IN ÉÉN OOGOPSLAG:
Algemeen
Dit geldt voor iedereen die met de kraan, aan de kraan of in de buurt ervan werkt.
Om te beginnen
Dit producthandboek gebruiken
De volgende pictogrammen worden in dit producthandboek gebruikt:
- Dit is een handelingsinstructie die u sommeert een bepaalde actie uit te voeren.
- Dit is het resultaat van een handeling en beschrijft wat er met het apparaat gebeurt.
- Dit is een opsomming.
Alleen bij...
Informatie in stippellijnkaders geldt alleen voor bepaalde typen, varianten of opties. De voorwaarde waaronder deze paragraaf geldt, staat aan het begin aangegeven in de titel „Alleen bij...”.
Richtlijnen bij het producthandboek
Lees alvorens te beginnen met werken het producthandboek zorgvuldig door. Neem in ieder geval ook andere producthandboeken voor accessoires en componenten in acht.
Bewaar het producthandboek daarna in de buurt van de kraan. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen die met of aan de kraan werkt.
Geef het producthandboek bij verkoop, verhuur of dergelijke altijd samen met de kraan mee.
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Het ABUS-lastindicatiesysteem LIS-SV is een lastregistratie- en analysesysteem voor hijswerken en kraaninstallaties. LIS-SV is speciaal bestemd voor gebruik in besturingen van hijswerken. De belangrijkste functie is de overlastbeveiliging door direct meten van het gewicht van de gehesen last. Door een optioneel collectief lastgeheugen kan de daadwerkelijke werkwijze van het hijswerk worden geprotocolleerd. Het LIS-SV is speciaal ontworpen om de totale belasting te vormen en om maximaal drie hijswerken per kraan te bewaken. Het typische gebruik van het LIS-SV is de overlastbeveiliging voor kranen met een totale belasting lager dan de som van de afzonderlijke draagvermogens van de hijswerken of bij gebruik van een lastdisplay op de kraan en/of in de besturing.
Voorschriften
De installatie is op het moment van fabricage conform Europese normen, regels en voorschriften gebouwd en getest. Welke beginselen aan de constructie en de bouw ten grondslag liggen, is aangegeven in de verklaring van overeenstemming of de inbouwverklaring. De beginselen moeten ook bij de montage, het gebruik, bij controles en bij onderhoud worden nageleefd, evenals de geldende bepalingen met betrekking tot veilig werken.
Welke voorschriften in het betreffende individuele geval gelden, hangt sterk af van het gebruik van de kraan en van de specifieke voorschriften per land. Controleer de geldende en actuele voorschriften en bepalingen inzake veilig werken en leef deze na! Zie ook de verklaring van overeenstemming of inbouwverklaring.
Garantie
- ABUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onjuist gebruik, door onvoldoende geschoold personeel, door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden, door wijzigingen, verbouwingen of andere veranderingen aan de kraan of aan de componenten van de kraan, die niet expliciet door ABUS zijn toegestaan.
- De veilige werking van de kraan of componenten van de kraan is alleen gewaarborgd indien er originele ABUS-onderdelen worden gebruikt.
Richtlijnen voor de veiligheid
Neem deze richtlijnen voor het veilig omgaan met de kraan in acht. Verwijzingen naar specifieke risico's staan vermeld in het betreffende gedeelte waarin het risico zich voordoet.
- Voorafgaand aan de inbedrijfstelling moet worden gecontroleerd of de bedrading van de installatie overeenkomt met de schakelschema's.
- Alvorens werkzaamheden uit te voeren aan de kraan de stroomvoorziening onderbreken en ten minste 4 minuten wachten tot de spanningen zijn afgebouwd.
- Laat werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan uitsluitend uitvoeren door geschoolde elektriciens!
- Wijzigingen die de veiligheid beïnvloeden evenals aan- en ombouwwerkzaamheden zijn verboden en mogen uitsluitend door ABUS worden uitgevoerd. Het openen van het LIS-SV is verboden!
- Onjuiste (parameter-)instellingen kunnen leiden tot een mogelijke overbelasting van de kraan tot en met vallen van de last.
- Wanneer het LIS-SV verkeerd wordt aangesloten, kunnen het LIS-SV of andere componenten beschadigd raken.
Het LIS-SV
Beschrijving
LIS-SV:

- 1: connector
- 2: display
- 3: aansluiting meetstift
- 4: aansluiting apparaatinterface (frequentiesignaal en bedrijfsspanning van de meetstift)
- 5: pijltoets „omhoog”
- 6: enter
- 7: pijltoets „omlaag”
LIS-FC:

- 8: LIS-FC (optie)
Stroomtransformatormodule:

Specificaties
Het lastindicatiesysteem LIS-SV:
- Het LIS-SV is een door een microcontroller bestuurd systeem voor de lastregistratie en -analyse aan hijswerken.
- De analyse wordt uitgevoerd door middel van rekstrookjes in een meetstift die aan het desbetreffende hijswerk zijn aangebracht. De meetstift dient als signaalgever, waarvan het signaal wordt omgezet in een lastproportionele frequentie.
- De belangrijkste functie van het LIS-SV is de overlastbeveiliging van het hijswerk. Een overlast kan zowel optisch als akoestisch worden gemeld. De schakelpunten van de overlastbeveiliging kunnen tot maximaal 110% van het maximale draagvermogen worden ingesteld. De instelling van de schakelpunten is variabel instelbaar in stappen van 2%.
- Plotseling hijsen van de last wordt voorkomen door het uitschakelen van de hoge hijssnelheid bij een snelle lasttoename.
- Het LIS-SV kan ook status- en foutmeldingen uitgeven.
- Het collectieve lastgeheugen (optie) geeft aan welke theoretische levensduur de kraan heeft, wat zijn werkelijke levensduur is, hoeveel bedrijfsuren en welke resterende levensduur de kraan heeft.
- Het LIS-SV scheidt de signalen op de ingangen galvanisch van de uitgangen.
- Het automatisch gestuurde generatorische remmen bij het neerlaten verlengt de levensduur van de rem.
- De levensduur van de relais wordt verlengd doordat de motorstroom permanent wordt bewaakt en de relais aan de hand daarvan worden geschakeld.
- De hijsmotor start altijd met lage hijssnelheid en schakelt pas na een ingestelde tijd naar de hoge hijssnelheid, om een snelle lasttoename te voorkomen en de aanloopstroom te verminderen.
- Een bewaking van twee of meer hijswerken in parallel bedrijf is mogelijk.
- Bij bedrijf met frequentieomvormer, zie producthandboek „ABULiner hijsen/neerlaten”.
Stroomtransformatormodule:
- De stroomregistratie wordt uitgevoerd via een externe stroomtransformatormodule, om de functionaliteit van de besturing te waarborgen, bijv. bij vastplakken va de relaiscontacten.
- Het type van de stroomtransformatormodule is afhankelijk van de nominale stroom van de hijsmotor bij hoge hijssnelheid.
- Voor elke kabeltrommel is er een stroomtransformatormodule.
Lastdisplay (optie):
- De bevestigde last kan via een geïntegreerd lastdisplay LAZ in de handafstandsbediening of via een lastdisplay aan de kraan worden weergegeven.
- De last wordt viercijferig weergegeven.
- De nauwkeurigheid bedraagt tussen -5% en +5% van het draagvermogen.
- Via het lastdisplay worden ook melding weergegeven.
- Voor meer details over het lastdisplay, zie producthandboek „Last- en statusindicatie voor kraan en loopkat.
Tarra (optie):
- Met „Tarra” kan de lastindicatie van de kraan op nul worden gezet. Daardoor is een verschilmeting mogelijk, bijv. om het gewicht van een hijsjuk niet mee te wegen.
- Tarra is alleen in combinatie met een lastdisplay beschikbaar.
- Tarra is zowel voor elk hijswerk afzonderlijk als voor de totale belasting mogelijk. Er wordt altijd de waarde van het geselecteerde hijswerk getarreerd.
- Bij een overlast wordt de tarrawaarde gewist en wordt de last weergegeven!
De signaalomvormer LIS-FC (optie):
- De signaalomvormer LIS-FC wordt meestal bij een uitbreiding van het systeem voor twee of drie hijswerken of bij gebruik van een besturing met centrale relaiskast gebruikt.
- De signaalomvormer LIS-FC vormt de gemeten spanning van de meetstift (in mV) om in een lastproportioneel frequentiesignaal (in Hz). Dit signaal is storingsvrij en garandeert een veilige overdracht van het signaal.
- De signaalomvormer LIS-FC wordt gebruikt wanneer de kabellengte langer is dan 4,5 m, omdat anders het signaal niet meer kan worden overgedragen.
Technische gegevens
LIS-SV
LIS-SV |
|||
|---|---|---|---|
Bedrijfsspanning |
230 V ±10% |
110 V ±10% |
48 V ±10% |
Ingangsspanning |
230 V ±10% |
110 V ±10% |
48 V ±10% |
Meetbereik |
0 V – 627 V |
||
Stroomtransformator-module ingang |
0 V – 7,24 V |
||
Netfrequentie |
50 Hz – 60 Hz |
||
Schakelcontacten |
250 V, 8 A |
||
Opgenomen vermogen |
Max. 15 VA |
||
Omgevingstemperatuur |
-20 °C − +55 °C |
||
Uitgangsspanning lastdisplay |
5 V, max. 250 mA |
||
Weergavesignaal Q |
Serieel gegevensprotocol ±12 V |
||
Voedingsspanning voor gever B+, B- |
10 V, bij max. 10 mA |
||
Ingangsspanning |
0 mV – 20 mV |
||
Relatieve luchtvochtigheid |
5 % − 85 %, niet condenserend |
||
Signaalomvormer LIS-FC
LIS-FC |
|||
|---|---|---|---|
Bedrijfsspanning |
230 V ±10% |
110 V ±10% |
48 V ±10% |
Netfrequentie |
50 Hz – 60 Hz |
||
Opgenomen vermogen |
Ca. 4 VA |
||
Omgevingstemperatuur |
-20 °C – 55 °C |
||
Voedingsspanning voor gever B+, B- |
10 V, bij max. 10 mA |
||
Ingangsspanning |
0 mV – 12 mV |
||
Uitgangsspanning F |
±12 V |
||
Uitgangsfrequentie F |
500 Hz – 30 kHz |
||
Het LIS-SV afvoeren
Wanneer het LIS moet worden afgevoerd:
- De componenten van het LIS zo ver mogelijk uit elkaar halen.
- Neem de plaatselijke voorschriften voor afvoer en recycling in acht.
- Voer de naar materiaal gescheiden onderdelen op milieuvriendelijke wijze af:
- Demonteer elektronische componenten en verwijder deze overeenkomstig de lokale bepalingen als elektronisch afval.
- Laat kunststof behuizingen recyclen als kunststofafval.

