenswaarden voor de voethoogte in acht worden genomen.
Oppervlak van de lasthaak controleren
- Controleer het oppervlak van de lasthaak. Het mag geen gebreken, barsten of corrosie vertonen.
- Indien het oppervlak van de lasthaak zelfs enigszins niet in orde is, moet de lasthaak worden verwijderd en het oppervlak van de haakstift worden gecontroleerd. Het mag geen gebreken, barsten of corrosie vertonen.
Verdraaibeveiliging van de lasthaakmoer controleren
Bij lasthaak met verdraaibeveiliging door spanbus:
Lasthaakmoer

- Kantel de lasthaak totdat de verdraaibeveiliging goed zichtbaar is.
- Controleer de rotatiebeveiliging. De spanbus moet aanwezig zijn, mag niet beschadigd of gebroken zijn en moet stevig vastzitten.
- Indien de spanbus ontbreekt of beschadigd is, moet deze worden vervangen.
Bij lasthaak met rotatiebeveiliging door borgplaat:
Borgplaat

- Kantel de lasthaak totdat de verdraaibeveiliging goed zichtbaar is.
- Controleer de rotatiebeveiliging. De borgplaat moet aanwezig zijn, mag niet beschadigd zijn en moet stevig vastzitten.
- Indien de borgplaat ontbreekt of beschadigd is, moet deze worden vervangen.
Haakklep controleren

- Controleer de haakklep. Deze moet aanwezig, functioneel en soepel lopend zijn en mag niet vervormd of anderszins beschadigd zijn.
- Indien de haakklep ontbreekt, beschadigd is of niet goed werkt, moet deze worden vervangen.
Ankerbloktraverse controleren
Pen met
borgveerPen met
borgveer

- Controleer de bevestiging. De ankerbloktraverse moet stevig bevestigd zijn en alle pennen moeten met borgveren geborgd zijn.
- Controleer de ankerbloktraverse.
De boorgaten en de onderste opening mogen geen scheuren hebben of anderszins beschadigd zijn.
- Controleer de lagerbussen op beschadiging. De lagerbussen mogen geen scheuren hebben of anderszins beschadigd zijn.
- Als er componenten ontbreken of beschadigd zijn: vervang de componenten.
Zie „Ankerbloktraverse met draadhuis en wig vervangen”.
Traverse met keerrol controleren
Alleen bij inschering 4/1
Pen met
borgveerLagerbus

- Controleer de traverse met keerrol.
De boringen mogen geen scheuren hebben of anderszins beschadigd zijn. - Controleer de keerrol.
Deze mag geen diepe sporen of sterke slijtage hebben.
Een nauwkeurige controle van de keerrol is mogelijk met een speciale sjabloon. Neem hiervoor contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.
- Pennen en borgveren moeten aanwezig en geborgd zijn.
- Controleer de lagerbussen op beschadiging. De lagerbussen mogen geen scheuren hebben of anderszins beschadigd zijn.
- Als er componenten ontbreken of beschadigd zijn: vervang de componenten.
Kabelgeleiding controleren

- Controleer de kabelgeleiding. De kunststof onderdelen mogen geen scheuren hebben, niet vervormd zijn en geen schuurplekken hebben die door de kabel zijn ontstaan.
- Controleer de kabelgeleiding op soepelheid.
- Controleer de smering van de kabelgeleiding.
- Als de kabelgeleiding beschadigd is: vervang de kabelgeleiding. Zie „Kabel vervangen”.
Ankerblok controleren
Wig controleren

- Meet de wiguitsteekmaat (onderzijde wig tot onderzijde draadhuis).
- Meet de draadklemafstand (bovenzijde draadklem tot onderzijde wig).
- De gemeten waarden mogen de waarden in de tabel niet overschrijden.
Maat |
Maximale wigvoorsprong |
Minimale wigvoorsprong |
|---|---|---|
GM 800 |
19 mm |
18 mm |
GM 1000 |
4 mm |
3 mm |
GM 2000 |
2 mm |
0 mm |
GM 3000 |
18 mm |
16 mm |
GM 5000 |
22 mm |
19 mm |
GM 6000 |
31 mm |
28 mm |
- Als de wig te ver uit het draadhuis steekt of als de draadklem te dicht bij de wig is aangebracht: vervang draadhuis en wig. Zie „Kabel vervangen”.
Opmerking
De aangegeven minimale draadklemafstand komt altijd exact overeen met de kabeldiameter van de takel.
Diameter van de loopwielen controleren
Tijdens het bedrijf slijten de loopvlakken van de loopwielen. Daardoor wordt de diameter van de loopwielen steeds kleiner.
In deze paragraaf wordt de controle van de diameter van een niet-aangedreven loopwiel beschreven. De controle van de diameter van een aangedreven loopwiel wijkt hiervan in principe niet af.
Diameter meten

- Meet de diameter van het loopwiel op meerdere plaatsen over de breedte van het loopwiel.
- De diameter mag niet kleiner zijn dan aangegeven in de tabel.
Als de diameter kleiner is, moet het loopwiel worden vervangen. Zie „Aangedreven loopwiel demonteren”.
Loopwiel |
Maximaal toegestane slijtage |
Minimale diameter |
|---|---|---|
E 100 |
-3 mm |
97 mm |
E 130 |
-3 mm |
127 mm |
E 160 |
-3 mm |
157 mm |
E 200 |
-3 mm |
197 mm |
Slijtage wielflens controleren
Tolerantie van de spoorbreedte controleren
WielflensLoopkatframe

- Meet de speling van de wielflens SP (afstand tussen de flens en de wielflens van het loopwiel) aan weerszijden van het loopkatframe.
Alle loopwielen moeten op de flens liggen!
De gemeten waarde mag niet groter zijn dan 2 mm aan elke kant.
Afstandsbuffers controleren
Alleen bij takel met afstandsbuffers
Indien er afstandsbuffers zijn gemonteerd:

- Controleer alle afstandsbuffers.
De afstandsbuffer mogen niet poreus, geplet, krom of anderszins beschadigd zijn. Als ze beschadigd zijn: afstandsbuffers vervangen.
- Controleer de zelfborgende bouten met karteling M12x30.
De zelfborgende bouten met karteling moeten vastgeschroefd zijn met 100 Nm.
- Controleer het materiaal van de afstandsbuffers over de gehele omvang.
De kunststof mag op geen enkele plaats scheuren in het oppervlak hebben.
- Druk de afstandsbuffers met de vinger in.
De afstandsbuffers moeten iets ingedrukt kunnen worden en vervormbaar zijn.
- Als er componenten ontbreken of beschadigd zijn:vervang de componenten.
- Wanneer een van de afstandsbuffers ook maar enigszins beschadigd is, alle afstandsbuffers van de gehele takel vervangen. Zie „Afstandsbuffers vervangen”.
- Wanneer een van de afstandsbuffers niet ingedrukt kan worden, alle afstandsbuffer van de gehele takel vervangen. Zie „Afstandsbuffers vervangen”.
Onderhoud
Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.
ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.
Uitsluitend originele ABUS-reserveonderdelen gebruiken. Anders vervalt de aanspraak op garantie.
Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud
De volgende veiligheidsvoorschriften bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de takel in acht nemen:
- Schakel de netstroomschakelaar uit. Beveilig de schakelaar, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
- Open de stroomonderbreker in de kraanrelaiskast. Beveilig de stroomonderbreker beveiligen met hangslot, zodat deze niet onbedoeld weer kan worden gesloten.
- Gebruik een geschikt werkplatform en een valbeveiliging.
- Zet de werkruimte rondom het platform ruim af.
- Schakel andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uit. Schakelaars beveiligen, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
- Personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud brengen.
- Werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan mogen uitsluitend door geschoolde elektriciens worden uitgevoerd!
- Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er hoge spanningen op de kraanbesturing en de loopkatbesturing, die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Deze veiligheidsaanwijzingen gelden speciaal voor de takel:
- Beknellingsgevaar!
Tussen de loopwielen, kabeltrommel en keerrol kunnen vingers bekneld raken wanneer de takel onbedoelde bewegingen maakt of wanneer er onvoorzichtig gewerkt wordt.
Beveilig de takel. Werk zorgvuldig!
Kabel vervangen
Als de kabel beschadigd is of meerdere draadbreuken heeft dan toegestaan (zie „Kabel controleren”), moet deze worden vervangen.
Als de kabelgeleiding beschadigd is (zie „Kabelgeleiding controleren”), moet deze worden vervangen.
Kabel en kabelgeleiding zijn aan slijtage onderhevige onderdelen, die zwaar worden belast door de last. Tijdens het bedrijf slijten ze elkaar af. Daarom moeten kabel en kabelgeleiding altijd samen worden vervangen.
De kabel is een speciale hijskabel met een zeer hoge breuksterkte. Hij bereikt een duidelijk langere levensduur dan een normale draadkabel. Gebruik daarom uitsluitend originele onderdelen van ABUS.
Als de wig of het draadhuis beschadigd zijn (zie „Ankerbloktraverse met draadhuis en wig vervangen”), moeten deze worden vervangen. Ze worden meestal vervangen als ook kabel en kabelgeleiding worden vervangen.
Deze veiligheidsaanwijzingen gelden speciaal voor het vervangen van de kabel:
- Zet de werkomgeving onder de takel ruim af.
- Maak de vloer bezemschoon.
Dit vermindert verontreiniging van de nieuwe kabel.
- Zet een schaarhoogwerker met voldoende oppervlak onder het haakblok.
Dit is alleen mogelijk bij een inschering 2/1 en 4/1.
Let op het draagvermogen van de hoogwerker!
- Indien er geen afrolinrichting aanwezig is om de kabel uit te rollen, is er voldoende vrije ruimte vereist.
- Plaats een bouwcontainer of iets dergelijks voor de oude kabel vlak bij de hoogwerker en het haakblok.
- Vanaf een kabeldiameter boven 11 mm moet de kabel met twee personen worden vervangen.
Vervangen van kabel voorbereiden
- Beweeg de lasthaak tot onder het bovenste eindschakelaarbereik.
- Meet en noteer de positie van de lasthaak.
Daardoor kan het instellen van de eindschakelaar hijsen na het vervangen van de kabel in veel gevallen komen te vervallen.
Alleen bij ABUControl
Als bij de takel de besturing ABUControl is geïnstalleerd, zie dan producthandboek „ABUControl”, hoofdstuk „Kabel vervangen” om het vervangen van de kabel voor te bereiden.
Het vervangen van de kabel is daarna verder in dit producthandboek beschreven.
Alleen bij ABUS elektra 3 met relaisbesturing of ABULiner
Eindschakelaar hijsen demonteren
Opdat de kabel gemotoriseerd van de kabeltrommel kan worden afgewikkeld, moet de eindschakelaar hijsen worden gedemonteerd. Anders stopt de kabeltrommel op de onderste haakstand.
Grensschakelaar hijsenTap van de kabeltrommel

- Open de behuizing van de eindschakelaar hijsen.
- Bouten (2x) eruit schroeven.
- Verwijder de eindschakelaar hijsen.
- Laat de as van de eindschakelaar hijsen in positie en verdraai deze niet.
Daardoor kan het instellen van de eindschakelaar hijsen na het vervangen van de kabel in veel gevallen komen te vervallen.
- Borg de eindschakelaar hijsen, zodat hij niet naar beneden valt of aan de aansluitkabels hangt.
Ankerblok demonteren
Draadklem

- Maak de draadklem los.
- Trek de draadklem van het uiteinde van de kabel.
Alleen bij vervanging van het draadhuis met wig
Als het draadhuis of de wig beschadigd zijn, moeten deze worden vervangen.
Draadhuis demonteren
MeetstiftZelfborgende bout met karteling

- Draai de zelfborgende bout met karteling M6x12 los.
- Schuif de houder van de meetstift.
MeetstiftZelfborgende bout met karteling

- Trek de meetstift uit de ankerbloktraverse en het draadhuis.
- Trek het draadhuis uit de ankerbloktraverse.
Draadhuis