Het LIS-SV bedienen
Alle instellingen en weergaven in het hoofdmenu (parameterniveau) van het LIS worden via parameters getoond. Elke parameter wordt door een tweecijferig of driecijferig getal op de display weergegeven. De meeste parameters hebben een waarde, die wordt weergegeven of kan worden ingesteld.
Toetsfunctie
OmlaagOmhoog

- Enter:
Kort indrukken bij invoer van een waarde of een getal: springt naar het volgende cijfer.
Kort indrukken binnen een parameter: slaat de gewijzigde waarde op.
Kort indrukken bij invoeren van een code: bevestigt de code.
Lang indrukken binnen een parameter: opent de weergave voor invoer van de code om de waarde te wijzigen.
Lang indrukken na invoer van de PIN: opent het parameterniveau.
- Pijltoetsen omhoog en omlaag:
In het parameterniveau: selecteert een parameter.
Bij invoer van een waarde: invoer van de getallen.
Getallen invoeren
Opmerking
Getallen worden altijd volgens hetzelfde principe ingevoerd, of het nu om de invoer van waarden in parameters, een code of een PIN gaat. Er worden altijd slechts 4 cijfers getoond, omdat het display slechts 4 cijfers kan weergeven. Er kunnen echter ook grotere getallen worden ingevoerd. In dit geval worden de cijfers na de komma uit het display geschoven en zijn dus verborgen.
- Voer het eerste cijfer in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter om naar het volgende cijfer te springen.
- Herhaal de procedure voor de volgende cijfers.
Instelmogelijkheid:
De tabel toont de instelmogelijkheden voor de parameter P 6.1. Bij sommige parameters zijn de instelmogelijkheden echter anders. Met betrekking tot het draagvermogen kan er bijv. ook 100 t worden ingevoerd.
Voorbeeld P 6.1:
Weergave |
Positie |
Instelmogelijkheid |
|---|---|---|
0.000 |
1e cijfer |
0 ‒ 97 |
0.000 |
2e cijfer |
0 ‒ 9 |
0.000 |
3e cijfer |
0 ‒ 9 |
0.000 |
4e cijfer |
0 ‒ 9 |
Twee-/driecijferig getal op de eerste positie instellen:
Als het getal van eencijferig naar twee- of driecijferig wisselt, wordt de punt op het display één of twee plekken verschoven. De cijfers achter de komma worden dan uit het display geschoven, omdat er slechts 4 cijfers kunnen worden weergegeven.
De invoer van de getallen begint altijd rechts met het derde cijfer achter de komma.
In te voeren waarde |
Invoer in LIS |
Weergave op LIS |
|---|---|---|
1250 kg |
1.250 |
1.250 |
10250 kg |
10.250 |
10.25 |
100000 kg |
100.000 |
100.0 |
Voorbeeld eencijferig:

- Voer de waarde 1250 kg in met de pijltoetsen en enter.
Voorbeeld tweecijferig:

- Voer de waarde 10250 kg in met de pijltoetsen en enter.
Parameterniveau openen
Alleen bij collectief lastgeheugen
Bij een LIS met collectief lastgeheugen kan voor het oproepen van het parameterniveau het collectieve lastgeheugen worden uitgelezen. Het uitlezen van het collectieve lastgeheugen kan worden overgeslagen door op enter te drukken.

- Houd enter ingedrukt tot „Code” op het display verschijnt.
- Terwijl enter ingedrukt wordt gehouden, worden de actuele bedrijfsuren kort weergegeven.
Collectief lastgeheugen uitlezen:
- Druk lang op enter.
- Voer de code 2223 in.
- Druk kort op enter.
- De actuele waarden van het collectieve lastgeheugen worden weergegeven. Zie „P 5.2 Collectief lastgeheugen”.
Collectief lastgeheugen overslaan:
- Sla deze paragraaf over als het collectieve lastgeheugen niet moet worden uitgelezen.

- Druk kort op enter.
- Op het display staat „P - nr”.

- Druk lang op enter.
- Voer de PIN 0055 in.

- Druk zo lang op enter tot P 0.0 op het display verschijnt.
- Het parameterniveau is geopend.
In het parameterniveau zijn de stuursignalen hijsen en neerlaten principieel gedeactiveerd, tenzij in de desbetreffende parameter wordt aangegeven dat hijsen/neerlaten mogelijk is.
- Selecteer de gewenste parameter met de pijltoetsen en voer de instellingen uit.
Als een verkeerde code is ingevoerd:
De code of PIN mag maximaal drie keer achter elkaar verkeerd worden ingevoerd. Bij de vierde keer wordt het LIS vergrendeld en op het display verschijnt [no].

Opmerking
Het LIS blijft werken met de laatst ingevoerde waarden. Het LIS moet worden opgestuurd om het te ontgrendelen. Neem in dit geval contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.
Waarden wijzigen
Voor sommige parameters kunnen in het parameterniveau waarden worden gewijzigd. Hierbij wordt altijd eerst de actuele waarde weergegeven en deze kan vervolgens worden gewijzigd. Om onbedoelde wijzigingen te voorkomen, moet voor het wijzigen van de waarde de code 1443 worden ingevoerd.

- Er is een parameter geopend.
- De actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Voer de waarde in.
- Druk kort op enter.
- Op het display wordt kort „SP” weergegeven.
- De waarde is opgeslagen.
Parameterniveau verlaten
Het parameterniveau moet altijd worden verlaten met de parameter P 9.9, zodat de waarden worden opgeslagen en de overlastbeveiliging weer actief is!

- Selecteer de parameter P 9.9 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- Het parameterniveau wordt afgesloten.
Weergave in de bedrijfsmodus
Stand-bymodus:

- Lopende balken van links naar rechts door het display.
Stuursignaal „hijsen”:

- Balken lopen van linksonder naar rechtsboven door het display (stijgende trap).
Stuursignaal „neerlaten”:

- Balken lopen van linksboven naar rechtsonder door het display (dalende trap).
Overzicht parameters
Opmerking
In het eerste bedieningsniveau wordt het collectieve lastgeheugen uitgelezen. De aangegeven parameters bevinden zich op het tweede parameterniveau. Het derde parameterniveau is uitsluitend toegankelijk voor ABUS!
Parameter |
Instelbereik |
Benaming |
Zie |
|---|---|---|---|
P 0.0 |
0 t – 320 t |
Maximaal draagvermogen instellen |
|
P 1.0 |
0 t – 180 t |
Maximaal draagvermogen van eigen hijswerk instellen |
„P 1.0/P 2.0/P 3.0 Maximaal draagvermogen hijswerk instellen” |
P 2.0 |
0 t – 180 t |
Maximaal draagvermogen van hijswerk op ingang F2 instellen |
„P 1.0/P 2.0/P 3.0 Maximaal draagvermogen hijswerk instellen” |
P 3.0 |
0 t – 180 t |
Maximaal draagvermogen van hijswerk op ingang F3 instellen |
„P 1.0/P 2.0/P 3.0 Maximaal draagvermogen hijswerk instellen” |
P 4.0 |
0 % – 110 % |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging voor de totale belasting van de kraan instellen |
„P 4.0 Schakelpunt van de overlastbeveiliging voor de totale belasting van de kraan instellen” |
P 4.1 |
0 % – 110 % |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging van het eigen hijswerk instellen |
„P 4.1/P 4.2/P 4.3 Schakelpunten van de overlastbeveiliging van de afzonderlijke hijswerken instellen” |
P 4.2 |
0 % – 110 % |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging van het hijswerk op ingang F2 instellen |
„P 4.1/P 4.2/P 4.3 Schakelpunten van de overlastbeveiliging van de afzonderlijke hijswerken instellen” |
P 4.3 |
0 % – 110 % |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging van het hijswerk op ingang F3 instellen |
„P 4.1/P 4.2/P 4.3 Schakelpunten van de overlastbeveiliging van de afzonderlijke hijswerken instellen” |
P 4.40 |
0 % – 110 % |
Tweede lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting van de kraan instellen |
„P 4.40 Tweede lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting van de kraan instellen” |
P 4.41 |
0 % – 110 % |
Tweede lastafhankelijke schakelpunt van eigen hijswerk instellen |
„P 4.41/P 4.42/P 4.43 Tweede lastafhankelijke schakelpunt van de hijswerken instellen” |
P 4.42 |
0 % – 110 % |
Tweede lastafhankelijke schakelpunt van hijswerk op ingang F2 instellen |
„P 4.41/P 4.42/P 4.43 Tweede lastafhankelijke schakelpunt van de hijswerken instellen” |
P 4.43 |
0 % – 110 % |
Tweede lastafhankelijke schakelpunt van hijswerk op ingang F3 instellen |
„P 4.41/P 4.42/P 4.43 Tweede lastafhankelijke schakelpunt van de hijswerken instellen” |
P 4.5 |
0 % – 110 % |
Lastafhankelijk schakelpunt van stroomtransformatormodule instellen |
„P 4.5 Lastafhankelijk schakelpunt van stroomtransformatormodule instellen” |
P 5.0 |
Geen functie |
||
P 5.01 |
Gevoeligheid „snelle lasttoename” instellen |
||
P 5.1 |
In h |
Theoretische levensduur weergeven |
|
P 5.2 |
In h |
Collectief lastgeheugen uitlezen |
|
P 5.3 |
Test bij de keuring voor de eerste inbedrijfstelling |
„P 5.3 Test bij de keuring voor de eerste inbedrijfstelling” |
|
P 5.4 |
Apparaatdiagnose uitvoeren |
||
P 5.5 |
Waarden wissen |
||
P 5.6 |
1 – 9999 |
Stroomcorrectiefactor instellen |
|
P 5.7 |
0, 1, 2 |
Bedrijf aan tweeling-hijswerk instellen |
|
P 5.8 |
0, 1 |
Bedrijf met ABUS-gelijkloopbesturing vrijgeven |
|
P 5.10 |
P 5.11 – P 5.99 |
Bedrijf met frequentieomvormer ABULiner vrijgeven |
|
P 9.9 |
Parameterniveau verlaten |
Parameter |
Instelbereik |
Benaming |
Zie |
|---|---|---|---|
P 1.1 |
In kHz |
Nulpuntsbepaling voor eigen hijswerk uitvoeren |
|
P 1.2 |
Instelling met testlast voor eigen hijswerk |
||
P 1.3 |
0 Hz – 64999 kHz |
Nulpuntfrequentie voor eigen hijswerk uitlezen of invoeren |
|
P 1.4 |
0 Hz – 64999 |
Versterkingsfactor voor eigen hijswerk uitlezen of invoeren |
|
P 2.1 |
In kHz |
Nulpuntsbepaling voor hijswerk op ingang F2 uitvoeren |
|
P 2.2 |
Instelling met testlast voor hijswerk op ingang F2 |
||
P 2.3 |
0 Hz – 64999 kHz |
Nulpuntfrequentie voor hijswerk op ingang F2 uitlezen of invoeren |
|
P 2.4 |
0 Hz – 64999 |
Versterkingsfactor voor hijswerk op ingang F2 uitlezen of invoeren |
|
P 3.1 |
In kHz |
Nulpuntsbepaling voor hijswerk op ingang F3 uitvoeren |
|
P 3.2 |
Instelling met testlast voor hijswerk op ingang F3 |
||
P 3.3 |
0 Hz – 64999 kHz |
Nulpuntfrequentie voor hijswerk op ingang F3 uitlezen of invoeren |
|
P 3.4 |
0 Hz – 64999 |
Versterkingsfactor voor hijswerk op ingang F3 uitlezen of invoeren |
|
P 6.1 |
10 h – 124000 h |
Theoretische levensduur invoeren |
|
P 6.2 |
0 h – 124000 h |
Startwaarde invoeren |
|
P 6.3 |
Waarden wissen (inclusief collectief lastgeheugen) |
||
P 6.4 |
0 h – 21845 h |
Werkelijke levensduur S weergeven |
|
P 6.5 |
0 h – 65535 h |
Bedrijfsuren Ti weergeven |
|
P 7.00 |
0 t – 408 t |
Lastindicatie van de totale belasting weergeven |
|
P 7.01 |
0 t – 127 t |
Lastindicatie van het eigen hijswerk weergeven |
|
P 7.02 |
0 t – 127 t |
Lastindicatie van het hijswerk op ingang F2 weergeven |
|
P 7.03 |
0 t – 127 t |
Lastindicatie van het hijswerk op ingang F3 weergeven |
|
P 7.1 |
0 Hz – 65535 kHz |
Meetfrequentie van het eigen hijswerk weergeven |
|
P 7.2 |
0 Hz – 65535 kHz |
Meetfrequentie van het hijswerk op ingang F2 weergeven |
|
P 7.3 |
0 Hz – 65535 kHz |
Meetfrequentie van het hijswerk op ingang F3 weergeven |
|
P 7.4 |
Geen functie |
||
P 7.5 |
0 A – 185 A |
Motorstroom weergeven |
|
P 7.6 |
0 V – 627 V |
Netspanning weergeven |
|
P 7.61 |
In V |
Netspanningsanalyse |
|
P 7.7 |
0 Hz – 120 Hz |
Motorfrequentie weergeven |
|
P 8.0 |
Wachtwoord voor parameterniveau 3 |
||
P 9.9 |
Parameterniveau verlaten |
Monteren en aansluiten
Dit geldt voor iedereen die aan de kraan werkt, voordat hij in bedrijf wordt gesteld.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het inbedrijfstellingspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door onvakkundige en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerde inbedrijfstelling.
ABUS adviseert de ingebruikname door ABUS-montageteams te laten uitvoeren.
Kraan met LIS-SV aansluiten
- Sluit aan volgens het schakelschema.
Fabrieksinstelling controleren
- Hijs een testlast.
- Vergelijk de waarde die het LIS-SV in de desbetreffende parameters voor de lastindicatie (P 7.00, P 7.01, P 7.02, P 7.03) of op het lastdisplay weergeeft.
Bij een afwijking van meer dan -5% tot +5% moeten de desbetreffende parameters worden aangepast!
In dit geval is een aanpassing van de desbetreffende parameters of van het desbetreffende hijswerk noodzakelijk of moet er opnieuw worden gemeten. Zie „P 1.2/P 2.2/P 3.2 Instelling met testlast”.
LIS-SV uitlezen en instellen
Wanneer het LIS-SV niet vooraf ingesteld is of als er instellingen moeten worden aangepast, moeten de desbetreffende parameters worden ingesteld.
P 0.0 Maximaal draagvermogen instellen
In deze parameter wordt het maximale draagvermogen van de kraan ingevoerd. Als er slechts één hijswerk wordt geanalyseerd, is het maximale draagvermogen altijd gelijk aan het maximale draagvermogen van het eigen hijswerk.
Opmerking
Bij een analyse van de totale belasting mag het maximale draagvermogen van de volledige kraan lager zijn dan de som van de afzonderlijke draagvermogens van de hijswerken. Dit is bijv. het geval wanneer het LIS-SV de totale belasting bewaakt en de afzonderlijke draagvermogens hoger zijn dan het maximale draagvermogen van de kraan (bijv. 5 t (5 t/3 t)).
- Selecteer de parameter P 0.0 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Voer het maximale draagvermogen van de kraan in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 1.0/P 2.0/P 3.0 Maximaal draagvermogen hijswerk instellen
In deze parameters wordt het maximale draagvermogen van het desbetreffende hijswerk ingevoerd.
Als het hijswerk niet aanwezig is, hoeft er in de desbetreffende parameter geen maximaal draagvermogen te worden ingevoerd. In dit geval heeft de desbetreffende parameter de waarde 0.
Opmerking
Parameter P 3.0 kan niet worden ingesteld, indien onder P 5.11 een waarde is opgeslagen. Als in P 5.11 een waarde is opgeslagen, is het LIS-SV geactiveerd voor bedrijf met de frequentieomvormer ABULiner. In dit geval moet P 5.11 eerst op 0 worden gezet. Zie producthandboek „ABULiner hijsen/neerlaten”.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen.
- P 1.0 voor het eigen hijswerk
- P 2.0 voor het hijswerk op ingang F2
- P 3.0 voor het hijswerk op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Voer het maximale draagvermogen van het desbetreffende hijswerk in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 4.0 Schakelpunt van de overlastbeveiliging voor de totale belasting van de kraan instellen
In deze parameter wordt het schakelpunt van de overlastbeveiliging van de totale belasting van de kraan ingesteld. De instelling wordt uitgevoerd als percentage van het ingevoerde maximale draagvermogen van de kraan tussen 0% en 110%. De waarde kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Bij meerdere hijswerken moet de ingevoerde waarde bij alle hijswerken identiek zijn, omdat het bij de overlastbeveiliging om de totale belasting gaat en dus om die van de hele kraan. Alle hijswerken schakelen bij overschrijding van de ingevoerde waarde uit en de overlastbeveiliging krijgt de status overlast. Tegelijkertijd toont het LIS-SV de actueel gemeten last en knippert deze elke seconde.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 0.0.
- Selecteer de parameter P 4.0 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen van de kraan in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 4.1/P 4.2/P 4.3 Schakelpunten van de overlastbeveiliging van de afzonderlijke hijswerken instellen
In deze parameters kunnen de schakelpunten van de overlastbeveiliging van de afzonderlijke hijswerken worden ingesteld. De parameters hebben daarbij altijd betrekking op het eigen hijswerk, dus het hijswerk dat in het momenteel ingestelde apparaat is geïntegreerd (aangesloten op ingang F1), en maximaal twee andere hijswerken op ingang F2 en F3. De waarde bedraagt tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen en kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Het desbetreffende hijswerk op de desbetreffende ingang schakelt na overschrijding van de opgeslagen waarde uit en de overlastbeveiliging krijgt de status overlast. Tegelijkertijd toont het LIS-SV de last en knippert deze elke seconde.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 4.1 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 4.2 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 4.3 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 2% en 110% van het maximale draagvermogen van het desbetreffende hijswerk in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 4.40 Tweede lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting van de kraan instellen
In deze parameter wordt het tweede lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting van de kraan in het bereik van 0% tot 110% van het maximale draagvermogen ingesteld. De waarde kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Het tweede lastafhankelijke schakelpunt wordt geactiveerd doordat de ingang EA op het LIS-SV wordt geschakeld. Daardoor kunnen bijv. deellastbereiken (verminderd maximaal draagvermogen van de hoofdtraverse, bijv. aan de rand) worden gerealiseerd, die door een kruisschakelaar worden geschakeld.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 0.0.
- Selecteer de parameter P 4.40 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 0% en 110% van het draagvermogen van de kraan in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 4.41/P 4.42/P 4.43 Tweede lastafhankelijke schakelpunt van de hijswerken instellen
In deze parameter kunnen de tweede lastafhankelijke schakelpunten van de afzonderlijke hijswerken worden ingesteld. De parameters hebben daarbij altijd betrekking op het eigen hijswerk, dus het hijswerk dat in het momenteel ingestelde apparaat is geïntegreerd (aangesloten op ingang F1), en maximaal twee andere hijswerken op ingang F2 en F3. De waarde bedraagt tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen van het hijswerk en kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Het desbetreffende hijswerk op de desbetreffende ingang schakelt na overschrijding van de opgeslagen waarde uit en de overlastbeveiliging krijgt de status overlast. Tegelijkertijd toont het LIS-SV de last en knippert deze elke seconde.
Het tweede lastafhankelijke schakelpunt van de overlastbeveiliging wordt geactiveerd wanneer de ingang EA op het LIS-SV wordt geschakeld. Daardoor kan bijv. een signaallamp worden geschakeld die bij een overlast gaat branden.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 1.0 voor ingang F1, P 2.0 voor ingang F2 of P 3.0 voor ingang F3.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen.
- P 4.41 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 4.42 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 4.43 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 0% en 110% van het draagvermogen van het desbetreffende hijswerk in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 4.5 Lastafhankelijk schakelpunt van stroomtransformatormodule instellen
In deze parameter wordt het lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting in het bereik van 0% tot 110% van het maximale draagvermogen ingesteld. De waarde kan worden ingesteld in stappen van 2%.
In tegenstelling tot parameter P 4.40 wordt het lastafhankelijke schakelpunt niet via uitgang TxD - EA op het LIS-SV gerealiseerd, maar via de externe stroomtransformatormodule. Bij overschrijding van de ingestelde waarde schakelt het relais op de printplaat van de stroomtransformatormodule.
Dit lastafhankelijke schakelpunt wordt gebruikt om functies potentiaalvrij te schakelen.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 0.0.
- Selecteer de parameter P 4.5 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actueel opgeslagen waarde wordt weergegeven.
- Stel de gewenste waarde tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen van de kraan in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 5.01 Gevoeligheid „snelle lasttoename” instellen
Met deze parameter kan worden ingesteld hoe gevoelig het hijswerk op plotseling hijsen van een last reageert. Bij plotseling hijsen van een last schakelt het hijswerk terug van de hoge naar de lage hijssnelheid totdat de snelle lasttoename voorbij is.
De waarde heeft geen eenheid en kan worden ingesteld tussen 20 en 255. Daarbij is 20 zeer gevoelig en 255 ongevoelig.
Opmerking
De parameter is alleen toegankelijk met een speciale code! Neem contact op met de ABUS-service indien de instelling van de snelle lasttoename vereist is. Zie „ABUS-service”.
- Selecteer de parameter P 5.01 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- De actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code in.
- Druk kort op enter.
- Voer de waarde in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 5.1 Theoretische levensduur weergeven
Deze parameter toont de vollasturen van de desbetreffende classificatie vlg. FEM aan, waarin het hijswerk is ingedeeld.
Wanneer het collectieve lastgeheugen niet actief is, wordt hier 0000 weergegeven.
Classificatie vlg. FEM |
Vollasturen |
|
|---|---|---|
1Dm |
M1 |
100 |
1Cm |
M2 |
200 |
1Bm |
M3 |
400 |
1Am |
M4 |
800 |
2m |
M5 |
1600 |
3m |
M6 |
3200 |
4m |
M7 |
6300 |
5m |
M8 |
12500 |
- Selecteer de parameter P 5.1 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt P 5.1.
P 5.2 Collectief lastgeheugen uitlezen
In deze parameter kunnen de gegevens van het collectieve lastgeheugen worden uitgelezen.
Deze parameter kan worden opgeroepen via het parameterniveau of direct vanuit de weergave in bedrijfsmodus. Zie „Parameterniveau openen”.
Het collectieve lastgeheugen bevat in totaal 6 waarden.
Waarde |
Betekenis |
|---|---|
1 |
Theoretische levensduur D |
2 |
Werkelijke levensduur S |
3 |
Factor van het belastingspectrum Kmi |
4 |
Bedrijfsuren Ti |
5 |
Resterende levensduur |
6 |
Startwaarde |
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 2223 in.
- Druk kort op enter.
- Het collectieve lastgeheugen toont de eerste waarde.
- Druk telkens kort op enter om naar de volgende waarde te gaan.
- Druk lang op enter om het collectieve lastgeheugen te verlaten.
- Het LIS is in de bedrijfsmodus.
- P 5.2 wordt weergegeven.
P 5.3 Test bij de keuring voor de eerste inbedrijfstelling
Opmerking
Deze functie wordt meestal voor de keuring voorafgaand aan de eerste inbedrijfstelling gebruikt door een expert.
De overlastbeveiliging is in deze parameter buiten werking! Na 45 minuten sluit de parameter automatisch en is de overlastbeveiliging weer actief.
Weergave op display |
Functie |
|---|---|
1 |
Hijsen/neerlaten niet mogelijk |
2 |
Hijsen/neerlaten langzaam mogelijk |
3 |
Hijsen/neerlaten langzaam en snel mogelijk |
4 |
Hijsen/neerlaten langzaam en snel mogelijk Tweede lastafhankelijke schakelpunt overbrugd |
5 |
Niet bezet |
- Roep parameter P 5.3 op met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de eerste waarde uit de tabel wordt weergegeven.
- Druk kort op enter om tussen de waarden te schakelen.
- Controleer de functies.
- Druk lang op enter.
- Op het display verschijnt P 5.3.
P 5.4 Apparaatdiagnose uitvoeren
Met deze parameter kunnen de relais van het LIS handmatig worden geschakeld. Daarnaast kan het stuursignaal op de ingangen E1 t/m E7 en EA worden gecontroleerd.
Opmerking
De parameter bestaat uit 3 stappen:
- Test van de relais voor de uitgangen
- Test van het tweede lastafhankelijke schakelpunt
- Test van de ingangen E1 – E7, EAHet hijswerk gaat niet omhoog en omlaag als deze parameter actief is!
- Selecteer de parameter P 5.4 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt „Code”.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Roep de volgende schakelpunten in de tabel achtereenvolgens op door op enter te drukken.
Met de verschillende schakelpunten in de tabel kunnen de relais voor de uitgangen en ingangen worden gecontroleerd. De controle van het tweede lastafhankelijke schakelpunt is nog niet mogelijk.
Test van de relais voor de uitgangen |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Toestand van de schakelcontacten |
Weergave display |
Opmerking |
Weergave fout |
||||
Testpunt |
Hijsen |
Neerlaten |
Snel |
Bewaking |
|||
- - 0 - |
0 |
0 |
0 |
0 |
0001 |
Alle relais in rustpositie |
0000 |
- - 1 - |
1 |
0 |
0 |
0 |
1000 |
Relais voor „hijsen” geschakeld |
1001 |
- - 2 - |
0 |
1 |
0 |
0 |
0100 |
Relais voor „neerlaten” geschakeld |
0101 |
- - 3 - |
0 |
0 |
1 |
1 |
0011 |
Relais voor „snel” geschakeld |
0010 |
Test van het tweede lastafhankelijke schakelpunt |
|
|---|---|
- - 4 - |
Test voor het tweede lastafhankelijke schakelpunt: momenteel niet actief! |
- - 5 - |
|
Test van de ingangen E6/E2/E7/EA |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Toestand van de ingangen |
Weergave display |
Opmerking |
Weergave fout |
||||
Testpunt |
E6 |
E2 |
E7 |
EA |
|||
- - 6 - |
0 |
0 |
0 |
0 |
4000 |
Geen signaal op de ingangen Bewaking OK |
0000 |
1 |
0 |
0 |
0 |
0001 |
Signaal op de ingang „hijsen” |
4000 |
|
0 |
1 |
0 |
0 |
0020 |
Signaal op de ingang „neerlaten” |
4000 |
|
1 |
0 |
1 |
1 |
0301 |
Signaal op de ingang „snel/hijsen” |
4000 |
|
0 |
1 |
1 |
1 |
0320 |
Signaal op de ingang „snel/neerlaten” |
4000 |
|
Test van de ingangen E5/E4/E3/E1 |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Toestand van de ingangen |
Weergave display |
Opmerking |
Weergave fout |
||||
Testpunt |
E5 |
E4 |
E3 |
E1 |
|||
- - 7 - |
0 |
0 |
0 |
1 |
0005 |
Signaal op ingang E1 geanalyseerd. (Alleen bij totale belasting) |
0000 |
0 |
0 |
1 |
0 |
0060 |
Signaal op ingang E3 geanalyseerd. (Alleen bij tarra) |
0000 |
|
0 |
1 |
0 |
0 |
0700 |
Signaal op ingang E4 geanalyseerd. (Alleen bij twee loopkatten in synchroon bedrijf) |
0000 |
|
1 |
0 |
0 |
0 |
8000 |
Signaal op ingang E5 geanalyseerd. (Alleen bij twee loopkatten in synchroon bedrijf) |
0000 |
|
P 5.5 Waarden wissen
Met deze parameter worden alle waarden gewist, met uitzondering van het collectieve lastgeheugen.
- Roep parameter P 5.5 op met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt „Code”.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt knipperend „LOE”.
- Houd enter ingedrukt.
- Alle waarden behalve het collectieve lastgeheugen zijn gewist!
P 5.6 Stroomcorrectiefactor instellen
Met deze parameter wordt de correctiefactor van de stroomtransformatormodule van ABUS ingevoerd. Zoek de waarden op in onderstaande tabel.
Meetbereik |
IN [A] Stroomtransformatormodule |
Correctiefactor |
Artikel-nummer |
|---|---|---|---|
0 |
3 |
0115 |
19683 |
I |
8 |
0306 |
9743 |
II |
16 |
0613 |
9744 |
III |
23 |
0873 |
9745 |
IV |
36 |
1381 |
9746 |
V |
60 |
2344 |
9747 |
VI |
136 |
5169 |
19682 |
- Selecteer de parameter P 5.6 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- De actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk lang op enter.
- Voer de waarde uit de tabel in met pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 5.7 Bedrijf aan tweeling-hijswerk instellen
Via deze parameter wordt het vertraagd inschakelen van de hijswerken ingesteld, om te voorkomen dat er tegelijkertijd een hoge aanloopstroom bij de motoren van de hijswerken stroomt. De parameter kan de waarden 0, 1 en 2 aannemen.
Waarde |
Betekenis |
|---|---|
0 |
Hoge hijssnelheid zonder extra vertraging |
1 |
0,5 s vertraging |
2 |
1 s vertraging |
- Selecteer de parameter P 5.7 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Selecteer met de pijltoetsen afhankelijk van het toepassingsgebied de volgende instelling:
Bedrijfsmodus |
Apparaat 1 |
Apparaat 2 |
|---|---|---|
1 hijswerk |
0 |
- - - |
2 hijswerken parallel |
1 |
1 |
Bedrijf aan tweeling-hijswerk |
1 |
2 |
- Druk kort op enter.
- De ingevoerde waarde is opgeslagen.
P 5.8 Bedrijf met ABUS-gelijkloopbesturing vrijgeven
Met deze parameter wordt de ABUS-gelijkloopbesturing vrijgegeven. Voor de correcte werking van een ABUS-gelijkloopbesturing moet de parameter op de waarde 1 worden gezet.
- Selecteer de parameter P 5.8 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Zet de parameter voor het activeren van de gelijkloopbesturing met de pijltoetsen op de waarde 1.
- Druk kort op enter.
- De ingevoerde waarde is opgeslagen.
P 5.10 Bedrijf met frequentieomvormer ABULiner vrijgeven
Met deze parameter wordt het parameterniveau voor het instellen van het LIS-SV op de frequentieomvormer ABULiner vrijgegeven. Na de vrijgave is toegang tot de parameters P 5.11 t/m P 5.99 mogelijk.
Zie producthandboek „ABULiner hijsen/neerlaten”.
P 9.9 Parameterniveau verlaten
Het parameterniveau moet altijd worden verlaten met de parameter P 9.9, zodat de waarden worden opgeslagen en de overlastbeveiliging weer actief is!