- Tik de wig uit het draadhuis en verwijder deze.
Als de wig vastzit:
- Demonteer het draadhuis.
- Draai het draadhuis om en tik de wig er vanaf boven uit.
De wig kan zo gemakkelijker uit het draadhuis worden verwijderd.
AnkerbloktraverseDraadhuis

- Schuif het uiteinde van de kabel uit het draadhuis.
AnkerbloktraverseDraadhuis

- Trek de kabel uit het draadhuis.
Kabel uit het haakblok trekken
De kabelbescherming in het haakblok raakt beschadigd wanneer de kabel snel langs de kabelbescherming uit het haakblok wordt getrokken. Wanneer de kabelbescherming opnieuw moet worden gebruikt, moet de kabelbescherming eerst gedemonteerd worden.
ABUS raadt aan samen met de kabel ook de kabelbescherming te vervangen.
Voor alle openingen van het haakblok:
SchroevendraaierHaakblokkap

- Schuif de schroevendraaier zoals afgebeeld zijwaarts tussen kabelbescherming en haakblokkap.
- Maak de haakjes links en rechts in de kabelbescherming tegelijkertijd los met de schroevendraaier.
- Trek de kabelbescherming (2x) uit elkaar en neem deze uit het haakblok.

- Leg het haakblok neer.
- Trek de kabel uit het haakblok.
Kabelgeleiding demonteren
Zelfdraadvormende schroef

- Laat de kabel gemotoriseerd van de kabeltrommel lopen.
Laat nog enkele kabelwikkelingen op de kabeltrommel.
- Schroef de meenemer eraf.

- Schuif de meenemer zijwaarts van de kabelgeleidingsring.
- De kabelgeleidingsring kan nu vrij op de kabeltrommel worden gedraaid.
Alleen bij GM 800, GM 1000, GM 2000 en GM 3000
Bij een hijswerkaandrijving van de maat GM 800 tot GM 3000 bestaat de kabelgeleiding uit een spanring met kabelgeleidingsring en een verbindingsstuk.
ZeskantboutVerbindingsstuk

- Draai de kabelgeleidingsring zodanig dat de bouten (4x) gemakkelijk bereikbaar zijn (bijv. naar boven).
- Draai de bouten (4x) los.
- Verwijder het verbindingsstuk en rijg het van de kabel.
KabeltrommelKam

- Trek de kabelgeleidingsring uit elkaar en trek deze naar binnen van de kabeltrommel.
KamSpanring

- Maak de spanveer los van de spanring.
- Trek de spanring uit elkaar en trek deze naar binnen van de kabeltrommel.
- De kabelgeleiding is nu gedemonteerd. De kabel ligt los op de kabeltrommel.
Alleen bij GM 5000 en GM 6000
Bij een hijswerkaandrijving van de maat GM 5000 en GM 6000 bestaat de kabelgeleiding uit een kabelgeleidingsring met spanelementen.
Spanelement

- Trek de splitpen uit de spanelementen van de kabelgeleidingsring.
KabelgeleidingsringSpanelement

- Open de snelspansluiting van het spanelement van de kabelgeleidingsring en maak deze los.
KabeltrommelSpanelement

- Trek de kabelgeleidingsring met spanelementen van de kabeltrommel.
Kabel van de kabeltrommel nemen
KabeltrommelEindklemmen

- Laat de kabel gemotoriseerd van de kabeltrommel lopen.
- Maak de eindklemmen (2x) los.
- Neem de kabel volledig van de kabeltrommel.
Kabeltrommel reinigen en smeren
- Reinig de kabeltrommel.

- Smeer de kabeltrommel van het begin tot ongeveer de 8e tot 10e winding.
- Smeer de kabeltrommel achter de laatste winding.
Smeermiddel: „Molykote PG-75”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.

- Smeer de kabeltrommel achter 8e tot 10e winding tot de laatste winding.
Smeermiddel: „Chainlife S”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.
Kabel aan kabeltrommel bevestigen
KabeltrommelCilinderkopbout

- Rol de kabel zonder twisten uit.
- Reinig de cilinderkopbouten van de eindklemmen grondig.
De cilinderkopbouten waren voorheen met een schroefdraadborging vastgeschroefd. De resten moeten volledig worden verwijderd voordat de cilinderkopbout opnieuw mag worden gebruikt.
Schroefdraadborging mag slechts één keer worden gebruikt.
- Schuif de kabel zo ver onder de eindklemmen dat het kabeluitsteeksel ongeveer 30 mm bedraagt.
- Schroef de eindklemmen (2x) vast met een cilinderkopbout en borg deze met schroefborging (middelhard).
Maat |
Cilinder-kopbout |
Aantal |
Aanhaal-koppel |
|---|---|---|---|
GM 800 |
M6x16 |
2 |
10 Nm |
GM 1000 |
M8x20 |
2 |
25 Nm |
GM 2000 |
M8x20 |
2 |
25 Nm |
GM 3000 |
M8x20 |
2 |
25 Nm |
GM 5000 |
M16x35 |
3 |
210 Nm |
GM 6000 |
M16x35 |
3 |
210 Nm |
- Trek de kabel strak en wikkel deze gemotoriseerd 6 tot 8 windingen strak en zonder twisten op de kabeltrommel.
Kabelgeleiding monteren
Alleen bij GM 800, GM 1000, GM 2000 en GM 3000
Bij een hijswerkaandrijving van de maat GM 800 tot GM 3000 bestaat de kabelgeleiding uit een spanring met kabelgeleidingsring en een verbindingsstuk.
Kam

- Draai de spanring zodanig dat de kam naar de hijswerkoverbrenging wijst.
- Trek de spanring uit elkaar en plaats deze over de kabel op de kabeltrommel.
KamSpanring

- Haak de spanveer zodanig in één van de grendels dat de spanring stevig op de kabel ligt, maar nog vrij gedraaid kan worden.
KabeltrommelKam