- Selecteer de parameter P 9.9 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- Het parameterniveau wordt afgesloten.
P 1.1/P 2.1/P 3.1 Nulpuntsbepaling uitvoeren
Met deze parameters wordt de nulpuntsbepaling voor het desbetreffende hijswerk 1, 2 en 3 uitgevoerd. Daarbij wordt bepaald welke meetwaarde het LIS-SV bij een lege lasthaak door middel van de meetstift aan de takel meet.
Opmerking
Bij de meetprocedure mag er geen testlast of bevestigingsmiddel in de lasthaak hangen.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 1.1 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 2.1 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 3.1 voor het lastsignaal op ingang F3

- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.

- Druk kort op enter.
- Na het indrukken van de enter-knop verschijnt „MESS” op het display.
- Na 2 s verschijnt de waarde van de gemeten frequentie bij lege lasthaak op het display.
- Druk zo lang op enter tot de desbetreffende parameter (P 1.1/P 2.1/P 3.1) verschijnt.
De desbetreffende parameter kan alleen worden verlaten als de gemeten frequentiewaarde hoger dan 0,100 kHz is.
- De gemeten waarde is opgeslagen.
P 1.2/P 2.2/P 3.2 Instelling met testlast
Met deze parameters wordt bepaald welke meetwaarde het LIS-SV bij een bekende testlast door middel van de meetstift aan de takel meet. Uit deze waarde en de nulpuntsbepaling berekent het LIS-SV een proportionele functie (stijgende werklijn), waarmee later tijdens het bedrijf uit de meetwaarde van de meetstift de actuele last wordt berekend.
Opmerking
Voor het instellen met testlast is een testlast vereist waarvan het gewicht bekend is. De testlast moet 80% van het maximale draagvermogen bedragen!
De testlast moet minstens 40% van het maximale draagvermogen bedragen. Indien er een instelling met een testlast tussen 40% en 80% van het maximale draagvermogen is uitgevoerd, moet dit worden vermeld in het onderhoudsboek!
Hoe meer de testlast overeenkomt met het maximale draagvermogen, hoe nauwkeuriger wordt het gewicht van de last weergegeven.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 1.2 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 2.2 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 3.2 voor het lastsignaal op ingang F3

- Druk kort op enter.
- Op de display wordt „Last” weergegeven.

- Druk zo lang op enter tot 0.000 verschijnt.
- Voer het gewicht van de bekende testlast van rechts naar links in.

- Druk kort op enter.
- Op het display wordt een van boven naar onder verlopende trap weergegeven.
- Hijs de testlast tot deze vrij hangt.
De testlast moet rustig hangen.

- Druk op de noodstop-knop.
- Na 3 s toont het display „MESS”.
- Na 5 s toont het display de gemeten frequentie bij testlast.
- Ontgrendel de noodstopknop.
- Na de meting worden zes waarden weergegeven.
- Frequentie met actuele testlast
- Versterkingsfactor
- Nulpuntfrequentie
- Verschilwaarde tussen testlast en nulpunt
- Draagvermogen
- Waarde van de testlast
- Druk telkens kort op enter om naar de volgende waarde te gaan.
- Druk lang op enter.
- De waarden zijn opgeslagen.
P 1.3/P 2.3/P 3.3 Nulpuntfrequentie uitlezen of invoeren
Met deze parameters wordt de waarde van de frequentie [in kHz] voor het desbetreffende hijswerk uitgelezen of ingevoerd. De waarde ligt tussen 0,5 kHz en 1 kHz, zodat in geval van een draadbreuk de waarde tot „nul” kan dalen en het LIS-SV het ontbrekende signaal opmerkt.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen.
- P 1.3 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 2.3 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 3.3 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De momenteel opgeslagen waarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Voer een waarde tussen 0,5 kHz en 1 kHz in.
- Druk kort op enter.
- De ingevoerde waarde is opgeslagen.
P 1.4/P 2.4/P 3.4 Versterkingsfactor uitlezen of invoeren
Met deze parameters wordt de waarde van de versterkingsfactor voor het desbetreffende hijswerk uitgelezen of ingevoerd. De versterkingsfactor is de hoek van de stijgende werklijn, waaruit het LIS-SV het gewicht van de bevestigde last via de nulpuntfrequentie en de meetfrequentie berekent. Via deze parameter wordt dus de stijging van de stijgende werklijn ingesteld.
Opmerking
De invoeren of wijzigen van een bekende meetwaarde is alleen nodig als een apparaat wordt vervangen. In dit geval kunnen bekende meetwaarden van een oud apparaat in het nieuwe apparaat worden overgedragen of kunnen gemeten waarden van een ander hijswerk worden ingevoerd. Anders mag de waarde niet worden gewijzigd!
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen.
- P 1.4 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 2.4 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 3.4 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De momenteel opgeslagen waarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Voer de gemeten of uitgelezen waarde in.
- Druk kort op enter.
- De ingevoerde waarde is opgeslagen.
P 6.1 Theoretische levensduur invoeren
Met deze parameter wordt de theoretische levensduur aan de hand van de classificatie vlg. FEM vastgelegd en wordt het collectieve lastgeheugen geactiveerd.
Wanneer het collectieve lastgeheugen niet actief is, wordt hier 0000 weergegeven.
Opmerking
Het collectieve lastgeheugen kan alleen door ABUS worden geactiveerd. Neem contact op met de ABUS-service indien het collectieve lastgeheugen vereist is. Zie „ABUS-service”.
Classificatie vlg. FEM |
Vollasturen |
|
|---|---|---|
1Dm |
M1 |
100 |
1Cm |
M2 |
200 |
1Bm |
M3 |
400 |
1Am |
M4 |
800 |
2m |
M5 |
1600 |
3m |
M6 |
3200 |
4m |
M7 |
6300 |
5m |
M8 |
12500 |
- Selecteer de parameter P 6.1 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Voer de theoretische levensduur volgens de classificatie vlg. FEM in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
P 6.2 Startwaarde invoeren
In deze parameter kan een startwaarde [in h] worden ingevoerd, die voor de berekening van de resterende levensduur van het theoretische aantal vollasturen wordt afgetrokken. De startwaarde geeft hierbij het reeds verbruikte aantal vollasturen van het hijswerk aan.
Deze parameter wordt gebruikt wanneer er bijv. een nieuw LIS-SV voor een bestaande hijswerk wordt gebruikt.
Niveau |
|
|---|---|
1 |
Weergave opgeslagen startwaarde |
2 |
Invoer nieuwe startwaarde |
- Selecteer de parameter P 6.2 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en er wordt kort „STA” weergegeven.
- De actuele startwaarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Voer de startwaarde in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De startwaarde is opgeslagen.
P 6.3 Waarden wissen (inclusief collectief lastgeheugen)
Met deze parameter worden alle waarden inclusief het collectieve lastgeheugen gewist. Dit is alleen mogelijk met een speciale code!
Opmerking
Het collectieve lastgeheugen kan alleen met een speciale code worden gewist. Neem contact op met de ABUS-service indien het wissen vereist is. Zie „ABUS-service”.
- Roep parameter P 6.5 op met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt „Code”.
- Druk lang op enter.
- Voer de code in.
- Druk kort op enter.
- Alle waarden inclusief het collectieve lastgeheugen zijn gewist!
P 6.4 Werkelijke levensduur S weergeven
Deze parameter toont de waarde van de werkelijke levensduur [in h].
- Selecteer de parameter P 6.4 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt P 6.4.
P 6.5 Bedrijfsuren Ti weergeven
Deze parameter toont het aantal bedrijfsuren [in h].
- Selecteer de parameter P 6.5 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk kort op enter.
- Op het display verschijnt P 6.5.
P 7.00 Lastindicatie van de totale belasting weergeven
Deze parameter toont de totale belasting [in t]. De weergegeven waarde kan tussen 0 t en 408 t liggen.
- Selecteer de parameter P 7.0 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
P 7.01/P 7.02/P 7.03 Lastindicatie hijswerk weergeven
Deze parameters tonen de last van het desbetreffende hijswerk [in t]. De weergegeven waarden kunnen tussen 0 t en 127 t liggen.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 7.01 voor het eigen hijswerk
- P 7.02 voor het hijswerk op ingang F2
- P 7.03 voor het hijswerk op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
P 7.1/P 7.2/P 7.3 Meetfrequentie weergeven
Deze parameters tonen de lastproportionele frequentie van de meetstift [in kHz] van de desbetreffende ingang. De weergegeven waarden kunnen tussen 0 kHz en 65.535 kHz liggen.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 7.1 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 7.2 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 7.3 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
P 7.5 Motorstroom weergeven
Met deze parameter kan de motorstroom [in A] worden afgelezen. De meting kan alleen worden uitgevoerd als de motor draait. Nadat de motor is uitgeschakeld blijft de waarde staan tot er een nieuwe meting wordt uitgevoerd. Daarom is de kraan in deze parameter functioneel en kan deze hijsen/neerlaten.
De weergegeven waarde kan tussen 0 A en 185 A liggen.
- Selecteer de parameter P 7.5 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en op het display wordt 00.00 weergegeven.
- Druk op „hijsen” of „neerlaten”.
- De actuele waarde wordt weergegeven.
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
P 7.6 Netspanning weergeven
Met deze parameter kan de netspanning [in V] worden afgelezen. Nadat de motor is uitgeschakeld blijft de waarde staan tot er een nieuwe meting wordt uitgevoerd. Daarom is de kraan in deze parameter functioneel en kan deze hijsen/neerlaten.
De weergegeven waarde kan tussen 0 V en 627 V liggen.
- Selecteer de parameter P 7.6 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
P 7.61 Netspanningsanalyse
Deze parameter dient voor de eenvoudige en snelle diagnose en meting van het netspanningsverloop bij de start van de hoge hijssnelheid. De meting wordt uitgevoerd als de motor draait, daarom is de kraan in deze parameter functioneel en kan deze hijsen/neerlaten.
De kraan moet bij de meting zo ver mogelijk van de voeding van de contactleiding worden gepositioneerd, zodat het spanningsverlies op de contactleiding mee wordt gemeten.
In totaal worden 10 waarden van de netspanning [in V] gemeten. Om de 50 ms wordt de netspanning bij het starten van de hoge hijssnelheid gemeten.
- Zet de kraan zo ver mogelijk van de voeding van de contactleiding.
- Bevestig de testlast.
- Hijs de testlast 2 s met lage hijssnelheid en schakel dan voor minstens 2 s om naar de hoge hijssnelheid.
- Selecteer de parameter P 7.61 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- De eerste waarde wordt weergegeven.
- Druk kort op enter om naar de volgende waarde te gaan.
Waarde |
|
|---|---|
1 |
Netspanning die gemeten is bij lage hijssnelheid 50 ms voor het omschakelen naar de hoge hijssnelheid. |
2 |
Netspanning die gemeten is op het tijdstip van omschakelen van de lage naar de hoge hijssnelheid. |
3 tot 10 |
Netspanning die daarna om de 50 ms is gemeten. |
Bij een netspanning van in totaal 400 V mogen de gemeten waarden volgens het gegevensblad maximaal -6,5% afwijken. Deze waarden mogen niet worden onderschreden!
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
- Zet de testlast neer.
P 7.7 Motorfrequentie weergeven
Deze parameter toont de motorfrequentie [in Hz]. De weergegeven waarde kan tussen 0 Hz en 120 Hz liggen. Deze parameter is alleen in combinatie met „ABULiner hijsen/neerlaten” actief!
- Selecteer de parameter P 7.7 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
Vervolgens moet het parameterniveau opnieuw worden opgeroepen om de parameter te verlaten.
- Druk zo lang op enter tot „Code” of „P-nr” op het display verschijnt.
- Open het parameterniveau.
- Verlaat het parameterniveau via P 9.9.
P 8.0 Wachtwoord voor parameterniveau 3
Uitsluitend toegankelijk voor ABUS!
P 9.9 Parameterniveau verlaten
Het parameterniveau moet altijd worden verlaten met de parameter P 9.9, zodat de waarden worden opgeslagen en de overlastbeveiliging weer actief is!