- Vet de groef van de kabelgeleidingsring aan de binnenkant in.
Smeermiddel: „Molykote PG-75”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.
- Trek de kabelgeleidingsring uit elkaar en schuif deze over de kabeltrommel.
- Leg de kabelgeleidingsring met de groef in de kam van de spanring.
- Leg de kabelgeleidingsring met de schroefdraadsegmenten in het vrije gedeelte van de kabeltrommel.
- Zorg ervoor dat beide uiteinden van de kabelgeleidingsring in dezelfde groef van de kabeltrommel liggen.
De uiteinden van de kabelgeleidingsring mogen niet zijwaarts ten opzichte van elkaar verschoven zijn.
Zelfdraadvormende schroefVerbindingsstuk

- Rijg het verbindingsstuk op de kabel.
- Schuif het verbindingsstuk naar boven en leg het op de kabelgeleidingsring.
- Schroef het verbindingsstuk vast met zelfdraadvormende schroeven M6x16 (4x). 5 Nm.
Bevestig daarbij eerst de bovenste schroeven die niet in het slobgat zitten.
Alleen bij GM 5000 en GM 6000
Bij een hijswerkaandrijving van de maat GM 5000 en GM 6000 bestaat de kabelgeleiding uit een kabelgeleidingsring met spanelementen.
Kabelgeleiding voorbereiden
OogboutKabelgeleidingsring

- Haak de spanelementen (2x) met de oogbouten in de eerste vergrendeling van de kabelgeleidingsring.
- Vet de groef van de kabelgeleidingsring aan de binnenkant in.
Smeermiddel: „Molykote PG-75”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.
Kabelgeleiding monteren
KabeltrommelSpanelement

- Trek de kabelgeleidingsring met spanelementen op de kabeltrommel.
- Plaats de kabel tussen de spanelementen.
- Zorg ervoor dat beide uiteinden van de kabelgeleidingsring in dezelfde groef van de kabeltrommel liggen.
De uiteinden van de kabelgeleidingsring mogen niet zijwaarts ten opzichte van elkaar verschoven zijn.
KabelgeleidingsringSpanelement

- Haak de snelspansluitingen van de spanelementen in de kabelgeleidingsring en sluit deze.
Indien nodig:
- Open de snelspansluitingen weer en stel de kabelgeleidingsring met de oogbouten zodanig in dat de kabelgeleidingsring stevig op de kabel ligt, maar nog vrij kan worden gedraaid.
Spanelement

- Schuif de splitpennen in de snelspansluitingen van de spanelementen.
Meenemer monteren

- Steek de meenemer op het trommelhuis en schuif deze zijwaarts in de kabelgeleidingsring.
Zelfdraadvormende schroef

- Meenemer met zelfdraadvormende schroef M6x16 vastschroeven. 5 Nm.
Kabel inscheren

- Bij inschering 2/1: trek de kabel zonder twisten van de kabeltrommel door het haakblok.
- Bij inschering 4/1: trek de kabel zonder twisten door het haakblok, door de keerrol en opnieuw door het haakblok.
Ankerblok monteren
Alleen bij vervanging van het draadhuis met wig
Draadhuis monteren
MeetstiftAnkerbloktraverse

- Schuif het draadhuis in de ankerbloktraverse.
Let op de markering op de ankerbloktraverse.
- Schuif de meetstift door de ankerbloktraverse en het draadhuis.
De pijl op de meetstift moet naar beneden wijzen!
MeetstiftZelfborgende bout met karteling

- Schuif de houder op de meetstift.
De houder moet zonder spanning in de groef van de meetstift kunnen worden geschoven.
De meetstift mag geen voorspanning hebben!
- Schroef de houder vast met een zelfborgende bout met karteling M6x12. 19 Nm.
AnkerbloktraverseDraadhuis

- Controleer de smering van het draadhuis en smeer dit indien nodig.
Smeermiddel „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.
Smeer niet de meetstiften/bevestigingsbouten of de ankerbloktraverse. Het smeermiddel mag niet op de ankerbloktraverse terechtkomen.
- Schuif het uiteinde van de kabel vanaf onder in het draadhuis.
DraadhuisAnkerbloktraverse

- Schuif het uiteinde van de kabel vanaf boven in het draadhuis, zodat zich een lus vormt.
Het uiteinde van de kabel steekt onderaan ca. 150 mm uit het draadhuis.
WigDraadhuis

- Leg de wig in de lus.
Draadhuis

- Trek met een ruk aan de kabel.
- De wig glijdt in het draadhuis en de kabel is vastgeklemd.
Draadklem

- Schuif de draadklem over het uiteinde van de kabel.
De draadklem moet, afhankelijk van de maat en de draaddikte, met de maat uit de volgende tabel onder het draadhuis worden gemonteerd:
Maat |
Draaddikte |
Afstand tot het draadhuis ca. |
|---|---|---|
GM 800 |
6,5 mm |
6 mm tot 13 mm |
GM 1000 |
8 mm |
8 mm tot 16 mm |
GM 2000 |
9 mm |
9 mm tot 18 mm |
GM 3000 |
11 mm |
11 mm tot 22 mm |
GM 5000 |
14 mm |
14 mm tot 28 mm |
GM 6000 |
16,2 mm |
16 mm tot 32 mm |
- Schroef de draadklem vast.
Maat |
Zelfborgende moer met karteling |
Aanhaal-koppel |
|---|---|---|
GM 800 |
M6 |
5 Nm |
GM 1000 |
M8 |
10 Nm |
GM 2000 |
M8 |
10 Nm |
GM 3000 |
M8 |
10 Nm |
GM 5000 |
M12 |
33 Nm |
GM 6000 |
M12 |
33 Nm |
Kabelbescherming aan het haakblok monteren
Voor alle openingen van het haakblok:
Verbindingsprofiel

- Houd de kabelbescherming zoals afgebeeld tegen de kabel.
- Schuif de kabelbescherming met de vork aan de voorzijde langs de kabel naar beneden en schuif daarbij het achterste uiteinde onder het verbindingsprofiel.
KabelbeschermingHaakblokkap

- Druk de kabelbescherming eerst aan de zijde met het korte lipje in de haakblokkap.
- Druk de kabelbescherming daarna aan de zijde met het lange lipje in de haakblokkap.
Kabelbescherming

- Steek de tweede kabelbescherming onder in het verbindingsprofiel.
- Schuif de kabelbescherming naar beneden achter het verbindingsprofiel en plaats deze bovenaan tegen de kabel.
- Druk de kabelbescherming eerst aan de zijde met het korte lipje in de haakblokkap.
- Druk de kabelbescherming daarna aan de zijde met het lange lipje in de haakblokkap.

- Schuif de kabelbescherming (2x) met de lipjes in elkaar schuiven en druk ze samen.
- Er is een klikgeluid te horen.
Vervangen van kabel voltooien
- Rol de kabel gemotoriseerd helemaal op.
Alleen bij ABUControl
Als bij de takel de besturing ABUControl is geïnstalleerd, zie dan producthandboek „ABUControl”, hoofdstuk „Kabel vervangen” om het vervangen van de kabel af te ronden.
De volgende stappen zijn daarna verder in dit producthandboek beschreven.
Alleen bij ABUS elektra 3 met relaisbesturing of ABULiner
Eindschakelaar hijsen monteren
- Beweeg de lasthaak in de eerder genoteerde positie.
AsLagerflens

- Open het behuizingsdeksel van de behuizing van de eindschakelaar hijsen op de kabeltrommel.
- Draai de as van de eindschakelaar aandrijving zodanig dat deze overeenkomt met het slobgat in de lagerflens van de kabeltrommel.
Kunststof schroeven B6,3x25

- Steek de eindschakelaar aandrijving met de as in het slobgat van de lagerflens en steek deze op beide stiften.
- Eindschakelaar aandrijving met kunststof schroeven B6,3x25 vastschroeven. 3 Nm.
Eindschakelaar hijsen aansluiten
- Sluit de stekker van de aansluitkabel aan op de microschakelaarplatine.
- Sluit het deksel van het huis.
Als de schakelpunten verschoven zijn:
Normaal gesproken kan het instellen van de eindschakelaar hijsen na het vervangen van de kabel in veel gevallen vervallen, omdat de positie van de lasthaak daarvoor is gemeten en vervolgens weer is ingenomen. In bijzondere gevallen (bijv. als de kabel sterk beschadigd of verkeerd of de kabeltrommel gewikkeld was) kan het zijn dat de schakelpunten opnieuw moeten worden ingesteld.
- Stel de schakelpunten voor de slagbegrenzer onder, de slagbegrenzer boven en de backup-begrenzer opnieuw in.
Bij ABUS elektra 3 met relaisbesturing: zie producthandboek „ABUS eindschakelaar aandrijving”.
Bij ABUS elektra 3 met ABULiner: zie producthandboek „Frequentieomvormer-besturing van de hijssnelheid bij ABUS elektra 3”.
Wiguitsteekmaat controleren

- Hang een last volgens de navolgende tabel aan de lasthaak, hijs deze en belast de kabel op die manier.
Maat |
Inschering 2/1 |
Inschering 4/1 |
|---|---|---|
GM 800 |
800 kg |
1600 kg |
GM 1000 |
1250 kg |
2500 kg |
GM 2000 |
1600 kg |
3200 kg |
GM 3000 |
2000 kg |
4000 kg |
GM 5000 |
4000 kg |
8000 kg |
GM 6000 |
6300 kg |
12500 kg |
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden die met een tolerantie van ±20 % moeten worden aangehouden.
Het maximale draagvermogen van de takel in acht nemen en niet overschrijden!
- Meet de wiguitsteekmaat en controleer of de maten worden aangehouden die in de tabel zijn aangegeven.
Maat |
Maximale wiguitsteekmaat |
Minimale wiguitsteekmaat |
|---|---|---|
GM 800 |
19 mm |
18 mm |
GM 1000 |
4 mm |
3 mm |
GM 2000 |
2 mm |
0 mm |
GM 3000 |
18 mm |
16 mm |
GM 5000 |
22 mm |
19 mm |
GM 6000 |
31 mm |
28 mm |
Ankerbloktraverse met draadhuis en wig vervangen
Als de ankerbloktraverse, het draadhuis of de wig beschadigd zijn, moeten deze worden vervangen.
Ankerbloktraverse demonteren
Borgveer

- Trek de borgveren (2x) van de pennen.
Pen

- Trek de pennen (2x) uit de ankerbloktraverse.
Ankerbloktraverse

- Til de ankerbloktraverse van de lagerbussen.
Draadhuis demonteren
HouderZelfborgende bout met karteling

- Draai de zelfborgende bout met karteling M6x12 los.
- Schuif de houder van de meetstift.
AnkerbloktraverseMeetstift

- Trek de meetstift uit de ankerbloktraverse en het draadhuis.
- Trek het draadhuis uit de ankerbloktraverse.
Wig demonteren
Draadhuis

- Draai de zelfborgende moeren met karteling van de draadklem los.
- Trek de draadklem van het uiteinde van de kabel.
Wig

- Trek de wig met kabel uit het draadhuis.
Wig monteren
Wig

- Leg het uiteinde van de kabel om de wig.
De kabel moet vlak in de groef van de wig liggen!
- Schuif de wig met kabel in het draadhuis en trek met een ruk aan het uiteinde van de kabel.
- De wig glijdt in het draadhuis en klemt de kabel vast.
Draadhuis

- Schuif de draadklem op het uiteinde van de kabel.
De draadklem moet, afhankelijk van de maat en de draaddikte, met de maat uit de volgende tabel onder het draadhuis worden gemonteerd:
Maat |
Draaddikte |
Afstand tot het draadhuis ca. |
|---|---|---|
GM 800 |
6,5 mm |
6 mm tot 13 mm |
GM 1000 |
8 mm |
8 mm tot 16 mm |
GM 2000 |
9 mm |
9 mm tot 18 mm |
GM 3000 |
11 mm |
11 mm tot 22 mm |
GM 5000 |
14 mm |
14 mm tot 28 mm |
GM 6000 |
16,2 mm |
16 mm tot 32 mm |
- Schroef de zelfborgende moeren met karteling van de draadklem vast.
Maat |
Zelfborgende moer met karteling |
Aanhaal-koppel |
|---|---|---|
GM 800 |
M6 |
5 Nm |
GM 1000 |
M8 |
10 Nm |
GM 2000 |
M8 |
10 Nm |
GM 3000 |
M8 |
10 Nm |
GM 5000 |
M12 |
33 Nm |
GM 6000 |
M12 |
33 Nm |