- Selecteer de parameter P 9.9 met de pijltoetsen.
- Druk lang op enter.
- Het parameterniveau wordt afgesloten.
Principeschets: bewaking van de totale belasting bij kraan met twee loopkatten
Alleen bij bewaking van de totale belasting
Wanneer een totale belasting moet worden bewaakt, moeten voor beide hijswerken de waarden van het respectief andere hijswerk worden ingevoerd of worden gemeten, zodat deze in het LIS-SV zijn opgeslagen.
De volgende parameters worden gebruikt om het respectief andere hijswerk te meten:
- In de parameters P 1.1 en P 1.2 wordt de waarde voor het eigen hijswerk gemeten.
- In de parameters P 2.1 en P 2.2 worden de waarden van het respectief andere hijswerk gemeten en opgeslagen.
De volgende parameters worden gebruikt om de waarden van het respectief andere hijswerk in te voeren:
- De onder de parameters P 1.1 en P 1.2 gemeten waarden kunnen onder parameter P 1.3 of P 1.4 in het eigen hijswerk worden afgelezen.
- In de parameters P 2.3 en P 2.4 wordt de waarde van het respectief andere hijswerk ingevoerd.
Waarden van andere hijswerken invoeren
- Controleer de toewijzing volgens het schakelschema en voer de parameterinstelling uit in overeenstemming met de bezetting van de ingangen.

Benaming |
Parameter |
Loopkat I ■ |
Loopkat II ■ |
|---|---|---|---|
Maximaal draagvermogen van de totale belasting |
P 0.0 |
8 |
8 |
Maximaal draagvermogen van de loopkat op ingang F1 |
P 1.0 |
5 |
5 |
Maximaal draagvermogen van de loopkat op ingang F2 |
P 2.0 |
5 |
5 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging voor de totale belasting |
P 4.0 |
110 |
110 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging op ingang F1 |
P 4.1 |
110 |
110 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging op ingang F2 |
P 4.2 |
110 |
110 |
Nulpuntsbepaling op ingang F1 |
P 1.1 |
0,638 |
0,873 |
Instelling met testlast loopkat I |
P 1.2 |
5,187 |
8,000 |
Nulpuntfrequentie op ingang F2 |
P 2.3 |
0,873 |
0,638 |
Versterkingsfactor op ingang F2 |
P 2.4 |
8,000 |
5,187 |
Principeschets: bewaking van de totale belasting bij kraan met drie loopkatten
Alleen bij bewaking van de totale belasting
Wanneer een totale belasting moet worden bewaakt, moeten voor alle hijswerken de waarden van de respectieve andere hijswerken worden ingevoerd of worden gemeten, zodat deze in het LIS-SV zijn opgeslagen.
De volgende parameters worden gebruikt om de respectieve andere hijswerken te meten:
- In de parameters P 1.1 en P 1.2 wordt de waarde voor het eigen hijswerk gemeten.
- In de parameters P 2.1 en P 2.2 alsook P 3.1 en P 3.2 worden de waarden van de respectieve andere hijswerken gemeten en opgeslagen.
De volgende parameters worden gebruikt om de waarden van de respectieve andere hijswerken in te voeren:
- De onder de parameters P 1.1 en P 1.2 gemeten waarden kunnen onder parameter P 1.3 of P 1.4 in het eigen hijswerk worden afgelezen.
- In de parameters P 2.3 en P 2.4 alsook P 3.3 en P 3.4 worden de waarden van de respectieve andere hijswerken ingevoerd.
Waarden van andere hijswerken invoeren
- Controleer de toewijzing volgens het schakelschema en voer de parameterinstelling uit in overeenstemming met de bezetting van de ingangen.

Benaming |
Parameter |
Loopkat I ■ |
Loopkat II ■ |
Loopkat III ■ |
|---|---|---|---|---|
Maximaal draagvermogen van de totale belasting |
P 0.0 |
8 |
8 |
8 |
Maximaal draagvermogen van de loopkat op ingang F1 |
P 1.0 |
5 |
3 |
2 |
Maximaal draagvermogen van de loopkat op ingang F2 |
P 2.0 |
3 |
5 |
5 |
Maximaal draagvermogen van de loopkat op ingang F3 |
P 3.0 |
2 |
2 |
3 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging voor de totale belasting |
P 4.0 |
110 |
110 |
110 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging op ingang F1 |
P 4.1 |
110 |
110 |
110 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging op ingang F2 |
P 4.2 |
110 |
110 |
110 |
Schakelpunt van de overlastbeveiliging op ingang F3 |
P 4.3 |
110 |
110 |
110 |
Nulpuntsbepaling op ingang F1 |
P 1.1 |
0,638 |
0,873 |
0,753 |
Instelling met testlast loopkat I |
P 1.2 |
5,187 |
8,000 |
6,203 |
Nulpuntfrequentie op ingang F2 |
P 2.3 |
0,873 |
0,638 |
0,638 |
Versterkingsfactor op ingang F2 |
P 2.4 |
8,000 |
5,187 |
5,187 |
Nulpuntfrequentie op ingang F3 |
P 3.3 |
0,753 |
0,753 |
0,873 |
Versterkingsfactor op ingang F3 |
P 3.4 |
6,203 |
6,203 |
8,000 |
Onderhoud
Dit geldt voor iedereen die de kraan onderhoudt, repareert of ombouwt.
De exploitant van de kraan is verantwoordelijk voor de keuze en de juiste kwalificatie van het onderhoudspersoneel.
Voorbeelden van bevoegde personen:
- Personen met uitgebreide kennis dankzij een vaktechnische opleiding in de machinebouw en in de elektrotechniek van kranen.
- Personen met voldoende ervaring op het gebied van gebruik, montage en onderhoud van kranen.
- Personen met uitgebreide kennis op het gebied van de desbetreffende regels van de techniek, richtlijnen en veiligheidsvoorschriften die gelden in het betreffende land.
- Personen met regelmatige scholing door ABUS.
ABUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade door niet vakkundig en door niet gekwalificeerde personen uitgevoerd onderhoud.
ABUS adviseert het onderhoud door de ABUS-service te laten uitvoeren.
Richtlijnen voor de veiligheid bij het onderhoud
Neem de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht bij alle onderhoudswerkzaamheden aan de kraan met LIS:
- Schakel de netstroomschakelaar uit. Beveilig de schakelaar, zodat deze niet per ongeluk weer wordt ingeschakeld.
- Trek de netscheidingsstekker uit de contactdoos van de kraanrelaiskast. Beveilig de contactdoos met een hangslot zodat de netscheidingsstekker er niet onbedoeld in kan worden gestoken.
- Gebruik een geschikt werkplatform en een valbeveiliging.
- Zet het werkgebied rondom het platform ruim af.
- Schakel andere kranen op dezelfde kraanbaan of kranen boven of onder de te onderhouden kraan uit. Beveilig de schakelaars, zodat deze niet per ongeluk weer kunnen worden ingeschakeld. Andere kranen zouden anders het werkplatform kunnen omgooien of tegen de te onderhouden kraan kunnen botsen.
- Breng personen in de directe omgeving op de hoogte van het onderhoud.
- Laat werkzaamheden aan het elektrische gedeelte van de kraan uitsluitend uitvoeren door geschoolde elektriciens!
- Ook na het indrukken van de noodstopknop staan er op de relaiskasten hoge spanningen die dodelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Fouten in het LIS-SV verhelpen
Als het LIS-SV niet of niet zoals verwacht functioneert, kan een storing van het LIS-SV de oorzaak daarvoor zijn.
Foutmeldingen na opstarten van het apparaat
Bij storingen in het LIS-SV:
Storingen in het LIS-SV worden aangegeven door meldingen op het display.
Melding |
Fout |
Oplossing |
|---|---|---|
Err 0 |
Maximaal draagvermogen niet ingesteld. P 1.0 groter dan P 0.0 of P 0.0 groter dan som van P 1.0 + P 2.0 + P 3.0 |
Controleer P 0.0, P 1.0 en evt. P 2.0 en P 3.0. |
Err 1 |
Nulpuntfrequentie of versterkingsfactor voor het eigen hijswerk is niet ingesteld. |
Controleer P 1.3 en P 1.4. Er moet een waarde groter dan 0 zijn ingesteld. Voer een nauwkeurige instelling uit door middel van P 1.1 en P 1.2. |
Err 2 |
Nulpuntfrequentie of versterkingsfactor voor het hijswerk op ingang F2 is niet ingesteld, hoewel in P 2.0 een draagvermogen is ingevoerd. |
Controleer P 2.3 en P 2.4. Er moet een waarde groter dan 0 zijn ingesteld. Voer een nauwkeurige instelling uit door middel van P 2.1 en P 2.2. |
Err 3 |
Nulpuntfrequentie of versterkingsfactor voor het hijswerk op ingang F3 is niet ingesteld, hoewel in P 3.0 een draagvermogen is ingevoerd. |
Controleer P 3.3 en P 3.4. Er moet een waarde groter dan 0 zijn ingesteld. Voer een nauwkeurige instelling uit door middel van P 3.1 en P 3.2. |
Err 4 |
Stroomcorrectiefactor is niet ingevoerd. |
Stel parameter P 5.6 in volgens het stroombereik van de stroomtransformatormodule. |
Err 6 |
Frequentie in nulpunt lager dan 0,100 kHz. |
Controleer ingang F1. |
Err 5, Err 9 |
Fout bij gegevensoverdracht. |
Start de software opnieuw op. Als dit niet helpt, moet het LIS-SV worden vervangen. |
Err 8 |
Fout bij het opslaan van gegevens. |
Vervang het LIS-SV. |
F1 |
Frequentie op ingang F1 is lager dan de opgeslagen waarde voor het nulpunt. |
Controleer met P 7.1 of de frequentie is herkend en voer evt. een nulpuntsbepaling met lege lasthaak uit. |
Waarde van de nulpuntfrequentie onjuist, bijv. door uitgevoerde meting met testlast in lasthaak. |
Voer de meting van de nulpuntfrequentie opnieuw uit met lege lasthaak. |
|
Meetstift defect. |
Controleer de meetstift en vervang deze, indien nodig. |
|
Voeding LIS-SV defect. |
Vervang het LIS-SV. |
|
F2 |
Frequentie op ingang F2 is lager dan de opgeslagen waarde. |
Controleer de verbinding tussen F1 en F2. Controleer met P 7.2 of de frequentie is herkend en voer evt. een nulpuntsbepaling met lege lasthaak uit. |
F3 |
Frequentie op ingang F3 is lager dan de opgeslagen waarde. |
Controleer de verbinding tussen F1 en F3. Controleer met P 7.3 of de frequentie is herkend en voer evt. een nulpuntsbepaling met lege lasthaak uit. |
00.00 |
Overlastuitschakeling bij lege lasthaak. |
Controleer P 4.0/P 4.1/P 4.2/P 4.3 en stel deze in op 110%. |
[ no ] |
PIN of code 4 keer verkeerd ingevoerd. |
Vraag een retouretiket aan via de ABUS-service en stuur het apparaat op om te ontgrendelen. |
Melding |
Fout |
Oplossing |
|---|---|---|
Test n.I.O |
Storing van het LIS-SV |
Vraag een retouretiket aan via de ABUS-service en stuur het apparaat op. |
- - H2 |
Geen foutmelding, maar de statusmelding „Een van de andere hijswerken is gestopt”. |
Als dit niet het geval is: controleer de signalen op ingang E5. |
Uitschakeling bij hoge hijssnelheid, display toont ABUS |
Spanningsverlies. |
Lees P 7.61 uit. Controleer de kabel van de stroomvoorziening en versterk deze eventueel. |
Waarde boven 110% van het draagvermogen knippert |
Bij overlast knippert de weergave elke 1 Hz en bij overstroom 2 keer per seconde elke 0,5 Hz. |
Bij overlast: zet de last neer. Bij overstroom: |
Ongedefinieerde tekens op het lastdisplay |
Draden Q en GND verwisseld. |
Controleer de bezetting. |
Stroomvoorziening defect. |
Controleer de stroomvoorziening. |
|
Waarde knippert |
Weergave motorstroom |
Motor mechanisch gehinderd, bijv. door de rem die niet opent, de overbrenging die geblokkeerd is of het kogellager is defect. Relais defect, losse aansluiting, defecte stroomafnemer. |
Display donker |
Display-bedrijfsspanning is uitgevallen. Stekkercontacten tussen hoofd- en displayplatine door agressieve omgevingscondities geoxideerd. Voeding van LIS-SV defect. |
Vervang het LIS-SV. |
Meldingen bij het instellen
Melding |
Fout |
Oplossing |
|---|---|---|
Err 0 |
P 1.0 is niet ingesteld. |
Voer het maximale draagvermogen van het eigen hijswerk in onder P 1.0. |
Err 1 |
Nulpuntfrequentie of versterkingsfactor voor het eigen hijswerk is niet ingesteld. |
Controleer P 1.3 en P 1.4. Er moet een waarde groter dan 0 zijn ingesteld. Voer een nauwkeurige instelling uit door middel van P 1.1 en P 1.2. |
Err 2 |
P 2.0 is niet ingesteld, hoewel P 2.3/P 2.4 meer dan 0 bedraagt. |
Voer het maximale draagvermogen voor het hijswerk op ingang F2 in onder P 2.0. |
Err 3 |
P 3.0 is niet ingesteld, hoewel P 3.3/P 3.4 meer dan 0 bedraagt. |
Voer het maximale draagvermogen voor het hijswerk op ingang F3 in onder P 3.0. |
Err 4 |
Stroomcorrectiefactor is niet ingevoerd. |
Stel parameter P 5.6 in volgens het stroombereik van de stroomtransformatormodule. |
Err 7 |
Bij de instelling met testlast is er een te klein frequentieverschil ten opzichte van de nulpuntfrequentie herkend. |
Herhaal de instelling met een grotere testlast. Vervang evt. de meetstift. |
F1 |
De nulpuntsbepaling is uitgevoerd met een last aan de lasthaak (bijv. een bevestigingsmiddel). |
Voer de nulpuntsbepaling uit met lege lasthaak. |
[ no ] |
PIN of code 4 keer verkeerd ingevoerd. |
Vraag een retouretiket aan via de ABUS-service en stuur het apparaat op om te ontgrendelen. |
Het LIS-SV vervangen
Wanneer het LIS defect is, moet het worden vervangen.
Opmerking
Let bij het vervangen van het LIS op de bedrijfsspanning van kraan en LIS en vergelijk deze met elkaar!
Bij onjuiste bedrijfsspanning kan het LIS beschadigd raken!
Waarden uitlezen
Als het LIS in stand-bymodus staat:
- Druk kort op enter.
- Het aantal bedrijfsuren wordt weergegeven.
In de bedrijfsmodus „hijsen” of „neerlaten”:
- Druk op „hijsen” of „neerlaten”.
- Op het display wordt voor 3 s de actuele waarde van de bedrijfsurenteller weergegeven.

- Noteer het aantal bedrijfsuren.
- Alleen bij collectief lastgeheugen:
Noteer de waarde uit het collectieve lastgeheugen. Zie „P 5.2 Collectief lastgeheugen”. - Noteer de waarden uit de parameters P 1.3, P 1.4, P 2.3, P 2.4, P 3.3 en P 3.4.
LIS-SV demonteren

- Schakel de kraan spanningsvrij.
- Trek de stekker van de meetstift en de stekker van de apparaatinterface uit het LIS-SV.
StekkerstripStekkerstrip

- Trek de stekkerstrips van de connectoren op het LIS-SV.

- Trek het LIS-SV van de DIN-rail.
- Neem het LIS-SV uit de loopkatrelaiskast.
LIS-SV monteren

- Plaats een nieuw LIS-SV in de loopkatrelaiskast.
- Klik het LIS-SV op de DIN-rail.
StekkerstripStekkerstrip

- Steek de stekkerstrips in de connectoren van het LIS-SV.

- Steek de stekker van de meetstift en de stekker van de apparaatinterface in het LIS-SV.
Waarden overdragen
- Schakel de kraan in.
- Alleen bij collectief lastgeheugen:
Voer de startwaarde in onder parameter P 6.2. - Voer de waarden uit het oude LIS-SV in op het nieuwe LIS-SV.
Indien de waarden niet kunnen worden overgenomen, moet er een nulpuntsbepaling worden uitgevoerd.
Zie „Standaardinstellingen uitvoeren”.
- Schrijf het aantal bedrijfsuren en de waarde van het collectieve lastgeheugen op de behuizing van het nieuwe LIS-SV.
Standaardinstellingen uitvoeren
Parameterniveau openen
Alleen bij collectief lastgeheugen
Bij een LIS met collectief lastgeheugen kan voor het oproepen van het parameterniveau het collectieve lastgeheugen worden uitgelezen. Het uitlezen van het collectieve lastgeheugen kan worden overgeslagen door op enter te drukken.

- Druk kort op enter.
- Op het display staat „P - nr”.

- Druk lang op enter.
- Voer de PIN 0055 in.

- Druk zo lang op enter tot P 0.0 op het display verschijnt.
- Het parameterniveau is geopend.
In het parameterniveau zijn de stuursignalen hijsen en neerlaten principieel gedeactiveerd, tenzij in de desbetreffende parameter wordt aangegeven dat hijsen/neerlaten mogelijk is.
- Selecteer de gewenste parameter met de pijltoetsen en voer de instellingen uit.
Als een verkeerde code is ingevoerd:
De code of PIN mag maximaal drie keer achter elkaar verkeerd worden ingevoerd. Bij de vierde keer wordt het LIS vergrendeld en op het display verschijnt [no].