- Smeer het draadhuis.
Smeermiddel „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”. Voor details, zie „Smeermiddelen”.
Smeer niet de meetstiften/bevestigingsbouten of de ankerbloktraverse. Het smeermiddel mag niet op de ankerbloktraverse terechtkomen.
Draadhuis monteren
Ankerbloktraverse

- Schuif het draadhuis met wig en kabel in de ankerbloktraverse.
Let op de markering op de ankerbloktraverse.
AnkerbloktraverseMeetstift

- Schuif de meetstift door de ankerbloktraverse en het draadhuis.
De pijl op de meetstift moet naar beneden wijzen!
HouderZelfborgende bout met karteling

- Controleer de houder op vervormingen.
Als de houder vervormd is, moet deze worden vervangen.
- Schuif de houder op de meetstift.
De houder moet zonder spanning in de groef van de meetstift kunnen worden geschoven.
De meetstift mag geen voorspanning hebben!
- Schroef de houder vast met een zelfborgende bout met karteling M6x12. 19 Nm.
Ankerbloktraverse monteren
Ankerbloktraverse

- Hang de ankerbloktraverse op de lagerbussen.
Let daarbij op dat de markering op de ankerbloktraverse naar de hijswerkaandrijving wijst.
Pen

- Schuif de pennen (2x) in de ankerbloktraverse.
Borgveer

- Schuif de borgveren (2x) op de pennen.
- Hang een last volgens de navolgende tabel aan de lasthaak, hijs deze en belast de kabel op die manier.
Maat |
Inschering 2/1 |
Inschering 4/1 |
|---|---|---|
GM 800 |
800 kg |
1600 kg |
GM 1000 |
1250 kg |
2500 kg |
GM 2000 |
1600 kg |
3200 kg |
GM 3000 |
2000 kg |
4000 kg |
GM 5000 |
4000 kg |
8000 kg |
GM 6000 |
6300 kg |
12500 kg |
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden die met een tolerantie van ±20 % moeten worden aangehouden.
Opmerking
Het maximale draagvermogen van de takel in acht nemen en niet overschrijden!
Wiguitsteekmaat controleren

- Meet de wiguitsteekmaat en controleer of de maten worden aangehouden die in de tabel zijn aangegeven.
Maat |
Maximale wiguitsteekmaat |
Minimale wiguitsteekmaat |
|---|---|---|
GM 800 |
19 mm |
18 mm |
GM 1000 |
4 mm |
3 mm |
GM 2000 |
2 mm |
0 mm |
GM 3000 |
18 mm |
16 mm |
GM 5000 |
22 mm |
19 mm |
GM 6000 |
31 mm |
28 mm |
Traverse met keerrol vervangen
Alleen bij inschering 4/1
Deze paragraaf geldt alleen bij een takel met een inschering 4/1.
Wanneer bestanddelen van de traverse met keerrol of de traverse met keerrol zelf beschadigd zijn, moeten deze worden vervangen.
Traverse met keerrol demonteren
In deze paragraaf wordt de demontage bij een takel met de hijswerkaandrijving GM 1000 getoond. Bij een takel met een hijswerkaandrijving GM 5000 of GM 6000 ziet de traverse met keerrol er een beetje anders uit. De demontage wijkt echter niet af.
Borgveer

- Trek de borgveren van de pennen.
Pen

- Trek de pennen (2x) uit de traverse met keerrol.
Traverse met keerrol

- Til de traverse met keerrol van de lagerbussen.
Keerrol demonteren
DekselZelfborgende bout met karteling

- Draai de zelfborgende bouten met karteling (2x) van het deksel los.
- Verwijder het deksel van de traverse met keerrol.
PenTraverse met keerrol

- Trek de as uit de traverse met keerrol en de keerrol.
- Trek de keerrol uit de traverse.
Keerrol monteren
Traverse met keerrol

- Schuif de keerrol in de traverse.
PenTraverse met keerrol

- Steek de as door de traverse met keerrol en de keerrol.
DekselZelfborgende bout met karteling

- Schroef het deksel vanaf de andere zijde op de as vast met zelfborgende bouten met karteling (2x).
Maat |
Zelfborgende bout met karteling |
Aanhaal-koppel |
|---|---|---|
GM 800 |
M6x12 |
19 Nm |
GM 1000 |
M6x12 |
19 Nm |
GM 2000 |
M8x16 |
42 Nm |
GM 3000 |
M10x20 |
75 Nm |
GM 5000 |
M10x20 |
75 Nm |
GM 6000 |
M10x20 |
75 Nm |
Traverse met keerrol monteren
In deze paragraaf wordt de montage bij een takel met de hijswerkaandrijving GM 1000 getoond. Bij een takel met een hijswerkaandrijving GM 5000 of GM 6000 ziet de traverse met keerrol er een beetje anders uit. De montage wijkt echter niet af.
Traverse met keerrol

- Hang de traverse met keerrol op de lagerbussen.
Let daarbij op dat de markering op de keerrol naar de hijswerkaandrijving wijst.
Pen

- Schuif de pennen (2x) in de traverse met keerrol.
Borgveer

- Schuif de borgveren (2x) op de pennen.
Aangedreven loopwiel demonteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
Opmerking
Indien van het loopwiel tot de hoofdtraverse te weinig ruimte is voor de demontage, moeten de zelfborgende moeren van de spanbouten met afstandbus van het loopkatframe worden losgedraaid, zodat de takel tot onder de onderflens kan worden neergelaten en de loopwielen vrij toegankelijk zijn.
Takel voorbereiden
- Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht.
- Ontlast de loopwerkdrager van de takel in de buurt van het loopwiel vanaf onder.
Loopwerkaandrijving demonteren
Stekkerhuis