Opmerking
Het LIS blijft werken met de laatst ingevoerde waarden. Het LIS moet worden opgestuurd om het te ontgrendelen. Neem in dit geval contact op met de ABUS-service. Zie „ABUS-service”.
Maximaal draagvermogen invoeren (P 0.0)
In deze parameter wordt het maximale draagvermogen van de kraan ingevoerd. Als er slechts één hijswerk wordt geanalyseerd, is het maximale draagvermogen altijd gelijk aan het maximale draagvermogen van het eigen hijswerk.
Opmerking
Bij een analyse van de totale belasting mag het maximale draagvermogen van de volledige kraan lager zijn dan de som van de afzonderlijke draagvermogens van de hijswerken. Dit is bijv. het geval wanneer het LIS-SV de totale belasting bewaakt en de afzonderlijke draagvermogens hoger zijn dan het maximale draagvermogen van de kraan (bijv. 5 t (5 t/3 t)).
- Selecteer de parameter P 0.0 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Voer het maximale draagvermogen van de kraan in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Maximaal draagvermogen van het hijswerk invoeren (P 1.0/P 2.0/P 3.0)
In deze parameters wordt het maximale draagvermogen van het desbetreffende hijswerk ingevoerd.
Als het hijswerk niet aanwezig is, hoeft er in de desbetreffende parameter geen maximaal draagvermogen te worden ingevoerd. In dit geval heeft de desbetreffende parameter de waarde 0.
Opmerking
Parameter P 3.0 kan niet worden ingesteld, indien onder P 5.11 een waarde is opgeslagen. Als in P 5.11 een waarde is opgeslagen, is het LIS-SV geactiveerd voor bedrijf met de frequentieomvormer ABULiner. In dit geval moet P 5.11 eerst op 0 worden gezet. Zie producthandboek „ABULiner hijsen/neerlaten”.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen.
- P 1.0 voor het eigen hijswerk
- P 2.0 voor het hijswerk op ingang F2
- P 3.0 voor het hijswerk op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Voer het maximale draagvermogen van het desbetreffende hijswerk in met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Schakelpunt van de overlastbeveiliging voor de totale belasting instellen (P 4.0)
In deze parameter wordt het schakelpunt van de overlastbeveiliging van de totale belasting van de kraan ingesteld. De instelling wordt uitgevoerd als percentage van het ingevoerde maximale draagvermogen van de kraan tussen 0% en 110%. De waarde kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Bij meerdere hijswerken moet de ingevoerde waarde bij alle hijswerken identiek zijn, omdat het bij de overlastbeveiliging om de totale belasting gaat en dus om die van de hele kraan. Alle hijswerken schakelen bij overschrijding van de ingevoerde waarde uit en de overlastbeveiliging krijgt de status overlast. Tegelijkertijd toont het LIS-SV de actueel gemeten last en knippert deze elke seconde.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 0.0.
- Selecteer de parameter P 4.0 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen van de kraan in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Schakelpunten van de overlastbeveiliging van de hijswerken instellen (P 4.1/P 4.2/P 4.3)
In deze parameters kunnen de schakelpunten van de overlastbeveiliging van de afzonderlijke hijswerken worden ingesteld. De parameters hebben daarbij altijd betrekking op het eigen hijswerk, dus het hijswerk dat in het momenteel ingestelde apparaat is geïntegreerd (aangesloten op ingang F1), en maximaal twee andere hijswerken op ingang F2 en F3. De waarde bedraagt tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen en kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Het desbetreffende hijswerk op de desbetreffende ingang schakelt na overschrijding van de opgeslagen waarde uit en de overlastbeveiliging krijgt de status overlast. Tegelijkertijd toont het LIS-SV de last en knippert deze elke seconde.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 4.1 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 4.2 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 4.3 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 2% en 110% van het maximale draagvermogen van het desbetreffende hijswerk in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Alleen bij tweede schakelpunt
Tweede schakelpunt van de totale belasting instellen (P 4.40)
In deze parameter wordt het tweede lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting van de kraan in het bereik van 0% tot 110% van het maximale draagvermogen ingesteld. De waarde kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Het tweede lastafhankelijke schakelpunt wordt geactiveerd doordat de ingang EA op het LIS-SV wordt geschakeld. Daardoor kunnen bijv. deellastbereiken (verminderd maximaal draagvermogen van de hoofdtraverse, bijv. aan de rand) worden gerealiseerd, die door een kruisschakelaar worden geschakeld.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 0.0.
- Selecteer de parameter P 4.40 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 0% en 110% van het draagvermogen van de kraan in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Tweede schakelpunten van de hijswerken instellen (P 4.41/P 4.42/P 4.43)
In deze parameter kunnen de tweede lastafhankelijke schakelpunten van de afzonderlijke hijswerken worden ingesteld. De parameters hebben daarbij altijd betrekking op het eigen hijswerk, dus het hijswerk dat in het momenteel ingestelde apparaat is geïntegreerd (aangesloten op ingang F1), en maximaal twee andere hijswerken op ingang F2 en F3. De waarde bedraagt tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen van het hijswerk en kan worden ingesteld in stappen van 2%.
Het desbetreffende hijswerk op de desbetreffende ingang schakelt na overschrijding van de opgeslagen waarde uit en de overlastbeveiliging krijgt de status overlast. Tegelijkertijd toont het LIS-SV de last en knippert deze elke seconde.
Het tweede lastafhankelijke schakelpunt van de overlastbeveiliging wordt geactiveerd wanneer de ingang EA op het LIS-SV wordt geschakeld. Daardoor kan bijv. een signaallamp worden geschakeld die bij een overlast gaat branden.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 1.0 voor ingang F1, P 2.0 voor ingang F2 of P 3.0 voor ingang F3.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen.
- P 4.41 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 4.42 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 4.43 voor het lastsignaal op ingang F3
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Stel een waarde tussen 0% en 110% van het draagvermogen van het desbetreffende hijswerk in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Alleen bij lastafhankelijk schakelpunt
Lastafhankelijk schakelpunt instellen (P 4.5)
In deze parameter wordt het lastafhankelijke schakelpunt voor de totale belasting in het bereik van 0% tot 110% van het maximale draagvermogen ingesteld. De waarde kan worden ingesteld in stappen van 2%.
In tegenstelling tot parameter P 4.40 wordt het lastafhankelijke schakelpunt niet via uitgang TxD - EA op het LIS-SV gerealiseerd, maar via de externe stroomtransformatormodule. Bij overschrijding van de ingestelde waarde schakelt het relais op de printplaat van de stroomtransformatormodule.
Dit lastafhankelijke schakelpunt wordt gebruikt om functies potentiaalvrij te schakelen.
De ingestelde waarde heeft altijd betrekking op de instelling van het maximale draagvermogen onder P 0.0.
- Selecteer de parameter P 4.5 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actueel opgeslagen waarde wordt weergegeven.
- Stel de gewenste waarde tussen 0% en 110% van het maximale draagvermogen van de kraan in.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Stroomcorrectiefactor invoeren (P 5.6)
Met deze parameter wordt de correctiefactor van de stroomtransformatormodule van ABUS ingevoerd. Zoek de waarden op in onderstaande tabel.
Meetbereik |
IN [A] Stroomtransformatormodule |
Correctiefactor |
Artikel-nummer |
|---|---|---|---|
0 |
3 |
0115 |
19683 |
I |
8 |
0306 |
9743 |
II |
16 |
0613 |
9744 |
III |
23 |
0873 |
9745 |
IV |
36 |
1381 |
9746 |
V |
60 |
2344 |
9747 |
VI |
136 |
5169 |
19682 |
- Selecteer de parameter P 5.6 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- De actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk lang op enter.
- Voer de waarde uit de tabel in met pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De waarde is opgeslagen.
Bedrijf aan tweeling-hijswerk instellen (P 5.7)
Via deze parameter wordt het vertraagd inschakelen van de hijswerken ingesteld, om te voorkomen dat er tegelijkertijd een hoge aanloopstroom bij de motoren van de hijswerken stroomt. De parameter kan de waarden 0, 1 en 2 aannemen.
Waarde |
Betekenis |
|---|---|
0 |
Hoge hijssnelheid zonder extra vertraging |
1 |
0,5 s vertraging |
2 |
1 s vertraging |
- Selecteer de parameter P 5.7 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Selecteer met de pijltoetsen afhankelijk van het toepassingsgebied de volgende instelling:
Bedrijfsmodus |
Apparaat 1 |
Apparaat 2 |
|---|---|---|
1 hijswerk |
0 |
- - - |
2 hijswerken parallel |
1 |
1 |
Bedrijf aan tweeling-hijswerk |
1 |
2 |
- Druk kort op enter.
- De ingevoerde waarde is opgeslagen.
Alleen bij bedrijf met ABUS-gelijkloopbesturing
Als het hijswerk een ABUS-gelijkloopbesturing heeft, moet deze worden ingesteld.
ABUS-gelijkloopbesturing instellen (P 5.8)
Met deze parameter wordt de ABUS-gelijkloopbesturing vrijgegeven. Voor de correcte werking van een ABUS-gelijkloopbesturing moet de parameter op de waarde 1 worden gezet.
- Selecteer de parameter P 5.8 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- De parameter is geopend en de actuele waarde wordt weergegeven.
- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.
- Druk kort op enter.
- Zet de parameter voor het activeren van de gelijkloopbesturing met de pijltoetsen op de waarde 1.
- Druk kort op enter.
- De ingevoerde waarde is opgeslagen.
Alleen bij bedrijf met frequentieomvormer
Bij bedrijf met frequentieomvormer, zie producthandboek „ABULiner hijsen/neerlaten”.
Nulpuntsbepaling uitvoeren (P 1.1/P 2.1/P 3.1)
Met deze parameters wordt de nulpuntsbepaling voor het desbetreffende hijswerk 1, 2 en 3 uitgevoerd. Daarbij wordt bepaald welke meetwaarde het LIS-SV bij een lege lasthaak door middel van de meetstift aan de takel meet.
Opmerking
Bij de meetprocedure mag er geen testlast of bevestigingsmiddel in de lasthaak hangen.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 1.1 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 2.1 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 3.1 voor het lastsignaal op ingang F3

- Druk zo lang op enter tot „Code” op het display verschijnt.
- Druk lang op enter.
- Voer de code 1443 in.

- Druk kort op enter.
- Na het indrukken van de enter-knop verschijnt „MESS” op het display.
- Na 2 s verschijnt de waarde van de gemeten frequentie bij lege lasthaak op het display.
- Druk zo lang op enter tot de desbetreffende parameter (P 1.1/P 2.1/P 3.1) verschijnt.
De desbetreffende parameter kan alleen worden verlaten als de gemeten frequentiewaarde hoger dan 0,100 kHz is.
- De gemeten waarde is opgeslagen.
Overlastbeveiliging met testlast instellen (P 1.2/P 2.2/P 3.2)
Met deze parameters wordt bepaald welke meetwaarde het LIS-SV bij een bekende testlast door middel van de meetstift aan de takel meet. Uit deze waarde en de nulpuntsbepaling berekent het LIS-SV een proportionele functie (stijgende werklijn), waarmee later tijdens het bedrijf uit de meetwaarde van de meetstift de actuele last wordt berekend.
Opmerking
Voor het instellen met testlast is een testlast vereist waarvan het gewicht bekend is. De testlast moet 80% van het maximale draagvermogen bedragen!
De testlast moet minstens 40% van het maximale draagvermogen bedragen. Indien er een instelling met een testlast tussen 40% en 80% van het maximale draagvermogen is uitgevoerd, moet dit worden vermeld in het onderhoudsboek!
Hoe meer de testlast overeenkomt met het maximale draagvermogen, hoe nauwkeuriger wordt het gewicht van de last weergegeven.
- Selecteer de desbetreffende parameter met de pijltoetsen:
- P 1.2 voor het eigen lastsignaal (ingang F1)
- P 2.2 voor het lastsignaal op ingang F2
- P 3.2 voor het lastsignaal op ingang F3

- Druk kort op enter.
- Op de display wordt „Last” weergegeven.

- Druk zo lang op enter tot 0.000 verschijnt.
- Voer het gewicht van de bekende testlast van rechts naar links in.

- Druk kort op enter.
- Op het display wordt een van boven naar onder verlopende trap weergegeven.
- Hijs de testlast tot deze vrij hangt.
De testlast moet rustig hangen.

- Druk op de noodstop-knop.
- Na 3 s toont het display „MESS”.
- Na 5 s toont het display de gemeten frequentie bij testlast.
- Ontgrendel de noodstopknop.
- Na de meting worden zes waarden weergegeven.
- Frequentie met actuele testlast
- Versterkingsfactor
- Nulpuntfrequentie
- Verschilwaarde tussen testlast en nulpunt
- Draagvermogen
- Waarde van de testlast
- Druk telkens kort op enter om naar de volgende waarde te gaan.
- Druk lang op enter.
- De waarden zijn opgeslagen.
Parameterniveau verlaten
Het parameterniveau moet altijd worden verlaten met de parameter P 9.9, zodat de waarden worden opgeslagen en de overlastbeveiliging weer actief is!

- Selecteer de parameter P 9.9 met de pijltoetsen.
- Druk kort op enter.
- Het parameterniveau wordt afgesloten.
ABUS-service
Alleen in Duitsland
- Indien bekend, het productnummer, het serienummer en het klantnummer bij de hand houden.
- Bel de ABUS-servicecentrale op:
- Telefoon: +49 2261 37 237
- Laat buiten de normale werktijden een bericht achter op het antwoordapparaat.
- De ABUS-service belt u zo snel mogelijk terug.
- Stuur desgewenst de probleembeschrijving per fax of e-mail op:
- Fax: +49 2261 37 265
- E-mail: service@abus-kransysteme.de
Alleen buiten Duitsland
- Bel de ABUS-vestiging of de kraanservicepartner ter plaatse op.
De ABUS-vestiging of de kraanservicepartner informeert u over contactgegevens, contactpersonen en bereikbaarheid.