- Open het stekkerhuis op de loopwerkaandrijving.
- Trek de aansluitkabel van de koppeling.
- Bepaal het gewicht van de loopwerkaandrijving. Zie producthandboek van de ABUS-loopwerkaandrijving.
- Borg de loopwerkaandrijving zodanig dat het gewicht zonder gevaar wordt gedragen en de uitgaande as niet wordt belast (bijv. in eindeloze hijsband hangen).
Zelfborgende bouten met karteling

- Draai de zelfborgende bouten met karteling (4x) los.
- Trek de loopwerkaandrijving eruit.
Loopwiel demonteren
Borgring

- Maak de borgring los van de as.
- Trek het loopwiel van de as.
Aangedreven loopwiel monteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
Loopwiel monteren
Borgring

- Schuif het nieuwe loopwiel op de as.
- Plaats de borgring op de as.
Loopwerkaandrijving monteren
- Bepaal het gewicht van de loopwerkaandrijving. Zie producthandboek van de ABUS-loopwerkaandrijving.
- Borg de loopwerkaandrijving zodanig dat het gewicht zonder gevaar wordt gedragen en de uitgaande as niet wordt belast (bijv. in eindeloze hijsband hangen).
LoopwielLoopkatframe

- Vertanding op de uitgaande as smeren. Smeermiddel dekkend aanbrengen met een penseel.
Smeermiddel: „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”. Voor details, zie producthandboek van de ABUS-loopwerkaandrijving.
Zelfborgende bout met karteling

- Schuif de loopwerkaandrijving in het loopwiel.
- Schroef de loopwerkaandrijving vast met zelfborgende bouten met karteling (4x).
Maat |
Type |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
100 |
M8x20 |
35 Nm |
130 |
M8x250 |
35 Nm |
160 |
M8x250 |
35 Nm |
200 |
M10x40 |
75 Nm |
Loopwerkaandrijving aansluiten
Alleen bij relaisbesturing
Connector aan loopwerkaandrijvingConnector aan loopwerkaandrijving

- Aansluitkabel voor de loopwerkaandrijving in de connector van de loopwerkaandrijving steken.
- Gelijkrichter voor de rem in de connector van de loopwerkaandrijving steken.
- Leg de stekkerverbindingen en de aansluitkabel in het stekkerhuis.
Alleen bij frequentieomvormer
Connector aan loopwerkaandrijvingConnector aan loopwerkaandrijving

- Stekkerstrip voor de loopwerkaandrijving in de connector aan de loopwerkaandrijving steken.
- Stekkerstrip voor de rem in de connector aan de loopwerkaandrijving steken.
StekkerverbindingKabeldoorvoer

- Druk het voorste uiteinde van de aansluitkabel (mantel om de kabelafscherming is daar verwijderd) in de schermklem.
- Bevestig de aansluitkabel met een kabelbinder aan de schermklem.
- Leg de stekkerverbindingen en de aansluitkabel in het stekkerhuis.
- Sluit het deksel van het huis.
Takel controleren
- Zet de takel weer neer.
- Neem de takel in gebruik.
- Controleer de werking van het loopwiel.
Niet-aangedreven loopwiel demonteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
Opmerking
Indien van het loopwiel tot de hoofdtraverse te weinig ruimte is voor de demontage, moeten de zelfborgende moeren van de spanbouten met afstandbus van het loopkatframe worden losgedraaid, zodat de takel tot onder de onderflens kan worden neergelaten en de loopwielen vrij toegankelijk zijn.
Takel voorbereiden
- Neem de bepalingen inzake veilig werken in acht.
- Ontlast de loopwerkdrager van de takel in de buurt van het loopwiel vanaf onder.
BorgringLoopkatframe

- Maak de borgring los van de as.
- Trek het loopwiel van de as.
Niet-aangedreven loopwiel monteren
Als het loopwiel beschadigd of versleten is, moet het worden vervangen door een nieuw loopwiel.
Loopwiel monteren
BorgringLoopkatframe

- Schuif het nieuwe loopwiel op de as.
- Plaats de borgring op de as.
Takel controleren
- Zet de takel weer neer.
- Neem de takel in gebruik.
- Controleer de werking van het loopwiel.
Afstandsbuffers vervangen
Alleen bij takel met afstandsbuffer
Deze paragraaf geldt alleen als de takel over afstandsbuffers beschikt. Dit is het geval wanneer twee takels aan één kraan zijn gemonteerd.
Als de afstandsbuffer beschadigd is, moet deze worden vervangen.
Indien er afstandsbuffers zijn gemonteerd:
Bufferhouder

- Schroef de afstandsbuffer van de bufferhouder.
Bufferhouder

- Schroef de afstandsbuffer op de bufferhouder. 3 Nm.
De afstandsbuffer moet contact hebben met de bufferhouder en er mag geen spleet tussen beide bestaan, omdat de stoot anders wordt opgevangen door de bout en niet door de afstandsbuffer zelf.
Kruisschakelaar vervangen
Als de kruisschakelaar beschadigd is, moet hij worden vervangen. Door de stekkerverbinding is het vervangen mogelijk zonder nieuwe bedrading te leggen.
Koppeling

- Schroeven (2x) uit de afdekking schroeven.
- Afdekking verwijderen.
- Koppeling van de aansluitkabel van de platine trekken.
De kabelschroefkoppeling van de afdekking hoeft niet te worden losgemaakt. De aanwezige afdekking kan met gemonteerde aansluitkabel aan een nieuwe kruisschakelaar worden gemonteerd.
- Koppeling van nieuwe kruisschakelaar aansluiten.
- Afdekking sluiten.
- Bouten (2x) vastdraaien. 3 Nm.
Schakelschema kruisschakelaar

- De in het schakelschema aangegeven contactnummering begint met 1 vanaf links oplopend.
- De aanduiding van de microschakelaar begint in de inbouwpositie links met S1.
Positie pijl |
Schakelaarstand |
S1 gesloten |
S1 open |
S2 gesloten |
S2 open |
S3 gesloten |
S3 open |
S4 gesloten |
S4 open |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
0 |
0° |
3,4 |
5,6 |
7,8 |
9,10 |
||||
1 |
90° |
3,4 |
5,6 |
7,11 |
9,10 |
||||
2 |
180° |
3,4 |
5,6 |
7,11 |
9,12 |
||||
3 |
270° |
3,1 |
5,6 |
7,8 |
9,12 |
||||
4 |
360° |
3,1 |
5,2 |
7,8 |
9,10 |
||||
5 |
450° |
3,4 |
5,2 |
7,8 |
9,10 |
||||
0 |
540° |
3,4 |
5,6 |
7,8 |
9,10 |
Smeermiddelen
Opmerking:
Synthetische smeermiddelen mogen niet worden gemengd met minerale smeermiddelen!
Kabeltrommel aan de rand

Smering ter plaatse met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 5168.
Smering af fabriek met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 411.
Smeer de kabel bij:
- Kabelwissel
- Vervangen van kabelgeleiding
- Regelmatige keuring
- Algehele revisie
Voor details, zie „Kabeltrommel reinigen en smeren”.
Kabel en kabeltrommel midden

Smering ter plaatse met „Chainlife S”, ABUS-artikelnummer 2717.
Smering af fabriek met „Chainlife S”, ABUS-artikelnummer 2718.
Alternatieven:
- Castrol „Viscogen KL 23”
- Klüber „Grafloscon CA 901 Ultra Spray”
- Optimol „KL 23”
- Shell „Malleus GL 95”
Smeer de kabel bij:
- Kabelwissel
- Regelmatige keuring
- Algehele revisie
Voor details, zie „Kabeltrommel reinigen en smeren”.
Meenemer van de kabelgeleiding

Smering ter plaatse met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 5168.
Smering af fabriek met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 411.
Smeer de meenemer bij:
- Kabelwissel
- Vervangen van kabelgeleiding
- Regelmatige keuring
- Algehele revisie
Voor details, zie „Kabel vervangen”.
Lasthaak-traverse aan het haakblok

Smering ter plaatse met „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”, ABUS-artikelnummer 6758
Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer de lasthaak-traverse bij:
- Montage en demontage
- Algehele revisie
Axiaal kogellager van de lasthaak

Smering ter plaatse met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 5168.
Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer het axiale kogellager bij:
- Montage en demontage
- Algehele revisie
Draadhuis

Smering ter plaatse met „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”, ABUS-artikelnummer 6758
Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer het draadhuis bij:
- Kabelwissel
- Regelmatige keuring
- Algehele revisie
Voor details, zie „Ankerbloktraverse met draadhuis en wig vervangen”.
Kabelgeleiding
Alleen bij GM 800 tot GM 3000

Smering ter plaatse met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 5168.
Smering af fabriek met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 411.
Smeer de kabelgeleiding bij:
- Kabelwissel
- Vervangen van kabelgeleiding
- Regelmatige keuring, minstens eenmaal per jaar
- Algehele revisie
Voor details, zie „Kabelgeleiding monteren”.
Alleen bij GM 5000 en GM 6000

Smering ter plaatse met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 5168.
Smering af fabriek met „Molykote PG-75”, ABUS-artikelnummer 411.
Smeer de kabelgeleiding bij:
- Kabelwissel
- Vervangen van kabelgeleiding
- Regelmatige keuring, minstens eenmaal per jaar
- Algehele revisie
Voor details, zie „Kabelgeleiding monteren”.
Lagerbus (op bevestigingsbout) aan de traverse met keerrol en aan de ankerbloktraverse

Smering ter plaatse met „Hogetemperatuurpasta PBC 1574”, ABUS-artikelnummer 6758
Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer de lagerbus (op bevestigingsbout) bij:
- Montage en demontage van de traverse met keerrol of de ankerbloktraverse
- Algehele revisie
Voor details, zie „Ankerbloktraverse met draadhuis en wig vervangen” of „Traverse met keerrol vervangen”.
Alleen bij loopwiel maat 200
Pendeltonlager in het loopwiel

Smering ter plaatse met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 318490.
Smering af fabriek met „High-Lub LT1 EP”, ABUS-artikelnummer 317880.
Smeer het pendeltonlager bij:
- Montage en demontage van het loopwiel
Voor details, zie „Aangedreven loopwiel demonteren”.
Overzicht aanhaalkoppels
Eindklem

Maat |
Cilinderkopbout |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
GM 800 |
M6x16 |
2 |
10 Nm |
GM 1000 |
M8x20 |
2 |
25 Nm |
GM 2000 |
M8x20 |
2 |
25 Nm |
GM 3000 |
M8x20 |
2 |
25 Nm |
GM 5000 |
M16x35 |
3 |
210 Nm |
GM 6000 |
M16x35 |
3 |
210 Nm |
Meenemer

Maat |
Bout |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
GM 800 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
5 Nm |
GM 1000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
5 Nm |
GM 2000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
5 Nm |
GM 3000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
5 Nm |
GM 5000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
5 Nm |
GM 6000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
5 Nm |
Alleen bij GM 800, GM 1000, GM 2000 en GM 3000
Verbindingsstuk

Maat |
Bout |
Aantal |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|---|
GM 800 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 |
4x |
5 Nm |
GM 1000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 | 4x |
5 Nm |
GM 2000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 | 4x |
5 Nm |
GM 3000 |
Zelfdraadvormende schroef M6x16 | 4x |
5 Nm |
Draadklem

Maat |
Zelfborgende moer met karteling |
Aanhaalkoppel |
|---|---|---|
GM 800 |
M6 |
5 Nm |
GM 1000 |
M8 |
10 Nm |
GM 2000 |
M8 |
10 Nm |
GM 3000 |
M8 |
10 Nm |
GM 5000 |
M12 |
33 Nm |
GM 6000 |
M12 |
33 Nm |
Bufferhouder

- Zelfborgende bout met karteling M12x30
- 100 Nm.
ABUS-service
Alleen in Duitsland
- Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
- Bel de ABUS-servicecentrale op:
- Telefoon: +49 2261 37 237
- Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
- De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
- Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
- Fax: +49 2261 37 265
- E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
- Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.
De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.